Hij is getrouwd met Cornelia van Ilverenbeek.
Zij zijn getrouwd op 24 mei 1932 te Oudenbosch, hij was toen 21 jaar oud.
Kind(eren):
Adrianus en Cornelia Suijkerbuijk/van Ilverenbeek, verder in dit schrijven Ome Janus en tante Cor genoemd, woonden in het Wolvenstraatje in den Ouwenbosch. Het was en is nog steeds een van de gezondste plekjes waar je in Oudenbosch kan wonen. Het is midden tussen de boomkwekerijen en enkele tuinbedrijven. In het gehele straatje, dat wat buitenaf is gelegen staan maar enkele huizen afzonderlijk van elkaar. Hier hadden zij hun stekje gevonden, waar het zowel binnen als buiten zeer goed toeven was. Vroeger was het maar een zandweggetje maar de laatste jaren is het geasfalteerd. Het is zo smal, dat er geen twee auto,s elkaar kunnen passeren. Het ligt tussen de Bornhemweg en de Oudlandweg, waar de weg overgaat in de Moerdijksestraat. In een van de bochten,waar het wat breder was, stond hun huisje. Oom Janus verdiende de kost in de bouw, waar hij de meeste jaren doorbracht als opperman. De eerste jaren was dat een zeer zwaar beroep. Alle bouwmaterialenmoesten toen nog met de hand en op de schouder via de ladders op de bouwsteigers worden gedragen. Ook de gemaakte specie en de vele bouwstenen. Die metselspecie moesten ook door de opperlieden wordengemaakt, zowel met de hand als de betonmolen. Ook de bouwsteigers, in vroegertijd nog ronde lange en toch wel redelijke zware houten palen, die met touwen aan elkaar werden gebonden. Dat steigerbouwen was al een vak op zich. Het moest sterk zijn, want die bouwsteigers kregen wel eens een zeer zware last te dragen. Ook de veiligheid van die steigers speelt nu nog een zeer grote rol. Tegenwoordig zijn er alleen nog maar aluminium en gegalvaniseerde stalen steigerpijpen in gebruik, die met klemmen met elkaar worden verbonden. Zo heeft hij dan de meeste jaren van zijn leven doorgebracht tussen debouwmaterialen en zijn bouwvakcollegas.
Ook was hij nog op een andere manier met de bouw verbonden via de bouwvakkersbond. Hij incasseerde de contributie, die eerst wekelijks maar later maandelijks bij ieder lid van die bouwbond aan huis moest worden op gehaald. Ik meen dat het de Bouw en Houtbond FNV St.Jozeph was. Ook zorgde hij voor de uitbetalingen van de vacantiebonnen. Hij betaalde diedan persoonlijk bij hem aan huis uit. Hij had dan ook tijdens die betalingen zeer veel geld in huis. Toch heeft niemand hem ooit beroofd. Dat was ook een heel grote verantwoording. Hij was meen ik penningmeester van die bond, waar hij heel vele jaren in is geweest. De bedragen van die uitbetalingen liepen zo hoog op, vooral omdat de lonen steeds blijven stijgen, dat er een andere manier werd bedacht om de uitbetalingen te doen. Hij Janus vond dat eigenlijk wel jammer, omdat hij zelf daar financieel altijd wat aan verdiende. Zo ik hoorde van een andere incasseerder van contributie, kreeg de ophaalder een zeker procent van het opgehaalde bedrag. Toen dan ook de contributie later, nadat de lonen via de banken werden uitbetaald, ook automaties de contributie van de lonen van de leden naar de bond werden overgemaakt. Daaraan verdiende hij niemendal. Ook kreeg hij dikwijls van de leden, die bij hem hun vacantie bonnen lieten ,,verzilverenhet kleingeld toegeschoven voor de zg moeite die hij daarvoor deed. Zij wisten meestal niet, dat hij ook daarvan een zeker procent kreeg. Zo verdiende hij dan een mooi centje bij voor zijn kleine borreltjes, die hij evenals zijn broers zeer graag luste. Ook had hij een mooi autotje, een VW, of iets in die richting, waarin hij rond toerde, ook wel eens met zijn vrouw Cornelia. Zo kwam hij bij heel de familie, die echt niet klein genoemd mocht worden. Hij was dan ook het jongste kind op een na van de 12 kinderen, die zijn moeder ter wereld bracht. Tante Cor had ook nog wel wat zussen en broers, waarvan ik het aantal niet weet. Enkelen zijn reeds overleden, maar ik heb er wel een paar van gekend. Tante Cor, die een zeer proper mens was, hield ook heel veel van haar moestuin. Er was natuurlijk geen vuiltje in te vinden. Je kon van het straatje af de prachtige bramen zien staan. Ik heb er wel nooit een van geproefd, maar ze zullen wel lekker zijn geweest, want ieder jaar kwamen er weer volop nieuwe aan. Zij van huis uit een echte werker zorgde voor de opvoeding van haar kinderen en maakte daarbij nog tijd vrij voor haar tuintje. Zo,n moestuin was uiteindelijk ook een bron van inkomsten, want als je er goed in investeerde, haalde je ervoor een heel jaar al de benodigde groenten en fruit uit. Ook de aardapelen kunnen in de moestuin geteeld worden. Het was nogal een grote tuin, waar ook nog wel wat fruitboompjes in stonden. Het tuinieren zat ook haar in het bloed. Ook wij halen nog steeds aarbeien bij een familie van Ilverenbeek, een zoon van een van de broers van tante Cor.
Ook zij wonen in het Wolvenstraatje, die hun adres hebben om de hoek in de Oudlandweg. Vanwege hun gezondheid, verkochten ze hun huis, nadat de kinderen de deur uitwaren. En gingen wonen in de Prof Mulderslaan, in een flatwoning. Ook de vacantiebonnenklus is van de hand gedaan en overgegeven aan schoonzoon Rinus, die getrouwd is met dochter Joke. Zo genoten zij van hun welverdiende oudedag en hadden dan ook weinig te doen. Tante Cor, een echte huismus, die wel de voorstander was van de verkoop van hun huis, was zeer tevreden met de flat, die zij zelden verliet. Zo kon zij ook eens wat zien wat er in de Mulderslaan gebeurde, daar zij in het Wolfstraatje nooit iets zagen, want zo buitenaf was wel gezond, maar niet gezellig. Zij was uiteindelijk de tuin zeer beu en wilde daarom zo graag nog wat anders. Oom Janus kon zijn huisje niet goed vergeten en ging daarom iedere dag wel eens een kijkje nemen, om te zien wat de nieuwe eigenaren wel met zijn huis zouden doen. Hij was er gewoon van onder de indruk. Zij sloopten het huis met alle opstal met de grond gelijk. Zelfs de funderingen moesten het ontgelden. Eerst hadden zij een grote garage gebouwd, waar zij in zijn gaan wonen, terwijl zij er een nieuw, geheel ander huis hebben neer gezet. Ook zij hebben er maar kort in gewoond. Nadat hun eerste kindje er was geboren hebben zij het huis afgemaakt en naar zeggen met een goede winst weer verkocht aan kapper Crusoe'jr. Zij zelf zijn weer naar Hoeven terug gegaan om er een ander nieuw huis te bouwen. De moestuin is veranderd in een geitenweike met wat boompjes erop. Ook de gezondheid van Oom Janus ging nog wat achteruit, maar wat hijeigenlijk allemaal mankeerde weet ik niet zo zeker, daarom doe ik daarover geen mededelingen. Hij kwam nogal eens buurten en borrelen bij mijn schoonvader, zijn broer Jan. Zo hebben die samen nogal eens een borreltje gedronken. De laatste borrel samen was nog op de morgen van de dag, dat zijn broer s,middags dodelijk verongelukte voor zijn eigen deur op de Vaartweg. Daar heeft hij het nogal moeilijk mee gehad. Ook bij de uitvaarten van zijn broers en zussen was hij altijd present. Voor de verre ritten, die hij dan niet altijd zelf durfde te rijden, vroeg hij aan anderen om een lift. Op het eind van zijn levensweg kon hij niet meer thuis blijven en werd opgenomen in het verpleeghuis te Zevenbergen, waar hij op 84 jarige leeftijd overleed. Hij werd te Bergen op Zoom gecremeerd. Nu heeft tante Cor zijn plaats in Zevenbergen ingenomen, omdat zij alles niet meer op een rijtje kan zetten. Ze is nu de 88 reeds gepasseerd, en nog redelijk lichamelijk gezond. Vandaag 1 November kregen we een rouwkaart, die vermelde, dat ook tante Cor was overleden op 89 jarige leeftijd. As Woensdag is de uitvaart in de baseliek en de crematie te Bergen op Zoom. Afgelopen zomer hebben we nog een bezoek bij haar gebracht, maar zij was daar met haar gedachten al niet meer bij. Een goede herinnering blijft bij ons achter.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Adrianus Maria Suijkerbuijk | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1932 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Cornelia van Ilverenbeek | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.