Uit: DNL-1895-jg.13;
Het is wel opmerkelijk dat (het 5e kind) Maria van Mr. Adriaan Stalpert v. d. W. & Eva van Mierop huwde met van (Rutgers Joostensz) van Ylem, die naderhand heer werd van Rosenburg (in 1638 door zijn schoonvader (Adriaen Svd W.) aangekocht).
Diens zoon Adriaan v. Ylem x Marg. van Diemen, verkoopt Rosenburg in 1654 (?) aan Mr. Pieter de Wit, behoorende tot het Leidsche geslacht van dien naam, dat zich later in Frankrijk vestigde en waarvan o.a. op literarisch gebied Mad. de Witt — Guizot (Guyot) zich naam heeft verworven.
Adriaan van Ylem , heere van de Ketel , Rosenburg , en Spalant , die ten wyve hadt Margareta van Diemcn , welke als testamentaire voogdesse van hare kinderen het huis te Rosenburg , met alle de landeryen daar toe behorende , in den jare 1634 aan Mr. Pieter de Wit verkocht heeft.
Hof van Holland: Civiele sententies, Naam: Stalpert
Periode: 1409 - 1810
Naam Stalpert
Omschrijving Nakomelingen van Adriaen Stalpert van der Wiele en Aefje of Eva Vincents, dochter van Vincent Cornelisse, Rekenmeester van Holland. Families de Witte, v. Ylem, Cloetingh.
Rechten op Nalatenschappen, genealogieën
Jaar 1689
Sententienummer 117
Bronverwijzing Nummer toegang: 3.03.01.01, inventarisnummer: 841, (117)
---
Rutgert van Ylem contra Jacoba Sebilla Snels wede wijlen Adriaen van Ylem soo sy procedeert, gedaegde.
25A. Tymanswoning met 24 morgen land en 2 kampen land, elk groot 5 morgen in het ambacht van Ruyven.
10-4-1593: Adriaen van Ylen Rutgersz. namens de erfgenamen van Jacob, heer van Cabau, n.l. de kinderen en kleinkinderen van diens zusters Margaretha, Eva, Maddelena en Martha, behoudens de lijftocht van diens echtgenote, volgens octrooi d.d. 6-12-1581 en diens testament op 3-3-1593 gepasseerd voor notaris Pieter van Capella, meester Anthonis Schenckels, doctor en meester Jan Qwartelaar, chirurgijn; Jacob Wittensz. en zijn zuster, gehuwd met Arnt Bol hebben reeds 4900 gulden uit de erfenis ontvangen (L.H. 138, fol. 122).
ORA Wassenaar (transcriptie HJ van der Waag) inv no 7: 225v. 25-9-1613. Jacob Jacobsz. Hillenaar verkoopt Adriaan van Ylen licentaat in de beide rechten, heer van de Kethel, Rosenburch en Spaland 3 hond 24 roe land, belend NW heer Willemslaan c.s., NO Stalpaarts hout, ZO de verkoper en ZW de Horstlaan. ORA Wassenaar (transcriptie HJ van der Waag) inv no 7: 226. 25-9-1613. Volgt schuldbrief van 450 gulden met hypotheek op het gekochte.
Rechterlijk Archief Voorschoten, inv.5
nr.102. 26-04-1629. Cornelis Dirkszn. van Grootelande nts(notaris) te Leiden als procuratie hebbende van Adriaan van Ylem wonende op Rosenburgh welk heeft ontvangen van Constantinus Magnus te Leiden 5000 gld waarvoor hij bekend schuldig te zijn een losrente van 250 gld per jr met hypotheek op de woning genaamd Rosenburgh met een bouwhuis en 26 morgen land in gebruik bij Gerrit Pieterszn. Stobbe onder Voorschoten, belend aan de ene zijde O de laan lopende van de melkbocht tot aan Stalperts-hout en aan de andere zijde W Jan Pieterszn. strekkende uitten zuiden van de Voorweg en NW op tot aan Stalperts-hout.
Uit: LEENKAMERS VAN DE GRAVEN VAN BLOIS, 1282-1650
196. CABAUW
196. Het dorp Cabauw met heerlijkheid hoog en laag en tiende.
10-12-1394: Jan de bastaard van Blois, neef van Gwijde van Châtillon, die houdt van Holland, in ruil voor 100 franse franken voor zijn leven, eventueel te komen aan de leenheer, 2 fol. 53 en fol.59, LRK 52 fol. 157v nr. 675.
19-2-1395: Jan de bastaard, bevestigd door de graaf, LRK 52 fol. 157v nr. 676.
11-6-1398: Jan de bastaard van Blois, LRK 109 fol. 27.
5-12-1436: Lodewijk van Treslong bij dode van heer Jan de bastaard van Blois, zijn vader, LRK 114 fol. 52v.
6-8-1447: Heer Jan van Blois, geestelijke, bij opdracht door Lodewijk van Treslong, zijn broer, op die te komen, LRK 116 c. Zd.-Holland fol. 2v-3.
7-11-1463: Lodewijk van Treslong, raad en ridder, bij dode van heer Jan van Blois, kanunnik van Oudmunster te Utrecht, zijn broer, LRK 117 c. Nd.-Holland fol. 20.
28-2-1466: Gijsbert van Hemert bij overdracht door Lodewijk van Treslong, LRK 117 c. Nd.-Holland fol. 24v.
21-12-1498: Belast voor Jan en Daniel van Zijl metf 47.- rijns door Gijsbert van Hemert ook op Nederslingeland, LRK 122 c. Zd.-Holland fol. 11v-12v.
23-8-1505: Jan van Zijl, wonend in een huis in de Leeuwerikstraat in Oudewater, en Daniel, zijn broer, te Oudewater zijn gelost door Steven van Ruitenberg en omdat hun akte ontvreemd was door Jan Jorisz., hun neef, stelt hij zijn huis als zekerheid, LRK 122 c. Zd.-Holland fol. 47.
10-11-1501: Jan van Hemert bij dode van Gijsbert, zijn vader, LRK 122 c. Zd.-Holland fol. 23.
10-4-1504: Steven van Ruitenberg bij overdracht door Jan van Hemert, LRJS 122 c. Zd.-Holland fol. 40v.
13-2-1524: Johan van Ruitenberg bij dode van Steven van Ruitenberg Adolfsz., zijn vader, LRK124 c. Sticht fol. 19.
30-8-1530: Mr. Vincent Cornelisz., raad en eerste meester van de rekeningen van den Haag, bij overdracht door Johan van Ruitenberg, nadat deze 26-8-1530 een rente van 60 gouden karolusguldens voor Vincent had gevestigd, geroyeerd 24-7-1535, LRK 125 c. Sticht fol. 3v-5.
6-10-1550: Jacob Vincentsz. van Cabauw bij dode van mr. Vincent, raad en tresorier van de domeinen en financiën van herwaartsover, LRK 127 c. Sticht fol. 9.
13-5-1560: Sebastiaen van den Ketel bij dode van zijn vader Heyman van den Ketel (L.H.129, cap. N.H., fol. 10v).
15-7-1567: Jan Heymansz. van den Ketel, ambachtsheer van ‘s-Gravenambacht, bij dode van zijn broer Sebastiaen van den Ketel (L.H. 131, cap. N.H., fol. 23).
28-5-1570: Heer Cornelis van Mijerop, domproost te Utrecht, bij dode van zijn neef Jan Heymansz. van den Ketel, hulde door meester Witte Wittensz., raad in het Hof van Holland, hiertoe d.d. 27-5-1570 gemachtigd (L.H. 131, cap. N.H., fol. 58).
3-8-1573: Meester Jacob van Cabau bij dode van zijn broer meester Cornelis van Mijerop, domproost te Utrecht (L.H. 132, cap. N.H., fol. 7v).
7-12-1592: Jacob, heer van Cabau, tocht zijn vrouw jonkvrouwe Catherina d’Oosterlinor (L.H. 135, fol. 113v).
10-4-1593: Adriaen van Ylen Rutgertsz. namens de erfgenamen van Jacob van Mierop, heer van Cabau, zijnde de kinderen en kleinkinderen van diens zuster Margaretha, Eva, Maddelena en Martha, volgens diens testament d.d. 3-3-1593 en behoudens de lijftocht, volgens octrooi d.d. 6-12-1581, van diens weduwe en volgens procuratie d.d. 5-4-1593 verleend door meester Jan Stalpert, Cornelis van Bleyenburch, jonkheer Jan van der Mijle namens zijn vrouw, Philips van Gindertalen en meester Quirijn Jacob Wittensz. (L.H. 138, fol. 122-130).
9-7-1609: Cornelis Theeusz., LRK 194 fol. 79v.
11-7-1633: Willem Theus bij dode van Cornelis, zijn vader, LRK 146 c. Nd.-Holland fol. 64v.
4-3-1636: Cornelis van Teilingen voor Berta Theus van Cabauw, zijn vrouw, bij dode van Willem, haar vader, LRK 147 c. Nd.-Holland fol. 43.
8-11-1645: Cornelis Nobelaar voor Berta Theus, zijn vrouw, bij dode van haar eerste man, LRK 107 c. Nd.-Holland fol. 43v.
128C. 3 morgen land buiten de zeedijk tussen Schiedamme en de Polre in 18 morgen, belend ten oosten: heer Heinric van Spierincxhouck, priester, ten westen: de abt van Egmonde, ten noorden: de zeedijk en ten zuiden: de Maze. 21-11-1497: Pieter Veenlant Jacobsz. na overdracht door Jan van Spierincxhouck (D, fol. 72v).
12-4-1593: Adriaen van IJlem Rutgertsz. ten behoeve van de erfgenamen van Jacob, heer van Cabau, n.l. van de kinderen en kindskinderen van diens zusters Margareta, Eva, Magdalena en Martha (H, fol. 77).
Het leen 128C is gesplitst in 128E en 128F.
bron:REPERTORIUM OP DE GRAFELIJKE LENEN TE DELFT, 1268-1648, door C. Hoek
Eerder gepubliceerd in ‘Ons Voorgeslacht’, jrg. 39 (1984), een uitgave van de
Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie.
- nr.5A. De helft van het huis Sint Hieronimus binnen de stad Delff, gemeen met de erfgenamen van jonkvrouwe Cornelia Stalperts van der Wiele, en de collatie van 2 van de 6 vicarieën van Sint Hieronimusdale aldaar, waarbij 27 morgen 4 hond land behoort,gelegen in 83 morgen 75 roede.
22-8-1625: Adriaen van Ylem, hulde door Pieter van Groenewege, notaris in den Hage, volgens procuratie d.d. 19-6-1625, bij dode van zijn moeder jonkvrouwe Maria Stalperts van der Wiele volgens haar testament met haar man Rutgert van Ylem Joostenz.,advocaat, verleden op 2-4-1606 en schenking inter vivos door haar, geassisteerd door haar cousijn Wilhelm Brasser, op 15-7-1615 ten overstaan van doctor Ewaldus Schrevelsz. en Cornelis Jacobsz. van Wouw, schepenen in den Haghe. Zij bezat het leen als erfgename van haar oom Jacob van Mierop, heer van Cabau, na scheiding op 23-1-1612 met de andere erfgenamen van jonkvrouwe Eva van Mierop Vincentsdochter en na uitspraak door het Hof van Hollandt op 27-4-1623, 25-5-1623 en 31-12-1623 tussen Adriaen van Ylem en François de Witte, Wilhelmina Cleuting namens haar moeder Maria de Witte, Michiel van der Eems namens zijn vader Adriaen Michielsz. van der Eems, allen kleinkinderen van jonkvrouwe Cornelia Stalperts (L.H.144, cap. N.H., fol. 54).
10-12-1632: Rutgert van Ylem, onmondig, mede namens zijn broers, zusters en halfzuster, hulde door Franchois de Witte, bij dode van zijn vader Adriaen van Ylem, ambachtsheer van de Ketel, volgens octrooi d.d. 16-9-1620, testament verleden op 10-7-1630 voor notaris C. Vosmer te ’s-Gravenhage en huwelijkse voorwaarden d.d. 10-12-1628 met jonkvrouwe Margareta van Diemen. Hierin bepaalt dezedat zijn voorzoon Cornelis van Ylem, broer van Maria van Ylem, slechts zijn legitieme portie zal krijgen, de kinderen bij zijn laatste huisvrouw krijgen samen 12000 gulden, zijn zoons erven al zijn boeken, hij legateert aan meester Adriaen van der Goes, advocaat voor het Hof van Hollandt, en Franchois de Witte een zilveren schaal ter waarde van 50 gulden (L.H. 146, cap. N.H., fol. 40).
22-3-1639: Rutgert van Ylem doet zelf hulde (L.H. 146, cap. N.H., fol. 40v).
REPERTORIUM OP DE GRAFELIJKE LENEN TE DELFT, 1268-1648; door C. Hoek
Eerder gepubliceerd in ‘Ons Voorgeslacht’, jrg. 39 (1984), een uitgave van de Zuidhollandse Vereniging voor Genealogie
- nr.5A. De helft van het huis Sint Hieronimus binnen de stad Delff, gemeen met de erfgenamen van jonkvrouwe Cornelia Stalperts van der Wiele, en de collatie van 2 van de 6 vicarieën van Sint Hieronimusdale aldaar, waarbij 27 morgen 4 hond land behoort,gelegen in 83 morgen 75 roede.
22-8-1625: Adriaen van Ylem, hulde door Pieter van Groenewege, notaris in den Hage, volgens procuratie d.d. 19-6-1625, bij dode van zijn moeder jonkvrouwe Maria Stalperts van der Wiele volgens haar testament met haar man Rutgert van Ylem Joostenz.,advocaat, verleden op 2-4-1606 en schenking inter vivos door haar, geassisteerd door haar cousijn Wilhelm Brasser, op 15-7-1615 ten overstaan van doctor Ewaldus Schrevelsz. en Cornelis Jacobsz. van Wouw, schepenen in den Haghe. Zij bezat het leen als erfgename van haar oom Jacob van Mierop, heer van Cabau, na scheiding op 23-1-1612 met de andere erfgenamen van jonkvrouwe Eva van Mierop Vincentsdochter en na uitspraak door het Hof van Hollandt op 27-4-1623, 25-5-1623 en 31-12-1623 tussen Adriaen van Ylem en François de Witte, Wilhelmina Cleuting namens haar moeder Maria de Witte, Michiel van der Eems namens zijn vader Adriaen Michielsz. van der Eems, allen kleinkinderen van jonkvrouwe Cornelia Stalperts (L.H.144, cap. N.H., fol. 54).
10-12-1632: Rutgert van Ylem, onmondig, mede namens zijn broers, zusters en halfzuster, hulde door Franchois de Witte, bij dode van zijn vader Adriaen van Ylem, ambachtsheer van de Ketel, volgens octrooi d.d. 16-9-1620, testament verleden op 10-7-1630 voor notaris C. Vosmer te ’s-Gravenhage en huwelijkse voorwaarden d.d. 10-12-1628 met jonkvrouwe Margareta van Diemen. Hierin bepaalt dezedat zijn voorzoon Cornelis van Ylem, broer van Maria van Ylem, slechts zijn legitieme portie zal krijgen, de kinderen bij zijn laatste huisvrouw krijgen samen 12000 gulden, zijn zoons erven al zijn boeken, hij legateert aan meester Adriaen van der Goes, advocaat voor het Hof van Hollandt, en Franchois de Witte een zilveren schaal ter waarde van 50 gulden (L.H. 146, cap. N.H., fol. 40).
22-3-1639: Rutgert van Ylem doet zelf hulde (L.H. 146, cap. N.H., fol. 40v).
(1) Hij is getrouwd met Margaretha van Diemen.
Zij zijn getrouwd op 10 december 1628.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Sybilla Snels.
Zij zijn getrouwd na 1632.
Kind(eren):
Adriaan van Ylem , heere van de Ketel , Rosenburg , en Spalant , die ten wyve hadt Margareta van Diemcn ,
welke als testamentaire voogdesse van hare kinderen het huis te Rosenburg , met alle de landeryen daar
toe behorende , in den jare 1634 aan Mr. Pieter de Wit verkocht heeft.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Adriaen Rutgersz [heer] van Ylem | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1628 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Margaretha van Diemen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) > 1632 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Sybilla Snels | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.