It(em) ghijsbrecht vande(n) audenhove rentmeest(er) jonck(er) rogiers van pyet(er)shem tot/
leefdale heeft hem verweert als man van buyten jege(n) lijsbette(n) steenwinkels/
van alsulk(er) claghe(n) van l crone(n) als si tot de(n) voirs(creven) ghijsbrecht gedaen/
hadde cor(am) eisd(em)/
Cond sij alle(n) liede(n) dat arnt arts dieme(n) heet de briede(re) en(de) wout(er) vande(n)/
steenweghe die sijnre dochter heeft sijn come(n) in jegenwordicheyt d(er) scep(enen)/
va(n) loeve(n) en(de) hebbe(n) genome(n) en(de) bekent dat si genome(n) hebbe(n) van jonch(er)/
rogier s van piet(er)shem he(re) va(n) leefdale de ka(m)me des selfs jonch(er)/
also si gelege(n) is tot leefdale te houde(n) en(de) te hebbe(n) van sente remeys/
misse tnaist come(n)de eene(n) t(er)mijn van acht jae(re)n [lanc] deen na dand(er) d(aer)/
sond(er) myddel volgende elcs jaere dae(re) en bynne(n) om elf hollanschen/
gul(den) van goude goet en(de) gheve oft de w(er)de d(aer) af te sente remeys/
misse te betale(n) de voirs(creven) jonck(er) rogier en(de) ghijbrechte va(n) oude(n)hoven/
oft den ene(n) va(n) hen b(ri)ng(er) des briefs alle jae(re) de(n) voirs(creven) t(er)mijn duer(ende)/
En(de) telke(n) t(er)mine alse v(er)volghde schout also dat si bynne(n) de(n) voirs(creven)/
acht jae(re)n betale(n) sele(n) acht rente(n) Ite(m) is te wete(n) dat de vors(creven)/
jonck(er) de(n) voirs(creven) p(er)sone(n) de vors(creven) ka(m)me gelev(er)t heeft in(de) v(ur)werde/
hier na volgende inde(n) yerste(n) twee grote cupe(n) gescatt vier blaue/
crone(n) Ite(m) tketelhout gescatt een blaeu croen It(em) twee kuelvate/
gescatt xxxii placke(n) Ite(m) vi ame vate elc vat gescatt vi placke(n) /
gedragende te gader xxxv pl(a)c(ken) Ite(m) een oud(er) vat en [een] oud(er) stoep/
te gad(er) vi pl(a)c(ken) Ite(m) een tijnd en(de) ene(n) trechter te gad(er) vi pl(a)c(ken)/
Ite(m) denen werc vande(n) ketel geschatt vijf blaeu crone(n) en(de)/
ind(er) selv(er) w(er)de hebbe(n) geloeft de vors(creven) arnt en(de) wouter de selve/
ka(m)me met haerre toebehoirte(n) ten eynde vande(n) voirs(creven) t(er)mijn/
wed(er) te leve(re)n jonck(er) rogier voirs(creven) met gesworen schatters met sek(er)/
vorw(er)de is si dan bet(er) dat sal hen wed(er) comen en(de) is si argher/
dat sele(n) si de(n) voirs(creven) jonck(er) rogier oprichten en(de) de schatters selen/
si gelijc drage(n) Voert weert sake dat si yet ty(m)mere(n) dade(n)/
aende ka(m)me voirscr(even) bynne(n) de(n) voirs(creven) t(er)mine dats hen noetdorft/
wae(re) en(de) des si niet derve(n) en mochte(n) dat sal jonck(er) rogier [vors(creven)] hen/
hen afslaen te(n) leste(n) jae(re)n van hae(re)n t(er)mine voirscr(even) voert sele(n)/
si alle jae(re) hebbe(n) een boend(er) bosch op werberch inde(n) coep/
dat daer ghildt oft hen genueght cor(am) pynnoc capel(le)[ma(n)]/
septembr(is) xxiiii
Cond sij allen lieden dat jan laureys van rode bi cortelke in jeg(enwordicheit)/
der scepen(en) van loeve(n) gestaen heeft genomen en(de) bekent dat/
hij genome(n) heeft van janne van ned(er)hem van rode voirs(creven) de/
moelenen van wesenmale te weten de coren moelen en(de) de/
slachmoelen met hae(re)n toebehoirten gelijc de selve jan van
//
van ned(er)hem de voirs(creven) moelene(n) voirmaels genomen heeft tegen jonck(er)/
rogie(re) van pyet(er)shem he(re) van werde en(de) van leefdale gelegen tot/
uuthem inde p(ro)chie van wezemale opde wynge aldair te houden/
en(de) te hebben tuschen dit en(de) tsensjansmi sente jansmisse bap(tis)[ten]/
naestcomen(de) om dertich mudde rogs goet en(de) payabel alsulken/
rogge als de voirs(creven) moelen wynnen sal der maten van loeven/
half te kersmisse en(de) half te sent jansmisse te betalen en(de) inde/
voirs(creven) moelen te leve(re)n telken t(er)mijn alse v(er)volghde schout en(de)/
waer also dat de voirs(creven) jan van ned(er)hem bynne(n) den t(er)mijne voirs(creven)/
e(n)nige scade lede of hadde aen de steenne of aen de moelen(en) die/
toequame bij ocsuyn en(de) toedoen des voirs(creven) lau jan laureys dat/
de selve jan laureys die den voirs(creven) janne van ned(er)hem oprichte(n)/
en(de) betalen sal ter taxacien van goeden ma(n)nen die hen des/
verstaen op also dat de voirs(creven) jan van nederhem den voirs(creven) moelen(en)/
wel en(de) loflic houde(n) sal van wande en(de) van dake en(de) va(n) alle(n)/
gaende en(de) ke(re)nde wercke en(de) oic van steenne(n) also dat de(n) voirs(creven) ja(n)ne/
laureys daer af gheen scade en come sonder argelist hier af zijn/
borgen des voirs(creven) jan laureys lambrecht de man en(de) goessen de/
man beide van rode bij cortelke de welke de voirs(creven) ja(n) laureys/
hier af geloeft heeft scadeloes en(de) co(m)merloes te houde(n) en(de) tontheffen/
roelants velde sept(embris) xi/
It(em) den dach van thoenen tusschen claese de moll die nae den rechte d(er) stad van/
loeven(en) beleidt es tot den goeden jonk(er) rogiers van pyet(er)shem he(re) van leefdale/
en(de) van ymde in deen zijde janne vande(n)r berghe [brugge(n)] janne van zelleke en(de) gielijse van/
cothem met hoe(re)n werdynne(n) in dande(r) es van heden in xiiii nachten te/
mistide cor(am) eisd(em)
Van jonck(er) rogier van pyet(er)shem en(de)/
claese de mol/
It(em) het sijn comen in rechte voe(r) meye(r) en(de) scepen(en) van loven(en) claes de moll/
die na den rechte der stad van loeven beleit es tot den goeden jonck(er) rogiers/
van pyet(er)shem he(re) van leefdale en(de) van ymde welc beleidt geschiet es/
inden vollen stoele van hem en(de) van joffr(ouwe) johanne(n) wilen van stalle sijnder/
huysvrouwe(n) in deen zijde en(de) jan van zelke gielijs van cothem en(de) jan vand(er)/
bruggen in dand(er) zijde Dair tusschen de voirs(creven) p(ar)tien bedingt worden x dach(mael)/
lants geleg(en) inde p(ro)chie van dorepe ter plaetsen gehete(n) opte(n) winckel tussche(n)/
de goede des cloesters van vorst aen deen zijde en(de) den bosch van zittert in/
dander zijde en(de) de lande van zittert op dand(er) twee zijden de welke goede de/
voirs(creven) drie p(er)sonen als momboe(re)n hoe(r) werdinne(n) aenspraken meynende dat hen/
die volgen souden om dat die van hoe(r) werdynnen ouders comen wegen comen/
wae(re)n te wete(n) van jans wege(n) van dyoen Het en wae(re) dat de voirs(creven) claes/
gethoene(n) conste dat de selve wilen jan van dyoen dier gederft hadde Op/
dwelke de voirs(creven) claes dede seggen en(de) bij leggen alrehande bescheit ende/
onder den ande(re)n dat jonck(er) henric wilen van stalle brued(er) der voirs(creven) joffr(ouwe)/
joha(n)nen de voirs(creven) goede gepossesseert en(de) beseten hadde ov(er) xx xxv xxx/
en(de) ov(er) xxxv jair en(de) daghe en(de) daer boven als zijn wittich p(ro)per erve/
en(de) dat hij daer uut gestorve(n) wae(re) als uut sijnen erve en(de) dat die also bleve(n)/
wae(re)n op d(er) voirs(creven) joffr(ouwe) joha(n)nen zijnd(er) zust(er) vanden welken de voirs(creven) p(ar)tien/
int recht alrehande thoenisse leyden in beyden zijden welcx thoenissen de voirs(creven)/
claes geheelic volqua(m) Bileggen(de) inden rechte oft hem dat thoenisse yet te/
cleyn wae(re) en(de) hijs behoefde Soe p(rese)nteerde hij uut macht van zinen beleide/
dair toe te doen sijn behoudt also dat van rechte behoe(re)n soude (et)c(etera) Hier op worden/
de scepen(en) van loven(en) gemaent vanden meye(r) van loven(en) die wijsden voer een/
vonnisse Soe waer de voirs(creven) claes uut macht van sijnen beleide sijn behoudt/
dade vanden voirs(creven) goeden als recht dat hem dan en(de) sinen beleide de voirs(creven)/
goede volgen souden Welc behoudt de voirs(creven) claes inden rechte gedaen heeft/
met desen woerde(n) yerst lesen doende een cedule die de voirs(creven) x dach(mael) lants/
begrepen hadde gelijc sij boven gescreve(n) staen en(de) leyde sijn hande op de/
heyligen en(de) seide Dese x dach(mael) lants gelijc [se] daer gelesen sijn hebben
//
jonck(er) rogier van pyet(er)shem tot wyems goeden ic beleydt ben en(de) joffr(ouwe) joha(n)ne/
van stalle sijn medegesellynne was en(de) hoir voirseten en(de) beseten en(de) gepossesseert/
als hoir p(ro)per erve over xxx jair en(de) daghe en(de) dair boven en(de) dat es noch/
uut mach van mijne(n) voirs(creven) beleyde mijn p(ro)per erve soe moet my god hebb/
helpen en(de) de heyligen en(de) als dat gesciet was quame(n) twee wittige ma(n)nen/
die wynners noch verliesers en wae(re)n te wete(n) gheert van ov(er)velt en(de) vranck/
lots en(de) leyden hande opte heyligen en(de) swoe(re)n dat dien eedt die de voirs(creven)/
claes gedaen hadde wae(r) goet gerechtich en(de) o(n)meyneedich soe moest hen/
god helpen en(de) de heyligen Also dat de scepen(en) van loven(en) voirt gemaent/
worden vanden meye(r) van loven(en) die ten uutersten wijsden voer een vonnisse/
dat den voirs(creven) claese den moll en(de) sijnen beleyde na tbehoudt dat hij gedaen/
hadde de vos(creven) voirs(creven) goede volgen selen pynnoc opp(endorp) kersmake(re) velde/
vynckenbosch willemair aug(usti) xvi
It(em) want henrick van piet(er)shem doude [en(de) h(er)] henrick van piet(er)shem [prieste(re)] de jonge en(de) symoen/
van piet(er)shem gebruede(re)n alle drie [beide] natuerlike kynde(re) joncker rogiers wile(n)/
van piet(er)shem [en(de) symoen van pietershem hoir neve] gevo(n)nist hebben zeke(re) scepen(en) brieve van loeven d(aer)mede zij/
bevesticht zijn en(de) bewijst van xcvii gulden clinckarts d(er) mu(n)ten sh(er)toge(n)/
van bourg(oignen) en(de) van brabant erfliker renten Alle jare te kersmisse te/
betalen en(de) inden wissel d(er) stad van loeven te leve(re)n Te weten den/
voirs(creven) henricken den jongen en(de) symoene elken xxxi clinckarts en(de)/
den voirs(creven) henricken den ouden xxxv clinckarts Aen en(de) op alle de/
omberuerlike en(de) erfgoede die wae(re)n svoirs(creven) wilen jonck(er) rogiers zo/
verre die eygen of tsijsgoede zijn en(de) zij van zijnd(er) zijden zijn gecomen/
oft by hem vercregen en(de) niet voird(er) so waer die gelegen oft hoe zij/
genoemt zijn En(de) tvo(n)niss(e) d(er) scepen(en) van loeven gewijst heeft dat de/
meye(r) trecken soude op te pande vonde hij te panden so soude/
hij panden en(de) en vonde hij niet te panden so soude hij voirtvare(n)/
metten rechte En(de) de voirs(creven) meye(r) en(de) scepen(en) op te voirs(creven) goede comen(de)/
niet te panden vonden en es So heeft de meye(r) ten p(rese)ncien d(er) voirs(creven)/
scepen(en) de voirs(reven) goede en(de) ond(er)pande den voirs(creven) gebruede(re)n [en(de) symone] gelev(er)t en(de)/
in handen gesett voe(r) gebreck vand(er) voirs(creven) erfrenten en(de) den coch cost/
va(n) rechte d(aer)op geloepen cor(am) beert m(er)cels sept(embris) ix/
(1) Hij is getrouwd met Johanne van Stalle.
Zij zijn getrouwdBron 5
(2) Hij is getrouwd met Jeanne de Hamal.
Zij zijn getrouwdBron 5
Kind(eren):
Rogier van Petershem | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Johanne van Stalle | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Jeanne de Hamal | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Onbekend | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Akte Leuvense schepenbank op http://www.itineranova.be/
Opera diplomatica et historica, Volume 1, door Auberti Miraei, pag. 325-326
http://www.itineranova.be/
Notice historique sur les anciens seigneurs de Steyn et de Pietersheim, M.J. Wolters. pag 141
Notice historique sur les anciens seigneurs de Steyn et de Pietersheim, M.J. Wolters. pag 138