Frederick zoon wijlen Willem van der Heijden ziek in zijn bed liggend maar zoals het scheen wel in het bezit van zijn verstandelijke vermogens, heeft in aanwezigheid van en met instemming van zijn vrouw Katarina, zijn testament opgemaakt. Hij herroept hierbij alle eerdere wilsbeschikkingen en wil dat uitsluitend dit testament zal worden nagekomen. Hij beveelt zijn ziel, zodra hij is komen te overlijden aan bij God en wil dat zijn lichaam in gewijde grond wordt begraven. Voor begane onrechtvaardigheden vermaakt hij aan de fabriek van de St. Lambrechtskerk te Luik en de 4 biddende ordes die in Oirschot zijn vertegenwoordigd, elk eens stuiver eens. Verder vermaakt hij aan de fabriek van de St. Peterskerk te Oirschot een bedrag van 8 en een halve Philippusgulden eens waarop hij recht heeft en welk bedrag is vervallen op St. Petersdag j.l. op onderpand van de Dom van Utrecht die de fabriekmeesters van deze Dom daar zullen moeten betalen, maar waarbij zij daarvan een philippusgulden aan de beheerders van het altaar van de O.L Vrouwekerk aan de Noordzijde moeten betalen, welke gulden Frederick vermaakt ter reparatie van het genoemde altaar. Verder vermaakt de testateur een jaarlijkse rente van twee gulden die jaarlijks wordt betaald door Rutger zoon wijlen Rutgers van der Hoeven volgens een schepenbrief daarover aan Heijlken wettige dochter van Simons Theeuwens en aan Heijlken wettige dochter Goijaert Aertszoon van Roije zijn petekind, die door hen samen gedeeld moeten worden nadat hij en zijn vrouw beiden zijn overleden. Verder vermaakt Frederick
puur als gift aan Dingen en aan Elisabeth natuurlijke kinderen van zijn vrouw Katalijnen, die een bedrag van 82 gulden eens waaruit wel een schuld betaald moet worden van 32 gulden die afkomstig is van Elisabet hun tante die in Den Bosch is gestorven. Verder vermaakt Frederick aan Gerard Mathijssen die in Os woont, al zijn dagelijkse kleding en een mudde rogge eens. Nog vermaakt Frederik aan zijn zuster Katarijnen een jaarlijkse lijfrente van twee gulden zolang ze leeft en wel op onderpand van al zijn bezittingen en de eerste termijn krijgt Katarijn daarvan op de eerste Maria Lichtmisdag na de dood van diens vrouw Katarijnen en niet eerder. Verder wil de testateur dat zijn vrouw Katarijnen het vruchtgebruik blijft behouden inzake alle bezittingen. Ook wil de testateur dat zijn vrouw Katarijnen en Peter de wettige zoon van Henrick van der Hamsvoort verwekt bij deze Henrick van der Hamsvoort en diens vrouw Cornelia, zijnde zijn broer ( waarschijnlijk is dat deze Peter een halfbroer is van de testateur, JT ), al zijn vaste en roerende bezittingen zullen verkopen waarvoor nog geen beschikking is gemaakt en waar zich dat bezit ook bevind. Ze moeten de noodzakelijke transportaktes hiervoor laten maken, het geld daarvan ontvangen, en daarmee moeten al zijn schulden, legaten, onkosten, de kosten van de uitvaart, de kerkrechten betaald worden en het restant moet in een jaarlijkse rente worden belegd, zodat zijn vrouw Katarijnen daarvan haar leven lang het vruchtgebruik van kan genieten en na haar dood versterft die rente en dat bezit verder op genoemde Peter ook wat betreft het vruchtgebruik en na zijn dood wat beterft erfrecht op zijn wettige kinderen. Indien al zijn wettige kinderen zouden komen te overlijden zonder kind of kinderen te hebben dan zal deze rente en zijn bezit versterven op de wettige erfgenamen van de testateur die dan in Oirschot wonen en die dan nog leven. De testateur verklaart dat dit zijn testament is en wil het als zodanig hebben uitgevoerd, ook al zouden er bepaalde rechtsbepalingen zijn vergeten of in tegenspraak zijn met geldend recht. Hij behoudt zich het recht voor dit testament later te mogen wijzigen. Datum 31 december 1548 ( Kerststijl ) getuigen Brogel en Crom die het aandroegen.
Hij is getrouwd met Katalijn Jans van Haut.
Zij zijn getrouwd
Bossche Protocollen Oirschot op http://geneaknowhow.net/script/dewit/oirschot-start.htm