(1) Hij is getrouwd met Judith Smullinck.
Zij zijn getrouwd voor 1509.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Agnes Smullinck.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1546.
Zij was de dochter van een broer van Judith Smullinck, de eerste vrouw van Johan
Kind(eren):
Kind(eren):
De Selbachs kwamen uit Duitsland. Daar leven andere Selbachs met hetzelfde wapen (Westfalen). In juni 1517 werd Johan van Selbach gehuurd door de hertog Karel van Gelre. Als legercommandant van 4000 soldaten moest hij de 'Greate Pier' bijstaan. Met 150 schepen werd de Zuiderzee overgestoken. Er werd strijd geleverd om Medemblik (het handelscentrum van de 'Zwarte Hoop') en Alkmaar. De plundertocht (in die dagen was een veldtocht praktisch altijd een plundertocht) werd voortgezet in de richting van Haarlem en Amsterdam (die steden zelf werden niet veroverd) en dwars door het Overstichtse werd het beleg geslagen voor Asperen. Dit beleg werd ternauwernood afgeslagen. De strijd was onderdeel van de strijd tussen Gelre en, in eerste instantie, George van Saksen. Deze heerste over de Friezen. Later verkocht George zijn rechten aan de Habsburgers. In 1522 maakt Johan van Selbach zich meester van het kasteel van Coevorden. Hij wordt er namens de Hertog van Gelre drost en kastelein. Omdat Johan van Selbach geen Drent was, was dit strijdig met de oude privileges. Hertog Karel wilde echter zijn veroveringen op de bisschop van Utrecht in Drente (en de veroveringen in Stad en lande en in Friesland) bestendigen. De Drenten restte niet veel anders dan zich hierbij neer te leggen. Het kasteel werd in 1536 veroverd door George Schenk van Toutenburg, in opdracht van Karel V. Er wordt vermeld, dat Johan van 1534 tot 1562 schulte was van Emmen. Ook wordt vermeld dat toen Johan van Selbach een slag verloor en hij overliep naar de vijand. In die dagen met huurlegers was dat niet ongebruikelijk. Het is denkbaar, dat hij al voor 1536 was overgelopen naar het kamp van de Habsburgers. In elk geval is bekend, dat Johan van Selbach is overgegaan naar het leger van Karel V en tegen de Turken heeft gestreden. Ook heeft hij onder Karel van Egmond tegen Maarten van Rossum gestreden.
Een kleindochter van Johan van Selbach is gehuwd met een 'de Mepsche'. Zij bleef katholiek. Deze Mepsche of zijn zoon heeft Groningen voor de Spaanse koning behouden. In Zuidlaren is nog steeds een familiebank van de Selbachs in de Hervormde kerk. Zie: Geschiedenis van Drente, J. Heringa e.a.. Meppel, Boom, 1985 Wapen:Zilver veld met drie ruitvormige zwarte figuren.
Verwante Selbachs in Duitsland: Selbach von Crottonf (Westfalen); Selbach von Quadfassel (Westfalen). "Om de vijandelijke invallen der keizerlijken en bisschoppelijken aan den zuidwestelijken hoek van Drenthe te bemoeijelijken, droeg Karel van Gelre de bewaring en verdediging van het kasteel te Coevorden op aan zijn maarschalk JOHAN VAN SELBACH, die drost van Coevorden werd.
In 1561 wordt hij als Schulte (burgemeester, politie, rechter en notaris in den ambt verenigd) van Emmen aangesteld. In Emmermeer is een straat naar hem vernoemd.
De heer Klaas S. de Boer heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de Van Selbachs. In Gens Nostra 2021, jaargang 76 nummer 4 publiceert hij hier een artikel over:
Johan van Selbach bleek een zeer interessant man te zijn. Hij was kort voor 1482 op de burcht Crottorf in het Siegerland geboren, zijn vader was Johann von Selbach. Hij begon de gebruikelijke loopbaan voor jonkers door bij iemand anders in dienst te treden. Via familierelaties werd hij vroeg zestiende eeuw drost bij Johan van Wisch, heer op Terborg in het graafschap Zutphen. Er zijn twee vroege vermeldingen over Van Selbach in de Nederlandse archieven. In 1511 beklaagde de Gravin van Bergh (van ’s-Heerenberg) zich over zijn brutale gedrag, in die van 1509 gaat het om de verdeling van de erfenis van zijn schoonouders. Zo weten we dat Johan van Selbach niet op zijn mondje was gevallen en dat hij dus vóór 1509 trouwde met Judith Smullinck, dochter van de drost van Zevenaar in de Liemers, de exclave van het hertogdom Kleef. Toen Johan van Wisch stierf ging Johan van Selbach over naar een dienstverband bij de leenheer van Wisch, hertog Karel van Gelre. Daar werd hij een van de aanvoerders van het legertje de ‘Zwarte Hoop’ dat in 1517 Friesland en Holland onveilig maakte en zelfs in Antwerpen vrees inboezemde. En zo kwam het dat hij de aanvoerder was van het leger dat Coevorden veroverde. Over dit eerste deel van zijn leven is vooral door van Weringh gepubliceerd. Door de digitale ontsluiting van vele archieven was het mogelijk vele details van zijn leven in Nederland in meer detail te beschrijven.
Van Selbach was dus getrouwd. Met zijn vrouw Judith kreeg hij begin zestiende eeuw een dochter Maria en een zoon Henrick. En hij had een bastaardzoon, ook Johan genaamd. Die hele familie heeft samen op de burcht van Coevorden gewoond. Als drost van Drenthe had Van Selbach het druk. Hij moest de zittingen van de ‘etstoel’ (het hoge rechtscollege) zowel als de rechtszittingen (goorspraken) in elk ‘dingspil’ (juridisch deelgebied) leiden en de voormannen der zes dingspillen van noodzakelijke maatregelen overtuigen. Maar als eerste moest hij de bevolking voor zich en het Gelderse bestuur winnen. Dat kostte moeite, maar lukte uiteindelijk, ook omdat hij zeer rechtvaardig bleek. Twee voorbeelden. Hij schroomde niet een andere Gelderse bestuurder, Magere Hein, in 1527 aan te klagen, en hij behoedde de boeren voor te zware belastingen. Dit laatste weten we uit een brief die hij aan zijn baas Karel van Gelre schreef: ‘de inhoud van dit memoriaal is de grote armoede van uwer vorstelijke genade onderzaten in het land van Drente’. Drenthe was toen, zoals Sebastian Munster op een kaart van omstreeks 1560 vermeldde, ‘ein ruch Land‘. Na de verovering in 1522 moest de burcht Coevorden natuurlijk versterkt worden. Uit de bewaard gebleven rekeningen van de drost blijkt dat in de periode november 1523 tot oktober 1529 diverse werklieden meerdere duizenden goudguldens hebben ontvangen voor ongeveer 17.000 werkdagen. In zijn functie als drost in dienst van de hertog van Gelre bleef het niet uit, dat hij ook met de buitenlandse politiek te maken kreeg. Zo moest hij voor de hertog in 1532 uitvinden of een leger makkelijk langs de Dollard zou kunnen trekken en hij moest in 1533 wapens leveren aan de legeraanvoerder van Balthasar van Esens (Oost Friesland) vanwege diens oorlog tegen de met Keizer Karel V bevriende graaf aldaar. Maar Johan had ook privé-activiteiten. Zo verkocht hij een ‘slang‘ (een groot kanon) aan de hertog en kocht hij boerderijen in de buurt van zijn thuisbasis Crottorf.
Zijn vrouw Judith Smullinck was een zelfstandige vrouw van aanzien. Haar grootvader was Johan van Blankenburg, een bastaardzoon van hertog Adolf I van Kleef, en haar grootmoeder Jutta van Appeltern. Uit die tak van de familie erfde Judith in 1535 het goed Clarenbeck bij Kleef. In 1527 kocht ze, als ‘Drostinne’, de molen bij Gees. De halfbroer van Johan, Cuns van Selbach, was ook naar Gelre gekomen. Hij trouwde Catharina van Hackfort (†1533) maar dat huwelijk bleef kinderloos. Zij was een broer van Bernhard van Hackfort, later drost van Karel van Gelre. Cuns verpandde in 1530 het erf de Welle aan zijn broer Johan en Roelof van Münster, schoonzoon van Johan (getrouwd met Maria). Cuns stierf in 1540 en zijn erfenis werd door Johan van Selbach met Bernd van Hackfort geregeld. Het drostambt moest Johan van Selbach in 1536, na precies veertien jaar, opgeven omdat de stadhouder van Friesland namens keizer Karel V Coevorden op de Geldersen veroverde. Zo kwam dus ook het gewest Drente onder het Habsburgse gezag.
Johan vertrok met zijn gezin naar Gelre en werd later drost te Windeck aan de rivier de Sieg, vlakbij zijn stamslot Crottorf. In die tijd verwekte hij nog een buitenechtelijke zoon, Christoffel. Maar zijn aanzien was groot: hij werd maarschalk aan het hof van de hertog van Berg en adviseur aan het hof van de graven van Nassau in Siegen (Crottorf was een leen van Nassau). In 1542 werd hij commandant van het leger van de hele Westfaalse Kreis in de oorlog tegen de Turken. Maar daarna was hij blijkbaar krijgsmoe. Zijn vrouw was in 1542 gestorven en hij begon zijn eventuele begrafenis te regelen (hij was ondertussen zestig jaar oud). Toch hertrouwde hij, in 1546, met een nichtje van zijn overleden vrouw. Op Crottorf maakte hij plannen zijn burcht tot ‘Schloss‘ te verbouwen, hetgeen van 1550 tot 1560 duurde. Dat Schloss ziet er nog steeds indrukwekkend en mooi uit.
Johan stierf in 1563. In zijn testament worden alleen zijn wettelijke kinderen genoemd. Zowel dochter Maria als zoon Henrick hadden hun erfdeel al gekregen, Crottorf en omgeving had hij in 1560 Catharina, de dochter uit zijn tweede huwelijk, geschonken. Haar kleinzoon heeft een groot grafmonument met vele familiewapens laten maken, dat in de kerk te Friesenhagen (bij Crottorf) te zien is. Johan werd zoals hij bepaald had voor het altaar van de heilige Maria-Magdalena in het klooster Marienstatt (dertig kilometer ten zuiden van Crottorf) begraven. De metalen grafplaat is daar bewaard gebleven ook al werd het klooster in de Napoleontische tijd opgeheven. De plaat staat in de mooi gerestaureerde kerk van wat nu weer een klooster is.
Vervolg artikel bij zijn nakomelingen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Johan van Selbach | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) < 1509 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Judith Smullinck | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1546 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Onbekend | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.