Raadt in den hove van Vlaanderen te Gent.
Rep Graf. Lenen van Delft 1268-1648 ; DELFT
5. Het patronaatschap over 6 kapelrieën, elk ter waarde van 8 pond groot Vlaams per jaar, in het college van Sint Hieronimus binnen de stad Delff, en het huis dat op kosten
van meester Vincent Cornelisz. door het college voor diens woning is gebouwd.
31-12-1549: Meester Vincent Cornelisz., tresorier generaal, na opdracht uit eigen samen met het collatierecht van de kerk van Kethel en 2 proven en 2 vicarieën in de Sint Pancraes kerk binnen Leyden, ruim, 150 jaar geleden door meester Philips van Leyden gesticht, als toevoeging aan de ambachtsheerlijkheid Kethel, die hij van de graaf in leen houdt. Het college is op verzoek d.d. 6-4-1537 door de bewoners van het klooster van Sint Jeronimus van de Sint Pouwels orde gesticht na de grote brand van Delff op 3-5-1536, toen de kerk en het klooster verloren gingen en waarna de kerkmeesters van de beide hoofdkerken aldaar, die ook verbrand waren, geweigerd hadden de kerkelijke verplichtingen over te nemen. Zij hebben hiertoe op 9-5-1537 toestemming van de bisschop gekregen, die op 22-3-1538 door de rekenkamer is bevestigd, n.l om eerst gedurende 10 jaar met 4 kapelanen en daarna met 7 een college te vormen. Meester Vincent heeft het college 2 in zijn bezit zijnde kapelrieën geschonken, zodat dit er nu 6 bezit, die gemiddeld elk 8 pond groot Vlaams per jaar waard zijn. Het college heeft hem met toestemming van de bisschop van Uytrecht d.d. 9-4-1538 tot patroon benoemd (L.H. 127, tap N.H., fol. 60).
3-10-1550: Heyman van den Ketel, meester van de rekeningen, bij dode van zijn vader meester Vincent Cornelisz., raad en tresorier van alle domeinen, behoudens de lijftocht van diens weduwe Maria Jacobsdochter (L.H. 127, cap. N.H., fol. 61v).
13-5-1560: Sebastiaen van den Ketel bij dode van zijn vader Heyman van den Ketel (L.H. 129, cap. N.H., fol. 10v).
15-7-1567: Jan Heymansz. van den Ketel, ambachtsheer van ’s-Gravenambacht, bij dode van zijn broer Sebastiaen van den Ketel (L.H. 131, cap. N.H., fol. 23).
28-5-1570: Heer Cornelis van Myerop, domproost te Utrecht, hulde door meester Witte Wittensz., raad in het Hof van Holland, volgens procuratie d.d. 27-5-1570, bij dode van zijn neef Jan Heymansz. van den Ketel (L.H. 131, cap. N.H., fol. 58).
3-8-1573: Meester Jacob van Cabau bij dode van zijn broer meester Cornelis van Myerop, domproost te Utrecht (L.H. 132, cap. N.H., fol. 7v).
7-12-1592: Jacob heer van Cabau, tocht zijn vrouw jonkvrouwe Catharine d’Oosterlinor (L.H. 135, fol. 113v).
10-4-1593: Adriaen van Ylen Rutgersz. volgens procuratie verleend op 5-4-1593 door meester Jan Stalpert, Cornelis van Bleyenburch, jonkheer Jan van der Mijle namens zijn vrouw, Philips van Gindertalen en meester Quirijn Jacob Wittensz., namens de erfgenamen van Jacob van Mierop, heer van Cabau, zijnde de kinderen en de kleinkinderen van diens zuster Margaretha, Eva, Maddalena en Martha, volgens octrooi d.d. 6-12-1581 en diens testament d.d. 3-3-1593, behoudens de lijftocht van diens weduwe (L.H. 138, fol. 122-130).
DNL1930; P. 312: 2.4.1609. Erfgenamen van Jacob van Myerop, heer van Cabau zijn: jonckheer Cornelis van Blijenburch; Jan Boucquet; jonckheer Johan van der Mijle, de dochter van Hugo Cools; de heer van Goudriaen voor zijn weeskind “geprocreert bij Margaretha van der Noot”; joncheer Joachim van Mierop, ontfanger-generael van Hollandt; Willem van der Duijn Joostenszoon; de erfgenamen van den heer van Mathenes; Mr. Cornelis Duyn nomine uxoris; Jacques de Geijn nomine uxoris; Jacob Pieterst. de Hase nom. ux.; Philip de Soete nom. ux.; joncheer Jacob Teijlingen ; Maria Stalparts van der Wiele weduwe Mr. Rutgert van Ylen.; Jacob Franchois; Adriaen Eems Michielszn.; jonckheer Authonis van Gindertalen; jonckheer Jeronimus van Gindertalen; Jan Stuijver; .Jacques Manrique; joncheer Jacob Wittenscz., baljuw van Monster; Gilles Jansen. Vriesen; juffrouw Jacoba Weijtsen.
6.4.1609. Joncheer Pieter van Ducelant, heere tot Rhoon ende Pendrecht, sluit eene transactie met de erfgenamen van wijlen Jacob van Mierop, heer van Cabau, als: Joncheer Cornelis van Blijenburch, Jan Boucquet, joncheer Johan van der Mijle, de dochter van Hugo Cools, de heer van Goudriaan voor zijn weeskind geprocreëerd bij juffrouw Margaretha van der Noot, joncheer Joachim van Mierop, ontfanger generael van Hollandt, Willem van der Duijn Joostensz., Mr. Cornelis Duijn, Jacques de Geijn, Jacob Pietersz. de Hase, Philps de Soete, Jacob Franchois van wege Adriaen Eems Michiels, joncheeren Anthonis ende Jeronimus Gindertalen, Jan Stuyver, Jacques Manricque, joncheer Jacob Wittensz., baljuw van Monster, Gillis Jansz. Vriesen van wege juffrouw Jacobmyna Weijtsen, joffrou Maria Stalpaerts van der Wiele weduwe van Mr. Rutgert van Ylen. (Wordt vervolgd.)
ook geschreven overleden in Utrecht ??
Hij is getrouwd met Catharina van Oosterling.
Zij zijn getrouwd
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jacob Vincentsz [Heer Raet] van Mierop van Cabau | ||||||||||||||||||
Catharina van Oosterling | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.