Hij is getrouwd met Heijlwich Henrick van Best.
Zij zijn getrouwdBron 1
Kind(eren):
R.A. Oirschot, inv. nr. 129B, periode 1 Jan. 1522 t/m 31 december 1522.
Eerder had Henrick Henricks van Best in zijn leven vanwege huwelijkse voorwaardes met diens dochter Heijlwig aan Heijmerick Jan Schepens beloofd die voortaan jaarlijks een pacht van 2 mud rogge te betalen. Voor ons zijn hier nu verschenen Gerit en Henrick, broers en kinderen van genoemde Henrick van Best, verder Gijsbrecht Henrick Hoppenbrouwers als man van Elisabeth, Gijsbrecht Peter Gijsbrechts als man van Barbara, alle wettige kinderen van genoemde Henrick Henricks van Best, voor henzelf handelend en voor hun zusters Kathelijn en Ida en beloven aan hun zwager Heijmerick Jan Schepens die voortaan steeds met Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag een pacht van 2 mud rogge te gaan betalen, maat van Oirschot, zolang Elisabeth weduwe van Henrick van Best in leven is en niet langer. Met deze nieuwe belofte komt de eerder huwelijksvoorwaardenovereenkomst te vervallen die eerder tussen Heijmerick en diens vrouw was gemaakt. (akte is doorgestreept en er zijn geen datum of getuigen vermeld, mogelijk is Elisabeth kort daarop al overleden, JT)
Heijmerick Jan Schepens als man van Heijliwch dochter van Henrick van Best verklaart volledig te zijn voldaan voor alle roerend bezit etc. dat Henrick Henricks van Best en diens vrouw Elisabeth tijdens hun leven hebben beziten en dat door Henrick na diens dood is nagelaten. Hij belooft nimmermeer tijdens het leven van Elisabeth als weduwe en ook niet na haar dood enige aanspraken op het roerend bezit te maken, hetzij met rechtsmiddelen of op andere wijze, maar staat aan de weduwe en haar 6 andere kinderen toe dat roerend bezit te mogen blijven gebruiken ten hunne profijte, zonder dat hij daar bezwaar tegen zal maken, maar ze zullen geen eikenhout mogen omkappen. Datum 28 maart 1522, hetuigen Karolus en Andries.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129B, periode 1 Jan. 1523 t/m 31 december 1523.
Aert Aert Jacops als man van Heijlwig dochter van Henrick Gerits verkoopt ´mij´(de secretaris, JT) ten behoeve van Heijmerick Jan Schepens het erfdeel dat zijn vrouw heeft geerfd na de dood van haar oom Jan Gerits, zijde een akker gelegen onder Klein-Liempde en ook een beemd gelegen in Klein-Liempde, welke percelen eigendom waren van Jan Gerits. Actum als boven.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129B, periode 1 Jan. 1523 t/m 31 december 1523.
Heijmerick Jan Schepens als man van Heijlwig dochter van wijlen Henrick van best, verkoopt aan Gijsbrecht Henrick Gijsbrecht Hoppenbrouwers ten behoeve van hem en ten behoeve van de andere kinderen van Henrick van Best, zijn deel van het bezit dat zijn vrouw heeft geerfd na de dood van Jan Gerits, welk bezit is gelegen in de gemeente Boxtel en nog het bezit dat hij namens zijn vrouw zal erven na de dood van Lisbeth, weduwe van Henrick van Best, zijnde de moeder van zijn vrouw. Actum als boven.
R.A. Oirschot, inv. nr. 130b, periode 1 Jan. 1529 t/m 31 december 1529
Heijmerick Jan Scepens als man van Heijlwich dochter van wijlen Henrick van Best, heeft afstand gedaan van zijn erchten samen metde huwelijske voorwaarden etc., ten gunste van Gerit en Henrick, broers en kinderen van wijlen Henrick van Best, verder ten gunste van Gijsbrecht Peters als man van Barbara, Jan Pauwels Vlemmincks als man van Yda en ten behoeve van Elisabeth dochter van Genoemde Henrick van Best die daar het vruchtgebruik van krijgt en haar wettige kinderen verwekrt bij wijlen Henrick Hoppenbrouwers het erfrecht, zijnde allen dochters en wettige kinderen van genoemde wijlen Henrick van Best verwekt bij diens vrouw Elisabeth Gerit Coppens. Hij doet afstand van alle roerende en onroerende bezit, van welke aard dan ook die Heijmerick als echtgenoot heeft geerfd of hem in huwelijkse voorwaarden zijn vermaakt door wijlen Henrick van Best en diens dochter Katalijn en nog zal erven van genoemde Elisabeth zijnde de moeder van zijn vrouw, waarvoor ze nog wel het vruchtgebruik houdt, maar met uitzondering van het bezit onder Zeelst, waarin hij zijn erchten blijft behouden. Verder is afspraak dat zolang Elisabeth van Best in leven blijft dat Heijmerick zolang geen inkomsten zal hebben uit het bezit onder Zeelst. Datum 24 februari 1529.
R.A. Oirschot, inv. nr. 131a, periode 1 Jan. 1530 t/m 31 december 1530
Gerit en Henrick, gebroeders, verder Gijsbrecht Peters als man van Barbara, Heijmerick Jan Scepens als man van Heijlwich, Jan Pauwels Vlemmincks als man van Iken, en verder Elisabeth weduwe van Gijsbrecht Henrick Hoppenbrouwers met Dirck Dielis Cremers en Gerit Henricks van Best als haar voogd en van haar kinderen, hebben met elkaar een boedelverdeling gemaakt van het bezit dat ze hebben geerfd van wijlen Henrick van Best en diens vrouw Elisabeth hun vader en moeder en ook het bezit dat ze hebben geerfd van wijlen Ijken dochter van Henrick van Best weduwe van Dirck Lucassen, zijnde deze Iken hun tante.
R.A. Oirschot, inv. nr. 131a, periode 1 Jan. 1531 t/m 31 december 1531
Gerit Henricks van Best (Hanscoemakers, JT), voor hemzelf handelend en als voogd over de wettige kinderen van wijlen Gijsbrecht Henrik Hoppenbrouwers verwekt bij Lisbeth Henrick van Best, verder Henrick Henricks van Best, Heijmerick Jan Schepens als man van Heijlwich dochter van genoemde Henrik van Best, verder Gijsbrecht Peters als man van Barbara dochter van Henrik van Best en nog Jan Pauwels Vlemmincks als man van Ijken ook dochter van Henrik van Best verkopen hierbij aan Dirck Hoppenbrouwers als fabriekmeester van de kerk te Oirschot die de helft van een jaarlijkse rente van 40 schillingen met een lopende termijn, welke ze als verkopers hadden geerfd van Ijken dcohter van wijlen Henrick van Best, weduwe van Dirck Lucassen (van den Schoet, JT) en welke rente Faes Bierkens vandaag de dag betaalt. De rente was eerder door Henrick Henrick Hanscoemakers van Best beloofd steeds vervallend op St. Maartensdag op onderpand van een stuk land genoemd de Colenhof, welke bezit Henrik Blieck had verkocht (er staat gepacht tegen , JT) aan Henrick Henrick Hanscoemakers voor die rente van 40 schillingen, b.p. Henrick Vos van Straten, de kinderen van Jan Peter Smeets. De rente van 20 schillingen is altijd aflosbaar op St. Maartensdag tegen betaling van 6 gulden. Datum 21 maart 1531, getuigen Meijen, After en Schoet.
In marge :
De originele brief over de 40 schillingen is in handen van Gerit Henricks van Best.
R.A. Oirschot, inv. nr. 131a, periode 1 Jan. 1531 t/m 31 december 1531
Heijmerick Jan Scepens als man van Heijlwich dochter van wijlen Henrick van Best, heeft aan Gerard en aan Katalijn kinderen van wijlen Gijsbrecht Hoppenbrouwers, ten behoeve van henzelf en ten behoeve van Jan, Anna, Heijlwich en Oijken hun broer en zusters, de ene helft en aan Gijsbrecht Peters de andere helft, een heiveld overgedragen groot een bunder, gelegen bij Eckersrijt in de gemeente Oirschot, b.p.de kinderen van Joerden Zwolfs, bepaalde personen uit Woensel, aan de Eckensrijt, de gemeijnte van Oirschot. Lasten hieruit zijn een oude grote als chijns aan de hertog en een stuiver als gebuurchijns. Datum 2 november 1531, getuigen After en Schoet. (de gebuurchijns is tamelijk uitzonderlijk, JT)
R.A. Oirschot, inv. nr. 133A periode 1 Jan. 1538 t/m 31 december 1538
Gijsbert Goijaert Gijsberts als man van Heijlwich wettige dochter van wijlen Henrick Erven, heeft beloofd aan Heijmerick Jan Scepens ten behoeve van diens vader Jan die voortaaan een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van een akker groot ca. 9 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. de lopende straat, een gemeenschappelijke straat, Jan Dirck Bollen, Goijaert Keteler. Hij belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente. Datum 8 oktober 1538, getuigen Meijen en Hoppenbrouwer.
De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag, tegen betaling van 16 gouden Karolusguldens. Actum als boven.
Gijsbrecht Goijart Gijsbrechts uit de vorige akte verkoopt hierbij een akker in totaal groot ca. 6 en een halve lopenzaad, af te meten uit een stuk van 8 en een halve lopenzaad, em waarvan Gijsbert dus een stuk van 2 lopenzaad voor zichtzelf behoudt naast het erf van Goijaert Keteler, alles gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. voor de 6 en een halve lopenzaad zijn de lopende straat, de gemeenschappelijke straat, Jan Dirck Bollen, de genoemde 2 lopenzaad. Hij verkoopt het perceel nu aan Heijmerick Jan Scepens en belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen, behalve een totaal van 38 stuivers per jaar aan Jan Scepens, nog 3 en een half pond paijment Bosch geld aan de kapelaans te Oirschot, nog 2 pond paijment Bosch geld aan de rector van het St. Antoniusaltaar te Oirschot, nog 3 en een halve brasdenarius als gronchijns als Cauwenbergse chijns, nog 3 gulden en 16 stuivers per jaar aan Henrick Philips van de Schoot, nog een gulden per jaar aan Dirck Jan Stockelmans, nog 7 lopen rogge per jaar aan Henrick Hoppenbrouwers, nog een pacht van een mud en 8 lopen per jaar aan de weduwe en kinderen van Wouter Erven, nog een pond per jaar aan het kapittel te Oirschot, nog een half pond per jaar aan de rector van het St. Katharina-altaar, nog een oude grote aan de fabriek van St. Peters in Oirschot, nog 3 en een halve stuiver per jaar aan rector van de O.L. Vrouwekapel te Oirschot. Actum als boven.
Vervolgens is hier verschenen Heijmerick Jan Scepens en heeft beloofd om alle in de voorgaande akte genoemde lasten op het perceel zodanig te betalen of af te lossen volgens de brieven ervan, dat de verkoper Gijsbrecht en dien bezit daarvoor verder gevrijwaard zal zijn. Actum als boven.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Heijmerick Jan Daniel Schepens | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Heijlwich Henrick van Best | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||