De heer van Pietersheim bezat een rente van 334 moutons d´or op het tolrecht en de inkomsten van Lenculen te Maastricht (Treit sur Meuze) van Vlijtingen en Hess, met welke rente hij leenroerig was aan de hertog van Brabant.
Huwelijkscontract tussen Godfried II Heynsberg en Philippina, dochter van hertog Willem van Gulik.
Ind wir greve van Loen, vur unsen neiven van Dalenbroych ind van sinen wegen, unse lieve maege, man ind vrunt mit namen heren Wilhelm here van Hurne ind van Altenae, heren Ludwyche heren van Randenroyde ind van Erperoide, heren Johannen heren van Petersheim, heren Arnolde heren van Rummen ind van Quaebek, heren Arnolde van Randenroyde, heren Arnolde van Eltzlo, heren Gerarde van me Steyne, heren Henriche van Petersheim, ... die sich ind yrer yeglich vur all verbunden haint ind geloyfft in guden truwen in aile der voegen as hernae beschreven volgt.
Jan, heer van Pietersheim, verheft te Stokkem de burcht en het dorp Pietersheim (castrum et villam de Pytersem cum pertinentiis suis) van Diederik, graaf van Loon, met voorbehoud dat, indien zou blijken dat deze verheffing niet nodig , die als niet gedaan zijnde zou worden beschouwd.
Jan, heer van Pietersheim, stelt zich met anderen borg voor de betaling van een zeker bedrag voor oorlogsschade door Wenceslas en Jeanne, hertog en hertogin van Brabant, aan de graaf van Loon, te weten: dieduizend oude écus vóó'r Kerstmis en de rest vóór 3 maart.
Jan van Peterschem verkoopt het burgergraafschap van Brussel aan Jan, heer van Bouckhout
Oorkonde waarbij een hypotheek wordt gevestigd op de Spoordonkse watermolen door Jan II van Petershem
Johan, Heer en Johanne, vrouwe van Pietersem, hebben aan Jan van Haren, zanger in de kerk van Sint-Servaas te Maestricht, stichter van de kapel van apostel Sint Bartholomeus en Sint Sebastiaan, martelaar in die kerk, veertien bunder, elf grote en twaalf kleine roede akkerland, gelegen te Lodenaeken, geschonken voor dotatie van twee kapelaans die ten eeuwige dagen de Heilige Mis in die kapel zouden lezen.
De jaarlijkse cijns, seven schillinghe ende drie pennynghe, worden kwijtgescholden.
Arnoul van Rummen trof in het jaar 1362 voorbereidingen te voor het in bezit nemen van het graafschap Loon en om deze zaak bij het Keizerlijk Hof na te streven. In de maand december 1362 kwam koning Karel IV naar Aix om de kerst door te brengen. Arnoul van Rummen trachtte de koning te interesseren voor zijn zaak, en op 23 december ontving hij zijn leengoederen en nobele vazallen van Loon County, namelijk Horne Heren van Diest terminal van Steyne van Elsloo van Buxtel van Haeren Pietersheim en alle andere vazallen, genaamd de Maeslant, het dorp en het hof van Vliermael de Grathem rechter nabij Loon, hof Wert, gelegen in het mayerie Montenacken van het Hof Eycke (van quercu) in de buurt Boecken Bilsen, de Wandereit rechter buurt Rothem, de koninklijke weg van de brug in de buurt van Abbey Hocht naar Maastricht naar Mount zegt Mussenbergh aan de oever van de Maas, genaamd de zogenaamde bos Hontpot Lede van Krusebruck tot Waschestat op de Maas en het bos van Lowen.
Feoda comitatus lossensis tempore domini Johannis de Erkel, relevata ab anno domini MCCCLXIIII die IX mensis augusti.
Dominus Johannes, dominus de Pietershem, relevavit Leodii, die IX mensis augusti, omnia feoda que tenebat prout ibidem concessa fuit, tenere debebat a comite lossensi; videlicet : dimidiam partem ville, dominii et jurisdictionis ville de Hilverbeke ; item XL st. gros. vet. census siti in Zutendale. Unam karratam lignorum capiendam qual. die in nemore domini lossensis dicte Lede, taliter quod si negligerit aut obmitterit eam capere, aliqua seu aliquibus diebus non possit aut debet neglecta aut obmissa in hao parte recuperare aut rehabere. Super ista relevatione et confessionibus ipsius domini de Pietershem pecijt domini leodiensis instrumentum a me Georgio suo notario. Presentibus, domino Nicholao, decano St. Lamberti Leod. Johanne de Rupeforti; reverendo domino de Scoenvorst; W. de Coer; Er. de Coersweremme; R. de Haio; E. Chabot; J. Obiert de Hoyo, militibus; W. Prist; L. de Warnans; J. De Waldoreal scab. leod. Carbealde Hollingnoule; J. De Perfontrieu; Lambérto Honseal et pluribu aliis.
Item relevavit ibidem, dictas dominus Johannes villam de Steynvorde, cum suis pertinenciis; presentibus jam dictis.
Wir johan here van Pytersheim doen kont allen luden die dese lett_en sien solen of horen lesen / dat want vurtiets besceiden lude / en_ eersame die Abdisse / ende dat Convent des Cloester van hoecht / aen die eyne p_rtie / en_ wilne gerat van Oys en_ arnot sin alste soen van der anderre p_tien / van allen gedinge / stote / ende tveste / die tusschen hoen geweist hebben in einger maniren als van den bossche geheiten op ghine Spoert die gelegen is tusschen grymbede / en_ megglen / en_ van den Eymoelre Br°eke gelegen te Grymbede achter den wyer ons geloecht / ende sich aen ons verbonden hebben / ende geloeft vaste / en_ stede ewelike en_ ommerme te + halden / ende te voldoen soe wat wir no der konden en_ der woerheit tusschen die partien secghen solden / et were ten rechte / of ter minnen / En_ want ons die p_tien ernstlich gebeden hebben dat wir wolden dar op die konde / en_ woerheit horen / en_ alsulke tveste / ende gedinge vurs_ nederleggen / ende soten / hir om ijst dat wir als gemeine vrunt in beiden syden / om beede_ wille bey~der p_tien / der~wilger gedinghe / stote / ende tveyste wir node nemen / dit secgen / en_ beclerennis aen ons genomen hebbe_ ende dar om die woerheit / konde / ende clerennis der alster / ende ouch anderre besceidenre lude die van der p_tien Rechte te secgen weissten hebben gehoert / en_ ons wale mit wisen en_ besceiden luden beroden / ende onse segghen gesacht hebben tusschen dis p_tien ende secghen overmits dese letteren in alle der maniren / en_ formen gelike dat hi no volgt . Jn den eirste is onse secghen dat die Abdisse / ende Convent des Cloesters van hoecht vurscreven erflich en_ ommerme den bossche van Spoert vurg_ soe wie die gelegen is hebben solen / ende behalden / al tot hore alder pelingen tuwe / di ons die abdisse mit horen eyde bewijst hebt ende wale becleirt / wilge alde pelinge die abdisse / ende dat Co_vent van hoecht vurscreve_ n° van nuwents overmits Richt_ ende Scepenen van Megglen hebben doen steynen / ende pelen Voert is onse secghen / dat die abdisse / en_ Convent van hoecht vurg_ ewelich / ende ommerme hebben solen / ende behalden / gans / ende temole dat bruke van Eymole vurg_ . al + tot heren coelsoeps stertken tuwe / willich stertken gelegen is tusschen den molen~wyer / ende den waghen~weych die teweirs doer dat bruke geit / willic onse secghen vurscreven die abdisse / ende Convent / ende arnot wilne gerats soen van oys vurscreve_ dar in der tgegenwordicheit stecghenden / ende vaste / ende stede oenverbrocht geloefden te halden ewelic / ende ommerme . hir over en_ aen hebben geweist eersame / ende berve lude / her johan van haren Sengher der kirken van sente Servose te Triecht / willem van Pytersheim ons br°eder Canu_nic der selver kirken / her librecht voeght van horrion Ridder / dideric van haren onse neve Reyner van Eymole / johan van Noderbruke Otte van Rennenbergh / willem Cane van Pytersheim / ende heinric van megglen Scoitith / ende die Scepenen van megglen gemeinlich getugen dar tu van beyden p_tien geheist / en_ sonderlinge_ gebeden jn getugenis der woerheit soe hebben wir johan here van Pytersheim vurscreven desen letteren onsen p_per segel aen~gehange_ Gegeven in den jore van der geboerdt ons heren dusent drie + hondert Syven ende Sestich / des vridachs no sente jocobs dach En_ want wir johan van hare_ senger / willem van Pitersheim / librecht voeght van horrion / en_ dideric va_ hare_ vurs_ ov_ dit secghen geweyst hebben / en_ dat gehoert / en_ gesien / soe hebben wir om temere steitgeit / en_ geloyve desen lett_en onse p_per segele / bi dat segel des h_en van Pytersheim vurg_ aengehange_ / Gegeve_ in den jore en_ op den dach v°rs_
1370 november 16-22.
Onder de lieden, die oorvede zweren aan de administrateur van
het aartsbisdom Keulen wegens de vete en nederlaag van Reinald
van Valkenburg zijn:
Johan van licht, Roger heer te Bicht, Hendrik van Kriekenbeke,
Dietgin van der ïïuwerstat, Walraven van Valkenburg, heer van
Born en Sittard, Godfried van Loon, heer van Heinsberg, Johan,
heer van Petersheim, Lovo (Loef ?) heer van Horn (Hurne).
Regesten EB Köln VIII p 5-7-
Petersheim (Pitershem) (Sire Jean, sire de), 7/8.
Note touchant des accords conclus entre la duchesse [Jeanne de Brabant] et les personnes après nommées au sujet de la fixation des indemnités qui leur étaient dues pour dommages subis à son service [à Bäsweiler]. Noms des personnes qui s'y trouvent citées : le seigneur de Montigny ; Pierre de Bar ; Jean d'Agimont ; Thierri de Welchenhausen ; Henri de Pierremont ; Thierri de Heemskerke ; Thierri Jehel de Virton ; Jean de Roux [Miroir ?] ; Guillaume, Nicolas et Georges [sans mention de nom patronymique] ; Henri de Bomal ; ceux de Verdun ; Jean de Marly ; Everard de Watronville ; le seigneur de Petersheim, dont la demande d'indemnité fut rejetée par la duchesse parce qu'il refusait de lui livrer Jean van Vlatten ; Jean Perler ; Gerlac de Montjardin ; le seigneur de Wittem ; Henri de Marche ; Regnier Denen ; Thierri van Hodenpijl ; Louis de Grevenmacher ; Henri, prévot de Bastogne. Sans date [Vers 1371-1372].
**Genoemde heren worden schadeloos gesteld voor de schade die zij hebben opgelopen omdat zij mee hebben gedaan aan de slag van Bäsweiler.
De vergoeding aan de de heer van Petersheim werd afgewezen door de hertogin omdat hij weigerde Jean van Vlatten aan haar uit te leveren**
(Gegeven jnt jair Ons Heeren, duust driehondert LXXII op sente Lambrechts dach). Wenceslas et Jeanne, duc et duchesse de Luxembourg, de Lotharingie, de Brabant et de Limbourg, marquis et marquise du Saint-Empire, ratifient et confirment la charte dite de Cortenberg et celle appelée de Walsche chartre [= la charte rédigée en français], dont ils interprètent quelques articles et modifient celui concernant les deux délégués d'Anvers, ville possédée depuis par le comte de Flandre [Louis II, de Maele] et la comtesse [Marguerite de Brabant], sa femme, qui seront remplacés au Conseil de Cortenberg par deux autres délégués du Marquisat d'Anvers, à nommer l'un par la ville de Lierre, l'autre par celle de Herentals. A cette charte furent appendus les sceaux suivants : de Wenceslas et Jeanne ; de leurs parents et amis : Guillaume de Flandre, comte de Namur et seigneur de l'Ecluse ; Guillaume de Namur, fils ainé du précédent ; Robert de Namur, seigneur de Beaufort et de Renaix ; Louis de Namur, seigneur de Petegem [lez-Audenarde] ; de leurs conseillers : Waleran de Fauquemont, seigneur de Born, de Sittard et de Herpen ; Thierri de Hornes, seigneur de Perwez et de Duffel , Sweder d'Abcoude, seigneur de Putte et de Gaasbeek ; Jean de Polanen, seigneur de La Lek et de Bréda; Renaud, seigneur de Schoonvorst ; Jean d'Aa, seigneur de Grimbergen et de Gruthuse ; Jean, seigneur de Boechout, burgrave de Bruxelles ; Gérard, seigneur de Vorselaar, burgrave de Jodoigne ; Jean, seigneur de Wittem ; Gérard vander Heijden, seigneur de Boutersem ; Bernard, seigneur de Bornival ; Jean Godenaert, chevaliers : Godefroid de la Tour, receveur de Brabant, écuyer ; des membres du Conseil de Cortenberg : Jean de Looz, seigneur d'Agimont, de Walhain et de Jauche ; Jean, seigneur de Rotselaar ; Jean de Heesbeen ; Arnould de Kraainem, seigneur de Grobbendonk ; des seigneurs bannerets et chevaliers du pays de Brabant : Louis de Harcourt, seigneur de Châtellerault et d'Aarschot ; Robert de Béthune, seigneur de Rumst ; Henri, seigneur de Diest ; Guillaume, seigneur de Wezemaal, maréchal de Brabant ; Jean, seigneur de Petersheim ; Godefroid, seigneur de Harduémont, de Hologne et d' Onvelp ; Henri, seigneur de Bergenop-Zoom : Jean, seigneur de Marbais ; Jean, seigneur de Sombreffe ; Alard, seigneur de Rèves Otton, seigneur de Trazegnies ; Henri, seigneur de Diepenbeek et de Lens ; Jean de Grimbergen, seigneur d'Asse ; Francon de Halen, seigneur de Lillo et de Mont-Saint-Guibert ; Rasse de Rivieren, seigneur de Neerlinter ; Florent de Stalle, seigneur de Rivieren ; Daniel de Boechout, seigneur de Hombeek et de Loenhout ; Henri de Quaderebbe, seigneur de Bierges ; Otton de Contrecoeur, seigneur d'Eijchem ; Jean, seigneur de Glimes ; Louis, seigneur de Dongelberg ; Gilbert de Grez [seigneur de Malèves] ; Arnould de Molembais [seigneur de Linsmeau] ; Arnould d'Opprebais ; Godefroid, Jean et Charles d'Immerseel, frères ; Jean de Beer ; Gauthier de Duffel ; Florent et Jacques de Duffel, frères ; Constantin de Berchem ; Jean de Ranst ; Jean de Schoonhoven, seigneur de Zundert ; Jean de Meldert; G. vander Tommen ; Jean Pijlijzer ; Jean d'Oppem ; Jean van Hamme ; Jean de Wavre ; Moreel de Rixensart ; Jean van den Bisdomme ; chevaliers ; Gauthier, seigneur d'Enghien ; Jean, seigneur de Kranendonk ; Jean, seigneur de Kuik ; Jean, seigneur de Megen ; Jean de Berlaar, seigneur de Helmond ; Jean, seigneur de Heverlee, chambellan de Brabant ; Guillaume, seigneur de Bokstel et de Wavre ; écuyers ; et des villes et franchises de Brabant: Louvain, Bruxelles, Anvers, Bois-le-Duc, Tirlemont, Léau, Nivelles, Jodoigne, Lierre, Herentals, Vilvorde, Hannut, Genappe, Halen, Tanden, Diest, Aarschot, Zichem, Berg-op-Zoom, Steenbergen et Bréda. 1372, 17 septembre. 1372-1372
Overeenkomst tussen Johan van Arkel, de bisschop van Luik en een groep edelen, waarin het Tribunaal der XXII opnieuw in werking gesteld werd. Dat was een rechtbank met soeverein beslissingsrecht, ter verdediging van iedere Luikse onderdaan tegen het onrechtmatig optreden van de bisschoppelijke ambtenaren.
Eén van de ondertekenaars was: Jehan Sire de Pitressem
Na de dood van prins-bisschop Jan van Arckel (1-7-1378), verkeerde het prinsdom Luik in een soort anarchie. Enkele Limburgers maakten hiervan gebruik om door Haspengouw te trekken met de bedoeling dit land te plunderen.
Maar de inwoners van Tongeren gingen hen gewapend te lijf en dreven hen op de vlucht. Op hun terugtocht kwamen de Tongenaren bij het kasteel van Pietersheim. Heer Jan van Pietersheim, die Brabants kapitein was in Maastricht en vreesde dat ze zijn kasteel zouden aanvallen en plunderen, trok zich terug in Maastricht om daar hulp te halen bij Eustache de Persan Rochefort, die tot bisschop van Luik gekozen was (en aangesteld door tegenpaus Clemence VII) en zich met de hertog van Brabant had verbonden en zich op dat ogenblik in Maastricht bevond.
Die stelde enkele troepen te beschikking van de heer van Pietersheim, die vervolgens naar zijn kasteel terugkeerde. Onderrtussen had zijn echtgenote de Tongenaren goed ontvangen en hun verfrissingen aangeboen om hen op die manier weg te krijgen, wat ze dan ook deden. Maar Jan haalde hen spoedig in, viel hen aan in hun achterhoede en doodde enkelen van hen.
Dat deed het volk van Luik, hiervan op de hoogte gebracht, in woede ontsteken. Een massa Luikenaren kwam het kasteel belegeren en wilde van geen vergelijk horen.
Het kasteel werd totaal verwoest.
BP 1179 (Oirschot) 1390 1394 (mrt. 1393 sec. 1393) folio 586r
Heer Jan van Petershem van Oerscot en van Beke
(zie Tongelre)
Sint-Joris-Gasthuis contra Jan van Petershem, heer van Oirschot, ter vordering van toegezegd bedrag, 1360
(1) Hij is getrouwd met Johanna van Loon-Agimont.
Zij zijn getrouwdBron 17
(2) Hij is getrouwd met Aleidis van Heers.
Zij zijn getrouwd op 10 oktober 1370.Bron 18
Kind(eren):
PETERSHE(I)M (Johan heer van) (2), heer van Stevensweert, in oorkonden vermeld 1357-72, zoon van Willem (3) en Elisabeth van Leefdael.
Hij verscheen in 1357 als getuige bij het opstellen van het huwelijkscontract tusschen Godfried II van Heinsberg en Philippina van Gulik.
In het leenregister van de leenzaal van Curingen vonden wij (aldus Wolters) een akte van 1364, (9 Aug.), door welke Jan heer van Petersheim verschillende leenen van den graaf van Loon verheft, nl. de halve heerlijkheid Hilvarenbeek, een tiende te Zutendale, het dorp Steynvorde, met zijn ap- en dependentiën.
Den 28. Juli 1367 was hij scheidsman tusschen de abdis van Hocht en Gerard heer van Oys en diens zoon Arnold, die meenden recht te hebben op het bosch opgen Spoert, gelegen tusschen Opgrimby en Mechelen, en een stuk boschgrond genaamd Eymoelrebruche, gelegen te Grimby achter den vijver.
In 1371 nam hij aan de zijde van den hertog van Brabant deel aan den slag van Baeswiler en in 1372 was hij tegenwoordig bij de samenkomst te Cortenberge.
Hij was ook heer van Leefdael en Oirschot. Hij huwde in 1370 met Aleidis van Heers, vrouwe van Spalbeek, die hem zes kinderen schonk:
Willem (4) (die volgt);
Gerard, heer van Steyn, huwde Maria van Diest;
Johan (3) (die volgt);
Roger, heer van Leefdael, overl. in 1443, huwde Johanna van Stalle, vrouwe van Beersel en later Johanna van Hamal;
Elisabeth, vrouwe van Stevensweert en Spalbeeck (1417, overl. vóór 1452, huwde 1391 Hubert van Culenborg, heer van Boxmeer, zoon van Peter en Johanna van Meer, erfgename van Boxmeer;
Oda, huwde Gerard heer van Waenrode en Binkum.
Zie: M.J. Wolters, Notice historique sur les anciens seigneurs de Steyn et Pietersheim (Gand 1854), 135-138; Louis de Crassier, Histoire de la Noble Abbaye Cistercienne de Sainte Agathe à Hocht in Publ. de la soc. hist. et arch. dans le Limbourg LXII (1926), 229, 236.
Bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
Jan II van Petershem | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1370 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Aleidis van Heers | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Artikel "De heren van Pietersheim (12de-15de eeuw)" in Tijdschrift Limburg, Jaargang 72, 1993, pag. 27, door J. Brouwers
Artikel "De heren van Pietersheim (12de-15de eeuw)" in Tijdschrift Limburg, Jaargang 72, 1993, pag. 29, door J. Brouwers
Codex diplomaticus Lossensis ou Recueil et analyse de chartes servant de preuves à l'histoire de l'ancien comté de Looz (1849) door M.J. Wolters, pag. 332-338
Artikel "De heren van Pietersheim (12de-15de eeuw)" in Tijdschrift Limburg, Jaargang 72, 1993, pag. 27, door J. Brouwers en Trophées tant sacrés que profanes du duché de Brabant, volume 2, door Chr. Butkens, 1721, pag. 217
www.archieven.nl
Artikel "De heren van Pietersheim (12de-15de eeuw)" in Tijdschrift Limburg, Jaargang 72, 1993, pag. 28, door J. Brouwers en Inventaire chronologique des chartes et documents de l´eglise de St Servais à Maestricht door M. Willemsen in Publications de la Société historique et archéologique dans le Limbourg, volume 4. 1867, blz. 211-212
Histoire de la bonne ville, de l'église et des comtes de Looz, suivie de biographies lossaines, 1864, door Joseph Daris, blz. 557
Notice historique sur les anciens seigneurs de Steyn et de Pietersheim, M.J. Wolters. pag 135
Corpus van Reenen/Mulder op http://www.diachronie.nl/corpora/crm14/oorkonde/Q088a36701
http://www.roermond.nl/Gemeentearchief
Annales de la société d'Archéolgie de Bruxelles, vol 17, blz. 271
Rijksarchief België op http://search.arch.be
Recueil Contenant les Edits et Reglemens, deel II, 1750, door Bauduin Hodin, pag. 145
Artikel "De heren van Pietersheim (12de-15de eeuw)" in Tijdschrift Limburg, Jaargang 72, 1993, pag. 29-30, door J. Brouwers en Les délices du Païs de Liége, ou Description géographique, topographique et chorographique des monumens sacrés et profanes de cet évêché-principauté, 1744, door P.L. de Saumery, Tome IV, Deel I, blz. 117-118 en Notice historique sur les anciens seigneurs de Steyn et de Pietersheim, 1854, door M.J. Wolters, blz. 136-137
Bossche Protocollen Oirschot op http://geneaknowhow.net/script/dewit/oirschot-start.htm
Aktes echtgenote
Tony Waegeman (KGOSSU)
Le Beffroi: Arts heraldique archeologie, Volume 1, 1863 door Gailliard. pag. 43