Rogerius de Petershem, Dominus de Lefdale
Joannes Dominus de Petershem
Gerardus de Petershem
BP 1189 (Oirschot) okt 1415 sept 1416 folio 405r
Heer Jan, Heer van Peterssem, Oirscot en Beke
(zie Tongelre)
BP 1190 (Oirschot) okt 1416 sept 1417 folio 96r
Jonker Jan, Heer van Peterssom en van Oirschot
Willem Vos Henrickszoen
BP 1192 (Oirschot) okt 1420 sept 1421 folio 224v
(2 hoeven en die tienden op den Berch)
Jonker Jan van Peterssem, Heer van Peterssem, van Oirscot en van Beke
Daniel van Vlierden
(en los liggend blad met aantekeningen over lossing van de pacht, 19 maart 1652)
16 augustus 1421
Akte waarbij Johan van Heinsberg, bisschop van Luik, uitspraak doet in een geschil tussen de heer van Petershem en de stad Maastricht over de cijnzen die de Maastrichtse burgers aan de heer van Petershem verschuldigd waren
BP 1207 (Oirschot) okt 1436 sept 1437 folio 302v
Gerit Brenthens had voor zolang hij zou leven verkregen van Jan Heer van Petershem t gruijtgeld in Oirscot. Gerit belooft daaruit aan Willem van Uden, wever een cijns van 50 rijnsguldens op Sint Matheeus, 20 september 1437
It(em) jonch(e)r jan ouste sone te merode es come(n) in jeg(ewordicheit) d(er) scepen(en) van loeve(n) /
en(de) heeft gekent en(de) gelijt dat hij als mo(m)boer en(de) gov(er)nuer der heerlich(eiden) /
en(de) goede jonch(ere)n jans he(re) te piet(er)shem sijns oems ontf(aen) en(de) gehave(n) /
heeft vande(n) edele(n) h(ere)n janne he(re) tot rotselair te vorslaer ende te /
rety twee hond(er)t rijnscher gulden(en) der vier coervorster mu(n)te(n) erfliker /
rente(n) jaerlijx vallen(de) half opde(n) yerste(n) dach van septe(m)bri ende /
half opde(n) yersten dach van merte die de voirs(creven) jonch(er) he(re) tot /
piet(er)she(m) heeft aen en(de) op seker goede des voirs(creven) he(re)n van rotselair /
inden lande van rotselair gelege(n) van welke(n) t(er)mijne(n) vors(creven) en(de) alle(n) /
voerleden(en) t(er)mijne(n) de voirs(creven) jonch(ere)n van merode voe(r) hem sijn erfgename(n) /
en(de) naecomelinge oppe(n)baerlijc quijtgeschoude(n) heeft de(n) voirs(creven) he(re) va(n) /
rotselaer en(de) sijn goede voirs(creven) Ende voert geloeft vand(er) voirs(creven) quita(n)cie(n) /
recht warant te sijn p jege(n) eene(n)yegelike(n) h(ier) wae(re)n ov(er) borch(oven) py(n)noc /
sab(bat)[to] p(ost) quasi mo(do)
It(em) jonch(e)r jan oudste soen te merode es comen in jeg(ewordicheyden) der scepen(en) van loven(en)/
ende heeft gekent en(de) gelijdt dat hij als momboir en(de) gouv(er)neur/
der heerlech(eit) ende goede jonch(e)r jans he(re) te piet(er)shem sijns oems/
ontfangen en(de) gehaven heeft vande(n) edele(n) he(re)n janne he(re)/
te rotselair te vorsslair en(de) te rethy hond(er)t rijnsch(e) gul(den)/
der vier coirvorster mu(n)ten erfliker renten uut caucien van dien/
ii[c] rijnsch(e) gul(den) oic erfliker renten de welke hond(er)t gul(den)/
jairlijx vallende [v(er)schenen en(de) vielen] op den yersten dach van septembri lestleden/
die de(n) voirs(creven) jonch(e)r jan he(re) te piet(er)shem heeft aen ende/
op zeke(re) goede des voirs(creven) he(re)n van rotsel(air) inde(n) lande van/
rotselair gelegen van welken t(er)mine voirs(creven) en(de) van allen ande(re)n/
voirleden(en) t(er)mijne(n) de voirs(creven) jonch(e)r jan van merode voir hem/
sine(n) erve(n) en(de) nacomelingen openbairlijc quijt gescouden heeft/
den voirs(creven) he(re) van rotsel(air) en(de) sijn goede voirg(enoemd) [vande(n) voirs(creven) hond(er)t rijnsch(e) gul(den)] en(de)/
voirt geloeft vand(er) voirs(creven) quitan(cien) recht warant te sine/
jegen ene(n)yegeliken cor(am) py(n)noc lynt(re) iu(n)ior ja(nuarii) xxix
//
It(em) jonch(e)r jan oudste soen te merode es comen in jeg(ewordicheyden) der scepen(en)/
van loven(en) en(de) heeft bekent en(de) gelijdt dat hij als momboir en(de)/
gouv(er)neur der heerlich(eiden) en(de) goede jonch(e)r jans he(re) te piet(er)shem/
sijns oems ontfangen en(de) gehave(n) heeft vande(n) edele(n) he(re)n/
janne he(re) te rotsel(air) te vorslair en(de) te rethy hond(er)t rijnsch(e)/
gulden der vier coervoste(n) mu(n)ten erfrenten uut caucien van/
dien ii[c] rijnsch(e) gul(den) oic erfliker renten de welke hondert/
rijnsch(e) gul(den) yerst v(er)schijnen sele(n) en(de) vallen op den yersten dach/
van m(er)te neestcomen(de) die de voirs(creven) jonch(e)r jan he(re) te piet(er)she(m)/
heeft aen en(de) op zeke(re) goede des voirs(creven) he(re)n jans he(re) van/
rotsel(air) inde(n) lande van rotsel(air) gelegen van welken t(er)mine/
vande(n) yersten dach van m(er)te neestcomen(de) en(de) allen ande(re)n voir/
leden t(er)mine(n) de voirs(creven) jonch(e)r jan van merode voir hem sine(n)/
erfven en(de) nacomelingen oppenbairlic quijtgescoude(n) heeft de(n)/
voirs(creven) he(r) van rotsel(air) en(de) sijn goede voirg(enoemd) vande(n) voirscr(even)/
hond(er)t rijnsch(e) guld(en) voirt geloeft vander voirs(creven) quitan(cien)/
gherecht warant te sine tegen ene(n)yegelike(n) cor(am) eisd(em)
It(em) jonch(e)r jan oudste sone tot merode es come(n) in jeg(ewordicheyden) d(er) scepen(en) van/
loven(en) en(de) heeft gekint ende ghelijdt dat hij als momboir en(de) gouv(er)neurd(er)/
der heerlicheit en(de) goede jonch(e)r jans hee(re) te piet(er)shem sijns oems tontfange(n)/
en(de) gehave(n) heeft vande(n) edele(n) h(ere)n janne [he(re)] tot rotselair te vorslair/
en(de) van rethy ii[c] r(ijnschen) gul(den) d(er) vie(re) convorste(re)n mu(n)te(n) erfelijken rente(n)/
jairlijcx vallen(de) half opte(n) yerste(n) dach van sept(embris) en(de) half opte(n)/
yersten dach van m(er)te die de voirs(creven) jonch(e)r jan hee(re) te piet(er)sem/
heeft aen en(de) op zeke(re) goede des voirs(creven) hee(re) van rotsel(air) inde(n) lande/
van rotsl(air) gelegen sceldende quite den voirs(creven) hee(re) sijn goede en(de) alle/
ande(re) des behoeven(de) voir hem sijn erve en(de) nacomelinge(n) den voirs(creven)/
vande(n) t(er)mijne gevallen in sept(embris) lestlede(n) en(de) die valle(n) sal tot m(er)te/
naistcomen(de) en(de) desgelijcx van allen ande(re)n voirleden(e) t(er)mijne/
geloven(de) voirt vander voirs(creven) quitan(cien) jege(n) eene(n) ygelijke(n) recht/
warant te sijne abs(oloens) ov(er)wynge feb(ruarii) xxv
Johan eldste soen zo Meroide, ontfinck op die genachten tot Curingen die wairen in 't jair MCCCCXLIIII VI dagen in october, na doet Rogiers van Petersheim syns oemen, als momber Johans van Petershem, syns oemen die buyten sins is. dat huys van Petershem. Item XX marck Ludichs op die censen ende renten die eyne greve van Loen heeft int dorpe van Zuerenbroick na inhalt sekere brief dair op gegeven ende vier wagen holts die op den Ledebosch al dage gaen mach om tymmerholt of bernholt, na inhalt der briev dair over gemaect.
Beheltelic, etc.
Dair waren by als Loensche leenmannen d'edeljoncheer Johan van Loin, here tot Heynsberge, tot Lewenberge, tot Diest, tot Sichem ende tot Zelem; heer Raes van Waroux; heer Willem van Alsteren, heer tot Hamel; heer Alexandre van Seraing, ritters; Henrich van Galen, Jan In den Pawe; Gielis Reys; Willem Kannaert; Willem Mewen; meister Willem van Hamel ende vele meer andere.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
http://www.hbvl.be/cnt/eid179094/extern-kon-gossu-lezing-door-archeoloog-tony-waegeman
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek en Artikel "De heren van Pietersheim (12de-15de eeuw)" in Tijdschrift Limburg, Jaargang 72, 1993, pag. 31, door J. Brouwers
Opera diplomatica et historica, Volume 1, door Auberti Miraei, pag. 325-326
Bossche Protocollen Oirschot op http://geneaknowhow.net/script/dewit/oirschot-start.htm
www.archieven.nl
http://www.itineranova.be/
Notice historique sur les anciens seigneurs de Steyn et de Pietersheim, M.J. Wolters. pag 141
Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek en Notice historique sur les anciens seigneurs de Steyn et de Pietersheim, door M.J. Wolters, pag. 141