1359-1360, 1362-1363
Jan II van Blois (?, ca. 1342 - Schoonhoven, 19/05/1381) was graaf van Blois en Dunois (1371-1381), heer van Avesnes, Schoonhoven, Gouda, Beaumont, Chimay, Waarde o.a (1356-1381) door het sneuvelen van zijn vader, Lodewyk (I) van Blois in de slag van Clercy en stadhouder van Holland en Zeeland (1359-1360/1362-1363), in afwezigheid van Albrecht van Beieren.
Hertog van Gelre (24 feb 1372-24 mrt 1379). Door huwelijk met Mechtild van Gelre
Hij was de tweede zoon van Lodewijk I van Blois en Johanna van Henegouwen-Soissons. In 1356 erfde hij ten gevolge van het testament van zijn grootvader Jan van Beaumont diens uitgestrekte bezittingen in Holland en Zeeland. Deze bezittingen vormden vrijwel een staat binnen de staat. Een deel zou later bekendstaan als het land van Blois. Tot in 1366 was Blois een vertrouweling van Albrecht van Beieren in zijn hofraad in Holland en bekleedde diverse functies voor hem, waaronder tresoir en stadhouder, maar na een ambassadebezoek in Parijs brokkelde de verwantschap af. Van Blois nam twee maal deel aan de kruistochten in Pruisen tegen de heidense Litouwers (1362-63/1368-69).[1]
Het eiland Borssele
Het eiland wordt voor het eerst genoemd in een bevestigingsprivilege voor de Sint Baafsabdij bij Gent in 976. Het eiland heeft dan Brumsale. Tot ongeveer 1200 wordt het eiland alleen genoemd in overzichten van bezittingen van de Sint Baafsabdij bij Gent en van de abdij van Echternach.
In die tijd lagen ten zuidwesten van Zuid-Beveland drie eilandjes, namelijk Baarland, Oudelande en Borssele, die na een aaneendijking omstreeks 1280 werden samengevat onder de naam Borssele. Deze tentoonstelling beperkt zich tot West-Borssele, of Borssele bewesten de vijf zoden.
Dit eiland bestond oorspronkelijk uit één parochie, namelijk Monster, dat voor het eerst wordt genoemd in 1216. Al in 1267 zijn er vier parochies bijgekomen, namelijk Oostkerke, Westkerke, Sint Catherinenkerke en Tewijk en in 1353 werd de laatste parochie gesticht door enkele heren van Borssele, namelijk Wolpersdorp.
Het ambacht in dit gebied was in 1331 verdeeld tussen Jan van Beaumont (de broer van graaf Willem III van Holland, die in 1315 al de bezittingen van Floris van Borssele had gekregen) 47%; leden van het geslacht van Borssele 44% en twee plaatselijke heren, die als ambachtsheer in 9% van dit gebied de macht uitoefenden. In 1407 behoort alle ambacht aan twee heren uit het geslacht Van Borssele, in 1415 aan één en in 1417 wordt Borssele een hoge heerlijkheid, die ongesplitst op de oudste zoon zou vererven. Toen Philips van Borssele in 1431 stierf waren er echter geen zonen. In 1434 schonk Jacoba van Beieren de hoge heerlijkheid aan Frank van Borssele, heer van Sint Maartensdijk, haar echtgenoot, die in 1453 het recht kreeg om bij testament over Borssele te beschikken. Bij zijn dood in 1470 vermaakte hij de heerlijkheid aan zijn achterneef Jasper van Culemborg en via hem komt Borssele aan het zuid-Nederlandse geslacht van Lalaing.
Het eiland was verdeeld in evenveel waterschappen als parochies. Toen echter in 1375 alle zes parochies overstroomden en men door onderlinge verdeeldheid niet tot bedijking kon komen, heeft de grootste ambachtsheer Jan van Bloys, de kleinzoon van Jan van Beaumont, de zes waterschappen tot één verenigd en kon de bedijking in 1377 plaats hebben. Het land had de eeuwen door veel te lijden van dijkdoorbraken. Vaak ook moest door een inlaagdijk land worden buitengedijkt. In 1431 was het land nog bijna 2500 hectare groot, in 1525 was de grootte 2000 hectare. In het tentoongestelde kerkboek van Monster is een schenkingsakte afgeschreven, waaruit blijkt, dat in 1528 vrees bestond voor het verdrinken van alle zes parochies. De grote Sint Felixvloed op 5 november 1530 maakte een eind aan het oude Borssele.
Jan (I), heer van Beaumont. Zijn dochter Johanna overleed in oktober 1350. In zijn testament van 17 maart 1353 wees nu Jan van Henegouwen zijn tweede kleinzoon, Jan van Châtillon, aan als erfgenaam van zijn goederen in Holland, Zeeland en West-Friesland; in het geval dat deze zonder wettige erfgenaam zou komen te overlijden zou zijn jongere broer Gwijde hem in deze goederen opvolgen.
(1) Hij is getrouwd met Sophie [Vrouwe] van Arkel Van Dalem (van Donghen).
Zij zijn getrouwd rond 1360 te Arkel (bij Gorinchem), ZH, NL.
Gillis van Blois;
Katrien van Blois;
Hendrick van Blois;
Lodewijk van Blois;
Johanna van Blois;
Elisabeth van Blois;
Margaretha de Blois de Châtillon;
Jan Bastaard van Blois, Heer van Treslong en
Guy de Groote Bastaard van Blois
Kind(eren):
(2) Hij heeft/had een relatie met Lysbeth Aechetensdr van Cattenborn.
De relatie startte rond 1365.
Kind(eren):
(3) Hij heeft/had een relatie met Mechtild van Gelre.
De relatie startte in het jaar 1375, hij was toen 35 jaar oud.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jean (II) [Graaf & Heer] Bloys Van Treslong | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) ± 1360 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) ± 1365 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Lysbeth Aechetensdr van Cattenborn | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(3) 1375 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Mechtild van Gelre | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.