Zij is getrouwd met Josephus Vermunt.
Zij zijn getrouwd op 14 september 1925, zij was toen 21 jaar oud.
Kind(eren):
Anna/Cornelia Suijkerbuijk, verder in dit schrijven tante Anna genoemd, was de oudste van de drie dochters, die haar ouders op de wereld hebben gezet. Zij had ook nog negen broers in alle leeftijden, waarvan mijn schoonvader Jan er een was. Zij kwam dus ook uit een heel groot gezin en wist heel goed wat armoei en honger was. Zelf heeft zij ook, zoals haar ouders, twaalf kinderen gehad, zeven zonen en vijf dochters. Van de twaalf kinderen zijn er reeds twee overleden, een dochter in canada ne een zoon in Australie, een met hart problemen en de ander van kanker. Toch hebben zij geen honger hoeven te lijden zoals in haar kindertijd, an geld hadden zij geen gebrek. Anna was de baas van kas zoals men dat uitdrukt in de volsmond. Het geld stroomde met hopentegelijk binnen, maar ook weer eruit, want een gezinnetje van 14 kost heel wat. Haar man, Sjef vermunt, in mijn ogen een goede sul, had samen met zijn broer een aardappelhandel. Eerst met paard en wagen, maar al heel gauw met een grote vrachtwagen. Er was goed geld te verdienen, als men verstand van handel had. Zij kochten de grote voorraden op bij verschillende boeren. Zij schatten de hoeveelheid die te koop was en deden daar een bod op.
Ging de verkoper accoord, dan was de koop gesloten. De ene keer was er te laag geschat en verdienden ze wat minder. Maar de andere keer waren er meer tonnen aardappelen geschat en verdienden zij er meer aan. Meestal werd er wel veel aan verdiend. Dit vertelde oom Sjef aan mij bij een bezoekje aan hem, toen hij er zelf al was uitgestapt en zijn zoonsde handel hadden overgenomen. Meestal gingen die vrachten door naar de grote fabrieken, om er verwerkt te worden tot voorgebakken frites en of chips. Maar ook de winterprovisies bij de particuliere huishoudens werden door hun verzorgd. Ook de aanvullingen bij de patatverkopers, die wekelijks nogal wat nodig hadden, werden door de Firma Vermunt uitgevoerd. In 1953, bij de watersnoodramp, die ook hun trof, leden ze groot verlies. De aardappels bij verschillende boeren konden niet worden opgehaald voor de fabrieken. Ookmoesten ze allen worden ge/evacueerd. Ik herinner me nog, dat tante Anna met een van haar dochters met de fietsen van ons Joke en haar zus Jaantje, die beiden pas een nieuwe fiets hadden gekocht van hun spaarcentjes, naar de Fendert fietsten, om bij laag water nog iets uit hunhuis te halen. Het huis stond tegen de dijk aangebouwd, die naar Heiningen liep. Bij terugkomst zaten de fietsen en hun berijders tot aan hun nek onder de modder. Dat zaken doen in aardappels niet altijd even gemakkelijk was, is later wel bewezen. Je moet met die handel zeer goed op de hoogte zijn, anders haal je een grote strop hiermee. Toen Sjef stopte met zijn handel, vanwege zijn pensionering, namen enkele zonen zijn handeltje over. Echter niet voor lange duur, want zij waren al gauw failliet. Anna verhuisde met haar Sjef naar een ander huis, dat wat dichter bij de Fendert stond. Ook aan de dijk, maar met een balconnetje aan de achterkant van het huis. Als je daar op zat dan keek je naar onder in de diepte en in de verte zag je de uitgestrektheid van de polder. Zij vonden dat prachtig. Enkele jaren later verhuisden ze samen naar een kleine bejaardenwoning. Alle kinderen waren de deur uit en getrouwd. Dochter Jaantje was met haar tinus naar Canada vertrokken en Rinus met Jaantje Voermans naar Australie. Zoon Gerard deed korte tijd daarna dezelfde stap, ook naar Australie. Sjef en Anna hebben nog een bezoek gebracht in Canada van zes weken. Australie was te ver voor de oudjes. Canada was een ervaring rijker. Sjef was blij om zijn oudste dochter en haar gezin te zien, maar nog blijer zodra hij weer thuis was. Hij vond het een angstige reis vertelde hij mij. Ik kon echt wel lekker met hem babbelen. Sjef, die ruim tien jaar ouder was dan zijn vrouw en heel hard heeft moeten aanpoten om steeds brood op de plank te hebben, begon wat te sukkelen met zijn gezondheid.
Op een dag, die je nog niet verwacht, werd hij ziek. Ik dacht een hersenbloeding. Hij kwam nog wel thuis, maar het ging toch niet altijd meer goed met hem. Hij werd opgenomen in het ziekenhuis te Roosendaal, St Franciscus, en overleed daar op 80 jarige leeftijd. Hij is gecremeerd in Breda meen ik. Korte tijd hierna trok tante Anna naar het bejaardentehuis de Fendertshof. Zij, die 10 jaar jonger was danhaar Sjef, heeft hem toch nog ingehaald. Zij kreeg evenals meer broers en een zus van haar gezondheidsklachten met haar hart. Ook kreeg zij daarom een Pacemeter ingeplant, waardoor zij nog wat langerop deze aardbodem mocht verblijven. Uiteindelijk overleed zij ook op 80 jarige leeftijd, van ouderdom en uitgewerkt in het Fendertshof te Fijnaart. Ook zij is gecremeerd in Breda. Sjef, die 10 jaar ouder was bij hun huwelijk is ook 10 jaar eerder overleden. Mijn vrouw en ik hebben hun nogal eens een bezoekje gebracht en werden altijd heel hartelijk ontvangen. Zij zullen altijd in onze gedachten blijven als echte goede Brabantse gastvrije mensen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Anna Cornelia Suijkerbuijk | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1925 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Josephus Vermunt | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.