Hij is getrouwd met Niesje Homan.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1608 te Emmen.
Kind(eren):
De heer Klaas S. de Boer heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de Van Selbachs. In Gens Nostra 2021, jaargang 76 nummer 4 publiceert hij hier een artikel over:
Over Johan: Henricks zoon Johan woonde aanvankelijk bij Emmen. Hij verbleef, vóór 1603, enige tijd aan het hof van graaf Johan VII van Oldenburg. Echter, Johan van Oldenburg was met zijn broer in een strijd om de opvolging als graaf geraakt, met internationale verwikkelingen en inmenging. Van Selbach raakte daar echter zeer gefrustreerd, hij walgde van het gekonkel aan het hof. Hij besloot daarom naar Drenthe terug te keren om zonder bestuurlijke functie zijn leven te leiden. In 1603 was hij op de landdag aanwezig, waar iedere ‘eigenerfde’ het recht had te komen. Echter, volgens oud recht mocht dit zo niet, want zijn vader Henrick was er ook, en een zoon mocht niet tegen zijn vader kunnen stemmen. Johan trouwde met de weduwe Niessien Homans. Uit dit huwelijk zijn de kinderen Hendrickien, Roelof en Hendrik van Selbach geboren. Johan had dus een boerderij, in 1612 werd hij onder Emmen aangeslagen voor bezaaide landen: 10 mud (ongeveer 2,4 ha). Hij trouwde (zijn tweede huwelijk) omstreeks 1615 met Anna ten Hove en verhuisde naar Zuidlaren. Daar werd hij 1627 tot ette van Oostermoer gekozen en zo ging hij als lid van de etstoel meerdere keren per jaar naar het ‘Landshuis’. En hij werd in Zuidlaren ouderling van de kerk. Hij ondertekende het verslag van de, vermoedelijk, eerste zitting van de kerkenraad in 1633. Zijn naam staat onder die van Arnoldus Bottichius, de mede door hem in 1623 benoemde dominee die ondertussen zijn schoonzoon was geworden. Johan stierf in 1639.
Het blijkt echter Dat Klaas de Boer de levens van 2 broers heeft samengevoegd.
1. Jan van Selbach uit Emmen (overleden 1629) en 2. Jan van Selbach uit Zuidlaren (overleden 1639). Beiden zijn zonen van Henrick.
In 1629 is er een etstoel 7/194/16-11-1629 waarin Jan Willems te Roswinkel 60 daalder eist van de weduwe van Jan van Selbach te Emmen wegens 2 obligaties, het ene van de hand van Jan van Selbach d.d. 20-2-1570 en het andere van de hand van Henrick van Selbach d.d. 15-5-1585. Daaruit blijkt dat Jan van Selbach uit Emmen de oudste zoon is van Henrick en daarmee de verplichtingen uit die obligaties bij zich droeg.
Toegang 0001, inv. nr. 14.10 (Resoluties Drost en Gedeputeerden 1619-1620)
d.d. 31-08-1620 Drost en Gedeputeerden geexamineert hebbende de questien, tusschen Johan van Selbach tot Emmen, voor denwelcken sijnen broeder Johan van Selbach tot Suitlaeren als volmacht erscheen ter eenre ende Henrick Ubbing tot Nortberge ter andere sijden, geresen oever seeckere domeinen en kercken pachten die Oldenheeminge erve tot Weerdinge schuldich iss jaerlix te betaelen, contenderende voorss. Selbach, dat gemelte Ubbinck gehouden sij, tott voorss. pachte mede te draegen pro quote vande landen, die hij van 't selve erve in eigendoem heft, verklaeren, terwijlen de gedaegde inden gerichte verclaert, overboedich te wesen sijne quote tott voorss. pachten te draegen, oick deselve anden claeger betaelt te hebben, dat de gedaechde de gedaene betaelinge bewesen hebbende, daer mede sal moegen volstaen, compenserende de gerichtsscosten, omme redenen, bij partijen ten wesersijden voer dese instantie gedaen.
Toegang 0001, inv. nr. 6.2 (Resoluties Ridderschap en Eigenerfden - landsdagen 1627-1640)
d.d. 17-02-1635 Op de requeste van de weduwe van wijlen Johan van Selbach tot Emmen, versoeckende eenige remissie van wijlen haeres soons Willem van Selbach achterstallige pachtpenningen, ende gratieuse termijnen tot betaelinge vande reste, ende dat mits dien die bij de landtschap gedaene immissie in de goederen van gemelten haeren soen, als oock van haer soen Johan van Selbach als borge, gesurcheert werde, hebben Ridderschap en Eijgenerffden der suppliantinne geaccordeert uijtstall van vier jaeren, om ieder jaer de gerechte vierde part vande achterstall te betaelen, mits dat de supplte. de vollencoemene betaelinge vande resterende pachtpenningen sal moeten aennemen, ende daer voer haere eijgene goederen nevens haerer beijder soens goederen ten onderpande stellen, waer van sij ten naesten rechtdach verclaeringe sal moeten doen, bij gebreck ofte weijgeringe van sulx, sullen de heeren Drost en Gedeputeerden met de executie op Johan en Willem van Selbachs goederen voertvaeren.
Rekening 1606 fol. 17v Pachthoeven sampt erven ende goederen inden carspel van Empne mede verpacht als volcht.
fol. 18 Lippinge goet tot Empne, groot omtrent xviii mudde bouwlandts, vijff off zes dachwerck hoeijlandts, is zonder huijs, eertijts in pacht geweest bij Johan van Selbach, ende nu aende jonghe Johan van Selbach verpacht, d' zoene van Hendrick van Selbach, des tijt van zes jaren verschijnende, het eerste jaer pacht op carsmisse anno xvic een des jaers om zoeven mudde rogghe, dus hijer anno xvic zes zeven mudde.
Hiermee is aangetoond dat beide Johannen broers zijn en dat hun vader Henrick is.
Op 26-4-1609 is Jan van Selbach namens zijn vrouw bij Willem Hidding eiser tegen Jan Hidding en Hindrik Hidding, broers. Het betreft de erfenis van Dubbelt Hidding, weduwe van Bastiaan Hidding. Etstoel 14 deel 1 folio 23v d.d. 26 4 1609
Op 1-4-1611 is er weer sprake van Jan van Selbach namens zijn vrouw Niese als eiser tegen de mombers over Carel Hidding, de zoon van wijlen Willem Hidding en Niese. Het betreft nu ook de erfenis van Bastiaan Hidding en Dubbelt Lattringe.
In 1612 is Jan van Selbach namens zijn vrouw eiser tegen Jan Rammering. Het betreft de erfenis van de helft van de goederen van wijlen Bastiaen Rammering en Marretien Willinge. Volgens de uitspraak van de Etstoel zijn de huwelijkse voorwaarden van 1586 geldig. In de akte is Marretien Habinge doorgehaald en vervangen door Marretien Willinge. Etstoel 14 deel 2 folio 235 d.d. 20 4 1612
Op 22 4 1616 zijn Jan Willinge te Peize en Johan Willinge te Tynaarlo en hun zusters eisers tegen Johan Homan, Willem Bavinck en Jan van Selbach en consorten. Het betreft de erfenis van Herman Willinge. De zaak wordt verwezen naar volgende lotting. In de volgende lottingen komt deze zaak niet meer aan de orde, mogelijk hebben de partijen een schikking getroffen. Etstoel 14 deel 4 folio 20 d.d. 22 4 1616
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Johan van Selbach | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1608 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Niesje Homan | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.