Hij is getrouwd met Griete.
Zij zijn getrouwd voor 1544.
Kind(eren):
De heer Klaas S. de Boer heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de Van Selbachs. In Gens Nostra 2021, jaargang 76 nummer 4 publiceert hij hier een artikel over:
Over Johan: Nu terug naar Van Selbach in Drente, Johan de bastaard. In een oorkonde uit 1534 staat: ‘….Johan van Selbach bastaard, Schulte te Empne, en Herman Schrijrenbeike, schulte te Sleen, bepalen – als scheidslieden in ’t geschil tusschen de buren van Weerdijnghen en Roijswijnckel over hun beider marke, onder goedkeuring van den overman Johan van Selbach drost te Coevorden en van ’t land van Drente – dat beide partijen….. ‘. Zoon Johan was dus schulte van Emmen geworden. En hij bleef na 1536, na het einde van het Gelders gezag, in zijn ambt en dus in Drente. Deze Johan de bastaard (vanaf hier Johan bt) wordt in vele oorkondes zo genoemd en zijn handtekening vermeldt dat meestal ook. Hij heette meestal schulte van Emmen maar een enkele keer werden de andere twee kerspelen die onder zijn verantwoordelijkheid vielen, Odoorn en Roswynkel, ook genoemd. Hij was een bastaard, maar een erkende zoon desalniettemin. Dat blijkt vooral uit het feit dat het wapen in zijn zegel identiek is aan dat van zijn vader. Interessant is dat ook zijn handtekening dezelfde trekken vertoont als die van de vader. De enige geschreven bron over zijn afstamming is de ‘rouwbrief’ (Programma Funebre 170213) na de dood van de nakomeling Roelof/Rudolphus van Selbach. Daarin wordt de mannelijke lijn over vier generaties gegeven. Er hoeft dus geen twijfel te bestaan aan de relatie van vader en zoon. Deze Johan zal de stamvader van de Van Selbachs in Drente worden. Johan van Selbach, schulte te Emmen, Odoorn en Roswynkel, komt in de periode 1534-1575 in vele aktes voor (zie de Oorkondes, Ordelen en Goorspraken). Enkele voorbeelden zijn: 1544: Johan en zijn vrouw Griete verkopen percelen grond aan het klooster Ter Apel en kopen daarvan het ‘Hebbekyngen Erve’ van dat klooster. 1550: Johan bezit nu een huis in Coevorden. 1560: hij krijgt een volmacht om een huis in Coevorden van een eigenaar aan een ander over te dragen. 1562: Johan en Griete verkopen een schat (ongeveer 0,625 ha) rogge van de boerderij Huysinge in Zuidbarge aan de prior van het klooster Ter Apel. In 1563 en 1564 voert Johan processen tegen een pastoor die zonder toestemming hout van de domeinen gebruikte, en tegen boeren uit Anloo die zonder toestemming varkens eikels van de domeinen lieten opeten. In de akte van 1570, waarin hij een ruil van percelen begeleidt, staat ‘den erentfesten erbaren vromen ende vorsychtygen Johan van Selbach, Schulte to Emmen’. In 1572 bevestigt hij als schulte de ontvangst van geld van de huurders van het klooster Ter Apel, voor zover zij in het gebied van Roswinkel wonen; dit is hun bijdrage aan de in totaal 14400 carolusguldens die de provincie Drente aan de landsheer, de koning van Spanje, beloofde af te dragen, om niet een nieuwe tiende penning te hoeven invoeren. De laatst bekende vermelding van Johan als schulte van Emmen is uit 1575, in 1579 is zoon Henrick daar schulte. Daaruit kan men afleiden dat Johan omstreeks 1577, dus na ruim 40 jaar, zijn functie had overgedragen. Johan verschijnt ook na 1575 nog in documenten, vooral in Goorspraken, waar hij getuige is. Na 1598 wordt hij ‘Johan van Selbach de olde’ genoemd, omdat in die tijd zijn kleinzoon ‘Johan de jonge’ ook optreedt. Johan stierf omstreeks 1601, ongeveer 90 jaar oud (zijn vader leefde meer dan tachtig jaren).
Johan bt was getrouwd met Griete. Ze worden in aktes uit 1544 en 1562 samen genoemd. Johan en Griete kregen kinderen maar zonder kerkregisters is daarover alleen indirect iets te vinden. Omdat Johan bt de eerste Van Selbach was die blijvend in Drenthe woonde, kunnen we veilig aannemen dat alle
personen van Selbach die tussen omstreeks 1560 en 1600 genoemd worden, kinderen van dit echtpaar zijn. Mijn bronnen zijn de documenten die via www.cartago.nl toegankelijk zijn. Maar ook de archieven van de gewesten om Drenthe heen zijn van belang. Tenslotte is er het dagboek van Jan Mus, die toen de ‘Lantschrijver’ was, over gebeurtenissen in 1579 (zie de publicatie van Magnin). Op basis van deze bronnen kennen we vier zoons: Henrick (IVa), Konst (IVb), Roelof (IVc) en Luithien (IVd). Dochters zullen er ook geweest zijn. Misschien is een van hen Agnes, die in 1561 in het Gelders Archief als de weduwe van Henrick van Scherpesteyn wordt genoemd. De namen van twee zoons kunnen we verklaren: Henrick had dezelfde naam als zijn oom, de halfbroer van Johan bt, terwijl Kunst dezelfde naam had als de in 1540 gestorven halfbroer Cuns (fonetisch Coens?) van Johan de drost. De voornamen Roelof en Luithien zouden dan van de kant van de familie van Griete komen maar concrete aanwijzingen zijn er niet.
De volgende documenten staan in het Gelders archief. Hieruit blijkt duidelijk het bestaan van de realtie vader en zoon:
1540.1-0106; Hertog Karel beveelt Johan van Selbach, drost te Coevorden en Drenthe om aan Karel Pansermaicker 18 enkele gulden en 16 stuiver Brabants uit te betalen die deze tegoed heeft van Johan van Selbach, diens zoon die bij hem een nieuw harnas heeft laten maken nadat hij tijdens de laatste oorlog in dienst te Harderwijk paard en harnas had verloren.
1541.1-0004: Hertog Karel beveelt Johan van Selbach, drost en Gerrit van Lennep, rentmeester te Coevorden om aan de dienaar Johan van Selbach, zoon van de drost een paard van 60 goudgulden te verschaffen en dit bedrag te nemen van de penningen die ze in het aankomende jaar zullen innen.
1541.1-0023: Hertog Karel beveelt Johan van Selbach, drost in Coevorden en Drenthe en Gerard van Lennep, rentmeester om aan dienaar Johan van Selbach, zoon van de drost voor het paard en harnas dat deze in dienst verloren had, hetwelk hem nog niet is vergoed 50 goudgulden te verschaffen uit de penningen waar die het best te krijgen zijn.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.