thuis om ca. 7:10, slokdarmkanker
Het Stift
(1) Hij is getrouwd met Thea Johanna Gasau.
Zij zijn getrouwd op 20 augustus 1954 te Assen, hij was toen 27 jaar oud.Bronnen 9, 10
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Herma Koster.
Zij zijn getrouwd op 8 februari 1977 te Tiel, hij was toen 50 jaar oud.Bron 11
25 juni 1939: overlijden vader
1939-1940: Gymnasium te Hengelo O., klasse I, rapport:
Latijn 3 2 2
Nederlands 5 4 3
Frans 3 2 2
Geschiedenis 6 5 6-
Aardrijkskunde 6 6 7
Wiskunde - meetkunde 2 4 4
Wiskunde Algebra 3 2 2
Natuurlijke Historie 7 6 7
Gymnastiek 6- 5 5
Tekenen 7 7 7
Verzuimde lesuren 45 10 0
einduitslag: afgewezen
1940-1941: Gymnasium te Hengelo O., klasse I, rapport:
Latijn 6+ 5 4
Nederlands 6 5 6-
Frans 8 7 7
Geschiedenis 8 8 8
Aardrijkskunde 7 7 8
Wiskunde - meetkunde 6- 7 7
Wiskunde Algebra 6- 6- 5
Natuurlijke Historie 8 8 8
Gymnastiek 6+ 6 6
Tekenen 8 8 8
Verzuimde lesuren 0 5 0
einduitslag: bevorderd
1941-1942: Gymnasium te Hengelo O., klasse II, rapport:
Grieks 4 3
Latijn 4 4
Nederlands 6+ 5
Frans 6- 6
Hoogduits 3 3
Geschiedenis 7 8
Aardrijkskunde 7 7
Wiskunde - meetkunde 5 5
Wiskunde Algebra 5 4
Natuurlijke Historie 8 7
Gymnastiek 8 8
Tekenen 8 7
Verzuimde lesuren 0 35
einduitslag: -
In mei 1942 is Jaap van het Gym naar de ULO gegaan.
Jaap was lid van de VJK - Vrije Jeugdkerk en -Kampen. Ook tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er kampen georganiseerd zoals hieronder in Twente:
·ÃúVrije Jeugdkerk Kamp Twente 1944
Door de voorbereidingen kwamen de voorbereiders zelf al in kampstemming. Je voelde je nuttig. Nu droeg je zelf ook een steen bij aan het welslagen van het kamp. Nu hadden eens niet de leiders het gedaan maar enige kampers, zowel meisjes als jongens. Cilia Bitter zorgde voor twee boerderijen, Aad van der Scheer voor de correspondentie en aanverwante zaken, Henk Sijtsema en ik voor het rogge - en transportwezen, Jaap Koek voor andere voedsel- aanvoeren met Jan Koek en Jan Wim Hissink en Kim van Eck had weckketels als gamellen op de kop getikt.
Kortom, het kamp werd materieel helemaal door kampers opgebouwd en mogelijk gemaakt. Dat was het eerste leuke en bijzondere van dit vijfde oorlogskamp.
Eerst werden enigen als nieuwkampers aangeworven, maar later - op verzoek van Nico Broekhuysen - niet meer. Geen bezwaar, toen meldden zij zichzelf bij bosjes. Zelfs donderdagmiddag meldden zich nog vijfjongens als nieuwkampers, die werden aangenomen, omdat Nico dat in een brief aan Jaap had toegestaan. Later bleken dertien van de vijfentwintig kampers nieuwelingen te zijn, meer dan de helft dus.
Zo kwam dan eindelijk de zaterdagmorgen. Jaap en Aad waren met Cilia uitgenodigd het voorkamp mee te maken, zodat ik de leiding kreeg over de fietsers uit Hengelo. Op aanraden van Nico stuurde ik hen in groepjes van zes weg. Allen kwamen goed aan, met maar twee lekke banden. Over een afstand van circa zes km viel dat mee. Toen volgde de verwelkoming door de leiding, ook van hen die met de trein uit Hengelo en Enschede waren gekomen, waaronder de Friezen en Groningers, die geslapen hadden bij Jaap. Zutphen was er inmiddels ook. De tentleiders konden natuurlijk hun mond weer niet houden en maakten direct de tentindelingen bekend, in plaats van in het kamp. De tocht naar het kamp werd gemaakt, onze bagage afgelegd en direct doorgegaan naar het meisjeskamp.
Daar opende Louk van de Laar Krafft het kamp officieel, waarbij zij de kampregels voorlas. Britta Hudig hees de VJK-vlag, waarna weer Louk de provincie- en andere vlaggen uitdeelde: Zuid-Holland aan Kinnie van der Hoop, Nederland aan Tineke Scheffer (CuraâÂÂÃao) en Overijssel aan Asra Haman. Vervolgens deelde Otto Backer Dirks de vlaggen aan de jongens uit: Rotterdam aan Jan Koek, Groningen aan Hein van Goudoever en Twente aan mij, tot grote verwondering van mijzelf en verschillende anderen, omdat ik nog nieuwkamper was, op mijn eerste kamp. Daarop volgde het elfuurmoment, echt kamps, dus mooi.
Daarop gingen de jongens- vlaggen voorop - naar hun eigen boerderij, waar de slaapplaatsen door hun toegewezen eigenaren in beslag genomen werden. De zelf meegenomen boterhammen werden opgegeten, terwijl Nico vertelde wat er verder ging gebeuren: na deze noen tent I corvee, tent II en III twee uur rust tot kwart voor drie. Dat laatste bleek nogal rumoerig te verlopen. Wij waren dan ook blij toen na de rust de thee verscheen. Een paar gevonden kousen leidde tot een rechtszaak, schitterend opgelost door Otto en Nic, door de tentleiders van tent II (Jan Willem Hartgerink) en III (Ol Terpstra) en de nieuwkamper Jan Paul Kapelle, de eigenaar van de kousen, samen een lied te laten zingen, daar de kousen vermoedelijk tijdens de rust ·Ãúverhuisd·Ãù waren. Daaruit bleek dat de heren tentleiders hun jongens onvoldoende onder controle hadden, vandaar deze gezamenlijke straf. Om onze benen weer eens te strekken gingen wij wandelen, ondermeer langs de ·ÃúDikke boom van Oele·Ãù, volgens de ernaast wonende boer ·Ãúwol doezend joar oald·Ãù, door de cycloon van Borculo in 1925 van zijn bladertooi en leven beroofd. Deze eik was zo dik, dat wij haar met vier man, vingertop aan vingertop, net konden omspannen.
Na de wandeling volgde een korte partij hockey, waarin ik met twee hoge schoten de in het doel staande Ol naar het leven stond. Hij wist beide keren op tijd opzij te springen.
Vervolgens eten bij de meisjes, uitstekend, zowel de ambiance als de maaltijd, al was de vla aangebrand, wat geen enkele invloed had op de algemene eetlust. Na afloop liepen enigen te kreunen met hun volle magen. Daar was weer een partijtje voetbal goed voor. Jaap en ik bouwden in die tijd een kampvuur op, dat evenwel niet werd gebruikt. Om half acht kwam het eind van de dag, bij de jongens op de deel. Otto hield een mooie, maar zelfs voor ons ouderen zware dagsluiting. Later bleek dat vooral de kleinere nieuwkampers er niet veel van hadden begrepen. Van slapen kwam daarna niet veel door het voortdurende rumoer. Pas om twaalf uur werd het stil en sliepen wij in, om de volgende morgen om vijf uur weer klaar wakker te zijn door het lawaai, ondanks de komst - tot tweemaal toe - van Nico om tot stilte te manen.
Om kwart voor zeven blies Jan Koek de reveille, waarna wij eventjes ochtendgymnastiek deden onder leiding van Ol en in het kanaal plonsden. Na het zwemmen ontbijt, met ondermeer drie sneden koek en daarbij toezingen van een jarige, voor de digestie afgesloten met een partijtje hockey. Daarna het elfuurmoment, gevolgd door een wandeling van de jongens naar het meisjeskamp voor de koffie. Als tegenprestatie tegenover de heerlijke koffie van de meisjes brachten de jongens ten tonele wat Ol als ·ÃúDikke Eik·Ãù aan Peter van der Dussen als jong eikje vertelde. Maar eerst moesten enkele dames een eikje planten die een viertal Germanen (Otto, Nico, Jan Willem en Jur Haak) hadden meegebracht, omdat zij zojuist de Romeinen hadden verslagen. De meisjes verrichtten de Meiboomplanting zonder er iets van te snappen. Daarop kwam Ol op, met een grondzeil en eiketakken tot ·ÃúDikke Eik·Ãù gemaakt, en Peter als klein eikje, aan wie hij begon te vertellen wat hij allemaal gezien en meegemaakt had, de vier Aymonskinderen, de moord op Floris V, een tournooi, de Ommerschans en de ramp van Borculo. Tot slot werd hij door drie jongens en Louk en Britta omspannen. Alles wat de eik vertelde werd aanschouwelijk uitgebeeld, waarbij tijdens het tournooi een paard (Peter Joosting) door de met ijzer beslagen ·Ãúhoeven·Ãù van een ander paard zo serieus gewond werd, dat de arts in Delden waar hij naartoe werd gebracht nodig vond de wond te hechten.
De jongens gingen met vliegende vaandels naar hun eigen kamp om te eten. Onze tent III had corvee, zodat wij aan het boterhammen smeren en ....eten sloegen. Na de warme hap vooraf wilde â©â©n van de corveeâ´rs geen brood meer zien! Tijdens die maaltijd waagden Ulli ter Haar Romeny en ik ons aan een liedje over verloren voorwerpen, dat niet best slaagde. Daarna weer rust voor de anderen en corvee voor ons.
Na de thee wandelden wij langs Kasteel Twickel door het bos, verdwaalden in een moeras en gingen door heel hoog gras en brandnetels tot we op de spoorbaan uitkwamen, die we even tevoren overgestoken waren. We werden opgewacht door een boer die vroeg wat wij daar ·Ãúvan node hadden·Ãù. Op zijn bevel moesten we zo vlug mogelijk van de baan af, dus in looppas langs de spoorbaan naar een er vlak bij gelegen overweg. Daar stuurden wij Aad als koerier versneld naar de meisjes en wandelden met zijn allen het pad af. Om kwart voor zeven kwamen wij bij het meisjeskamp aan, Ol en ik als eersten met een paar jongens. Bedeesd wachtten wij tot de anderen kwamen. Tot onze schrik en verbazing zongen de meisjes plotseling met een grafstem: Waar zijn de jongens? en toen zo iets als De soep is op. Dat was te veel en ·Ãúsnikkend·Ãù verborgen wij dan ook onze gezichten achter onze borden. Gelukkig arriveerde op dat moment Otto, die de situatie redde door op dezelfde toon te zingen: Wij hebben honger! ·ÃúSoep is op·Ãù bleek gelukkig niet waar want er was meer dan genoeg. Otto gaf een natuurgetrouw verslag van onze tocht en Louk vertelde van de door de - in twee groepen verdeelde - meisjes gemaakte speurtocht naar een schat met behulp van een in tweeâ´n gescheurd testament. De erfenis kwam door het minder geslepen zijn van de rovers in de goede handen terecht. ·Ãòs-Avonds bouwden Jaap en ik het kampvuur weer op dat wij de vorige avond hadden moeten afbreken en dat nu inderdaad werd aangestoken. Een prachtig slot van de dag, waarop je voorkomen rustig werd. Al die peinzend in de vlammen kijkende gezichten bewezen dat wel.
Toen het vuur uitgebrand was werd de avondbespreking bij ons op de deel gehouden, nu door Louk. Deze was zeer begrijpelijk, met schitterende voorbeelden die als bliksemslagen insloegen. Vijf op een braadslee gezette kaarsen als imitatiekampvuur verhoogden het effect nog meer. Een avond om nooit te vergeten, gesloten door het Avondlied, hand in hand door allen gezongen.
Het hieropvolgende slapen verliep direct goed, zonder enig rumoer en ook ·Ãòs-morgens was het veel rustiger dan de vorige dag. De hockeywedstrijd na het ontbijt leverde twee gewonden op, Jan Koek door een slag tegen een wond aan zijn been die weer openging hierdoor, en Jan-Wim Hissink verzwikte zijn voet. Na het elfuurmoment naar de koffiemaaltijd bij de meisjes. Er werden vrijwilligers gevraagd om een verslag te maken. Bij de meisjes was eerst niemand maar toen de jongens met vijf aankwamen lieten de meisjes dat niet op zich zitten en kwamen ook met enigen uit de bus, zij het vooral op aandringen van Louk. Zij ging daama over tot het aanwijzen van VJK-vertegenwoordigsters in Twente: Cilia, Annetje van Heek en Kim. Otto wees daarna Jaap als eerste, Aad als tweede en mij als derde vertegenwoordiger aan.
Vervolgens werden alle nieuwkampers en -kampsters uit de kring verwijderd. Mij nam Nico meteen weer mee terug, waarbij ik onder de zes vlaggen moest gaan staan terwijl de oudkampers ·ÃúSchâÂÂâÂÂn ist die Jugendzeit·Ãù zongen. Maar het plechtigste kwam nog. Otto sloeg mij daar - vrij hard en op beide schouders - tot oudkamper en Nico speldde mij het kruisje op de borst. Hoewel het eerst niet zou gebeuren, omdat het kamp daar eigenlijk te kort voor was, was het grote moment voor mij dan toch gekomen. Na mij kwamen eerst de nieuwkampsters en daarna de -kampers die beide half tot oudkamper gezwaaid werden.
Direct daarna gingen we op een holletje naar het station om de trein-Enschedeâ´rs en fiets-Hengeloâ´rs weg te brengen. Louk kroop met een rode zakdoek op een stapel spoorbielzen en woof.
Mâ¨jn fiets, waarvan een band onderweg geknapt was, werd door een Hengelo-fietser meegenomen en Kim en ik gingen na het afscheid naar huis, waar hetzelfde karretje nog stond, waarin alle rommel naar het kamp gebracht was. Nu moest alles er weer mee worden opgehaald. Henk Sijtsema haalde intussen de tandem van zijn vader weer uit Hengelo en kwam daarmee naar Delden. Ik bracht het karretje naar de boerderij en de gewonde Peter, die noch lopen noch rijden kon, op de tandem van Britta naar het station, tezamen met Vera Manger Cats, Mies Stoop en Jan-Paul Kappelle, die met de trein naar Zutphen moesten. Kim ging mee om de fiets waar Mies mee reed terug te brengen naar het kamp
Weer op het kampterrein gekomen zag ik de leiders en adjudanten aan de thee gaan. Kim en ik begonnen met de inmiddels gearriveerde Henk alle pannen, weckketels, bussen, enz. enz. op het karretje te laden. Toen de leiding om half zes zijn thee op had waren wij nog niet klaar, maar eindelijk konden wij dan vertrekken. Wij namen afscheid van alle leiders en leidsters, naar wij zeiden tot september, maar onbewust van de latere ontwikkelingen: spoorwegstaking, landing bij Arnhem en dergelijke. Henk en ik vertrokken, onderweg sloeg het wagentje eenmaal om en kregen we ruzie over het wegbrengen van een weckketel maar alles liep goed af. Wel was ik doodmoe toen ik ·Ãòs-avonds thuiskwam.
Fred G. Moquette·Ãù
In het laatste oorlogsjaar was hij verliefd op zijn oud-klasgenote van het Gym, Sophia Cecilia (Cilia) Bitter, die echter kort voor het einde van de oorlog overleed. Brieven van Jaap aan Cilia zijn bewaard gebleven - vermoedelijk na het overlijden van Cilia door haar broer, Willem Bitter, terug gegeven aan de afzender.
Tijdens de tweede wereldoorlog, op 6 of 7 november 1944 wordt Jaap Koek door de Duitse bezetter opgebracht voor de Arbeitseinzats. Zijn verre oom Ger Jannink (1900-1976) weet hem uit de kollone van opgebrachte jongeren te redden door van jas en pet te ruilen en zelf de plek van Jaap in te nemen. Een eerste poging valt meteen op en onder dreiging met geweren wordt de vluchtpoging opgegeven, maar een tweede poging is wel succesvol.
In 1944, duikt hij onder op Stepelerveld, de boerderij van zijn oom Ebs, o.a. bij Klaas Zijlstra (de bedrijfsleider van Stepelerveld) thuis onder de vloer.
Op 20 december 1946 hertrouwt zijn moeder met Henk Veenman en verhuist het gezin naar Rotterdam, waar zij ondermeer naar de diensten van de VJK (Vrije Jeugd Kerk) met diensten in de Engelse Kerk gingen. Tijdens een kerstspel treedt Jaap op als Jozef, met een van zijn zussen als Maria. Dit maakte diepe indruk op de toen 10-jarige Jeannette Vollenhove. Toen Jeannette - inmiddels getrouwd met Alf van Heek - ongeveer 35-40 jaar later Jaap op een bijeenkomst van Familievereniging Van Heek weer tegenkwam riep zij uit: ·Ãúmaar jij bent Jozef!·Ãù.
Op 1 september 1949 treedt hij in dienst als kantoorbediende op de afdeling afrekeningen bij Schellen Scheepvaart & bevrachting n.v. te Rotterdam. Over de periode september t/m december ontvangt hij âÂÂà 395,13 bruto / âÂÂà 367,60 netto inclusief âÂÂà 95,13 bruto/âÂÂà 75,00 netto gratificatie.
Op ca. 1 april 1950 betrekt hij een kamer in ·ÃòDe Belder·Ãô, een villa aan de Enschedesestraat 382 te Hengelo, die hij huurt voor âÂÂÃ100,- per maand (incl. gemeenschappelijke maaltijden)van de Algemene Maatschappij voor Jongeren in Twente. Normaal tarief is dan âÂÂà 125,-, hij heeft wat afgedongen in ruil voor een mindere kamer.
Op 13 november 1951 wordt een woonvergunning verstrekt om van Enschedesestraat 283 in Hengelo te verhuizen naar G.W. Burgerplein 283, Rotterdam - ·Ãòterugkeer naar ouderlijke woning·Ãô.
In 1952 maakt hij een elf-daagse voettocht van Callander naar Braemar in Schotland.
1953 werkzaam voor Veenman Kantoormachines - al vanaf???
Op 20 oktober 1953 doet hij het examen Vakbekwaamheid voor de Kantoormachinehandel.
Op 17 december 1953 wordt een vergunning verstrekt tot ingebruikneming van een woongelegenheid Bornsestraat 6, Hengelo, bij mej. W.J.A. Zehender-Traus.
ca 1958 verhuizing Hengelo ->Delden
ca 1963 verhuizing Delden -> Rotterdam
tot 1964 vertegenwoordiger in kantoormachines
1964 aanstelling tot mededirecteur Veenman Kantoormachines te Rotterdam m.i.v. 1965
Op 30 december 1964 ontvangt hij van zijn stiefvader Henk Veenman 5 aandelen, elk nominaal âÂÂà 1.000,-, in Veenman Kantoormachines N.V.
24 oktober 1968 arbeidsovereenkomst tussen Veenman Kantoormachines NV en J. Koek, adjunct directeur, salaris 36.000,- per jaar vermeerderd met een tantiâ®me van 1,25% over de winst voor belasting, 4 X 5 dagen vakantie per jaar.
Het Vrije Volk, 16 december 1968, personeelsadvertentie: ·ÃúIn het centrum van Rotterdam (dus vlak bij alle grote winkels) wachte twee afdelingen op een assistente van ca. 17 jaar ·Ã¶
die graag iets meer wil verdienen, maar vooral zoekt naar prâ©ttiger werk.
Om precies te zijn: die twee afdelingen zijn de order- en de debiteurenadministratie van Veenman kantoormachines n.v.
Interesse?
Bel 134980 toestel 130
U kunt vragen naar de heer J. Koek.·Ãùhttp://gorinchem.courant.nu/index.php?page=358&mod=krantresultaat&q=Koek&datering=&krant=&qt=paragraaf&pagina=&sort=datum+asc%2Ckrant+asc%2Cpagina+asc‰ÂÂgraaf=128&doc=8&p=12‰ÂÂgraaf=10&y=513
Het Vrije Volk, 25 februari 1969, personeelsadvertentie: ·ÃúOp 1 april en 1 mei a.s. begint een cursus computer-programmeur Nixdorf
Deze opleiding is bedoeld voort 20 tot 25 jarigen die na hun schoolopleiding bezig zijn geweest zich in boekhoudkundige richting te bekwamen en hun toekomst zoeken op het gebied van de administratieve automatisering.
Gegadigden worden verzocht zich omgaand mondeling of schriftelijk te melden, zodat tijdig overleg gepleegd kan worden over toelating.
Gedurende deze basisopleiding van twee maanden in Rotterdam genieten cursisten een volledig salaris, Voor bijzonder begaafde cursisten is aansluitend aan deze opleiding doorstroming naar de Veenman instructiesector mogelijk.
Plaatsing als programmeur is tenminste verzekerd.
Voor telefonische inlichtingen over de gewenste vooropleiding,, praktijk e.d. is de heer J. Koek bereikbaar tijden kantooruren onder nr. 010-134980 toestel 130 en ·Ãôs avonds na half negen 010-182899
Deze opleiding is een activiteit van Veenman kantoormachines n.v. Goudsesingel 108 Rotterdam·Ãùhttp://gorinchem.courant.nu/index.php?page=360&mod=krantresultaat&q=Koek&datering=&krant=&qt=paragraaf&pagina=&sort=datum+asc%2Ckrant+asc%2Cpagina+asc‰ÂÂgraaf=75&doc=5&p=21‰ÂÂgraaf=274&y=421
Op 1 mei 1969 koopt hij het huis Wilhelminaplein 1 te Heusden voor âÂÂà 8.000,-. Dit huis verkeert in zeer slechte staat en moet gerestaureerd worden.
ca. 1972 verhuizing Rotterdam -> Tiel
ca 1984 - Uit de nalatenschap van zijn moeder verkrijgt hij het Piepersbos, gemeente Haaksbergen
1993 publicatie van zijn boek over zijn vader: ·ÃòDokter Koek van Boekelo, de eerste dokter tussen textiel en zout.·Ãô
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jacob Koek | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1954 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Thea Johanna Gasau | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1977 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Herma Koster | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Kwartierstaat van J. Koek, Enschedesestraat 54, Hengelo, Nederland·Ãôs Stamboek, Dossier No. 925 / 338
Krantenknipsels met familieberichten uit het archief van Anneke Koek-Barbas.
Orde van Dienst bij de bevestiging en inzegening van het huwelijk van Jacob Koek en Thea Johanna Gasau op vrijdag 20 augustus 1954 in de Nederlandse Hervormde Kerk te Assen door de weleerwaarde heer Ds F.H. van Aalst, uit het kopie-archief van Jaap Koek bij Anneke Koek-Barbas.
Kennisgeving huwelijk Jaap Koek en Hem Koster, 8 februari 1977.