Leenkamer van de Burcht van Leyden 1256-1744
RIJSWIJK
25G. 28½ morgen land.
3-2-1557: Meester Jacob Stalpert van der Wiele bij dode van zijn vader meester Adriaen Stalpert van der Wiele, raad van de rekening in de Hage (L.H. 128, cap. N.H., fol. 49v).
Huis Rosenburch - Wassenaer
bron: www.hogenda.nl Registers van leenkamers 358
358. (13..: de Dunctienden, de zwaentienden en de helft van de smaltlenden, 1383: - en de smaltienden, 1474: de Doncktienden en smaltienden, op de Donck, 1643: behorende aan het huis Rosenburch, belend ten noordwesten: de scheiding met Wassenaer, ten zuidoosten: de Voorwatering, ten noordoosten: de Dooleyndesloot die loopt langs de noordzijde van de woning van het Sint Catharijnegasthuis te Leyden in de genoemde watering aan de Delftse weg bij de Wadding aan de noordoostzijde van het proven-of aalmoesland van Jorijs Paets en Cornelis Ouwelant, dan 10 hond van de erven van heer Gerrit van Lockhorst, de erfgenamen van Cornelis Paets, Aelbert Gerrits en nu de kinderen van Cornelis Corsteman, het Sint Stevenshofje te Leyden aan het zuid-oosteynde van de scheiding van Wassenaer, welke landen alle aan de zuidwestzijde van de Dooleyndesloot liggen en dus in de Doncktienden zijn begrepen).
12-12-1535: Adriaen van der Wiel alias Stalpart, rentmeester generaal van Kennemerlant, na overdracht door meester Frans de Wael (E, fol. 26v).
3-2-1559: Meester Jacob Stalpert bij dode van zijn vader Adriaen Stalpaert van der Wiele en draagt het leen over aan zijn broer meester Jan Stalpaert (F, fol. 48).
17-7-1594: Jonkvrouwe Catharina Stalpaerts van der Wyele, gehuwd met meester Cornelis Duyn, op gelijke wijze als met het leen 220 (H, fol. 92v).
2003_412_Schepensignaat Schepensignaat ; Gerichtsakte ; Stalpert, Jacob ; Beschrijving:Schepensignaat ; Voornaam: Jacob ; Toegangsnummer: 2003 ORA Arnhem ; Achternaam: Stalpert ; Datum: 1603 - 1608 ; Inventarisnummer: 412 ; Folio:59 V
----
NB: niet zeker of dit de juiste Jacob Stalpaert was (want na diens overlijden)..
Gelders Archief; Regesten ; 160 Frederick van de Sande, momber des vorstendoms Gelre en graafschaps Zutphen, en Margaritha en Judit van de Sande, broeder en zusters, de laatsten cum tutore Joest van Reydt, potentiaverunt Jacob Stalpert om te cederen aan Henrick Wyntges, muntmeesters, hun recht en aandeel aan huis en hofstad, staande binnen de stad Kampen, genoemd Cannenberch, gelijk hun diezelfde van hun zal. oom Everhardt van Reydt aanbestorven is; Datering: 31-01-1604 ; Folio: 59v ; Toegangsnummer: 2003 ORA Arnhem ; Inventarisnummer: 412
Repertorium op de lenen van Arkel 1263-1650 ; KEDICHEM.
43. Een hofstede, (1566: genaamd Bloemenhofstede, waar Gerard Jacobsz. op woont;1622: met huis, berg, schuur en toebehoren, waar Jan Jorisz. op woont), met 5½ (1566:
8) morgen in Kedichem in het land van Arkel, strekkend van de halve tiendweg tot de maalvloed (1566: de Lingestroom), boven: Brien van Weiburg, beneden: Gerard van den Oever, (1566: noord: weduwe en erven Wouter Jansz., zuid: Gerard Jacobsz.).
..-.-13..: Jan die Blonde, als getuige vermeld 1357-1366, Nassaus Domein, 11, inv. 355, LRK 114 fol. 95v-96.
. . . .
19-12-1517: Jan van der Haar Jansz., voor heer Govert van der Haar Jansz., priester, bij dode van mr. Jan Brouwer, diens vader, LRK 124 c. Arkel fol. 2v-3.
5-12-1528: Belast voor Jacob van de Wiele Adriaansz. met 18 pond door Jan van der Haar voor diens broer, te lossen 1:16, LRK 125 c. Arkel fol. 6v-7.
13-12-1531: Jacob van de Wiele Adriaansz. alias Stalpart bij overdracht door Jan van der Haar voor heer Govert, diens broer, LRK 125 c. Arkel fol. 22.
2-10-1538: Adriaan Stalpart, raad en rentmeester-generaal van Kennemerland en Friesland, bij dode van Jacob, raad van het leenhof te den Haag, zijn vader, LRK 126 c. Nd.-Holland fol. 20v.
3-2-1558: Mr. Jacob Stalpart van de Wiele bij dode van Adriaan, zijn vader, LRK 128 c. Nd.-Holland fol. 49v.
29-4-1566: Hendrik van Zevenbergen bij overdracht door mr. Jacob Stalpart van de Wiele te den Haag, LRK 130 c. Arkel fol. 29v-30v, LRK 134 fol. 334.
23-9-1579: Hugo van Zevenbergen bij dode van Hendrik, zijn vader, LRK 134 fol. 334v-335.
Rep. Grafelijke Lenen in Rijnland, 1222-1650. ; NOORDWIJK
249. 40 morgen land in Noordwijk, (1396: genaamd Wouters land), waar op 20 morgen een woning staat, behorend aan de leenheer, en een woning, behorend aan Arnout Gerardsz., jaarlijks 50 oude schilden waardig.
3-2-1558: Mr. Jacob Stalpart van de Wiele bij dode van mr. Adriaan, zijn vader, waarna overdracht aan Jan Stalpart van de Wiele voor Cornelis Stalpart van de Wiele, zijn neef, voor Otto Stalpart van de Wiele, Jacobs broer, LRK 128 c. Nd.-Holland fol. 49v-50.
31-7-1564: Mr. Jacob Stalpart bij dode van Otto, zijn broer, LRK 130 c. Nd.-Holland fol. 25v.
27-10-1573: Mr. Johan Stalpart van de Wiele, advokaat in de Grote Raad van Mechelen, bij dode van Jacob, zijn broer, LRK 132 c. Nd.-Holland fol. 9v.
Repertorium op de lenen van de Hofstad van der Wateringe, 1299 - 1770.
RUIVEN
62. 17 morgen land in het zuidelijkste deel van het land van Gerrit van de Wateringe, ridder, de leenheer.
Het leen 62 gesplitst in 62A en 62B.
62A. De helft van 17 morgen land.
22-3-1508: Hollant Claesz. na overdracht door Pieter Willemsz., gehuwd met Lysbet Jansdochter en hun oudste zoon Willem Pietersz.
10-8-1527: Ouwe Aeryaen Hollantsz., Claes Hollantsz., Jacob Hollantsz., jonge Aeryaen Hollantsz., Lenert Hollantsz., Neeltge Hollantsdochter, gehuwd met Jan Pietersz. Pels, Aeltgen Hollantsdochter, gehuwd met Jan Heynricxz. en Aechgen Hollantsdochter bij dode van hun vader Hollant Claesz. en dragen hun aandeel over aan hun broer Lenert Hollant Claesz.
23-5-1549: Pieter Jacobsz. na overdracht door Lenert Hollantsz.
29-7-1550: Adriaen Stalpart van der Wyele na overdracht door Pieter Jacobsz.
3-2-1558: Meester Jacob Stalpaert van der Wiele bij dode van zijn vader Adriaen Stalpaert.
8-6-1576: Meester Jan Stalpaert van der Wiele, advocaat voor de Grote Raad te Mechelen, bij dode van zijn broer Jacob Stalpaert van der Wiele.
20-7-1594: Katarijna Stalpaert van der Wiele, gehuwd met meester Cornelis Duyn in de Haghe, mede namens Hester-, Sua-, Maria Stalpaert van der Wiele en Jan Stalpaert van der Wiele, zoon van Meester Hugo van Doesen en van Digna Stalpaerts van der Wiele, als erfgenamen van meester Jan Stalpart.
14-5-1597: Simon Jacobsz. te Delffgauw in Absrecht na overdracht door Katarina Stalperts van der Wiele, gehuwd met meester Cornelis Duyn, namens alle erfgenamen.
24-8-1648: Jacob Symonsz. van der Ent, mede namens Leendert Symons van der Ent, Barbara Symonsdochter, Marytie Symonsdochter, Ariaentje dochter van wijlen Cornelis Symonsz. van der Ent, Philips Ysbrants en Adriaentie Philips Heemskerk, kinderen van wijlen Leentje Simonsdochter, bij dode van hun vader, respectievelijk grootvader Symon Jacobsz.
Repertorium op de lenen van abdij RIJNSBURG, 1227-1649 ;
RIJNSBURG : 33B. 4 morgen in Rijswijk, genaamd het Dal, met een woning, waar Nikolaas Grijp op woont, (1559: van erven mr. Dirk van Halle, wonend te Diest in Brabant), zuid: de Brede weg (1559: een heerweg), west: de dochter van Simon van der Burch met leen (1559: Jan Dirk Gerardsz. c.s. te Rijswijk en erven ADRIAEN STALPART), oost en noord: Nikolaas Grijp.
23-8-1559: Gerard de Wit, rentmeester van de Wildernissen, voor mr. JACOB STALPART, licentiaat in de rechten, zijn zwager, bij dode van Adriaan Stalpart, meester van de rekeningen van Holland, diens vader, waarna overdracht aan Aafje, Jacobs moeder en Gerards schoonmoeder, 700 fol. 3v4v.
29-3-1573: Eva Vincentsdr., weduwe mr. Adriaan Stapart, mag beschikken, 700 fol. 273.
23-1-1574: Mr. Rutger van IJlem, advokaat bij het Hof van Holland, voor Maria, dochter van Adriaan Stalpart, zijn vrouw, bij dode van Eva Vincentsdr., haar moeder, 700 fol. 274.
24-5-1618: Ewout van Schilperoord, procureur voor de vierschaar te Leiden, voor Adriaan van IJlem, heer van Rosenburg, Ketel en Spaland, bij dode van Maria, weduwe mr. Rutger van IJlem, diens moeder, 700 fol. 274v-276.
6-12-1626: Andries van Wou voor Machteld Albertsdr., weduwe Hildebrand Jacobsz. van Wou, zijn schoonzuster, bij overdracht door Pieter van Groenewegen, notaris te den Haag, voor Adriaan van IJlem, 700 fol. 276.
22-6-1647: Casper Busero voor Laurens Busero, secretaris en griffier van de prins, te den Haag bij overdracht door Hendrik Verwijk voor Machteld, dochter van Albert van Luiningen, weduwe, 700 fol. 277.
Lenen op de Grafelijkheid van Delft
5D. Een van de 6 vicarieën van het college van Sint Hieronimus binnen de stad Delft, waarbij een zesde deel van 83 morgen 75 roede land behoort.
15-12-1633: Adriaen Stalpaert van der Wiele te Leyden na verzuim, mede namens zijn broers en zusters als nakomelingen van meester Vincent van Mierop en bij dode van hun oudoom Jacob van Mierop, heer van Cabau, als descendenten van diens tweede zuster Eva van Mierop, weduwe van Adriaen Stalpaert van der Wiele, rekenmeester van Hollandt, volgens cavelcedulle gepasseerd op 23-1-1612 voor meester Leonardt de Voocht, raad in de Hoge Raad, en volgens sententie van het Hof van Hollandt op 27-4-1623, waarbij ten overstaan van meester Pieter van Couwenburch van Belois de erfgenamen van zijn vader Vincent Stalpaert van der Wiele, te weten jonkvrouwe Maria Stalpaert met haar zoon meester Adriaen van Yelem, meester Cornelis Duyn en Jaques de Ghein namens hun vrouwen, en de mede-erfgenamen van meester Jan Stalpaert. Deze betreft o.a. de helft van een vicarie op het Onze Lieve Vrouwenaltaar op het Hof in de Hage, de vicarie in Sint Jeronimusdael binnen Delf met een vijfde deel van 83 morgen 75 roede land plus een vierde van een vierde deel in de Noordkavel in de Brouck van Strijen, een vierde deel van een vicarie van Sint Johannes Baptista en Maria Magdalena in de Sint Pancraskerk te Leyden, de helft van de vicarie op het Sint Jacobsaltaar in de kapittelkerk van Geervliet, waarvan de andere helft toebehoort aan Vincent Vincentsz. Stalpaert en op Adriaen Stalpaert van der Wiele zal vererven, een vicarie op het Sint Benedictusaltaar in de Sint Pancraeskerk met 5 morgen 425 roede land, de helft van 2 vicarieën genaamd Peter Gobburch en Sint Nicolaï met 5 morgen land, een huis op het Sint Pancraeskerkhof en erfpachten in Leyden, waarvan de andere helft toebehoort aan Cornelis de Haes Jacobsz. o.a. gefundeerd door de heer Pieter van Leyden (L.H. 146, cap. N.H., fol. 74v).
Overleden zonder erven aangezien het Huys Rosenburch, in 1594 overgaat naar de dochter van zijn broer, Johanna. Eerst naar Catharina, vrouw van Van Duyn, later naar Johanna, vrouw van Wyntgens.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jacob Adriaen Jacobsz [Meester Mr] Stalpert van der Wiele | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.