Onlangs is er voor schepenen van Oirschot een proces aangespannen tussen Henrick zoon Gijsbert Henrick Schepens als eiser enerzijds en Peter Henrick Schepens en Abraham Nijssen ( uit Strijp, JT) als man van Anna Henrik Schepens als verdedigende partij ter andere zijde. Er is daarna vanwege een aantekening op 2 april j.l. opdracht gegeven aan de partijen om te verschijnen voor afgevaardigden om te bemiddelen in dit conflict. De uitspraak daarover luidt nu dat de verdedigende partij verplicht is aan de de eisende partij een bedrag van 55 gulden eens te moeten voldoen naast de 9 gulden die deze Abraham Nijssen nog steeds verschuldigd is te voldoen voor diens aankoop van het vierde part van het bezit waarover kwestie is, samen met een rente daarover, maar hij mag daarop wel in mindering brengen datgene wat wettelijk zal blijken daarop betaald te zijn. Verderd zal de eisende partij verplicht zijn zich niet langer te beroepen op het recht van vernadering en afstand te doen van aanspraken terzake op dat vierde deel ten behoeve van de verdedigende partij. De kosten van het proces zullen wederzijds door de partijen zelf gedragen worden, maar de onkosten van deze commissie en bemiddeling zullen ieder voor de helft door partijen betaald worden. Opgemaakt in Den Bosch 25 april 1631. Lager was geschreven : deze uitspraak is aan partijen voorgelezen en partijen hebben deze uitspraak beloofd na te zullen komen en de akte is daarna ondertekend. Getekend : Jan Stockelmans. Dit is het merk + van Jacop van de Velde, Aelbert Breugelius, P. Pelgrom. Dit is het merk van Henrick Gijsbert Schepens, dit is het merk + van Aert Dirks Verheijen, Peter Henricks, Abraham Nijssen. In de marge stond nog : voor de arbiters in totaal 12 gulden. Dit afschrift stemt overeen met het origineel, quod attestor, G. Goossens, secretaris, 1631.
Bron:
Bewerking van het oud rechterlijk archief Oirschot door Jan Toirkens 1631
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
Overeenkomstig de arbitrale uitspraak zoals is vermeld in de voorgaande akte, zijn nu hier voor schepenen van Oirschot verschenen de genoemde Henrick zoon Gijsbert Henrick Schepens, Aert Dircks Verheijen als voogd over deze Henrick, als zodanig aangesteld door de schout en schepenen van Oirschot, verder Gijsbert zoon Henrik Schepens, zijnde de vader van vermelde Henrick en hebben verklaard dat ze afstand doen van het recht van vernadering en zich distancieren van de procedure die daar op is gevolgd wat betreft het vierde part van een stuk akkerland genoemd het Hagelaer, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, welk vierde part door Gijsbert Henrick Schepens was verkocht aan Peter en aan Anna kinderen van genoemde Henrick Schepens, hetgeen nu ongeveer 12 jaar geleden is gebeurd. Ze doen daar nu afstand van ten behoeve van de genoemde Peter en ten behoeve van Abraham Nijssen als man van vermelde Anna en ze beloven dit afstand doen altijd gestand te zullen doen en alle lasten van hun kant daarin af te handelen, behalve wat betreft de lasten die er ten tijde toen hun ouders nog leefden op drukten, die ten lasten zullen blijven van deze Peter en Abraham. Datum 2 mei 1631, getuigen Stockelmans en Velde.
Bron:
Bewerking van het oud rechterlijk archief Oirschot door Jan Toirkens 1631
++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.