stamboomtak 7-2-1-8
Albertus Jan van den Pol Geboren 11-08-1917
Gestorven 20-11-1944
Ab heeft nog vier jaar de ware liefde genoten van zijn moeder Aaltje Looijen. Hij was even groot als zijn broer Jaap en zij hebben jaren lang ’s zondags met een hetzelfde matrozen pakje gelopen, de een ’s morgens en de ander ’s middags.
Op school was hij een goede leerling. Met een schoolreisje brak hij een arm die weer genas. De schoolplicht duurde tot twaalf jaar en daarna was er werk zat op de boerderij de “Smidspol”. Zijn vader had ondertussen een flinke boomgaard aangelegd bijgestaan door G. J. Scheffel die tuinman was op huize Voorst en woonde in het tuinhuis op Hoogstraten.
Ab was gespecialiseerd in snoeien en enten van appel, peren, pruimen en bessenstruiken.
Later volgde hij de landbouw cursus die hij met zeer veel vrucht volgde. Hier waren zijn vrienden Gerrit Waaijenberg en Eib van de Langeheen.
Op een zondag avond kwamen ze uit de kerk lopen Gradus Top kreeg verkering met Barta en kon op de terugweg zijn fiets wel missen. Dus mocht Ab tussenstang wel vooruit fietsen. Maar bij het middelste postje raakte hij een zandhoopje en viel met de fiets om met als gevolg dat hij zijn arm brak. Dokter Miedema kon de arm wel zetten.
In 1933 is het een keer gebeurd dat het hooi zo hard broeide dat het hooi uit de berg gezet moest worden. Op een maandagmiddag bleek het echt nodig te wezen, en zo werd de buurt opgetrommeld en voor elk “laan” van de berg een mijt hooi neergezet. Het hooi was zo heet dat het blad van de heg verschroeide. Ab was inmiddels bijna 16 jaar en hielp dapper mee boven op een hooi mijt maar op een keer viel hij er af en brak zijn arm.
Op koninginnedag dronk hij met zijn vrienden wel eens een borreltje maar hij kon er slecht tegen.
In het schaatsen had hij veel plezier maar had moeite met zijn schoenen. Hij probeerde de ijzeren schaatsen onder zijn klompen te schroeven maar dat ging ook niet. Daarom hield hij gewoon de schoenen en kreeg hij last van zijn voeten. Met schaatsenen koninginnedag had hij veel plezier met Leida van Drie, maar ze was hervormd….
In 1937 en 1938 ging zijn oudere broer Jan twee winters werken bij Gert-Jan van Harten, en toen werd Ab de bouwmeester en deed zodoende alle paardenwerk. Evenals zijn grootvader Lubbert had Ab ook altijd een kooi met een kanarie in de keuken hangen.
‘s maandag ‘s morgens als de andere naar de markt gingen, bouwde hij samen met Evert van de Kamp een volière op. Hij beleefde veel plezier van zijn vogels.
Toen jan en Heintje in het voorjaar van 1939 trouwden kregen Ab en Hanna verkering.
Met thuis inmiddels veertien kinderen was er weinig kans boer te worden als je geen rijke schoonouders had.
In september 1939 was er mobilisatie en moest Lubbert meteen in dienst “opkomen”. En zo werd Ab bouwmeester op klein Hell tot juni 1940. Ab had het heel best naar zijn zin op klein Hell.
Onder de bezetting van de moffen kon hij fel reageren. Op een keer was er een vliegtuig in de polder gevallen en waren er drie Duitse weermachtsoldaten bij ons ingekwartierd genaamd Jan, Hennis en Johannes. De doopnaam van alle drie was Johannes.
Ab moest met de oude Bruin het vliegtuig naar de weg toe trekken. Wat hij graag geweigerd had maar vader wist hem over te halen dat als hij het niet gewillig deed dat ze hem zeker zouden dwingen.
Ook bij de jonge boeren was hij actief in het bestuur van de CJBTB(“Houd moedt” te Nijkerk). Voorzitter G. J. Scheffel en secretaris Piet Torsius. Het bondslied van de CJBTB had hij op de kastdeur op de keet met punaise vastgepind en zong het uit volle borst. Ook legde hij voor de jonge boeren een maïsproefveld op de Ooievaar aan.
De paarden waren z’n lust en z’n leven.
De bruine merrie Beldota geboren 1937 die van af 1941 negen veulens bracht. Ieder jaar weer een. De eerste en de laatste waren een hengst en de andere allemaal merrie’s.
De zwarte merrie Calenda geboren 1938 bracht in1942 en 1943 een hengst veulen de eerste noemde hij Gradus en de tweede Hector.
Op eerste paasdag 1943 deden Ab, Willem en Aalt alle drie belijdenis in de kerk met de preek van dominee P. H. Pelikaan. Ab had veel moeite om tot deze beslissing te komen. Maar kon toch met volledige overgave deze beslissing nemen. In deze dienst waren 72 catechisanten.
In de nacht van 30 september op 1 oktober 1944 was er een aanslag van het ondergrondse op een Duitse legerauto waar 4 officieren inzaten. Dat verhaal is genoeg beschreven.
De meeste van ons gingen naar de kerk in Nijkerk. Ook Ab en Aalt. Aalt ging met Barta mee de andere kant op.
Alle kerkgangers werden gewaarschuwd bij de “Schetter” door Jan van het Veld om toch vooral niet langs de “Salentijn” tegaan, want daar pakten de Duitsers iedereen op. Dus ging men over de Berenkamp naar huis. Maar Hanna had haar fiets bij van Corler staan en liep vanaf de Berenkamp door het land naar haar fiets. Dat was zichtbaar vanaf de Salentijn en zo werden er twee Duitsers gestuurd om haar op te halen in een motor met zijspan. Ab zag dat en ging ernaar toe en werd zodoende ook meegenomen. Het razzia verhaal is verder bekend. Toen vader hoorde dat er sommige uit de trein gesprongen waren rekende hij er vast op dat Ab dat zeker aan zou durven, maar Ab heeft waarschijnlijk in een coupé gezeten waar het niet mogelijk was.
Verder hebben we van Jaap van Wincoop gehoord dat hij na 50 dagen in Ladelund bij de Deense grens in de paardenstal van het kamp overleden is.
Na de oorlog kon vader z’n horloge met kast en ketting waarin het mollenvelletje nog in aanwezig was in ontvangst nemen.
Ben van den Pol, 21-3-2011
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.