Van den Berg Steneker Stamboom » Lyckle Aebeles Lycklama à Nijeholt (1485-1538)

Persoonlijke gegevens Lyckle Aebeles Lycklama à Nijeholt 

  • Hij is geboren in het jaar 1485 in Steenwijk.
  • Hij is overleden op 1 februari 1538, hij was toen 53 jaar oud.
  • Deze gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 9 mei 2012.

Gezin van Lyckle Aebeles Lycklama à Nijeholt

Hij is getrouwd met Johanna Nn (Vrouw Van Lyckle Aebles).

Zij zijn getrouwd in het jaar 1505, hij was toen 20 jaar oud.

Otto B. Wiersma schrijft over Lyckle Aebeles:
Kinderen van Lyckle Aebeles en Johanna:
I. Lubbert Lyckles Lycklama à Nijeholt, 1505-1561, 1533-1558 Grietman van Weststellingwerf ,geh. NN
kinderen:
1.Egbert Lubberts
2.Lyckle Lubberts, geh. 1547 Berber Dircks (Barbara) ?-1575?
-Dirck Lyckles
-Aelcke Lyckles
-Jannes Lyckles
3.Franciscus Lubberts
4.Lubbert Lubberts
II.Jochum Lyckles Lycklama à Nijeholt, 1518-?, geh. Alyd
-Lickle Jochems
-Geerdt Jochems
-Wybrant Jochems, is rond 1609 burgemeester van Steenwijk geh. Jantien Wichers
III. Aeble Lyckles Lycklama à Nijeholt
IV. mr. Meyne Lyckles Lycklama à Nijeholt, 1520 - 14.12.1608, studeert in 1539 in Leuven, 1565-1576, substituut-grietman van Weststellingwerf, gevolmachtigde naar de landdag gedeputeerde van de Staten van Friesland, 1569-1576, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland, 1582-1584, Raadsheer van het Hof van Friesland, 1585-1597, geh. Hylck ter Wisscha, ?-10.12.1610
kinderen:
1.dr. Laelius Lycklama ?-1625/26, studeert in 1589 in Franeker, in 1593 advocaat aan het Hof van Friesland
in 1597 gecommitteerde als raadsheer aan het Hof van Friesland, 1625 grietman van Hemelumer Oldephaert en Noordwolde
geh. Leeuwarden 12.10.1603 Foeck van Galama
2. dr. Marcus Lycklama à Nijeholt ?-9.8.1625, studeert in 1593 in Franeker, studeert in 1596 in Basel, 1600-1601 lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland
1604 hoogleraar recht in Franeker
1610 grietman van Ooststellingwerf
1610-1611 curator van de Franeker Academie
1623 grietman van Weststellingwerf
afgevaardigde naar de Staten-Generaal
Ridder in de orde van St. Markus van Venetië
geh. 1615 Parck van Goslinga
Aeltie Lycklama, 1576-13.8.1637
Jantien Lycklama, -10.8.1624
dr. Esias Lycklama ?-1639
studeert in 1597 in Franeker
1601 advocaat
1624 grietman Ooststellingwerf
1626-1627, 1633-1634 lid van de Staten-Generaal
1638-1639 lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland
1639 grietman Weststellingwerf
geh. Leeuwarden 16.5.1605 Jel van Osinga
V. Pier Lyckles Lycklama à Nijeholt 1523-1610 ->
VI. Joseph Lyckles Lycklama à Nijeholt, ?-1614?
geh. ?
-Lickle Josephs
-Jantien Josephs, geh. Anne Carsten
-Fysse Josephs, geh Albert Saskers
-Hebele Josephs
VII. Grete Lyckles Lycklama à Nijeholt, <1520-1538, geh. Marten Johans van Haert
VIII. Anna Lyckles Lycklama à Nijeholt, geh. Claes Reynties
IX. Catharina Lyckles Lycklama à Nijeholt
-----------------
woonplaats en werkzaamheden:
Saksisch grietman van Stellingwerf, in 'dienst' van een Saksische hertog
die weer handelde in opdracht van de Duitse keizer.
Hij paste zich effectief aan bij verschuivingen in de machtsverhoudingen,
werd in 1517 Bourgondisch grietman van Schoterland en het westelijk deel
van Stellingwerf, in 1518 balling en hij werd in 1524 door de landvoogd
Floris van Egmond, als dank voor zijn inzet voor het Bourgondisch bewind,
erfelijk belast met het grietmanschap over Weststellingwerf.
In tegenstelling tot nogal wat nakomelingen was Lickele Ebelens niet erg
onder de indruk van de verheffing in de adelstand. Volgens de overlevering
zou hij gezegd hebben: "Deugd allinne makket wiere adel."
-
documenten
Lyckle Aebeles was stamvader van de familie Lycklama à Nijeholt. Winsemius noemde hem "een treffelyck ghequalificeert man, soo van gheslachte als goederen". Vermeldt van hem, dat hij "uyt het gheslachte van Steenwyck" stamde, woonde op Friesburg bij het dorp Nijeholt (Nijeholtpade) en dat dit geslacht zich naar dit dorp, à Nijeholt, vernoemd heeft. In de eerste helft van de 17e eeuw ontstond uit het patronym Lyckles de achternaam Lycklama, terwijl de toevoeging à Nijeholt als herinnering aan het langdurig verblijf van dit geslacht te Nijeholtpade eveneens uit deze tijd dateert. Uit "Her en der deur et oolde Wolvege" van Fokke van Lute: De komst van de Lycklama's - grietmannen, grondeigenaren en verveners - is voor het cultuurpatroon van het noordelijke gedeelte van Wolvega van grote betekenis geweest. Door hen kwamen in de zestiende eeuw de vervening en de bosbouw pas goed tot ontwikkeling. In of ongeveer 1626 laten ze aan de oostkant van het dorp de Lycklamastins bouwen. Voor de afvoer van de turf en het hout bestond er behoefte aan waterwegen. Daarom lieten de Lycklama's een vaart graven vanuit de Tjonger door het veengebied via Nijeholtwolde naar Wolvega: de Lycklamavaart.
In Friesland eindigen veel namen op -ma, zoals Boersma, Bergsma, etc. Dat -ma betekent 'zoon van'. Dus Lycklama betekent 'zoon van Lyckle'. Dat slaat dus op Lyckle Ebelens. De zonen van Lyckle Ebelens verspreidden zich over Friesland en om bij te kunnen houden over wie men het had, werd er een plaatsbepaling aan de naam toegevoegd. Het woordje 'à' (uit het Frans) betekent namelijk van of uit. En Nijeholt betekent 'Nieuwe hout', oftewel de nieuwe bossen. Dus Lycklama à Nijeholt betekent 'zoon van Lyckle uit de nieuwe bossen' (dit doet overigens vermoeden dat er ook een familie bestaat met de naam 'Lycklama à Oldeholt', maar daar is mij niets over bekend...).
Op 1 februari 1538 verkopen de (dan weduwe) Johanna en haar negen kinderen
een huis aan de Molenstraat te Steenwijk.
In 1543 zijn de erven in het bezit van meerdere boerderijen te Nijeholtpade en te Oudehoutpade.

Kind(eren):



Notities over Lyckle Aebeles Lycklama à Nijeholt

Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW), Deel 5 p. 145, 146:
citaat:
Lyckle E(e)bles was gesproten uit het geslacht Steenwijk, hetwelk later (zie Ferwerda) of volgens Van Sminia nog met hem, maar weer spoedig daarna naar het Stamb. v.d. Fr. Adel (met beroep ook op Vriemoet's Inleiding) is geheeten Lycklama toe Ny(e)holt naar Nyeholtpade, waar Lyckle een slot bewoonde, de Friesburg (Teg. staat v. Friesland in: Teg. staat der V.Ned XV II 599-600; vgl. over Nyeholtpade ook K. v. Richthofen, Untersuchungen über Friesische Rechtsgeschichte (Berlin 1882) II Bd 2. 1322; vgl. ook 699, 700, 702.
Het eerst treffen wij Lyckle aan als grietman v. Stellingwerf in 1512 (28 Sept. in verband met moeilijkheden over het opbrengen eener belasting in zijn grietenij).
Twee jaar later wendden zich, op hun tocht van Sloten, daarheen de Gelderschen, die er het in het water gelegen en versterkte huis van dien, den Saksischen hertogen getrouwen, grietman innamen en plunderden (23 Nov.). Dit bezoek hebben zij het volgend jaar, en wel op S.Anthonisdag, herhaald, bij welke gelegenheid het slot geheel afgebrand is.
Met het oog op de hierdoor geleden schade heeft de Bourgondische stadhouder Floris v. Egmond (of IJsselstein) heer Eebles schadeloos gesteld met de halve grietenij in de Stellingwerven en de geheele van Schoterland (18 Febr. 1517). 18 Aug. kreeg hij commissie, behalve op Schoterland, op de westelijke helft van Stellingwerf. Door erfelijkverklaring in zijn geslacht, heeft 13 Oct 1524, de Keizer nogmaals zijn gunst getoond jegens den ook in zijn streek zeer gezienen Lyckle. Dit betrof Weststellingwerf, want in laatstgenoemd jaar treedt een ander op als grietman van Schoterland. Aldus tenminste v.Sminia, 362, maar Andreae hem (blz 113) vermeldende op 18 Febr. 1517 als grietman v. Schoterland (terwijl hij tevens de helft v. Stellingwerf bestuurde) voegt er (blz. 124) bij, dat zijn benoeming 10 Aug. 1525 werd geregistreerd. Het jaar tevoren was blijkbaar Stellingwerf in z'n beide deelen administratief gescheiden in dien zin, dat Lyckle die grietman van W.S. sinds 1517 was, dit ook na 1524 was gebleven, toen hij 11 Oct. in deze bediening zich opnieuw aangesteld en 13 Oct. geconfirmeerd zag met erfelijke successie.
Althans zijn zoon is hem opgevolgd. Lubbert, die in 1537 als grieman voorkomt, hoewel een op dit punt afwijkende lezing bij sommigen gegeven wordt, Vgl. o.a. Friesche Volksalm. 1886, 47. Doch vermoedelijk is Lyckle grietman gebleven tot aan zijn dood, die waarschijnlijk in 1536 plaats had.
Of zijn zoon Lubbert, gehuwd met Berber(a) Dir(c)ks, (overl. 1775), woonachtig te Oldelamer, voorkomende (17 Jan.) 1550 (als gevolmachtigde der grietenij op den landsdag) en wiens naam volgens Andreae*, ook nog genoemd wordt in 1560 (hoewel diezelfde schrijver, onmiddellijk daarop, bl. 125 1558 als Lubberts sterfjaar opgeeft), of Lubbert de enige zoon is van Lyckle, staat niet geheel vast. (sommigen geven hem n.l drie zoons), evenmin als de familienaam van zijn vrouw Johanna.
Lubbert en Berbara hadden 6 kinderen. Een eigenaardige karaktertrek van Lyckle komt nog uit het bekende verhaal van de verheffing tot den adel van verschillende Friesche heeren door den Bourg, stadhouder. Deze, ook onzen grietman aangeboden, werd door hem geweigerd met de sinds vermaarde woorden: "Deugt alinne macket wiere adel".
Zie, behalve het Wapenboek (I) v.Ferwerda, het stamb.v.d. Fr. Adel, Het Charterb. v. Friesl. II 347, III 185,) en van de oude kronieken vooral: Worp Thabor (V) en Winsemius; Fr.Volksalmanak 1856, 137-138, 1886, 47; Vriemoeth, Athenae Frisiaeae XLL; Scheltema, Staatk. Nederl. II, 542; S.F.Kleinsma, Geschiedk. Herinn. uit de voorm. griet Oost en Weststellingwerf (Meppel 1861) 15-17 en vooral: II. Baerdt van Sminia, Nieuwe Naamlijst v. Grietmannen (Leeuw. 1837) en het vervolg daarop: A.J.Andreae, Nalezing op Van Sminia's Naamlijst (Leeuw.1893). L.J.Berns, Verslag aangaande een onderzoek naar Archiefstukken bel. v.d. Gesch. v. Frriesl. (Den Haag 1891) 57 (No.366).
~
Van der AA schrijft hiervan min of meer een samenvatting:
EEBLES (Lyckle) of Ebles, van Steenwijk afkomstig, woonde op het slot Friesburg te Nijeholtpade, waar hij naderhand den naam heeft aangenomen, en dus genoemd wordt Lycklama à Nijeholt. Hij werd in 1514 -onder de Saksiche regering- Grietman van Oost- en Weststellingwerf, doch door de Geldersche verjaagd en zijn huis vernield. Naderhand is hij den 18den Februarij 1517 door den Bourgondische Stadhouder, Floris van Egmond, begiftigd met de geheele Grietenij van Schoterland en de helft van de Stellingwerven. Deze helft is door Keizer Karel V, bij besluit van den 13den October 1524, wegens de geledene schade aan zijne bezittingen en ter belooning zijner betoonde getrouwheid, in zijne familie erfelijk verklaard. Toen hem bovendien aangeboden werd in den adelstand verheven te worden, bedankte hij daarvoor en zeide: Deugt allinne macket wiere adel. Hij was een man van groot gezag en stierf vermoedelijk in 1534. Zijn zoon Lubbert Lyckles volgde hem op, en was als Gevolmagtigde der Grietenij tegenwoordig op den landsdag van 17 Januarij 1550. Deze was gehuwd met Berber Dirks en woonde te Oldelamer.
Zie Winsemius. Chron. van Vriesl. bl. 414; Scheltema, Staatk. Nederl. D.II, bl. 542; Van Sminia, Nieuwe Naaml. van Grietmann. bl. 861, 862, 399.
[www.historici.nl/retroboeken/vdaa, dl 5, blz 17]
~
LYCKLAMA UIT STEENWIJK
"Lyckle Aebeles was grietman van Weststellingwerf 1514 en van Schoterland 1517. Lyckle Aebeles was in 'dienst' van de Saksische hertog, die weer handelde in opdracht van de Duitse keizer. Hij paste zich effectief aan bij verschuivingen in de machtsverhoudingen, werd in 1517 Bourgondisch grietman van Schoterland en het westelijk deel van Stellingwerf, in 1518 balling en hij werd in 1524 door de landvoogd Floris van Egmond, als dank voor zijn inzet voor het Bourgondisch bewind, erfelijk belast met het grietmanschap over Weststellingwerf.
In tegenstelling tot nogal wat nakomelingen was Lickele Ebelens niet erg onder de indruk van de verheffing in de adelstand. Volgens de overlevering zou hij gezegd hebben: "Deugd allinne makket wiere adel"."
"Winsemius noemde Lyckle Aebelens "een treffelyck ghequalificeert man, soo van gheslachte als goederen". Vermeldt van hem, dat hij "uyt het gheslachte van Steenwyck" stamde, woonde op Friesburg bij het dorp Nijeholt (Nijeholtpade) en dat dit geslacht zich naar dit dorp, à Nijeholt, vernoemd heeft. In de eerste helft van de 17e eeuw ontstond uit het patronym Lyckles de achternaam Lycklama, terwijl de toevoeging à Nijeholt als herinnering aan het langdurig verblijf van dit geslacht te Nijeholtpade eveneens uit deze tijd dateert. Uit "Her en der deur et oolde Wolvege" van Fokke van Lute: De komst van de Lycklama's - grietmannen, grondeigenaren en verveners - is voor het cultuurpatroon van het noordelijke gedeelte van Wolvega van grote betekenis geweest. Door hen kwamen in de zestiende eeuw de vervening en de bosbouw pas goed tot ontwikkeling. In of ongeveer 1626 laten ze aan de oostkant van het dorp de Lycklamastins bouwen. Voor de afvoer van de turf en het hout bestond er behoefte aan waterwegen. Daarom lieten de Lycklama's een vaart graven vanuit de Tjonger door het veengebied via Nijeholtwolde naar Wolvega: de Lycklamavaart."
"Op 1 februari 1538 verkopen de (dan weduwe) Johanna en haar negen kinderen een huis aan de Molenstraat te Steenwijk.
In 1543 zijn de erven in het bezit van meerdere boerderijen te Nijeholtpade en te Oudehoutpade."
"De Lycklama's kwamen in bezit van veengronden in de omgeving van het latere Heerenveen, die werden verpacht voor de winning van turf. Voor de ontginning werd de Lycklamasloot uitgegraven. Vele Lycklama's vervulden belangrijke posities als grietmannen, er waren leden van gedeputeerde staten, advocaten e.d. In Beetserzwaag is een nog bestaand landhuis dat door (de adelijke tak van de) Lycklama's werd bewoond".
(bronnen: http://www.stellingwerven.dds.nl/regenten/753/lycklama/lycklama.htm)
~
Op een kaart van de Provincie Friesland uit ca 1670 (nr 3187,Tresoar) zien we zuidoostelijk van Heerenveen drie vestigingsplaatsen van de Lycklama's, de Lycklama-stins oostelijk van Oldeholtpade aan de Lycklamasloot, ten tweede de Lemenburgh (=de Friesburg) bij Nyeholtpade en als derde de Lycklama-stins bij Oldebercoop.
~
GRIETMANNEN EN ANDERE BEKENDE LYCKLAMA'S
"De eerste grietman van de Stellingwerven heette Lambert Piers.
Hij wordt in 1504 genoemd. Van hem stamt waarschijnlijk een familie Sannes af. De tweede grietman heette Lyckle Eables; tijdens zijn bewind werd in 1524 de grietenij Stellingwerf gesplitst in de grietenijen Stellingwerf Oosteinde en Stellingwerf-Westeinde. Lyckle bleef grietman van Stellingwerf Westeinde, later Weststellingwerf genoemd. Hij woonde in Nijeholtpade op een stins; en dus noemde de familie die van hem afstamde zich Lycklama à Nijeholt, met de voornaam van de grietman en de plaats waar hij woonde. Het geslacht is opgenomen in het Stamboek van de Friese Adel. Bovendien heeft de stins van deze Lyckle een rol gespeeld in de schermmutselingen met de Geldersen.(1)
Een tweede grietman van Weststellingwerf was Marcus Lycklama a Nijeholt, geboren op 17-01-1573 (St Anthonisdag) en overleden op 09-08-1625. Hij studeerde rechten aan de universiteit van Franeker. Daar werd hij hoogleraar van 1604-1610. Vervolgens werd hij grietman van Ooststellingwerf en lid van de Staten-generaal, daarna van de Raad van State. In 1623 werd hij grietman van Weststellingwerf. Vanaf 1610 was hij curator van de Academie in Franeker. Hij is begraven in de kerk van Nijeholtpade; door de houten vloer is zijn grafsteen aan het oog onttrokken. Als hoogleraar heeft hij enkele publicaties op zijn naam staan. Van Marcus Lycklama is het testament bewaard gebleven. De tekst van dit testament evenals een afbeelding van dit lid van de familie kunt u op internet vinden. (2)
Ook in Steenwijk zijn bekende Lycklama's te vinden zoals Lubbertus Lijckelama, eerste majoor der stad Steenwijk en daarna kapitein van een compagnie soldaten te voet, in dienst van de Prins van Oranje. (3) Hij was getrouwd met Anna Fredericks. Haar vader was burgemeester van Steenwijk en haar moeder kwam uit het Steenwijkse burgemeestersgeslacht Ter Stege. Deze Lubbertus voerde het volgende wapen: wedergedeeld, a. in goud twee lelien van rood boven een, b in rood een gouden eikenstronk met daaruit drie gouden eikels.
Lubbertus en Anna hadden twee zonen en twee dochters, nl Frederick, Seyger, Hendrickjen en Frouca. Frederick Lijckelama werd vaandrig van een compagnie soldaten, maar hij is ongetrouwd gestorven. Seyger Lijckelama trouwde met Sophia Essink en was luitenant van een compagnie soldaten in dienst van de Prins van Oranje.
Bronnen:
Oosterhout, M. ed., Snitser Recesboeken 1490-1517, Assen 1960
Paasman, J.A., Lycklama à Nijeholt, tûke Wûnseradiel, Genealogysk Jierboekje 1998, 41-96
(1) Wierda 1946
(2) Het testament bevindt zich in Tresoar, het voormalig Rijksarchief van Friesland. Toegang 347. inv. Nr. 1320.
(3) Zie Schultinck 1650, blad 55"
(bron: http://www.stellingwerven.dds.nl/regenten/753/lycklama/lycklama.htm)
~
FRIESCHE SYNODEN 1600-1750.
Namen der Edel Mogende Heeren uit het Collegie der Gedeputeerde Staten, zijnde tegenwoordig bij de Friesche Synoden, gehouden vanaf den jare 1600 tot 1758.
Bron: K. van Belkum, Naamlijst van heeren Predikanten … Leeuwarden 1885, blz. 59-64.
Internetbewerking: M.H.H. Engels, september 2007
• ....
• Andringa, Lubbertus van, Grietm. van Utingerad., Dokk. 1681.
• Andringa, Regnerus van, Heerenv. 1711.
• Andringa, Tinco van, Grietm. v. Lemsterl., Leeuw. 1682.
• ....
* De acten van Dokkum 1618 ontbreken. Ingevolge resolutie der Ged. Staten van 3 Oct. 1618 zijn de heeren E. van Aylva uit het collegie van Ged. Staten en E. van Harinxma uit het Hof van Friesland afgevaardigd naar de nationale Synode te Dordrecht om aldaar aan de orders van Hun Hoog Mogenden uitvoering te geven.
• Lange lijst van namen waaronder:
• Lycklama à Nijeholt, Augustinus v., Grietman v. Opsterland, Harlingen 1694, id. 1708, Dokkum 1799.
• Lycklama à Nijeholt, Lubertus v., Grietm. v. Ooststell., Sneek 1684.
• Lycklama van Wijckel, Regnerus Annaeus, Grietman van Gaasterland, Leeuwarden 1724.
• Lycklama, Hanso van, Grietman van Lemsterl., Heerenv. 1648.
• etcetera
~
KONINGSBERGEN (bron: www.oldeholtpade.com)
"Wanneer men wil weten waar Koningsbergen of Keuningsbargen is gelegen binnen de grenzen van Oldeholtpade dan wordt men, als het goed is, verwezen naar het gebied dat ligt ten zuiden van de Stellingenweg en ten oosten van de Vinkegavaartweg.
Voor de herkomst van de naam "Koningsbergen" is nog geen verklaring gevonden. In een in 1805 uitgegeven Leeuwarder Courant lazen wij het bericht dat op 3 juni van dat jaar het landhuis "Koningsbergen" met bijbehorende bossen te koop werd aangeboden. Het complex werd op 15 oktober 1805 aangekocht voor een bedrag van 1150 goudguldens door het echtpaar Roelof Sjoerts Hofstee en Popkjen Pieters. In de koopakte wordt het gekochte omschreven als "een zeer aangenaamverblijf, Koningsbergen genaamd".
De kaart van Eekhoff (1850) geeft aan dat dit landhuis eens moet hebben gestaan aan en ten westen van de eens zo belangrijke verbindingsweg tussen het oude Friesland en Drente, op circa 350 m. van de Stellingenweg.
Er wordt wel eens beweerd dat hier op Koningsbergen in vroegere dagen een soort stins moet hebben gestaan. Te vergelijken met de Stins van Ter Idzard. Dit "voorname huis" zou volgens overlevering op de plaats van het landhuis hebben gestaan totdat het door brand werd verwoest.
In verband hiermee is het waarschijnlijk interessant te weten dat het onderschrift van één van de vele door de bekende Amsterdamse reizende tekenaar Jacobus Stellingwerf gemaakte tekening luidt: "Het huis Lieuwenburg onder Oldeholtpade in de grietenij van Stellingwerf Westende, behorende den Heere Augustinus Lycklama à Nijeholt 1723"
Geschiedkundigen veronderstellen echter dat in plaats van Oldeholtpade, Nijeholtpade moet worden gelezen en dat met "Lieuwenburg", "Leemburg" werd
bedoeld, de stins die ooit aan de Vriesburgerweg in Nijeholtpade heeft gestaan en die in 1723 eveneens toebehoorde aan "den out Grietman Augustinus Lycklama à Nijeholt".
Uit het Floreencohier van Oldeholtpade blijkt evenwel dat dezelfde Augustinus, toen nog Grietman van Opsterland, in 1700 te boek staat als de halve eigenaar van "eene Zaate Lants, streckende de Schene tot de Linde". Nu wil het geval dat het huis "Koningsbergen" binnen de kavelgrens van deze sate was gelegen.
Het zal toch niet zo zijn dat veronderstelling van de geschiedkundigen door de jaren heen niet juist is geweest en dat huize Lieuwenburg wel degelijk in Oldeholtpade heeft gestaan.
Opgravingen zouden mogelijk een oplossing kunnen bieden, helaas is in het begin van de jaren '60 het gehele gebied rond het voormalige landhuis afgegraven. Alle sporen zijn daardoor naar alle waarschijnlijkheid weggewist. Wellicht zal nooit aan het licht komen of bovenstaande veronderstelling op waarheid berust.
Van Augustinus Lycklama à Nijeholt kan nog worden verteld dat hij in 1670 werd geboren als zoon van de toenmalige grietman van Ooststellingwerf, Lubbert Piers Lycklama à Nijeholt. Hij overleed op 22 juni 1744 te Beets. Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in het familiegraf aldaar. Een imposante steen siert daar zijn laatste rustplaats.
Dat er op Koningsbergen tegenstellingen bestonden komt misschien wel het duidelijkst naar voren uit het feit dat er daar tot in het begin van de 20e eeuw nog holbewoners woonachtig waren. De gebroeders Velt mogen wat dat betreft de laatsten worden genoemd. Eén van deze broers stond bekend als dichter van menig "schoon spotlied". Door de kinderen werden die op zeurderige wijs aangeheven bij het naar school gaan. De eenvoudige grafsteen van Marinus Velt onder de karakteristieke beukeboom op de oude begraafplaats in De Wandelbos houdt de herinnering aan deze typische dorpsfiguren in stand.
Wanneer over Koningsbergen wordt gesproken mag zeker niet onvermeld blijven dat tot op de dag van vandaag het verhaal de ronde doet dat hier een veldslag tussen de Frieze legers en die van de Romeinen zou hebben plaatsgevonden in het jaar 28 na Chr. Helaas is er tot nu toe geen enkele aanwijzing waaruit ook maar op enigerlei wijze mag of kan worden afgeleid dat hier de wapens inderdaad hebben gekletterd."
~
VERANTWOORDING
Veel van de gegevens in deze stamboom zijn terug te vinden op internet, met verschillende bronnen, vaak van elkaar overgenomen. Deze bronnen zijn hier deels gecontroleerd op juistheid, deels aangevuld met nieuwe gegevens aan de hand van adelsboekje, digitaal toegankelijke DTBL documenten, stemkohiers, quotisatie 1749, Familienamen 1811, kaarten, notarieel archief e.d.
Toch blijven veel gegevens onbewijsbaar. Dat betekent dat in de hier weergegeven stambomen fouten kunnen voorkomen.
~
Mijn documentatie omvat een adelsboekje uit het begin van de 20ste eeuw [1910] en toont de verheffing in de adelstand van nakomeling Tinco Marinus LaN (bij Kon.Besl. van 20-12-1817, no 65). Dit adelsboekje geeft een overlijdensdatum van de stamvader Lyckle Ebeles van 1534 (i.t.t. 1538). Een afbeelding van het familiewapen is beschikbaar.
~
De naam Lycklama à Nijeholt is pas ontstaan na vestiging bij Nijeholtpade en werd niet standaard in documenten gebruikt.
Voor het gemak en de eenduidigheid is in deze stamboom deze achternaam tot de oudste bron weergegeven. De stamboomgegevens zijn op meerdere plaatsen terug te vinden en circuleren onder nog bestaande nakomelingen met die naam.
~
De oudst verifieerbare voorouder, Lubbert Lyckles wordt vermeld in 1698 als eigenaar van perceel 25 te Nijeholtpade:
"Stemkohier 1698 Nijeholtpade (Weststellingwerf)
Stem nr. 25, aantal stemmen: 1
Zakelijk gerechtigden:
Swaentjen Lyclen, eigenaar voor 1/4
Froukjen Lyclen, eigenaar voor 1/4
Lubbert Lyclen, eigenaar voor 1/4
Peter Lyclen, eigenaar voor 1/4, gebruiker voor 't geheel."
~
De volgende bronnen zijn gevonden:
~
BRON: OTTO B. WIERSMA (http://www.ottobw.dds.nl/genealog/wiersma/1485_1538_lyckele_ebelens_lycklama_a_nijeholt.htm):.
Lyckele Ebelens Lycklama à Nijeholt, 1485 - 1.2.1538
--------------------------------------------------------------------------------
ouders onbekend
--------------------------------------------------------------------------------
gehuwd met Johanna N.
--------------------------------------------------------------------------------
kinderen
Lubbert Lyckles Lycklama à Nijeholt, 1505-1561, 1533-1558 Grietman van Weststellingwerf, geh.
Egbert
Lyckle geh. 1547 Berber Dircks (Barbara) ?-1575?
Dirck
Aelcke
Jannes
Franciscus Lubberts
Lubbert Lubberts
Jochum Lyckles Lycklama à Nijeholt, 1518-?, geh. Alyd
Lickle
Geerdt
Wybrant Jochems, is rond 1609 burgemeester van Steenwijk, geh. Jantien Wichers
Aeble Lycklama à Nijeholt
mr. Meyne Lyckles Lycklama à Nijeholt, 1520 - 14.12.1608, studeert in 1539 in Leuven
1565-1576 substituut-grietman van Weststellingwerf, gevolmachtigde naar de landdag
gedeputeerde van de Staten van Friesland, 1569-1576, lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland, 1582-1584, Raadsheer van het Hof van Friesland, 1585-1597, geh. Hylck ter Wisscha, ?-10.12.1610 [NB in onderliggende genaelogie is een tak van de fam. TERWISGA uitgewerkt]
kinderen:
dr. Laelius Lycklama ?-1625/26, studeert in 1589 in Franeker, in 1593 advocaat aan het Hof van Friesland, in 1597 gecommitteerde als raadsheer aan het Hof van Friesland, 1625 grietman van Hemelumer Oldephaert en Noordwolde, geh. Leeuwarden 12.10.1603 Foeck van Galama
dr. Marcus Lycklama à Nijeholt ?-9.8.1625, studeert in 1593 in Franeker, studeert in 1596 in Basel
1600-1601 lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland, 1604 hoogleraar recht in Franeker
1610 grietman van Ooststellingwerf, 1610-1611 curator van de Franeker Academie, 1623 grietman van Weststellingwerf, afgevaardigde naar de Staten-Generaal, Ridder in de orde van St. Markus van Venetië, geh. 1615 Parck van Goslinga
Aeltie Lycklama, 1576-13.8.1637
Jantien Lycklama, -10.8.1624
dr. Esias Lycklama ?-1639, studeert in 1597 in Franeker, 1601 advocaat, 1624 grietman Ooststellingwerf, 1626-1627, 1633-1634 lid van de Staten-Generaal, 1638-1639 lid van de Gedeputeerde Staten van Friesland, 1639 grietman Weststellingwerf, geh. Leeuwarden 16.5.1605 Jel van Osinga
* Pier Lyckles Lycklama à Nijeholt 1523-1610
Joseph Lyckles Lycklama à Nijeholt, ?-1614?
Lickle
Jantien Josephs, geh. Anne Carsten
Fysse Josephs, geh Albert Saskers
Hebele
Grete Lyckles Lycklama à Nijeholt, <1520-1538, geh. Marten Johans van Haert
Anna Lyckles Lycklama à Nijeholt, geh. Claes Reynties
Catharina Lyckles Lycklama à Nijeholt
--------------------------------------------------------------------------------
Lyckle Aebeles
woonplaats en werkzaamheden:
Saksisch grietman van Stellingwerf, in 'dienst' van een Saksische hertog
die weer handelde in opdracht van de Duitse keizer.
Hij paste zich effectief aan bij verschuivingen in de machtsverhoudingen,
werd in 1517 Bourgondisch grietman van Schoterland en het westelijk deel
van Stellingwerf, in 1518 balling en hij werd in 1524 door de landvoogd
Floris van Egmond, als dank voor zijn inzet voor het Bourgondisch bewind,
erfelijk belast met het grietmanschap over Weststellingwerf.
In tegenstelling tot nogal wat nakomelingen was Lickele Ebelens niet erg
onder de indruk van de verheffing in de adelstand. Volgens de overlevering
zou hij gezegd hebben: "Deugd allinne makket wiere adel."
--------------------------------------------------------------------------------
Lyckle Aebeles
documenten
Stamvader van de familie Lycklama à Nijeholt. Winsemius noemde hem "een treffelyck ghequalificeert man, soo van gheslachte als goederen". Vermeldt van hem, dat hij "uyt het gheslachte van Steenwyck" stamde, woonde op Friesburg bij het dorp Nijeholt (Nijeholtpade) en dat dit geslacht zich naar dit dorp, à Nijeholt, vernoemd heeft. In de eerste helft van de 17e eeuw ontstond uit het patronym Lyckles de achternaam Lycklama, terwijl de toevoeging à Nijeholt als herinnering aan het langdurig verblijf van dit geslacht te Nijeholtpade eveneens uit deze tijd dateert. Uit "Her en der deur et oolde Wolvege" van Fokke van Lute: De komst van de Lycklama's - grietmannen, grondeigenaren en verveners - is voor het cultuurpatroon van het noordelijke gedeelte van Wolvega van grote betekenis geweest. Door hen kwamen in de zestiende eeuw de vervening en de bosbouw pas goed tot ontwikkeling. In of ongeveer 1626 laten ze aan de oostkant van het dorp de Lycklamastins bouwen. Voor de afvoer van de turf en het hout bestond er behoefte aan waterwegen. Daarom lieten de Lycklama's een vaart graven vanuit de Tjonger door het veengebied via Nijeholtwolde naar Wolvega: de Lycklamavaart.
In Friesland eindigen veel namen op -ma, zoals Boersma, Bergsma, etc. Dat -ma betekent 'zoon van'. Dus Lycklama betekent 'zoon van Lyckle'. Dat slaat dus op Lyckle Ebelens. De zonen van Lyckle Ebelens verspreidden zich over Friesland en om bij te kunnen houden over wie men het had, werd er een plaatsbepaling aan de naam toegevoegd. Het woordje 'à' (uit het Frans) betekent namelijk van of uit. En Nijeholt betekent 'Nieuwe hout', oftewel de nieuwe bossen. Dus Lycklama à Nijeholt betekent 'zoon van Lyckle uit de nieuwe bossen' (dit doet overigens vermoeden dat er ook een familie bestaat met de naam 'Lycklama à Oldeholt', maar daar is mij niets over bekend...).
Op 1 februari 1538 verkopen de (dan weduwe) Johanna en haar negen kinderen
een huis aan de Molenstraat te Steenwijk.
In 1543 zijn de erven in het bezit van meerdere boerderijen te Nijeholtpade
en te Oudehoutpade.
[bron: Wiersma]
~
PAPISTEN
In deze versie van de stamboom van de Lycklama's wordt de lijn gevolgd van Lyckle Lubberts Lycklama a Nijeholt, PAPIST, geb. ± 1655 te Oldeberkoop, ovl. ± 1740 te Heerenveen, zoon van Lubbert Lycles en N.N., hij woonde later te Oldeschoot en Heerenveen en was gehuwd (ca 1680) met Auckje Jacobsdr, geb. ± 1655, ovl. ± 1704, dochter van Jacob Jacobsz en Swaentje Jans. (Bron: Ter Beek)
kinderen:
1) Jacobus Lycklama a Nijeholt, geb. ± 1682 te Oldeberkoop, ovl. 18 aug 1742, rentmeester van de Eese [heerlijkheid De Eze] en verwalter-scholtis [schout] van Steenwijkerwold. Ging over tot de Hervormde kerk. Jacobus huwde op 30 sep 1703 te Steenwijk, met Maria Kiers, geb. ± 1682, ovl. 30 sep 1758 te Steenwijk
2) Lubbartus Lykclama a Nijeholt, geb. ± 1685, ovl. 1744 te Oldeschoot, gehuwd met Houwken Ides (Rheen), geb. ± 1709, ovl. 1788 te Dokkum. [het geslacht Rheen/Renema, de RK tak, is in onderhavige genealogie opgenomen].
3) Klaas Lycklama à Nijeholt [onzeker]
~
De Lycklama-tak die in deze stamboom is opgenomen spitst zich toe op Anna Lycklama à Nijeholt, weduwe van Hendrik Ongering en in 1872 getrouwd met Hendrik Johannes Steneker [HENDRIK STENEKER].
~
[overige bronnen:
PC van Bennekom,
http://www.lycklama.vze.com en
htt p://hterbeek.nl/gen/terbeek/index.htm]

Afbeelding(en) Lyckle Aebeles Lycklama à Nijeholt

Voorouders (en nakomelingen) van Lyckle Aebeles Lycklama à Nijeholt


Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).

Verwantschap Lyckle Aebeles Lycklama à Nijeholt



Visualiseer een andere verwantschap

De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

Historische gebeurtenissen



Dezelfde geboorte/sterftedag

Bron: Wikipedia


Over de familienaam Lycklama à Nijeholt


De publicatie Van den Berg Steneker Stamboom is opgesteld door wijlen C.A.M. van den Berg (contact is niet mogelijk).
Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
wijlen C.A.M. van den Berg, "Van den Berg Steneker Stamboom", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/van-den-berg-stamboom/I2125.php : benaderd 24 februari 2026), "Lyckle Aebeles Lycklama à Nijeholt (1485-1538)".