Ook gekoppeld aan Lysbeth Cattenborn als moeder
heer in Oud Vossemeer, baljuw en grafelijk rentmeester van tholen, raad van hertog Willem van Beieren.
Voor zijn bastaardzoon had hij (Jan II de Chatillon) de heerlijkheid Treslong in Picardië gekocht. Van deze zoon stamt de familie Bloys van Treslong af.
III. KENNEMERLAND EN FRIESLAND; AKERSLOOT (Leenkamers van Blois 1282-1650)
24. Een huizing, hofstede en gezaat in Akkersloot tussen de dijk en de vaart, noord: Jan Pentemansz. (1430: Jacob Jansz.), zuid: Gerard Bol (1430: Agatha, weduwe Jan van Tolloisen).
6-9-1398: Reiner Gerard Bertoutsz., die uit eigen opdroeg aan Gwijde van Blois, LRK 109 fol.29v.
HEEMSKERK (Leenkamers van Blois 1282-1650)
36. 20 geersen land in Heemskerk van het noordwesten ingemeten (1398: bij het huis te Heemskerk tussen de singels en de Oude hof), noord: kinderen Nikolaas Avenz., Pieter Florisz. en Willem, oost en zuid: de leenman, west: kinderen van Okker, Simon, Pieter en Lambert van Roemunde.
23-11-1398: Bertout van Assendelft, ridder, voor Cunera, zijn vrouw, die hield van Gwijde van Blois, LRK 109 fol. 36.
Jan (I), heer van Beaumont. Zijn dochter Johanna overleed in oktober 1350. In zijn testament van 17 maart 1353 wees nu Jan van Henegouwen zijn tweede kleinzoon, Jan van Châtillon, aan als erfgenaam van zijn goederen in Holland, Zeeland en West-Friesland; in het geval dat deze zonder wettige erfgenaam zou komen te overlijden zou zijn jongere broer Gwijde hem in deze goederen opvolgen.
Tholen; OLV.kerk; Grafmonumenten:
a. Voetplaat van het monument van Guy, basterd van Bloys (1421) en Clara van Botland (1435) met opschrift langs den opstaanden rand.
b. Plaat van het monument van Guy van Bloys Anthoniszoon (1527) en Dingne van Assemansbruck (1516). Opschrift langs den opstaanden rand. Op de zerk twee figuren, in hoog reliëf, de man[p. 240] rustende op een leeuw en de vrouw op een hazewind, de man met Jerusalemsveer in de hand, beiden onder een baldakijn met lofwerk, waarin het familiewapen. Onder de figuren een renaissancelijstje en terzijde een rand met twee maal vier kwartieren, bekroond door een geschonden beeldje.
----
locatie: Tholen 1. De ned. herv. kerk (O.L. Vrouwe), gesticht XIII d en tot kapittelkerk verheven 4 Oct. 1404, eerst onder het bisdom Luik, daarna onder dat van Middelburg, is eene kruiskerk, bestaande uit een schip met zijbeuken (± 1400), transept(XV a) en koor met noordbeuk (XV a), zuidkoor (XV b), een niet voltooiden, of (XVI d) weder afgebroken omgang en een westtoren (± 1450, verhoogd XVI A).
Onze Lieve Vrouwekerk in Tholen; no 2348 Tomb of Guy Bastaert van Bloys and Clara van Botlant.
In het Priesterkoor van de Thoolsche kerk, rusten onder een Namenschen steen Guy de Groote Bastaard van Blois, baljuw van Tholen en zijn vrouw Clara van Botland.
Op den schuin afgewerkten rand leest men omtrent haar: "In 't jaer ôs Heere MCCCC ende XXXV op den XXsten dagh in September storf joncfrouw Clare van Botlant Guy de bastaert van Bloys wijf was. Bidt voor heer siele."
Veertien jaar eerder was haar man heengegaan.
+++
NB: Grafsteen, no 2360 Floor slab of Jan Stalpaert
Hij is getrouwd met Clara van Botland.
Zij zijn getrouwd rond 1400.
Guy den Basterd van Bloys, werd door Hertog Willem (van Beyeren) zynen lieven Neve genoemd, was verlyd met veel Goederen in Poortvliet en een huis in Tholen, had ten Vrouwe Clara van Botland, Mieris Chartersb.4.D.p.21. was Rentmeester van der Tholen. ibid.p.251. is gestorven 18 october1421. in de koor van de Kerk te Tholen ziet men zyn Tombe en die zyner Vrouw. Uit: Smallegange Chron. p.548.
+++
+++
Clara was alom bekend door haar groote milddadigheid.
Eens verweet 'r man haar, dat zij te veel gaf aan de armen, maar, door een wonder, veranderden de aalmoezen, die ze onder haar mantel droeg, in geurige rozen.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Guy (de groote Bastaard) [Baljuw van Tholen] Bloys Van Treslong | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 1400 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Clara van Botland | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.