Hij is getrouwd met Oeda van Zuijlen van Nijevelt.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
- heer to Broickhuijsen...
Wapenalbum Bommelerwaard [P.v.d.Zalm: 2007].
Nr. ross/ 2473. ROSSEM, JOHAN VAN; ridder, heer van Rossum, Poederoyen, Meynerswijck (beleend in 1555), Oye, Engelenburg en Broeckhuizen (1552); in de Ridderschap van de Bommelerwaard (1536); raad van de hertog Karel van Gelre (1537); gedeputeerde uit de Ridderschap van Nijmegen (1543); in 1555 en 1565 op de Riddercedulen van Nijmegen.
= Wapen: drie stappende vogels met een lange kromme bovensnavel, met de kop en een lange staart naar beneden gericht, twee en één geplaatst; het helmteken: op een aanziende traliehelm met wrong, een aanziend gesteld manshoofd met hals en schouders, pagehaar en baard, getopt met twee zeer smalle en lange oren, schuin omhoog gericht; de schildhouders: rechts: een (hardlopende?) wildeman met de linkerhand aan de helm en de rechterhand geplaatst op een naar links gerichte knots; links: een wildevrouw met de rechterhand aan de helm en de linker voor haar kruis; op een lint zijn naam (een fraai zegel; beschrijving van Muschart). Op 14 november 1551 zegelde Johan met hetzelfde wapen en dezelfde schildhouders, maar het helmteken is hier de papegaai van het schild (zegel in groene was; de NL.1893, nr.2, pg.12). In het archief van het Kapittel van Heusden (toegangsnr. 243, inv.5 en 6; regestnr. 409-410; RAB): twee beschadigde zegels, waarvan het wapen, de drie vogels, nog zichtbaar is; de wapenvoerder: Johan van Rossem, leenheer, de dato 12 april 1559. Het familiewapen van zijn echtgenote (Van Zuylen van Nyevelt): in zilver, drie zuilen/bemmels van keel, twee en één geplaatst; het helmteken: een van keel getongde hermelijnen drakenkop en hals (de HB.1873, pg.30).
= Bron: Johan van Rossem zegelde als heer “to Broickhuysen” met genoemd wapen op 29 februari 1552 (nb. in 1539 maakte hij een verdrag met de erfgenamen van Dirck van Brakel over de heerlijkheid Broeckhuysen). Zie: de aantekeningen van Muschart met betrekking tot het OA. Nederhemert; RAG. Hij was een zoon van Johan van Rossem, heer van Rossum, en Johanna van Hemert, vrouwe van Poederoyen. Johan huwde joffr. Oeda van Zuylen van Nyveldt, vrouwe van Nyvelt en Broeckhuysen (beleend na de dood van haar broer), dochter van Steven van Zuylen van Nyvelt, ridder en heer van Nyvelt, Geeresteyn en Hoevelaken, en Walrave van Broeckhuysen. Oeda overleed in 1545. In het Necrologium van de St. Maartenskerk, te Zaltbommel (1312-1569) staat vermeld: “nota AD.1537 15 Mey heeft de milddadige Joffer Oyda de Zuylen de Nyevelt, gemalin en wettige echtgenote van de
Edelman Johannes de Rossem, Heer van Broickhuysen, van Rossem, etc. ons Kapittel nog bij haar leven voor haar eeuwige memorie gegeven …” (pg.76 voorzijde, 2e kolom). Johan was en actief man; zo fundeerde hij onder andere in 1566 het Mannenhuys te Rossum en schonk hij in 1563 goed aan de armen aldaar. Johan overleed te Zaltbommel in 1568 en werd te Rossum begraven. Het echtpaar kreeg elf kinderen:
1. Johan, heer van Broeckhuysen, huwde Anna vrijvrouwe van Schwarzenburch;
2. Steven, heer van Nyvelt
3. Maerten, heer van Meynerswijck, huwde Anna van Malsen;
4. Joanna, huwde Derck van Dorth, heer van Dorth;
5. Anna, huwde 1e. Frederik van Reede en 2e. Jan van den Boetselaer;
6. Francisca, abdis te Hennep;
7. Stephania, abdis te Rijnsburg;
8. Walravine, huwde Ghendrik van Rechteren, heer van Almelo;
9. Petronella, non te Leeuwenhorst;
10. Margrieta, non te Hennep
11. Oda van Rossem.
Zie: de HB.1908, pg.507-509. In de kerk van Nieuwkuik (bij Drunen) hingen vroeger de wapens met acht kwartieren van Oda van Rossem, overleden op 18 juli 1638 en Josina van Rossem, overleden op 6 maart 1647, beiden ‘joffers te Rijnsburg”; de kwartieren
zijn: Rossem, Zuylen van Nyvelt, Van Hemert; Broeckhuysen; Malsen; Blaesvelt; Haestrecht; Ruygrock van de Werve. Onder de abdissen van Rijnsburg wordt genoemd: “Vrou Stevine van Rossum uyt Ghelderlant, dochter van heer Jan van Rossum (heer Maarten van Rossums broeder) heer van Poderoyen en van vrou Oda erfdochter van Brouckhuysen (Sy was de leste die in dabdye woonde, also die gheduerende haer regeering verdestrueert wert, ende sy sterf te Leyden 27. dec.1603, seer out synde; so men segt bij de honderd jaren)”. Zij werd met grote plechtigheid begraven in de abdijkerk, met op een prachtige zerk de kwartieren: Rossum; Hemert; Groesbeek; Herlaer en Nievelt; Broeckhuysen; Montfoort; Groesbeek.
Zie: de NAV.1864, pg.185.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Johan van Rossem | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Oeda van Zuijlen van Nijevelt | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.