Rogerus de Levedale curtim apud Tongerle juxta Eindhoven, dictum Eykart (1) Credo quod Willelmus de Petershem tenet (2)
(1) Ces deux mots et les suivants ont été ajoutés après coup.
(2) C'est ce feudataire qui est inscrit au Spechtboek, fol. 190 r".
Nos Wilhelmus dominus Petershemiensis eques omnibus notum facimus quod nos ob amorem nobilis viri et potentis met domini Ludovici comitis Lossensis et de Chiniaco relevavimus et recepimus ab ipso in feudum et homagium nostram domum propugnacu lum et villam Petershemiensem tali omni modo quo litter quas predictus comes habet a nostris antecessori bus de eo laquuntur salvo tantum quod post decessum prdicti comitis nostr litter et nosir firmitates et etiam litter et firmitates prdicti comitis permane bunt in suis juribus et vigore quemadmodum hodierna die non contra stante Mo modoquo nos peranlea rele vavimus pro testimonio harum litterarum sigillitarum proprio sigillo Dat Hasseleti anno grati millesimo trecentesimo trigesimo tertio decima tertia die mensis aprilis.
De graaf van Gelder, Reinoud (II), verbindt zich jegens den hertog, Jan (III), den heer van Dypenbeke, Lodewijk, en de heeren van Pyterssen, Haren, enz., niet te vervolgen wegens leenen door hen gehouden in zijn staten, dan volgens de wetten en gewoonten van zijn land, enz. - Donnees a Cambray le quint jour de septembre. Lan de grace mil. CCC. trente et quatre.
Ontl. bij Verkooren : Inventaire, I, 278, nr. 390
Willem (V), graaf van Gulik, belooft a.a. aan den hertog Jan (III) geene vervolging te ondernemen tegen Lodewijk, heer van van Diepenbeek, de heeren van Piterssem, Haren, enz., wegen leenen door hen gehouden van den graaf in dezes staten, dan vervolgens de wetten gewoonten van zijn land. - Donnees a Cambray le quint jour de septembre lan de grace mil. CCC. trente et quatre.
Ontl. bij Verkooren : Inventaire, I, 280, nr. 392.
Diederik van Heinsberg (zoon van Mathilidis, zuster van graaf Lodewijk IV van Loon), sluit een verdrag met Margaretha van Lorreinen, weduwe van Lodewijk (IV) nopens haar lijftocht en alles waarop zij aanspraak kon maken in de erfenis haars gemaal. Verscheidene bezittingen worden haar toegewezen op voorwaarde dat zij aan de graafschappen van Loon en Chiny en aan het bezit van het grondgebied van Corswarem verzake.
De akte is opgesteld in tegenwoordigheid van verscheidene edelen, waaronder Willem, heer van Petershem, Arnold van Ordingen, ridder, Willen van Areilhe, seneschalk van 't graafschap Loon, ridder en Willem van Kermpt. - Fait et passé au réfectoire de l'église de Augustins de la ville de Hassele, diocèse de Liége...L'an M° CCC° XXXVI°, Le quatrième jour de février, indiction quatre.
Brokstuk in AIAL, XII, 12, en in BCHR, 3de reeks, X, 124. - Daris : Notices, VI, 143. - Ontl. bij W., IX,571.
March 24.
Westminster.
The like, until Midsummer, for William de Boys and William de Petrikesham of Brabant, knights, who lately came to the king in England, now going back for a time, and for the men of their household. By K.
Edward (III), koning van Engeland, bericht zijn baljuwen en andere vassalen dat hij een vrijgeleide verleend heeft aan twee Brabantsche ridders, waaronder Willen de Petrikesham, om in hun Staten te komen en er te verblijven. Het vrijgeleide zal geldig zijn tot het aanstaande feest der Geboorte van den H. Johannes.
- Teste rege apud Westmonast., XXIIII die Martii.
BHCR, 3e reeks, IX, 507. / Ontl. bij W.,IX, 606.
Dit was ghedaen, gheaccordeert ende ghegheuen te Louene des vriendaghs vore sente Thomaes dach apostels jn den jaere Ons Heren dusentech, drie hondert seuene ende der tech. Jean (III), duc de Lotharingie, de Brabant et de Limbourg, et Thierri, comte de Looz (Loen) et de Chiny, seigneur de Heinsberg et de Blankenberg, font connaître les clauses de l'accord entre eux conclu pour la tranquillité de leurs pays et le bien être de leurs sujet respectifs. Ils fixent le nombre d'hommes qu'ils auront à mettre sur pied, chacun, pour savegarder, le cas échéant, l'intégrité de leurs pays situés en deça du Rhin, à savoir : les duchés de Lotharingie, de Brabant et de Limbourg, le comté de Looz (Lon), et le pays de Heinsbergh; déterminent les conditions dans lequelles ils devront ensemble faire face à toute attaque de la part de l'évêque de Liège et de ceux de son pays, en stipulant expressément qu'en cas de guerre contre ceux de Liège la paix ne pourra être négociée par eux quede consentement mutuel; et enfin, pour terminer à l'amiable tous différends existant entre leurs sujets, et établir entre leurs sujets, et établir entre ceux-ci une réciproque et durables entente, choississent comme arbitres: le duc Iwain van Meldert et Jean van Kersbeke, le comte, Regnier van der Schuren (Scuren) et Raimbauld van der Gracht (Graycht).. Louvain, 19 décembre 1337.
(Témoins : Guillaume (II), comte de Hainaut, de hollande et de Zélande, et seigneur de Frise ; Renaud (II), comte de Gueldre (Ghelre) et de Zutphen ; Guillaume (V), margrave de Juliers (Guleke) ; Jean de Hainaut, seigneur de Beaumont ; Otton, seigneur de Cuijk (Kuyc-cuch) (1) ; Guillaume , seigneur de Horne (Hoerne) et d'Altena ; Renaud de Clèves, seigneur de Bergen-op-Zoom ; Arnould, seigneur de stein (Steyne) ; Jean, seigneur de Marbais ; Guillaume, seigneur de Boxtel (Boucstale-Boucstele-Bouchstellen) ; Guillaume, seigneur de Kranendonk (Cranendonc) ; Louis, seigneur de Diepenbeek (Dypenbecke) ; Guillaume, seigneur de Petersheim (Pietersheym-Pyterschem) ; Léon van Crainhem, drossard de Brabant ; Guillaume van den Bossche ; Jean van Hellebeke (Hellebeke-Albeke), seigneur de Loenhout et d'Ophein, et son frère (1), ARnould van Hellebeke ; Adam van Hellebeke, seigneur de brunehaut (Brunhaumez) ; Thierri de Walcourt, seigneur d'aa et de Loonbeek (Loenbeke) ; gilles van Querbs (Quaderebbe) et Iwain van Meldert ; Jean de franquemont (Valkenborgh), seigneur de Borne ; Louis, seigneur de Randerath (Randerode) ; Arnould, avoué de la Hesbaye (Haspegouwen-advocatus hasbanie) et seigneur de Lummen ; Otton (Oest) van elslo ; waleron de steyne ; guillaume d'orley, seigneur de rummen ; guillaume de hamal (van hamele), seigneur d'Elderen ; Martin de Looz (van Loen-de Los) ; arnould du Vivier (van den Wierede Viuariis) ; guillaume de duras (van Durasch) ; Adam d'Ordauge (Van ARdenghen), et REgnier van der schure (van der scure-de-Orreo), tous chevaliers, qui appendirent à cette charte, sur des rubans de soie verte, leurs sceaux avec ceux des parties contractantes. (1) Sur le pli, au-dessus des sceaux de Jean et Arnould van Hellebeke, qui se suivaient, on lit : Jo. De Albeke et Ar. frater eius. (1) Formes des noms tels qu'ils se trouvent écrits sur le pli au-dessus des sceaux.)
Datum Bruxelle die martis nate Sacramenti, anno Domini millesimo CCCm°, XXXVIII°. Guillaume, seigneur de Petersheim, reconnaît que le duc de Brabant, (Jean III), lui a payé deux sommes de deniers : l'une de sept livres dix sols de vieux gros pour lui-même, l'autre de trois livres semblables pour deux écuyers, et déclare que pour ces sommes de deniers il s'est engagé à servir le duc en armes, avec les dits deux écuyers, toutes les fois qu'il en sera dûment requis pas le dit duc. Bruxelles, 9 juin 1338. Arnould Nuijst (dictus Nuest), écoutête de Maastricht pour le duc Jean, scella cette charte à la demande de Guillaume susdit.
Willem, heer van Petershem, erkent dat de hertog van Brabant (Jan III) hem twee sommen zilverlingen betaald heeft; de eene voor hem zelf, de andere voor twee schildknapen. Hij verklaart dat hij zich verbonden heeft voor die geldsommen den hertog met wapens te dienen met bovengenoemde schildknapen, iedere maal dat de hertog het zal vergen. - Datum Bruxelle die martis ante sacramenti, Aº Dom. millesimo, CCC??, XXXVIII?.
Willem, heer van Petershem, ridder, verklaart dat Herman van Oss en Jan van Meldert hem vanwege den hertog Jan (III), voor hem zelf vijftien pond oude grooten betaald hebben, en zes-en-dertig dier ponden voor één ridder en tien schildknapen die zich met hem uitgerust hadden, te paard en gehelmd, tot 's hertogen beschikking zullen stellen in den tegenwoordige oorlog tusschen Engeland en Frankrijk - Dat. Machlinian (I) (Mechelen in Br.) Hodierno simonis et jude apostolorum Aº Dom. millesimo, CCC??, XXXVIII?.
Ontl. bij Verkooren : Inventaire, II, 25. - Het zegel van den heer van Piterheim is beschreven.
Hij is getrouwd met Isabel van Leefdael.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
PETERSHE(I)M (Willem heer van) (3), 1326-37, zoon van Johan en Elisabeth van Cuyck-Boxtel.
Hij wordt 12 Febr. 1326 met zijn vader vermeld, verhief in 1333 het kasteel Petersheim als leen van het graafschap Loon.
In 1337 kwam hij voor als getuige van Dirk graaf van Loon, toen deze aan den hertog van Brabant de toestemming gaf, dat diens troepen door het graafschap Loon mochten trekken.
Willem (3), die in de abdij van Hocht begraven ligt, was gehuwd met Elisabeth van Leefdael, vrouwe van Leefdael, Oirschot, Hilvarenbeek, Impden, burggravin van Brussel, dochter van Roger en Agnes van Cleef.
Zij ligt naast haar man in de kerk der abdij Hocht begraven en leefde nog in 1353.
Uit dit huwelijk:
Johan (2), die voorgaat;
Willem, kanunnik van St. Servaas te Maastricht, vermeld 1367;
Hendrik, heer van Diepenbeek, erfvoogd der stad Luik 1394, overl. vóór 1397, huwde met de dochter van Jan heer van Haneffe.
Zie: M.J. Wolters, Notice historique sur les anciens seigneurs de Steyn et de Pietersheim (Gand 1854), 133-134; Butkens, Trophées de Brabant I, 176, 457, II, 217, 221, 223; Louis de Crassier, Histoire de la Noble Abbaye Cistercienne de Sainte Agathe à Hocht in Publ. de la Soc. hist. et arch. dans le Limbourg LXII (1926), 201, 236; over Diepenbeek: Arnaud Schaepkens, Diepenbeek, avec une eau-forte in Publ. de la soc. d'archéologie dans le duché de Limbourg II (1865), 138.
Bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
www.kareldegrote.nl
Le livre des feudataires de Jean III, duc de Brabant, door Louis Galesloot 1865 pag. 228
Notice historique sur les anciens seigneurs de Steyn et de Pietersheim, M.J. Wolters. pag 133-134
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3608
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3609
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3670
Calender of the patent rolls Edward III, part III, pag.427 op http://sdrc.lib.uiowa.edu/patentrolls/e3v3/body/Edward3vol3page0427.pdf
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3711
Rijksarchief België op http://search.arch.be
Rijksarchief België op http://search.arch.be en Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3773
Limburgsche Oorkonden, deel IV, door J. Coenen 1932, nummer 3793
Zijn zoon Jan wordt in 1360 als heer van Pietersheim vermeld.