Rutgert van Ylem, volgde diens schoonvader op als heer van Rosenburgh. Het landgoed onder Leiden werd tijdens het beleg van Leiden in1573-74, vrijwel geheel vernield.
Diens zoon Adriaan v. Ylem x Marg. van Diemen, verkoopt Rosenburg in 1634 aan Mr. Pieter de Wit, behoorende tot het Leidsche geslacht van dien naam, dat zich later in Frankrijk vestigde en waarvan o. a. op literarisch gebied Mad. de Witt-Guizot zich naam heeft verworven.
Cornelis Woutersz BOL, schepen van Gravenambacht(1596), geboren circa 1570, overleden voor 1607, vr 19-04-1607, -07-07-1605: Huijch Woutersz constitueert Cornelis Woutersz Bol zijn broeder wonende te Klaaswaal, om te innen 2 jaar verlopen landpacht, hem toekomende van Mees Sijbrantsz wonende te Heinenoord.
-19-04-1607: Hugo Woutersz Boll, bloedvoogd van de weeskinderen van Cornelis Woutersz Boll, in leven wonende op Klaaswaal, bij Adriana Claesdr, transporteert aan Jacob Segersz Cranendonck, dijkgraaf "van den Nieuwe Landen voor de Westmaze vuytten Maes", en vanwege de erfgenamen van Rutgert van Ylen Joostensz te Den Haag; 5 hont 14 roeden land in De Group
(bron: boek Cranendonck)
Uit: LEENKAMERS VAN DE GRAVEN VAN BLOIS, 1282-1650
196. CABAUW
196. Het dorp Cabauw met heerlijkheid hoog en laag en tiende.
10-12-1394: Jan de bastaard van Blois, neef van Gwijde van Châtillon, die houdt van Holland, in ruil voor 100 franse franken voor zijn leven, eventueel te komen aan de leenheer, 2 fol. 53 en fol.59, LRK 52 fol. 157v nr. 675.
19-2-1395: Jan de bastaard, bevestigd door de graaf, LRK 52 fol. 157v nr. 676.
11-6-1398: Jan de bastaard van Blois, LRK 109 fol. 27.
5-12-1436: Lodewijk van Treslong bij dode van heer Jan de bastaard van Blois, zijn vader, LRK 114 fol. 52v.
6-8-1447: Heer Jan van Blois, geestelijke, bij opdracht door Lodewijk van Treslong, zijn broer, op die te komen, LRK 116 c. Zd.-Holland fol. 2v-3.
7-11-1463: Lodewijk van Treslong, raad en ridder, bij dode van heer Jan van Blois, kanunnik van Oudmunster te Utrecht, zijn broer, LRK 117 c. Nd.-Holland fol. 20.
28-2-1466: Gijsbert van Hemert bij overdracht door Lodewijk van Treslong, LRK 117 c. Nd.-Holland fol. 24v.
21-12-1498: Belast voor Jan en Daniel van Zijl metf 47.- rijns door Gijsbert van Hemert ook op Nederslingeland, LRK 122 c. Zd.-Holland fol. 11v-12v.
23-8-1505: Jan van Zijl, wonend in een huis in de Leeuwerikstraat in Oudewater, en Daniel, zijn broer, te Oudewater zijn gelost door Steven van Ruitenberg en omdat hun akte ontvreemd was door Jan Jorisz., hun neef, stelt hij zijn huis als zekerheid, LRK 122 c. Zd.-Holland fol. 47.
10-11-1501: Jan van Hemert bij dode van Gijsbert, zijn vader, LRK 122 c. Zd.-Holland fol. 23.
10-4-1504: Steven van Ruitenberg bij overdracht door Jan van Hemert, LRJS 122 c. Zd.-Holland fol. 40v.
13-2-1524: Johan van Ruitenberg bij dode van Steven van Ruitenberg Adolfsz., zijn vader, LRK124 c. Sticht fol. 19.
30-8-1530: Mr. Vincent Cornelisz., raad en eerste meester van de rekeningen van den Haag, bij overdracht door Johan van Ruitenberg, nadat deze 26-8-1530 een rente van 60 gouden karolusguldens voor Vincent had gevestigd, geroyeerd 24-7-1535, LRK 125 c. Sticht fol. 3v-5.
6-10-1550: Jacob Vincentsz. van Cabauw bij dode van mr. Vincent, raad en tresorier van de domeinen en financiën van herwaartsover, LRK 127 c. Sticht fol. 9.
13-5-1560: Sebastiaen van den Ketel bij dode van zijn vader Heyman van den Ketel (L.H.129, cap. N.H., fol. 10v).
15-7-1567: Jan Heymansz. van den Ketel, ambachtsheer van ‘s-Gravenambacht, bij dode van zijn broer Sebastiaen van den Ketel (L.H. 131, cap. N.H., fol. 23).
28-5-1570: Heer Cornelis van Mijerop, domproost te Utrecht, bij dode van zijn neef Jan Heymansz. van den Ketel, hulde door meester Witte Wittensz., raad in het Hof van Holland, hiertoe d.d. 27-5-1570 gemachtigd (L.H. 131, cap. N.H., fol. 58).
3-8-1573: Meester Jacob van Cabau bij dode van zijn broer meester Cornelis van Mijerop, domproost te Utrecht (L.H. 132, cap. N.H., fol. 7v).
7-12-1592: Jacob, heer van Cabau, tocht zijn vrouw jonkvrouwe Catherina d’Oosterlinor (L.H. 135, fol. 113v).
10-4-1593: ADRIAEN VAN YLEM RUTGERTSZ. namens de erfgenamen van Jacob van Mierop, heer van Cabau, zijnde de kinderen en kleinkinderen van diens zuster Margaretha, Eva, Maddelena en Martha, volgens diens testament d.d. 3-3-1593 en behoudens de lijftocht, volgens octrooi d.d. 6-12-1581, van diens weduwe en volgens procuratie d.d. 5-4-1593 verleend door meester JAN STALPERT, Cornelis van Bleyenburch, jonkheer Jan van der Mijle namens zijn vrouw, Philips van Gindertalen en meester Quirijn Jacob Wittensz. (L.H. 138, fol. 122-130).
9-7-1609: Cornelis Theeusz., LRK 194 fol. 79v.
11-7-1633: Willem Theus bij dode van Cornelis, zijn vader, LRK 146 c. Nd.-Holland fol. 64v.
4-3-1636: Cornelis van Teilingen voor Berta Theus van Cabauw, zijn vrouw, bij dode van Willem, haar vader, LRK 147 c. Nd.-Holland fol. 43.
8-11-1645: Cornelis Nobelaar voor Berta Theus, zijn vrouw, bij dode van haar eerste man, LRK 107 c. Nd.-Holland fol. 43v.
De leenkamer van de hof te Wassenaar
KETHEL ; Het leen 128C is gesplitst in 128E en 128F.
-- 128E. 2 morgen 4 hond 19 roede land (1629: in het Corteland, 1727: buiten de Vlaerdingerpoort van Schiedam, belend ten oosten: Adam van der Heym, ten westen: Jan van den Bergh, ten noorden: Joris Pietersz. Opmeer en de dijksloot, ten zuiden: de watering of de heren van Schiedam).
-- 128F. 181 roede 9 voet 3 duim land.
30-1-1595: Jacob Willemsz. Brasser, burgemeester van Schiedam, ten behoeve van deze stad na koop van Jacob de Jonge en van Rutgert van IJlen Joostenz., gehuwd met jonkvrouwe Maria Stalpaerts met zijn mede-erfgenamen van de heer van Cabau, elk van beiden in het bezit van 6 morgen land, op 4-11-1594 ten behoeve van de boezem van het spuiwater om de haven op diepte te houden (H, fol. 97v).
10-9-1598: Joris Maertensz. Coy, burgemeester van Schiedam, ten behoeve van deze stad, volgens procuratie d.d. 13-6-1598, na dode van Jacob Willemsz. Brasser (N, fol. 123).
133 Schagen, heerlijkheid
mr Rutgert J van Ylen x Maria Stalpart van der Wielen.
305 -Testament van Mr. Rutgert van Ylen Joostensz., advocaat, heer van Kethel en Spaland, en Maria Stalpaert van der Wielen, echtelieden, 1606, afschrift van afschrift, 1607
309 -Besloten testament van Maria Stalpaert van der Wiele, weduwe van Mr. Rutgert van Ylen Joostensz., 1617, afschrift van afschrift, 1617
Hij is getrouwd met Maria Stalpert van der Wiele.
Zij zijn getrouwd rond 1560.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Rutgert Joostensz heer van Ylem van Ketel & Spalant | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 1560 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Maria Stalpert van der Wiele | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.