Bij haar geboorte blijkt Maria Adriana (Marie) van der Ende zeer slechte ogen te hebben; zij is vrijwel blind. Al heel jong wordt zij daarom naar het Blindeninstituut in Grave gestuurd. Daar leert zij o.a. het Brailleschrift. Zij woont en werkt daar tot midden jaren vijftig. Dan kan zij een baan krijgen bij de Blindenbibliotheek in Den Haag. Zij krijgt een blindegeleidehond en reist zo iedere dag op en neer tussen Pijnacker en Den Haag.
Als er aangepaste woningen in Pijnacker gebouwd worden, gaat zij daar, geheel zelfstandig, wonen. Na haar pensionering verhuist zij nog naar een aanleunwoning dicht bij de rooms-katholieke kerk. Tot haar dood blijft zij daar wonen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.