- ook geschreven Maarten van Rossum
- ritmeester, legermaarschalk vanaf 1524 van de hertogen van Gelre
- stadhouder van Friesland 1518-1519; stadhouder van Luxembourg 1553-1555
info:
Hij was een Gelderse legeraanvoerder, die buiten zijn vaderland zeer werd gevreesd voor de nietsontziende manier waarop hij oorlog voerde. In een lange carrière bracht hij zijn lijfspreuk "Blaken en branden is het sieraad van de oorlog" veelvuldig in de praktijk. Zijn manier van oorlog voeren is goed te vergelijken met die van zijn Italiaanse collega's de condottieri, en kenmerkte zich door guerrilla-achtige tactieken, waarbij de burgerbevolking nog minder werd ontzien dan in zijn tijd gewoon was.
Gedurende dertig jaar diende hij de belangen van de Gelderse hertogen Karel van Gelre en diens opvolger Willem V van Kleef in hun strijd om de onafhankelijkheid van het hertogdom Gelre veilig te stellen tegen de Habsburgse Nederlanden van keizer Karel V. Van Rossum bracht een lange lijst van wapenfeiten op zijn naam, waaronder de verovering van Arnhem en Rhenen door het toepassen van krijgslisten, plundertochten in Holland, de verovering van Utrecht in 1527, zijn opzienbarende aanval op Den Haag in 1528 en zijn veldtocht tegen Brabant (1542-43). Na de ondergang van het hertogdom Gelre vocht hij de laatste jaren van zijn leven in dienst van zijn oude vijand keizer Karel V tegen Frankrijk.
In het voorjaar van 1555 raakte hij besmet met waarschijnlijk pest of tyfus bij Charlemont en werd overgebracht naar Antwerpen, waar hij overleed. In 1543 kocht hij een ruïne bij Vaassen, waarop hij de Cannenburgh bouwde. Het kasteel groeide later uit tot één van de grootste bezienswaardigheden in de omgeving met groots aangelegde tuinen. Toen hij stierf kwam het kasteel via zijn zuster Margaretha in handen van de familie van Isendoorn.
Bij de foto Maarten van Rossum: dit is een detail van een schilderij in de Cannenburgh. Het is een replica, geschilderd in de 18e eeuw, van een origineel schilderij van ca. 1550.
Wapenalbum Bommelerwaard [P.v.d.Zalm: 2007].
Nr. ross/ 2476. ROSSEM, MAARTEN VAN; ridder, heer van Wadesteijn en Poederoijen, heer van Lathum en Baer, pandheer van Hulhuysen en Bredevoort, heer van half Meynerswijck, maarschalk van Gelderland, stadhouder van Luxemburg en diplomaat.
= Wapen: in zilver, drie vogels (papegaaien) van keel, twee en één geplaatst; het helmteken: een manshoofd, met ezelsoren
van zilver (de hier opgenomen prent: Maarten van Rossem; een houtsnede uit ca.1545, door mogelijk Cornelis Anthonisz.).
= Bron: Maarten werd in 1478 geboren, vermoedelijk te Zaltbommel als tweede zoon van Johan van Rossem, heer van Rossum en Johanna van Hemert vrouwe van Poederoyen. Zijn oudere broer Johan, volgde zijn vader op, onder andere als heer van Rossum. In de vesting Charlemont, in 1555, werd Maarten getroffen door de daar heersende pestepidemie. Hij overleed op Pinksterdag, 7 juni 1555. Maarten bleef ongehuwd, maar had zeker een natuurlijke dochter. Hij werd te Rossem begraven en een tombe op zijn graf opgericht, die echter bij de Beeldenstorm is verwoest, terwijl zijn beenderen in 1599 naar de St. Janskerk, te ’s-Hertogenbosch zijn overgebracht. De vroegst bekende naam uit het geslacht Van Rossem is Arnold van Rothem, geboren in het laatste deel van de
11e eeuw en gehuwd met Aleyda van Cuyck. Hij werd vermoord in 1133.
Zijn wapen was: in zilver drie vogels van keel. Later werden dit papegaaien..! In 1291 wordt over dit wapen als volgt bericht: “Arme, drei rode papegaye, twee boven en één beneden in een wit velt” (zie: “Tussen Bommel en Creveceur”, door P.C. van Wijk, De Toren de dato 16 maart 1989). Maarten verwierf in 1543 het kasteel Cannenburch. Hij liet er het nodige aan verbouwen. Nu nog zijn in dit kasteel een aantal heraldisch interessante zaken te bezichtigen. In 1558 kwam Cannenburch, een aantal jaren na het overlijden van Maarten dus, in handen van het geslacht Van Isendoorn, doordat Johan van Isendoorn, voor 1523 met Margaretha
van Rossem was gehuwd. Johan van Rossem overleed al voor 1545 en Margaretha in 1559. De verwevenheid van beide geslachten, maar ook dat van “De Cock” met het châttillonwapen komt in de hierbij opgenomen geschilderde kwartierstaat van Elbert van Isendoorn a Blois (1601-1680) tot uitdrukking. De naam “Van Isendoorn”, die ruim drie eeuwen aan de Cannenburch verbonden is gebleven, vindt zijn oorsprong in het Betuwse plaatsje IJzendoorn, even ten oosten van Tiel. Als stamvader van de familie geldt heer Rudolf de Cock, ridder, wiens gelijknamige zoon in 1265 het kasteel Waardenburg stichtte en zich na grondaankopen in 1281 ook heer van Isendoorn mocht noemen. Zo ben ik - na een genealogische omzwering - toch weer in de buurt van de Bommelerwaard terecht gekomen. In de huiskapel van het kasteel, op de eerste verdieping, zijn twee 18e eeuwse rouwborden te bezichtigen. Een bord toont als hoofdwapen dat van “De Cock van Delwijnen”, namelijk het châtillonwapen, met rechts in het schildhoofd een zespuntige ster. Tevens zijn er zestien kwartierwapens bij opgenomen. Het andere toont het wapen “Van Haeften”: het châtillonwapen, met in het schildhoofd een barensteel met drie hangers. De rouwborden blijken afkomstig te zijn uit de NH-kerk te Ophemert..! Over Maarten, als beroemd lid van het geslacht “Van Rossem, tot slot, is veel bekend en geschreven, dus laat ik het hierbij. Toch hier een portret van hem, dat eveneens in Cannenburch te bezichtigen is. Zie onder andere: “Maarten van Rossem, de glorieuze Geldersche legeraanvoerder”, door dr. J.C. van der Does (Kemink en Zn.-Utrecht); “Het slot te Rossum”, door A.F. van Goelst Meijer; A.P. van Schilfgaarde “Het adellijke geslacht Van Rossem” in de NL.1953 en R. van Luttervelt, “De portretten van Maarten van Rossem”, in de BMG.LVIII, 1959.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Maarten van Rossem | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.