Komen is Adriaen zoon Henrick van den Doeren en verkoopt aan Jan zoon Jan van Heijst een pacht van een half mud rogge die zijn eigendom is, steeds te betalen op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk land groot 8 lopenzaad gelegen in herdgang de Notel, b.p. Godevwaert Smollers, de kinderen van Henrick Schenks, de gemeijnte. Die pacht had Henrick Aert Smollers en zijn zuster Covegond eerder aan Adriaen beloofd volgens schepenbrief van Oirschot. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Actum als boven.
Komen is Roelof de Buijser en met hem zijn zwager Goijaert van den Doeren (zoon van Adriaen, JT) en verklaren dat Adriaen van den Doeren aan zijn zoon Goijaert een pacht van een half mud rogge heeft overgedragen in mindering op de huwelijkse voorwaardes die zijn afgesproken en ze geven Adriaen daarvoor kwijting. Actum als boven.
Komen is Herman Wouters van Aerle en belooft aan Jan zoon wijlen Willem van der Heijden ten zijne behoeve en behoeve van zijn vrouw Aleijt dochter van Adriaen Henricks van den Doeren die een pacht van 1 mud rogge, steeds op Maria Lichtmisdag te betalen op onderpand van een huis, tuin etc. gelegen in herdgang Aerle, rondom in de gemeijnte daar. De schuldenaar belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de pacht. Na hun beider dood versterft de pacht weer op Herman of op diens erfgenamen na hem. Datum 19 februari 1479, getuigen Henrick Maes en Bont.
Komen is Michiel Thomaes Crommen en belooft aan Jan van der Heijden ten zijnen behoeve en ten behoeve van diens wettige vrouw Aleijt, een jaarlijkse pacht van 1 mud rogge, maat van Oirschot, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van een stuk land genoemd de Langendijk, gelegen in herdgang de Notel, b.p. Henrick van Onstaden, de gemeijnte, Aelbrecht Scabroeks en zijn zoon Aert, Thomaes van der Ameijden waarvan is afgedeeld. De schuldenaar belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de pacht. De pacht is aflosbaar tegen tegen betaling van 14 peters, elke peter tegen 18 stuivers of in ander goed geld, samen met de volle termijn en restanten. Datum 4 februari 1484, getuigen Huijskens en Hoppenbrouwers. (gezien de hoogte van het bedrag is het een lijfpacht, JT)
Komen is Jan zoon wijlen Willem van der Heijden en verklaart dat ingeval Aleijt dochter van Adriaen van den Doeren zijnde zijn wettige vrouw, langer leeft dan hijzelf, dat ze na zijn dood haar eigen vrije beschikking zal hebben over een stuk beemd dat hij heeft gekocht van Jan Dirck Ceelen van Berze, gelegen in herdgang Spoordonk. Verder mag ze ook vrijelijk beschikken inzake een pacht van 1 mud rogge dat Gielis de Cremer eerder aan genoemde Jan had beloofd op onderpand van een stuk land genoemd de Braken gelegen in herdgang Straten, b.p. Henrick Loijen, de gemeijnte, Henrick Han Stijnen. Datum 28 mei 1484, getuigen Haren en Snepschuet.
Willem natuurlijke zoon van Goossen Vos verkoopt aan Jan Willems van der Heijden die een huis, tuin etc., gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p. Aleijt weduwe van peter van Gestel en haar kinderen, heer Henrick Vos priester en kanunnik te Oirschot, de straat. De koper moet hieruit jaarlijks 4 en een half lopen rogge per jaar en een half hoen betalen aan de heer van Merode. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant af te handelen. Afspraak is dat Jan van der Heijden zal mogen bakken in de oven van het huis dat eerder van heer Henrick Vos was, zolang dat huis daar staat, tenzij Willem Vos dat huis zou verkopen, in dat geval komt de verplichting van het bakken in de oven te vervallen. Datum 19 april 1492, getuigen Ansems, Bernt en Esp.
Erder had Lambrecht Moers de verplichting op zich genomen om jaarlijks op Allerheiligendag een pond paijment te betalen, en omstreeks Maria Lichtmisdag ook een pond, elk tegen 7 stuivers aan de jonker van Helmond, volgens de brieven of chijnsboeken ervan. Als onderpand waren het twee stukjes beemd die hij had gekocht van Achten Dirck Neefs te Spoordonk, ook nabij de andere stukken beemd van hierna gelegen. Ook Jan van der Heijden heeft daarvoor bepaalde onderpanden voor deze 2 pond paijment. Daarom is nu voor ons verschenen Jan Willems van der Heijden en heeft op zich genomen die 2 pond voortaan te gaan betalen op onderpand van een beemd genoemd de Everaertsbeemd, gelegen in Oirschot onder Geenen Spoordonk, (Geenen is hier ver weg, JT) In het Wippenhout, b.p. Peter Gielis, Wouter Loijen Timmermans, de Zes Bunders daar, genoemde Lambrecht. Uit dit onderpand is ook nog jaarlijks een half mud rogge te betalen, Oirschotse maat en nog ca. 3 oude groten als grondchijns. Jan geeft nog een extra onderpand voor Lambrecht zijnde het derde deel van anderhalve bunder beemd genoemd de Tielenbeemd gelegen nabij deze Everaertsbeemd, b.p. genoemde Lambrecht, Cort Mees van Spoordonk en meer anderen, Peter Gielis, Katalijn VerHeijden. Uit dat deel moet jaarlijks het derde deel worden betaald van 9 kromstaarten. Jan belooft alle lasten zodanig te betalen dat Lambrecht daarvoor verder gevrijwaard blijft. Datum altera dia Puerorum, (Onnozele Kinderdag?, JT) getuigen Jacop en Kaerle.
Lambrecht belooft aan Jan de kosten hiervan en de boetes etc. te betalen voor het op schrift stellen van een en ander. Actum als boven.
Jan Willems van der Heijden verkoopt met schepenbrief de helft van een jaarlijkse rente van 40 schilligen nu aan Joerden Dirck Hoppenbrouwers, zoals in de vorige akte staat vermeld. De verkoper belooft alle lasten af te handelen. Datum 26 april 1498 getuigen Vlierden en Snepschuet.
Goijaert Adriaens van den Doren belooft dat hij zolang niet mee zal delen in het bezit dat hij zal erven van zijn vader Adriaen tot de tijd toe dat zijn mede-ergenamen net zoveel gehad zullen hebnen als hij al vooruit heeft gehad, n.l. het mud rogge uit de vorige akte, ofwel zoveel meer als ze kunnen bewijzen dat hij al meer heeft gehad. Actum als boven.
Voetnoot :
Op 17 februari 1504 hebben Jan van der Heijden en diens vrouw Aleijt ook afstand gedaan inzake het mud rogge van hiervoor, zoals ook de andere erfgenamen hebben gedaan, ten behoeve van Andries Jan Coremans als uitvoerder van de laatste wil van heer Willem Aerts, ten behoeve ook van diens nalatenschap, zoals de andere hiervoor ook al hebben gedaan. Getuigen Jan Colen, Gijsbrecht de Cremer en Daniel de Leeuw.( is Andries Jan Coremans dan nog geen priester in 1504?, JT).
Niclaes en Jutta zijn zuster, wettige kinderen van Henrick van der Heijden, verder Henrick, Frederick en Katharijn voor henzelf handelend en voor hun broers Willem en Gijsbrecht, wettige kinderen van Willem van der Heijden, verkopen nu al hun aanspraken, rechten en toezeggingen inzake alle roerend en onroerend bezit eerder eigendom van Jan Willems van der Heijden dat die na zijn dood heeft nagelaten en waarvan Aleijt als weduwe van deze Jan nog haar recht van vruchtgebruik heeft, samen met Jasper van Esch als voogd van genoemde Jutta en hierbij Niclaes als voogd van Katharijn, zijnde de dochter van zijn broer. Ze verkopen hun rechten daarin aan Peter Antonis Roelofs van der Ameijden, ten behoeev van hem en ten behoeve van diens kinderen en erfgenamen na hem. Datum 2 oktober 1513, getuigen Beertken, Cremer en Loijen.
Wouter Jan Wouters, voor hemzelf handelend en voor Peter en Henrick resp. zijn broer en zuster, doet afstand van alle aanspraken die zij drieen hebben of mogen hebben in de toekomst zowel wat betreft roerend als onroerend bezit afkomstig van Jan Willems van der Heijden dat deze Jan na zijn dood heeft nagelaten en waarvan Aleijt als weduwe van Jan nog het vruchtgebruik heeft. Ze doen er afstand van ten behoeve van Peter Antonis Roelofs van der Ameijden. Datum 20 november 1513, getuigen Berse en Ameijden.
Dirck zoon wijlen Jans van der Heijden verwekt bij deze Jan en wijlen diens brouw Elisabeth dochter van wijlen Jan Wouters, voor wat betreft een helft en als partij ter ener zijde, verder Michiel zoon wijlen Jan zoon wijlen Jans van der Heijden en Willem zoon wijlen Antonis Michiels vanwege Covegonden weduwe van Antonis Michiels, mede ook gemachtigd zijnde vanwege de aankoop voor Jan zoon wijlen Jan van der Heijden, samen wat betreft de andere helft daarvan, als partij ter andere zijde, hebben met elkaar een boedelverdeling gemaakt inzake het bezit dat ze hebben geerfd bij de dood van hun neef Peter zoon wijlen Jan Wouters.
Bij deze verdeling krijgt Dirck zoon wijlen Jans van der Heijden de helft van een huis, schuur, turfschop met tuin en boomgaard en grond zoals dat daar is afgepaald, gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest. Verder krijgt hij de helft van het akkerland min 18 roeden dat aan dit huis en deze boomgaard is gelegen, b.p. het erf dat er van is afgedeeld, de kinderen van Gerits van Best en meer anderen, Marten Verheijen, de gemeijnte. Hieruit moet jaarlijks aan de erfgenamen van wijlen Jan Beertken van den Spijcker 2 mudde rogge worden betaald en de helft van 3 stuivers als grondchijns.
Genoemde Michiel voor wat betreft het vierde part en genoemde Willem ten behoeve van diens moeder Covegonden ook voor een vierde deel, krijgen samen de helft van een akker en nog 18 roeden, gelegen in Oirschot herdgang Naastenbest, b.p. het erf van Dirck Verheijden waarvan is afgedeeld, Jan Corsten Lanen en meer anderen, de gemeijnte. Hieruit moet jaarlijks de helft van 3 stuivers als grondschijns worden betaald.
Genoemde erfgenamen beloven elkaar deze boedelverdeling altijd gestand te zullen doen en dat ieder de lasten op het eigen erfdeel zodanig zal betalen dat de erfdelen van de anderen daarvoor gevrijwaard blijven. Indien er op iemands erfdeel meer lasten zouden blijken te drukken dan zullen ze die gemeenschappelijk betalen. Datum 9 februari 1547, getuigen Lenaert en Crom die het aandroegen.
(1) Hij is getrouwd met Elisabeth Jan Wouters.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Aleijt Ariens van Dooren.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
Bossche Protocollen Oirschot op http://geneaknowhow.net/script/dewit/oirschot-start.htm