Hij is getrouwd met Heijlwich Goijaert Ervaerts.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
R.A. Oirschot, inv. nr. 126A, periode 1 Jan. 1496 t/m 31 december 1496.
Rutger Goijaert Ervaerts heeft afstand gedaan van zijn aanspraken ten behoeve van zijn zuster Geertruid en ten behoeve van Jan Daniel Scepens als man van Heijlwich dochter van genoemde Goijaert, inzake een huis, tuin etc., groot ca. 4 lopenzaad, gelegen in herdgang Straten, b.p. Jan Goossens, Peter Marie Alaerts zwager, Heijlwich weduwe van Wreijs (= Lauwreijs, JT) Brants, de straat. Nog inzake een stuk land genoemd de Vrouwenakker groot ca. 3 lopenzaad, b.p. Adriaen van den Doeren, de Coelenakker eigendom van genoemde Rutger Goijaert Ervaerts. Nog inzake een stuk land genoemd de Braeck, groot ca. een half mudzaad, b.p. Meeus Colen, Adriaen Ieven, de gemeijnte. Nog inzake een beemd genoemd de Heijn Nevenbeemd, b.p. Gerart Stijnen, de gemeijnte. De verkrijger moet hier jaarlijks een oude grote als chijns aan de hertog betalen uit de Braeck en aan Gevarden van Onstaden 6 lopen rogge, aan Aert de Crom 5 lopen rogge en een mud rogge uit het huis etc. en 15 stuivers en 19 plakken als chijns aan het kapittel en een mud rogge per jaar aan Goijaert Loijch Neven, nog een halve brasdenarius als chijns uit de Vrouwenakker en een half mud rogge aan het heer Daems Gasthuis in Den Bosch (= Adam van Miert, JT) alles volgens de brieven ervan. De verkoper belooft alle lasten van zijn kant hierin af te handelen. Datum 5 maart 1496, getuigen Jorden, Jan en Aelbrecht.
R.A. Oirschot, inv. nr. 126A, periode 1 Jan. 1496 t/m 31 december 1496.
Geertruit dochter van Goijaert Ervaerts met haar voogd, verder Jan Daniel Scepens als man van Heijlwich hebben afstand gedaan van hun aanspraken teen behoeve van Rutger Goijaert Ervaerts inzake een stuk land en eeuwsel genoemd dat Nulant, gelegen in herdgang Straten, b.p. Dirck Hoppenbrouwers, meester Aert van Weijlhusen, Aert Willems van Esch, Jan Goossens, een weg. Nog inzake een stuk land genoemd de Coelenakker, b.p. Jan Goossens, Adriaen van den Doeren, een stuk land genoemd de Vrouwenakker, Nog inzake een beemd genoemd de Verdonk, b.p. de Verdonk daar, Peter van den Gruijthuijsen, Henrik van Colle. De koper moet hieruit aan de kinderen van Schepens 2 mud rogge betalen en een oude grote als chijns aan de hertog en anderhalve rijnsgulden per jaar. Verder uit de Colenakker ca. een blank als chijns aan het kapittel en 11 lopen rogge, nog uit het Nuland 9 lopen rogge per jaar. De verkopers beloven alle lasten van hun kant af te handelen. Datum 5 maart 1496, getuigen Joerden, Jan en Aelbrecht.
R.A. Oirschot, inv. nr. 126C, periode 1 Jan. 1503 t/m 31 december 1503.
Jan zoon wijlen Daniel Schepens als man van Heijlwig, verder Geertruit, gezusters en kinderen van Goijaert Everaerts hebben een deling gedaan van het bezit dat ze samen hebben geerfd van Katarijn dochter van wijlen Rutger van der Hoven, zijnde hun moeder.
R.A. Oirschot, inv. nr. 127A, periode 1 Jan. 1504 t/m 31 december 1504.
Aert Heijmerick Scepens heeft zijn achterstallige vordering aangetoond inzake een pacht van anderhalf mud rogge per jaar, die 2 mud min 4 lopen achterstallig is uit een pacht van 2 mud rogge, welk pacht Wouter Goijaert Keijmps eerder had beloofd aan Jan Ansem Loijen, op onderpand van een stuk beemd en heiveld, dat Wouter van Jan had gekocht voor die 2 mud rogge, gelegen in herdgang Aerle, genoemd dat Maerselaer, b.p. de kinderen van Gijsbrecht Dirck Hoppenbrouwers, de straat, Merten Verloes, volgens een brief d.d. 20 oktober 1495. Melis als vorster heeft de uitwining verzorgd en de koop is gegund aan Jan Daniel Schepens voor de achtersatlligheid etc. Jan heeft het bezit in Oirschot laten veilen in de herberg van Gielis Hoppenbrouwers en toen is er Wouter Thijssen (Baks, JT) gekomen en die heeft er een half lopen rogge per jaar meer voor geboden en heeft daarna de koop verkregen. Datum op donderdag Sacramentsdag (?) 1504, getuigen Leeuw, Hoppenbrouwer en Cremer.
R.A. Oirschot, inv. nr. 127A, periode 1 Jan. 1505 t/m 31 december 1505.
Jan Daniel Schepens verkoopt aan Heijlwich weduwe van Corsten Gielis (Crijns, JT) waarvan zij er het vruchtgebruik van krijgt en haar wettige kinderen van Corsten daarvan het erfrecht, een stuk land groot een zesterzaad, gelegen in herdgang Straten, b.p. de koopster, Pauwels Aerts van Seelst, de kinderen van Jan Esen, Adriaen van Doren. Nog verkoopt hij een stuk land genoemd de Cremersakker, b.p. de koper, de erfgenamen van Joerden Brouwers, Pauwels Aerts van Seelst, Gerard Snijers. Lasten hieruit zijn 3 lopen rogge per jaar aan Henrick Joerden Hoppenbrouwers of aan Jenneken diens zuster en nog de grondchijns. De verkoper belooft verder alle andere lasten van zijn kant af te handelen. Datum 31 januari 1505, getuigen Gielis en Aelbrecht.
R.A. Oirschot, inv. nr. 128A, periode 1 Jan. 1513 t/m 31 december 1513.
Jan zoon wijlen Daniel Schepens en Willem Dirck Cortten als man van Henrick en verder Aleijt en Heijmerick, gezusters en wettige kinderen van Daniel Schepens met hun oom en voogd Aert Schepens, hebben een deling gemaakt van het bezit dat ze van Daniel Schepens hebben geerfd.
Jan Daniel Schepens krijgt een beemd genoemd de Berendonk, gelegen in herdgang Straten onder Ameijden daar, b.p. Peter Bierkens, de kinderen van Dirck Hoppenbrouwers, Rutger Cluijstermans. Nog krijgt hij een eeuwsel genoemd de Erdborn, b.p. de kinderen van Katarijn Loijen, de kinderen van Heijmerick Schepens, Aert Wouter Thijssen.
Willem Drick Cortten als man van Henrick dochter van wijlen Daniel Schepens krijgt een stuk beemd genoemd de Erdbruggen gelegen in herdgang Straten ter Ameijden, b.p. Gijsbrecht Vlemmincks, Pauwels van Seelst, Dirck van den Maerselaer, Wouter van den Meereven. Nog krijgt hij een stuk land genoemd de Tiendeloze Akker, b.p. Aert Schepens, Dielis Cremers, Aert van Seelst, Geenken Stijnen. Nog krijgt hij een jaarlijkse pacht van 14 lopen rogge op onderpand van de ´stede´ (huis, JT) van Heijmerick dochter van Daniel Schepens, zijnde Henricks zuster zoals staat omschreven. Lasten uit het bezit zijn een halve oude grote uit de Edbruggenbeemd.
Genoemde Heijmerick krijgt het huis, tuin etc. groot 2 lopenzaad gelegen in herdgang Straten, b.p. Aert Schepens, de kinderen van Dirck Hoppenbrouwers, de gemeenschappelijke straat, Aert van Seelst. Nog krijgt ze een stuk beemd genoemd de Elsbroeck. gelegen onder Ameijden, b.p. de gemeenschappelijke straat, Aert Jacops, Jan Heijnen, Gijsbrecht Verschaut. Nog krijgt zij een stuk land genoemd de Nijennakker, gelegen in herdgang Straten, b.p. Pauwels van Seelst, Grietken en Heijlken Crommen, de kinderen van Heijmerick Schepens, de kinderen van Dielis Cremers. Lasten hieruit zijn een pacht van 14 lopen rogge aan Willem de Cort, zijnde haar zwager, nog 9 lopen rogge aan Aelbrecht van de Maerselaer, nog een halve oude grote als chijns aan de hertog, nog een halve stuiver chijns uit de beemd genoemd de Elsbroeck, nog 3 halve braspenningen als jaargeld uit het huis. Verder krijgt ze een pacht van een half mud rogge per jaar te ontvangen uit een akker genoemd de Paijakker gelegen in herdgang Straten, b.p. de gemeenschappelijke straat, Goijaert van Doren, de kinderen van Heijmerick Schepens, de kinderen van Dielis Cremers.
Genoemde Aleijt krijgt de Paijakker gelegen in herdgang Straten, b.p. de gemeenschappelijke straat, Goijaert van Doeren, de kibderen van Heijmerick Schepens, de kinderen van Dielis Cremers. Lasten hieruit zijn een half mud rogge per jaar aan haar zuster Heijmerick. Nog krijgt ze een stuk beemd genoemd de Nageldonk gelegen in herdgang Straten, b.p. de gemeenschappelijke straat, Henrick van Best, de kinderen van Henrick Volders (?). Lasten uit dit bezit zijn 2 blanken als chijns aan de hertog. Nog krijgt ze een pacht van 14 lopen rogge te ontvangen van Dirck Lucas. Datum 4 november 1513, getuigen Cremer en Verwer.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129A, periode 1 Jan. 1518 t/m 31 december 1518.
Jan Daniel Scepens verkoopt aan Jan Goossens een erfweg, welke weg eerder eigendom was van Jan Daniel Scepens die het recht had om over het erf van Jan Goossens te gaan, zoals dat recht van overpad eerder eigendom was van Goijaert Ervaert Loijen. Die had het recht van overpad over een ven genoemd het Han Loijenvenne, gelegen in herdgang Straten bij het erf van Lauwreijs Peter Ansems, naar 2 stukken land toe, het ene genaamd de Vrouwenakker en het andere genoemd de Korenakker, bij elkaar gelegen, alles volgens de brieven daarvan. Daarna hadden Goijaert Ervaert Loijen en Jan Jan Goossens de weg verlegd in de zelfde brief, waarbij Goijaert vanaf nu zal wegen over een stuk land genoemd de Groten Achterste Hof, langs de waterlaat daar. Jan Daniel Scepens doet nu afstand van die weg en van alle andere wegen. Datum 18 december 1518, getuigen Dirck en Adriaen.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129A, periode 1 Jan. 1519 t/m 31 december 1519
Jan Daniel Schepens en Aernt Jan Switten (van Vessem, JT) beloven aan Jan Dirck Franken die 8 dagen voor a.s. Maria Lichtmisdag een bedrag van 28 peters te betalen, samen met de rente tegen de penning zestien, zodat Jan Dirck Franken daarmee zelf op die datum aan Aert Schepens een bedrag kan terugbetalen. Als Jan Dirck Francken daardoor schade zou lijden als ze niet op tijd betalen dan komt dat voor rekening van Jan Daniel Schepens en Aernt Jan Switten. Datum 14 februari 1519, getuigen Velde, Laeck en Beertken.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129A, periode 1 Jan. 1519 t/m 31 december 1519
Jan Daniel Schepens verkoopt aan Rutger Rutgers van der Hoeven een stuk beemd genoemd de Berendonk gelegen in herdgang de Notel, b.p. Nijs Peter Bierkens, de kinderen van Dirck Hoppenbrouwers, Rutger Rutger Cluijstermans, de kinderen van Dirck van Onstaden. Datum Maria Magdalenadag, 22 juli 1519, getuigen Velde en Laeck.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129 A periode 1 Jan. 1521 t/m 31 december 1521
Aert Aert Witten verkoopt aan Jan, Henrick en Heijmerick, alle wettige kinderen van Daniel Scepens een huis, tuin etc. gelegen in herdgang Straten, b.p. Jan Wolfs, de kinderen van Heijmerick Scepens, de straat. Dat bezit had Dirck Hoppenbrouwers eerder gekocht van Aert en Peter, broers en kinderen van wijlen Joest Aerts van Lievendael en van Amelis Toijaerts als gemachtigde voor Jan Joesten van Lievendael en daarna had Aert Aert Wittens het gekocht van Lisbeth wettige dochter van genoemde Dirck Hoppenbrouwers. Datum 8 januari 1521, getuigen Stayakker en Hoppenbrouwer.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129 A periode 1 Jan. 1521 t/m 31 december 1521
Jan (Heijmericks = doorgestreept, JT) Daniel Scepens, verder Willem de Cort als man van Henrick, Aert Jan Wittenb als man van Heijmerick, zijnde alle wettige kinderen van Daniel Scepens. hebben beloofd om aan Aert Aert Witten die te vrijwaren voor alle kosten en aanspraken die Aert zou kunnen tegemoet zien over het bezit dat Aert heeft aanvaard na de dood van zijn vrouw Aleijt dochter van wijlen genoemde Daniel Scepens. Datum 8 januari 1521, getuigen Stadekker en Hoppenbrouwers.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129 A periode 1 Jan. 1521 t/m 31 december 1521
Cornelis Willem Mughovels als man v an Heijlwig wettige dochter van Gijsbrecht Hoppenbrouwers verkoopt aan Jan Scepens een heiveld gelegen in herdgang Straten in de Castaert daar, b.p. Henrick de Coninck, Henrick van Best, Gielis Hoppenbrouwers, Mechteld dochter van Gijsbrecht Hoppenbrouwers. Het perceel heeft recht van overpad over het erf van Gielis Hoppenbrouwers dat er voor ligt. Nog verkoopt hij een akker genoemd dat Haverland, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Jan Goessens, een weg daar, Heijmerick Claes Scepens, de erfgenamen van Henrick Gerits. Lasten hieruit zijn een mud rogge per jaar aan Engel Verheijen en na haar dood te betalen aan Thomas Hoppenbrouwers en nog een halve braspenning of 3 oude groten als grondchijns. Datum 1 maart 1521, getuigen Hoevel en Meijen.
Jan Daniel Scepens uit de vorige akte belooft aan Engel van der Heijden wediwe van Steven van der Heijden waarvan zij er het vruchtgebruik van krijgt en Thomas Hoppenbrouwers daarvan het erfrecht, het mud rogge jaarlijks op Maria Lichtmisdag te betalen op onderpand van het heiveld in de vorige akte, zodanig dat Cornelis en diens bezit daarvoor gevrijwaard blijven. Actum als boven.
Genoemde Jan Scepens heeft beloofd om aan Cornelis Mughovel die voor a.s. Pasen en bedrag van 30 rijnsguldens te betalen. Actum als boven.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129 A periode 1 Jan. 1521 t/m 31 december 1521
Jan Daniel Scepens, Willem Dirck Corten als man van Henrick dochter van Daniel Scepens en Aert Jans Witten als man van Heijmerick ook dochter van genoemde Daniel Scepens, verkopen aan Dirck van Ham een huis, tuin etc., gelegen in herdgang Straten, b.p. Jan Wolfs de kinderen van Heijmerick Scepens, de straat. Dat huis etc. had Dirck Hoppenbrouwers eerder gekocht van Aert en Peter, broers en kinderen van wijlen Aert van Lievendael, welk huis Amelius Toijaerts als gemachtigde voor Jan Joesten en verder Jan, Henrick en Heijmerick Scepens van hiervoor, hadden gekocht van Aert Aert Witten. Datum 4 maart 1521, getuigen Stadekker en Hoppenbrouwers.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129 A periode 1 Jan. 1521 t/m 31 december 1521
Jan Daniel Scepens en Willem de Cort als man van Henrick dochter van genoemde Daniel Scepens, hebben beloofd aan Aert Jan Witten de twee derde delen te betalen van een bedrag van 30 rijnsguldens die Aert had geleend van Aert Jacops. Ze zullen zodanig betalen en aflossen dat Aert en diens bezit darvoor gevrijwaard blijft. Datum 18 maart 1521, getuigen Stadakker en Hoppenbrouwer.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129 A periode 1 Jan. 1521 t/m 31 december 1521
Jan Daniel Scepens verkoopt aan Goijaert Goijaert Ketelaers die een stuk land genoemd dat Haverland gelegen in herdgang Straten in de Castaert daar, b.p. Jan Goossens, een weg daar,
Heijmerick Claes Scepens, de erfgenamen van Henrick Gerits. Er is recht van overpad over het erf van Gielis Hoppenbrouwers dat ervoor ligt. Lasten hieruit zijn een halve braspenning als grondchijns. Datum 8 april 1521, getuigen Belaerts en Velde.
Goijaert Goijaert Ketelaers belooft aan Jan Daniel Scepens die voortaan een jaarlijkse rente van anderhalve rijnsgulden te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag op onderpand van het stuk land genoemd het Haverland uit de voorgaande akte. Actum als boven.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129 A periode 1 Jan. 1521 t/m 31 december 1521
Aert Aert Zwitten als man van Aleijt toen ze nog leefde, wettige dochter van Daniel Heijmerick Scepens, doet afstand van zijn recht van vruchtgebruik waarop hij als echtgenoot recht heeft zolang hij leeft, inzake alle bezit dat Aleijt heeft nagelaten, behalve wat betreft het roerend bezit dat Aert voor zichzelf houdt en waarmee hij naar eigen keuze mag handelen. Hij draagt dat bezit nu over aan Jan, Henrick en Heijmerick wettige kinderen van Daniel Scepens. Datum 8 feberuari 1521, getuigen Stadakker en Hoppenbrouwer die het aandroegen.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129B, periode 1 Jan. 1522 t/m 31 december 1522
Ervert Rutger Ervarts (van Oudenhoven, JT) en diens zuster Katalijn met haar voogd Jan Quants, hebben verklaard dat Jan Daniel Schepens aan hen een rente van een peter per jaar heeft afgelost, die Jan steeds aan hen betaalde. Actum als boven.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129B, periode 1 Jan. 1522 t/m 31 december 1522
Jan Daniel Schepens en Eijmbrecht Claes Schepens als wettige erfgenamen van Aert Gijsbrecht Schepens, verklaren dat Gerit Peters van de Laeck aan hen het 1/3e deel van een gulden per jaar heeft afgelost, welke rente Aert Eijmbrechts Schepens steeds heeft ontvangen uit het bezit van Goijaert Lemmen Thijssen. Datum 20 september 1522, getuigen Goert en Laeck.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129B, periode 1 Jan. 1524 t/m 31 december 1524.
Henrick Daniel Daniels, daarin wat betreft zijn recht van vruchtgebruik, verder zijn wettige zoon Daniel en Jan Goijaert Meeus als man van Jenneke dochter van genoemde Henrick Daniel Daniels wat betreft het erfrecht daarin, beloven aan Jan Daniel Schepens die voortaan jaarlijks een rente van een rijnsgulden te gaan betalen, steeds op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag over een jaar, op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen in herdgang Straten, b.p. Henrick van Strijp, Jan Joris Volders, de gemeijnte. Datum 12 januari 1524, getuigen Egidius Hoppenbrouwers en Godefridus Hoppenbrouwers.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129B, periode 1 Jan. 1524 t/m 31 december 1524.
Jan Daniel Schepens verkoopt aan Henricksken dochter van Aert van Esch het bezit dat hij had verkregen van Ansem Aerts van Esch, zijnde een akker genoemd dat Nuland met een eeuwsel eraan, gelegen in herdgang Straten, b.p. Heijlken Wreijskens, Jan Schepens zelf. Nog verkoopt hij een akker met een eeuwsel eraan genoemd de Erdborn, gelegen in de zelfde herdgang, b.p. Jan Schepens, Dirck Hoppenbrouwers. Actum als boven.
R.A. Oirschot, inv. nr. 129B, periode 1 Jan. 1524 t/m 31 december 1524.
Jan Daniel Schepens, Heijmerick, Goessen, Alaert en Aert, wettige kinderen van Claes Schepens, verder Gielis Peter Gielis als man van Marie dochter van genoemde Claes, Cornelis Gerits van Peelt als man van Aleijt dochter van Claes Schepens, Lodewijk Loden Timmermans als man van Jutta dochter van genoemde Claes, Willem Dirck Corten als man van Henrick dochter van Daniel Schepens, Aert Jan Wittens als man van Heijmerick dochter van Daniel Schepens, Lisbeth Jan Damen met haar voogd Gerard Henricks van Best, Willem Lip Gerards van Berze als man van Heijmerick natuurlijke dochter van Goijaert Schepens, Jan van Litt als voogd over zijn kinderen die hij had verwekt bij Geertruit wettige dochter van Jan de Coninck die Jan had verwekt bij Lijntken dochter van Jan damen, hebben een deling gemaakt van het bezit dat ze hebben geerfd na de dood van Aert en Goijaert Schepens en andere bezit dat ze middels een afspraak hebben verkregen van Henrick Schepens die nog in leven is.
Genoemde Jan Daniel Schepens krijgt de helft van een jaarlijkse rente van 24 rijnsguldens die wordt betaald door het dorp Waalre, welke rente aflosbaar is. Nog anderhalve rijnsgulden per jaar te ontvangen van Ruth Willem Henricks, aflosbaar, nog een rijnsgulden per jaar te ontvangen van Willem de Cort aflosbaar, nog een rente van 25 stuivers per jaar te ontvangen van Gerart Lippen, ook aflosbaar.
Genoemde Heijmerick krijgt een jaarlijkse rente van 6 rijnsguldens te ontvangen van Daniel Vos welke rente aflosbaar is, nog een aflosbare rente van 3 rijnsguldens per jaar te ontvangen van Jacop Wouter Thijssen, nog een aflosbare rente van een rijnsgulden te ontvangen van Jan Lambrechts, nog een rente van anderhalve gulden te ontvangen van Dirck Verheijen, een rijnsgulden per jaar te ontvangen van Henrick van Best en 2 rijnsguldens per jaar te ontvangen van Dirck Hermans.
Genoemde Goessen krijgt een jaarlijkse rente te ontvangen van Gerard Pauwels die in Vessem woont, nog een rente van 2 rijnsguldens te ontvangen van Geerlick Peter Wreijssen, nog een rente van anderhalve rijnsgulden te ontvangen van Goijaert Jan Gijben Hoppenbrouwers, nog de helft van een rente van anderhalve rijnsguldens per jaar te ontvangen van Dirck Jan Timmermans.
Genoemde Alaert krijgt de helft van een jaarlijkse rente van 24 rijnsguldens te ontvangen van het dorp Waalre, nog een gulden per jaar te ontvangen van Gijsbrecht Henrick Gijsbrecht Hoppenbrouwers, nog een rente van 2 en een halve rijnsguldens per jaar te ontvangen van Emond Henrick Willems. Alle rentes zijn aflosbaar volgens de brieven ervan.
Genoemde Aert krijgt een rente van anderhalve rijnsgulden per jaar te ontvangen van Claes de Harnismaker, nog een rijnsgulden per jaar te ontvangen van Gijsbrecht Happen, nog een rente van 7 rijnsguldens per jaar te ontvangen van joffrouw Pijnappels, nog 2 rijnsguldens per jaar te ontvangen van Pauwels Dessels, nog een rente van 3 rijnsdguldens per jaar te ontvangen van Gijsbrecht Jan Gijsbrecht Hoppenbrouwers. Alle rentes zijn aflosbaar volgens de brieven ervan.
Gielis Peter Gielis als echtgenoot krijgt een rente van 8 en een halve rijnsguldens te ontvangen van Geerlick Thomas Geerlicks, nog een rijnsgulden per jaar te ontvangen van Henrik Willem Aelbrechts, nog een rente van 3 rijnsguldens per jaar te ontvangen van Jan Henrik Corstesn, nog een rijnsgulden per jaar te ontvangen van Jan Schepens, nog een rente van 12 en een halve stuiver per jaar te ontvangen van Henrik Gijsbrechts van der After.
Lodewijk Loden Timmermans als echtgenoot van zijn vrouw krijgt een rente van 8 rijnsguldens per jaar te ontvangen van Jan Jan Lucas van den Schoet, nog een rente van 3 rijnsdguldens per jaar te ontvangen van meester Gielis Gijsbrechts, nog anderhalve rijnsguldens per jaar te ontvangen van Peter Wouter Snijders, nog een rente van anderhalve rijnsguldens per jaar te ontvangen van Elias Mortsels. De rentes zijn aflosbaar.
Cornelis Gerarts als echtgenoot krijgt een rente van 6 rijnsguldens te ontvangen van Jenneke de vrouw van Joerden Brouwers, nog een rente van 2 rijnsdguldens per jaar te ontvangen van Goijaert de Ketelbueter, nog een rente van 4 rijnsguldens per jaar te ontvangen van Gielis de Schoenmaker, nog 3 rijnsguldens per jaar te ontvangen van Henrick Willems.
Willem Dirck Cortten als echtgenoot krijgt een rente van 4 rijnsguldens per jaar te ontvangen van Katarijn weduwe van Jan Wouters van de Loo, nog een rente van 3 rijnsguldens per jaar te ontvangen van Gielis Leemans, nog een rente van 2 en een halve rijnsguldens per jaar te ontvangen van Gerart Willems, nog een rente van 38 stuivers per jaar te ontvangen van Dirck Wouters van de Venne, nog een rente van 2 rijnsguldens per jaar te ontvangen van Jan Schepens, nog een rijnsgulden per jaar te ontvangen van Aert de Wit. Alle rentes zijn aflosbaar en betaalbaar op de termijnen volgens de brieven ervan.
Aert Jans Witten als echtgenoot krijgt een rente van 6 rijnsguldens per jaar te ontvangen van Jan Joerdens, nog een rente van 3 rijnsguldens per jaar te ontvangen van de kerk te Beerze, nog een rente van 4 rijnsguldens per jaar te ontvangen van Dirck Stans, nog een rente van 25 stuivers per jaar, te ontvangen van Heijlken Corsten. De rentes zijn betaalbaar en aflosbaar volgens de brieven ervan.
Lisbeth dochter van Jan Damen krijgt een rente van 3 rijnsguldens te ontvangen van Dionijs Lonis, nog een rente van 6 rijnsguldens per jaar te ontvangen van de broer van Gielis de Raijmaker te Woensel, nog een rente van 2 rijnsguldens per jaar te ontvangen van Jan Mercks, nog 2 rijnsguldens per jaar te ontvangen van Jan de Cremerm nog een rijnsgulden per jaar te ontvangen van Aert van Zeelst. De rentes zijn betaalbaar en aflosbaar volgens de brieven ervan.
Jan van Litt vanwege zijn vrouw krijgt een bedrag van 270 rijnsguldens en 13 stuivers en een grote Brabantse eens.
Genoemde Willem Lippen Gerarts van Berze als man van Heijmerick krijgt een rente van 6 rijnsguldens eens te ontvangen van Dirck Corstens, nog een rente van 3 rijnsguldens te ontvangen van Gielis Suetericks, nog een rente van 4 rijnsguldens per jaar te ontvangen van hemzelf, waarvan hij hij geld heeft ontvangen, nog een rente van anderhalve rijnsgulden per jaar te ontvangen van Henrick Sbrouwers te Oerle.
Datum 18 september 1524, getuigen Godefridus Hoppenbrouwers en Aert Henricks. (een redelijk welgestelde familie, de rentes komen op een totaal van ca. 170 rijnsguldens per jaar, globaal overeenkomend met een kapitaal van ca. 3000 gulden, JT)
R.A. Oirschot, inv. nr. 130a, periode 1 Jan. 1526 t/m 31 december 1526
Ervaert Rutger Ervaerts heeft beloofd om aan Jan Daniel Scepens die een jaarlijkse rente van 32 stuivers te zullen betalen op onderpand van de helft van een beemd genoemd de Verdonck, gelegen in herdgang Straten, b.p. Dirck Dielissen, de gemeijnte, een andere beemd genoemd de Beemd van Acht. Datum 19 april 1526, getuigen Thomas en Velde.
De rente is altijd aflosbaar tegen betaling van 32 Rijnsguldens mits er 3 maanden vooraf is opgezegd. Actum als boven.
In mage :
Met instemming van partijen doorgehaald en als de originele maanbrief die nu kwijt is, alsnog wordt gevonden dan is die ongeldig want die is afgelost.
R.A. Oirschot, inv. nr. 130a, periode 1 Jan. 1527 t/m 31 december 1527
Jan Danel Scepens, verder Willem Dirck Corten als man van Henrick wettige dochter van wijlen Daniel Scepens, Aert Jan Switten als man van Heijmerick ook dochter van wijlen Daniel Scepens, nog Elizabeth Houbraken weduwe van Willem Houbraken wettige dochter van wijlen Jan Damen verwekt bij Geertrui zijnde een zuster van wijlen Henrick Scepens, samen met haar voogd Gerard Henricks van Best, verder Willem van Berze als man van Heijmerick natuurlijke dochter van wijlen Goijaert Scepens, (welke Goijart een broer was van wijlen geneoemde Henrick Scepens, is doorgestreept, JT), verder Jan van Lith namens zijn wettige kinderen verwekt bij Geertrui natuurlijke dochter van wijlen Jan Jacop Raijmakers verwekt bij Katalijn dochter van Jan Damen en van Geertrui als zuster van wijlen Henrick Scepens, verder Goessen, Alaerdt, Aert, en Heijmerick, broers en wettige kinderen van wijlen Claes Scepens die een wettige broer was van wijlen Henrick Scepens, nog Gielis Peter Gielis als man van Marie (wettige dochter van wijlen Claes Scepens is doorgestreept, JT), Cornelis Gerarts als man van Aleijt, ( wettige dochter van wijlen Claes Scepens is doorgestreept, JT), Loijwijch Loij Timmermans als man van Jutta, zijnde allen wettige dochters van wijlen genoemde Claes Scepens, hebben samen een boedeldeling gemaakt van het bezit dat ze hebben geerfd of deels aan hen in een testament werden vermaakt zoals ze zeiden, bij het overlijden van Goijart Scepens, Aert Scepens en Henrik Scepens, zijnde broers. (13 erfdelen, JT)
Genoemde Jan Scepens krijgt een akker genoemd den Paijekker, gelegen in herdgang Aerle, b.p. Gijsbrecht Janssen, een gemeenschappelijke weg, Jan Colen, Aert die Wit. Verder krijgt hij de helft van een beemd die de Nijewen Dijk heet, en welke helft rijdend is, en waarvan de andere helft eigendom is van Aert die Leege en zijn familie, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. de gemeijnte genoemd de Groetdonck, de gemeijnte genoemd het Maerselaer, Henrick van den Maerselaer die men Cleijn Heijn noemt. Verder krijgt hij een lopen rogge per jaar op onderpand van de helft van de genoemde beemd, genoemd den Nijewen Dijck te ontvangen van Aert die Leege en diens kinderen. Nog krijgt hij 13 gulden eens te ontvangen van Andries Peter Neefs ( soms van de Laeck genoemd, JT), per a.s. Maria Lichtmisdag. Jan moet wel zorgen voor onderhoud van wegen en waterlopen.
Willem Dirck Corten in zijn hoedanigheid krijgt het huis met tuin etc., groot een zesterzaad, gelegen in herdgang Straten, b.p. Aert Switten, Aert Verschueren, de gemeenschappelijke straat daar. Lasten hieruit zijn een stuiver en een half oort als chijns aan de hertog, nog een halve braspenning aan de O.L. Vrouwekapel te Oirschot, nog een half mud rogge aan de H. Geest te Oirschot, nog een half mud rogge aan Goijaert van Geloven. Verder moet men zorgen voor
onderhoud van wegen en waterlopen. Verder krijgt Willem 8 Karolusguldens eens te ontvangen van zichzelf, want het bezit is belast met 2 en een halve gulden per jaar, ( ik kom uit op 52 gulden kapitaal, waarvan sommige andere erfgenamen ieder een deel krijgen in deze boedeldeling, JT) waarop Willem deze 8 gulden in mindering zal brengen. Verder krijgt hij 9 lopen rogge per jaar te ontvangen van Gijsbrecht Henrick Hoppenbrouwers.
Aert Jan Witten in diens hoedanigheid krijgt een beemd genoemd de Verdonck, gelegen in herdgang Straten, , b.p. Jan Henrick Gerarts, de kinderen van Dirck Witten, het gemeenschappelijke broek daar als gemeijnte. Nog krijgt hij een beemd genoemd dat Maerselaer, ter zelfder plaatse gelegen, b.p. rondom aan de gemeijnte genoemd de Zengdonck. Lasten uit dit bezit zijn anderhalve stuivers als grondchijns en verder te moeten zorgen voor onderhoud van wegen en waterlopen.
Genoemde Elisabeth Houbrakens krijgt 2 akkers met een weiland daar aan, genoemd de Brueckelen, met de helft van een pad daar, gelegen in herdgang Straten, b.p. Meeus Gerart Mercks met meer anderen, Willem van Berze waarvan het is afgedeeld, Katalijn Aert Jacops, Denis die Leege. Lasten hieruit zijn het ¼ deel van een pond peper aan de erfgenamen van Marten van Campen en verder te moeten zorgen voor onderhoud van wegen en waterlopen. Verder krijgt ze 10 Karolusguldens eenmalig te ontvangen van Andries Peter Neefs.
Willem van Berze in zijn hoedanigheid krijgt een klein beemdje gelegen in herdgang Verrenbest, aan de Hoge Weteringe daar, b.p; het gemeenschappelijke broek, Dirck Lucassen waar een weg tussendoor loopt. Nog krijgt hij 2 aan elkaar gelegen akkers, genoemd die Hoelt gelegen in herdgang Straten, b.p. Jan Colen, Goessen Scepens waarvan het is afgedeeld, een pad die ook voor de helft aan Willem behoort en van welk pad Elisabeth Houbraken de andere helft heeft. Verder krijgt hij 4 lopen rogge per jaar te heffen op de akker genoemd den Hoegen Akker die eigendom is van Gielis Peter Gielis Snellen en welke akker hem vandaag is toebedeeld. Gielis zal die pacht van 4 lopen rogge jaarlijks gaan betalen. Verder krijgt hij nog 16 gulden eens te heffen van Willem Dirck Corten. Lasten uit dit erfdeel zijn een halve braspenning als chijns en men moet zorgen voor onderhoud van wegen en waterlopen.
Jan van Lit namens zijn kinderen krijgt de helft van een huis, tuin etc., groot totaal 7 lopenzaad, gelegen in herdgang Aerle, waarvan de andere helft eigendom is van Aert Claes Scepens, dat hem vandaag is toebedeeld, b.p. Wouter Peter Gerits, Jan van den Maerselaer, de straat. Verder krijgt hij de helft van een stuk land genoemd die Schoet, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, waarvan de andere helft eigendom is van genoemde Aert Claes Scepens, b.p. Roef Peter Roefs, Jan van den Maerselaer, Jan Daniels, Jan Dircks, Gijb Denen. Lasten op dit erfdeel zijn 2 lopen rogge per jaar aan Loijwich Loy Timmermans, zoals hem vandaag is toebedeeld, nog de helft van een stuiver en de helft van een negenmenneken en de helft van een hoen als grondchijns aan de heer. Verder te moeten zorgen voor onderhoud van wegen en waterlopen.
Goessen Claes Scepens krijgt de helft van een beemd, in totaal genoemd de Spijkersbuenre, waarvan de andere helft eigendom is van Denis Leegen en zijn familie, gelegen in herdgang Naastenbest, b.p. Niclaes van Delft, Beertram van den Spijker, het gemeenschappelijke Neerbroek daar. Verder krijgt hij een eeuwsel gelegen in herdgang Straten, b.p. Jan Scepens, Willem van Berze waarvan is afgedeeld, Jan Joerdens. Nog krijgt hij een half mud rogge per jaar te ontvangen van Wouter Peter Alaerts, nog 10 Karolusguldens eens te ontvangen van genoemde Willem Dirck Corten. Lasten hieruit zijn 8 stuivers een oort als grondchijns aan de heer, verder overpad te moeten verlenen aan degenen die er recht op hebben.
Alaerd Scepens krijgt een akker genoemd dat Cloetken, en een akker genoemd de Heijnen Meeusakker , aan elkaar gelegen, in herdgang Straten, b.p Henrick Henrick Hoppenbrouwers, meester Jan de Cromme met meer anderen, Gijsbrecht Gijsbrecht Hoppenbrouwers, een pad daar. Verder krijgt hij 4 gulden eens te ontvangen van genoemde Willem die Cort. Lasten uit dit erfdeel zijn anderhalve stuiver en een negenmenneken als grondchijns. Verder overpad te moeten verlenen aan degenen die er recht op hebben.
Heijmeric Claes Scepens krijgt een beemd genoemd de Oeijendonck, met een weg over Dirck Lucassen en Jan Huijskens, gelegen in Boxtel onder Liempde aldaar, b.p. Henrick Aelbrechts, Jan Vergoijendonck, Lucas van den Schoet, Dirck Lucas en Jan Huijskens. (verder krijgt hij anderhalve gulden per jaar te ontvangen van Andries van de Laeck, aflosbaar= doorgestreept, JT). Lasten uit dit erfdeel zijn 2 stuivers en 3 oort Hooidonckse chijns. Verder overpad te moeten verlenen aan degenen die er recht op hebben.
Aert Claes Scepens krijgt de helft van het huis tuin etc., samen 7 lopenzaad groot, waarvan de andere helft aan Jan van Lit namens diens kinderen is toebedeeld, gelegen in herdgang Aerle zoals hiervoor al gespecificeerd. Verder krijgt hijde helft van een perceel waarvan de andere helft aan Jan van Lit etc. is toebedeeld, omschreven zoals hiervoor. Lasten uit de helft van het bezit zijn 2 lopen rogge per jaar aan Loijwijch Loy Timmermans, nog de helft van een stuiver een half oort, nog de helft van een hoen als grondchijns. Verder overpad te moeten verlenen waar dat nodig etc.
Gielis Peter Gielis Snellen in zijn hoedanigheid krijgt een akker genoemd de Hoegen ekker, gelegen in herdgang Straten, b.p. Gijsbrecht Janssen, Dirck van den Maerselaer, Ijken Gielis waar tussenin een weg loopt. Lasten uit dit erfdeel zijn 4 lopen rogge per jaar aan Willem van Berze in diens hoedanigheid hier, nog anderhalve stuivers als grondchijns. Verder te moeten laten wegen etc.
Cornelis Gerards in zijn hoedanigheid krijgt een beemd genoemd den Nijewen Beemd, gelegen in herdgang Verrenbest, b.p. Beertram van den Spijker en meer anderen, dat Neerbroeck aldaar, Dirck van den Maerslaer, Claes Ariaen Smollers. Verder krijgt hij 2 lopen rogge per jaar te ontvangen van Jan Colen, nog krijgt hij 6 gulden eens van genoemde Willem de Cort. Lasten uit dit erfdeel zijn 10 stuivers een oort als grondchijns. verder te moeten laten wegen etc.
Loijwijch Loy Timmermans in zijn hoedanigheid krijgt een akker genoemd de Tiendeloze akker, gelegen in herdgang Straten, b.p. Willem die Cort, Gijsbrecht Gijsbrecht Hoppenbrouwers, Gerart Stijnen,een gemeenschappelijke weg daar. Verder krijgt hij nog een beemd genoemd den Blaeckenbeemd, met het gebruik van een weg over een pad daar, ter zelfder plaatse als hiervoor, b.p. de kinderen van Henrick van Best met meer anderen, Gijsbrecht Hoppenbrouwers, Jan Scepens, een pad daar. Nog krijgt hij een eeuwsel aan de zelfde beemd gelegen, genoemd dat Haverland, met het gebruik van een weg daar door de genoemde pad over de Blaeckenbeemd. In het geval hem dat overpadsrecht wordt geweigerd, mag hij wegen over het erf van Willem van Berze, die dat hier ook toestaat als mede-erfgenaam, ter zelfder plaatse als hiervoor gelegen, b.p. Jan Colen, Dirck die Hoppenbrouwer, Willem van Berze waarvan het is afgedeeld, Jan Huijskens. Verder krijgt hij 2 lopen rogge per jaar te ontvangen van genoemde kinderen van Jan van Lit, op onderpand van de helft van het erf onder Aerle dat hem vandaag is toebedeeld ten behoeve van zijn kinderen.
Verder krijgt hij 2 lopen rogge per jaar te heffen van Aert Claes Scepens uit diens helft van het huis etc. gelegen in herdgang Aerle dat hem vandaag is toebedeeld. Nog krijgt hij 8 Karolusguldens eens te ontvangen van Willem de Cort. Lasten uit dit erfdeel zijn een stuiver als grondchijns. Verder te moeten laten wegen etc.
Genoemde erfgenamen en delers beloven elkaar deze boedeldeling altijd gestand te zullen blijven doen.
Datum 10 november 1527, getuigen Belaert en Goijaert.
R.A. Oirschot, inv. nr. 130a, periode 1 Jan. 1527 t/m 31 december 1527
Jan Daniel Scepens, verder Aert Jans Switten als man van Heijmerick dochter van wijlen Daniel Schepens, verder Willem Dirck Corten als man van Henrick ook dochter van genoemde wijlen Daniel Scepens, hebben een boedelverdeling gemaakt van het bezit waarvan zij daarvan het vruchtgebruik hadden en welk bezit genoemde Jan Daniel Scepens, Henrick en Heijmerick zijnde zijn zusters, samen hadden verkregen volgens een schepenbrief van Oirschot d.d. 8 februari 1521, en wel van Arndt Aert Switten als man van Aleijt toen ze nog leefde zijnde dochter van Daniel Heijmerick Scepens. Dat bezit had genoemde Arnt Aerts Switten van diens vrouw geerfd wat betreft het vruchtgebruik en Arnt mocht dat bezit zolang hij leefde houden wat betreft dat vruchtgebruik ook. (Er waren dus 4 kinderen van Daniel Heijmerick Scepens, dus Arnt Aert Switten hield het vruchtgebruik van ¼ deel van de erfenis van Daniel zolang Arnt Aert Switten zou leven, maar blijkbaar had hij het erfrecht van dat 1/4e deel al in 1521 aan de 3 overblijvende kinderen overgedragen, zonder dat er tot nu toe een boedelverdeling was gemaakt van dat ¼ deel van Aleijt qua erfrecht, JT)
Genoemde Jan Daniel Scepens krijgt een beemd genoemd de Nageldonck, gelegen in herdgang Straten, b.p. Elisabeth weduwe van Henrick van Best en haar kinderen, de gemeijnte, Heijmerick Scepens. Verder krijgt hij nog een zester rogge per jaar te ontvangen zolang dat recht van vruchtgebruik op dat perceel zal bestaan of dat Aert Janssen (warschijnlijk vergissing en is bedoeld Aert Aert Switten, JT) nog zal leven en niet langer, te ontvangen van Aert Jan Switten. (het is me allemaal niet erg duidelijk wat er gebeurt hier, ergens in de tekst hoort nog ingevoegd te worden " zolang Aert Aert Switten leven zal maar niet langer, dat zou dan betekenen dat Aert Aert Switten nog altijd recht van vruchtgebruik heeft en hij dus nog leeft???, JT)
Genoemde Willem die Cort in zijn hoedanigheid krijgt een Bosch mud rogge per jaar, te ontvangen van Jan Huijskens. Verder krijgt hij een zester rogge per jaar zolang het recht van vruchtgebruik van hiervoor voortduurt, te ontvangen van Aert den Wit (Arnt Jan Switten waarschijnlijk? JT))
Genoemde Aert (Aert Jans Switten) krijgt een akker genoemd de Paijakker, gelegen in herdgang Aerle, b.p. Goijaert Peters van den Doeren, en meer anderen, Dirck Dielis, de gemeenschappelijke straat, Jan Scepens. Lasten hieruit zijn een half mud rogge per jaar dat Heijmerick als vrouw van Aert jaarlijks uit de akker heft en haar in de boedelverdeling van het bezit van haar vader was toebedeeld. De lasten uit dit erfdeel, zolang het recht van vruchtgebruik blijft bestaan, zijn een rente van anderhalve gulden per jaar aan de erfgenamen van Aert Jacops, welke rente Jan (Scepens), Willem ( de Cort) en Aert (Jans Switten ) hebben beloofd te zullen betalen.
Genoemde personen beloven deze verdeling altijd gestand te zullen doen.
Datum 4 oktober 1527, getuigen Goessen, Goijaert en Jan.
Willem die Cort heeft nog nadrukkelijk verklaard dat Mechteld als weduwe van Daniel Scepens indertijd nog leefde nadat haar dochter Aleijt verwekt bij deze Daniel, was overleden en ook nog nog leefde nadat het kind van Aleijt verwekt bij Aert Aert Switten was gestorven. Voor de duidelijkheid was het dus zo dat Aleijt en haar kind al waren gestorven voordat Mechteld was overleden. Actum als boven.
R.A. Oirschot, inv. nr. 130a, periode 1 Jan. 1527 t/m 31 december 1527
Laureijs Aerts van der Hoeven heeft beloofd om aan Jan Danel Scepens die een jaarlijkse rente van 9 gouden Karolusguldens te betalen, op onderpand van een huis, tuin etc., samen 4 lopenzaad groot, gelegen in herdgang Straten, b.p. Gijsbrecht Jan Hoppenbrouwers, Goijaert Jan Hoppenbrouwers, de gemeenschappelijke straat, Dielis Peter Gielis. Datum 10 december 1527, getuigen Goessen en Joest.
De rente is aflosbaar, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 20 gouden Karolusguldens per beloofde gulden. Actum als boven.
R.A. Oirschot, inv. nr. 130b, periode 1 Jan. 1529 t/m 31 december 1529
Dirck Henricks van Ham heeft middels een ruil aan Gijsbrecht Willems van der Heijden die een huis met tuin etc. overgedragen, gelegen in herdgang Straten, b.p. het erf dat eerder van Jan Wolfs was en nu eigendom is van Goijart Ketelaer, de kinderen van Heijmerick Scepens, Goijaert Gollen, de gemeenschappelijke straat. Dat huis etc. had Dirck als verkoper gekocht van Jan Daniel Scepens, van Willem Dirck Scortten als man van Henrick Daniel Scepens en van Aert Jans Switten als man van Heijmerick dochter van genoemde Daniel Scepens, en welk bezit deze Jan, Henrick en Heijmerick hebben hebben verkregen van Aert Aert Witten en genoemde Aert Witten weer verkregen van Lisbeth Dirck Hoppenbrouwers met haar voogd Dielis Hoppenbrouwers en genoemde Dirck Hoppenbrouwers op zijn beurt heeft verkregen van Aert en Peter, broers en kinderen van Joest van Lievendael en van Amelis Lonis van den Nuewenhuijs ook wel genoemd Toijaerts als gemachtigde voor Jan Joesten van Lievendael. De lasten hieruit zijn anderhalve gulden per jaar aan Elisabeth Hoppenbrouwers aflosbaar tegen 27 guldens, nog 10 stuivers per jaar aan Peter Gerit Stijnen aflosbaar met 8 gulden. Datum 12 januari 1529, getuigen Willem en Joest.( waar de tegenovergestelde transacktie van de ruil plaatsvindt is niet duidelijk, JT)
R.A. Oirschot, inv. nr. 130b, periode 1 Jan. 1529 t/m 31 december 1529
Jan Daniel Scepens heeft aan Goesen Claes Scepens ten behoeve van hem en ten behoeve van alle erfgenamen of benoemde erfgenamen in het testament van wijlen Goijart Scepens, Henrick Scepens en Aert Scepens, broers, en hun zuster Elisabeth, die een jaarlijkse rente van 32 stuivers verkocht, welke rente Ervart Rutger Ervaerts genoemde Jan jaarlijks had beloofd te betalen, op onderpand van de helft van een beemd genoemd de Veerdonck, gelegen in herdgang Straten, b.p. Dirck Dielis, de gemeijnte, een beemd genoemd de beemd van Acht. De rente is niet aflosbaar. Datum 10 januari 1529, getuigen Velde en Willem.
R.A. Oirschot, inv. nr. 130b, periode 1 Jan. 1529 t/m 31 december 1529
Jan Daniel Scepens, verder Heijmerick, Goesen, Alart en Aert, broers en wettige kinderen van wijlen Claes Scepens, verder Gielis Peter Gielis als man van Marie, Cornelis Gerarts van Peelt als man van Aelijt, Lodewijk Loden Timmermans als man van Juet, allen wettige dochters van wijlen Claes Scepens, berder hier Willem Dirck Corten als man van Henrick, Aert Jan Zwitten als man van Heijmerick, wetiige dochters van genoemde wijlen Daniel Scepens, verder Lisbet dochter van Jan Damen met haar voogd Gerit Henricks van Best, Willem Lup Gerarts van Berse als man van Heijmerick natuurlijke dochter van Goijart Scepens, nog Jan van Lit als voogd over zijn kinderen verwekt bij Geertrui wettige dochter van Jan die Coninck verwekt door deze Jan die Coninck bij Katalijn Jan Damen, hebben aan Henrick Dirck Verhoeven, die de volgende jaarlijkse rentes verkocht om die te mogen innen zolang hij leeft en niet langer. Dat betreft een rente van 3 gulden per jaar welke rente Jacop zoon van wijlen Peter Jacops van Esch eerder had beloofd aan Aert Heijmerick Scepens, op onderpand van een huis, tuin etc., groot 7 lopenzaad gelegen in herdgang de Kerkhof, b.p. de gemeenschappelijke straat, Willem Corstens Scomekers, heer Frank die Haest, Wouter van den Ven, Elisabeth Sdekens, Lonis Lambrecht Rotaerts de kuiper. Verder een rente van 2 Rijnsguldens per jaar, welke rente Henrick Daniel Hillen eerder had beloofd aan Aert Heijmerick Scepens op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen in herdgang Straten, b.p. Jan Joris Volders, Henrick natuurlijke zoon van Henrick van Strijp, de gemeijnte. Nog een rente van 2 gulden per jaar die heer Thomas van den Snepscheut priester eerder had beloofd aan Aert Heijmerick Scepens, op onderpand van een huis, tuin etc., gelegen in herdgng de Kerkhof, b.p. Everaert Celen, Katalijn dochter Joerden Ansems, heer Lambrecht Ambrosius, de gemeenschappelijke straat. Nog een rente van 32 stuivers die deze personen als erfgenamen van wijlen Aert Scepens, Henrick Scepens en Goijaert Scepens em Elisabeth Scepens hebben verkregen van Jan Daniel Scepens en welke rente Ervart Rutger Ervaerts deze Jan had beloofd op onderpand van de helft van een beemd genoemd de Donk gelegen in herdgang Straten, b.p. Dirck Dielis, de gemeijnte daar, een beemd genoemd de beemd van Acht. Al deze rentes hadden de vermelde verkopers geerfd of waren hen deels vermaakt ook bij het overlijden van Aert, Henrick, Goijart en Elisabeth kinderen van wijlen Heijmerick Scepens. Na het overlijden van genoemde Henrick Dirck Verhoeven zullen deze rentees weer versterven op degenen die er qua erfrecht etc. recht op hebben. Men verklaart dat de vermelde rentes goede en betrouwbare rentes zijn. Datum deels op 10 januari, deels 20 januari 1529 , getuigen Velde, Willem, Denis en Joest.
R.A. Oirschot, inv. nr. 131a, periode 1 Jan. 1530 t/m 31 december 1530
Jan Daniel Scepens heeft beloofd om aan Willem Aerts van Esch die een rente van 2 gouden guldens en 15 stuivers per jaar te gaan betalen op onderpand van een huis tuin etc., groot 4 lopenzaad, gelegen in herdgang Straten b.p. Heijlich Wreijssen, Jan Goessens, de schuldenaar zelf. Datum 24 februari 1530, getuigen Belaert en Hoppenbrouwers.
De rente is aflosbaar tegen betaling van 55 gouden karolusguldens mits er een half jaar vooraf is opgezegd.
R.A. Oirschot, inv. nr. 131a, periode 1 Jan. 1531 t/m 31 december 1531
Jan Daniel Scepens heeft voor ons schepenen verklaard dat hij eerder van Willem, Ansem, en Henrieksken en verder van Aert Jan Aerts als man van Heijlwich, zijnde allen kinderen van wijlen Aert van Esch, (Aert van Esch zijn vrouw was Katalijn Ansem Loijen, JT) vorig jaar, een stuk land en eeuwsel heeft gekocht, genoemd dat Nulant, gelegen in herdgang Straten, en toen was door de verkopers beloofd om alle lasten af te handelen. Als het mocht gebeuren dat er meer lasten op zouden blijken te drukken danwel door de gemeente Oirschot zouden worden opgelegd, of dat deze Jan in diens bezit zou worden belemmerd, belooft Jan hierbij om die meerdere kosten zelf te zullen gaan betalen en daarop nooit meer terug zal komen.
Jan verklaart hiervoor voldoende te zijn gecompenseerd. Datum 20 Januari 1531, getuigen Meijen en Schoet.
R.A. Oirschot, inv. nr. 131B, periode 1 Jan. 1532 t/m 31 december 1532
Jan Daniel Scepens, verder Goesen, Alart en Aert als broers en kinderen van wijlen Claes Scepens, verder Gielis Peter Gielis (Snellaaerts, JT) als man van Marie, Cornelis van Peelt als man van Aleijt Loijwich Loij Timmermans als man van Jueten, allen dochters van genoemde Claes Scepens, verder Aert die Wit als man van Heijmerick, dochter van Daniel Scepens, Willem Lip Gerarts als man van Heijmerick natuurlijke dochter van Goijaert Scepens, verder Jan van Lit als man van Geertrui mede namens zijn kinderen, Willem die Cort weduwnaar van Henrick dochter van Daniel Scepens, verder Gerit Henricks van Best als man van Geertrui en Henrick Aert Jacops als man van Lisbeth, verkopen nu samen hun aanspraken en erfdelen in een jaarlijkse rente van anderhalve Rijnsgulden die hen waren vermaakt door wijlen Aert Scepens en welke rente Andries van de Laeck eerder aan Aert had verkocht, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag, op onderpand van een stuk land groot ca. een lopenzaad, gelegen in Oirschot onder Gunterslaer conform een schepenbrief van Den Bosch. Ze verkopen hun aanspraken nu aan Heijmerick Claes Scepens en de verkopers beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen. Datum 17 januari 1532, getuigen Gerart en Willem.
Los inliggend stuk :
Heijmerick, Alart en Aert zoals hiervoor ze staan vermeld, hebben verklaard dat Jan Daniel Scepens aan hen de rogpacht van 2 mud rogge per jaar heeft afgelost, die ze hadden geerfd van Henrick Scepens en zijn broer en genoemde Henrick en zijn broer hadden de pacht geerfd van Henrick die Smit, en laatstgenoemde Henrik had de pacht verkregen met recht van vernadering van zijn zoon Aert en Aert op zijn beurt had die weer verkregen van Jan en Henrick, broers en kinderen van Jan Lierincks en van Aerden Back als man van Ijda dochter van genoemde Jan Lierincks. De pacht was eeder door Jan Colengart van Straten aan Jan Lierincks beloofd, steeds vervallen op Maria Lichtmisdag op onderpand van een beemd genoemd de Veerdonksbeemd, gelegen in Oirschot, conform een schepenbrief van Den Bosch en een van Oirschot. Ze geven nu kwijting aan Jan Daniel Scepens voor de twee mud rogge per jaar en ze beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen. Datum 16 januari 1532, getuigen Gerart en Willem.
Los inliggend stuk :
Al de hiervoor vermelde erfgenamen van wijlen Aerden Scepens, allen in hun hoedanigheid verkopen hierbij hun aanspraken in een jaarlijkse rente van twee Rijnsguldens, die ze hadden geerfd van wijlen Aert Scepens. Deze rente had eerder Willem zoon wijlen Willem Geraert Zeelmakers alias de Snijder, aan Aerden Scepens beloofd, steesd vervallend op St. Jansdag op onderpand van een een huis, etc. groot ca. 6 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten onder Ameijden, b.p. Ansem Goessen Gielissen, de gemeenschappelijke straat, conform een schepenbrief van Oirschot. Ze verkopen hun aanspraken nu aan Gerard Henricks van Best en aan Henrick Aert Janssen als echtgenoten van hun vrouw. Datum 17 januari 1532, getuigen Gerart en Willem.
Jan Daniel Scepens, verder Heijmerick, Alart en Aert als broers en kinderen van wijlen Claes Scepens, verder Gielis Peter Gielis (Snellaerts, JT) als man van Marie, Cornelis van Peelt als man van Aleijet, Loijwich Loij Timmermans als man van Jueten, allen dochters van genoemde Claes Scepens, verder Aert die Wit als man van Heijmerick, dochter van Daniel Scepens, Willem Lip Gerarts als man van Heijmerick natuurlijke dochter van Goijaert Scepens, verder Jan van Lit als man van Geertrui mede namens zijn kinderen, Willem die Cort weduwnaar van Henrick dochter van Daniel Scepens, verder Gerit Henricks van Best als man van Geertrui en Henrick Aert Jacops als man van Lisbeth, verkopen nu samen hun aanspraken en erfdelen in een jaarlijkse rente van 30 stuivers die hen waren vermaakt door wijlen Aert Scepens en welke rente Aert had verkregen van heer Gerard van Eijk, en van heer Jan Henriks als uitvoerders van het testament van wijlen heer Goijaerts van der Aa, priester. Deze rente hadden eerder Joerden Dirck Stockelmans met Aert en Goijaerts, broers met Henrick, Bertken en Truike gezusters voor henzelf optredend en ook voor hun zusters Ijken en Fijken, zijnde alle wettige kinderen van genoemde Joerden Stokelmans, beloofd aan Aerden Scepens ten behoeve van heer Goijaert van der Aa, steeds vervallend op St. Gielisdag op onderpand van een stuk beemd genoemd de Bijvinck, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. Willem Bollen, conform een schepenbrief van Den Bosch en van Oirschot. Ze verkopen hun aanspraken nu aan Goessen Claes Scepens en de verkopers beloven alle lasten hierin van hun kant af te handelen. Actum als boven.
R.A. Oirschot, inv. nr. 131B, periode 1 Jan. 1532 t/m 31 december 1532
Jan Daniel Scepens heeft beloofd om voortaan aan Heijmerick Claes Scepens die een jaarlijkse rente van 2 gouden Karolusguldens te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag, en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van het bezit uit de vorige akte. Hij belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente. Actum als boven.
R.A. Oirschot, inv. nr. 131C, periode 1 Jan. 1533 t/m 31 december 1533
Jan Daniel Scepens, verder Jan Gerits als man van wijlen diens vrouw Aleijt, dochter van wijlen Franck Vermeer, verder Corstiaen Jan Gerits voor hemzelf optredend en voor zijn zuster, verder Daniel en Jan, broers en kinderen van wijlen Daniel Corstens, verwekt door deze Daniel bij diens vrouw Iken dochter van Franck Vermeer, voor henzelf handelend en voor hun moeder Iken, verder Claes Aert Hoetloeck en Daniel Henrick Neelen weduwnaar van wijlen Gielen dochter van Aert Hoetloecks, verder Adriaan Daniels (Neelen waarschijnlijk, JT) voor hemzelf handelend en voor zijn broers en zusters, verder Dielis Francken van der Meer, Joirden Aerts van der Vloet als man van Heijlwihg dochter van Aert Hoetloecks, nog Willem Elias Scilders weduwnaar van Marie dochter van Aert Hoetloecks, voor hemzelf en voor Heijlwich zijn minderjarige dochter, hebben een boedeldeling gemaakt van een beemd genoemd de Nijen Dijck waarvan Jan Daniel Scepens de helft bezit en alle andere personen samen daarvan de andere helt bezitten en welke beemd steeds 'rijdend' was tot nu toe, maar hierna niet meer.
Jan Daniel Scepens voor diens helft, krijgt de helt van de genoemde beemd genoemd de Nijendijck, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. aan de westkant de kinderen van Henrick Henricks van de Maerselaer, het stuk dat ervan is afgedeeld, de gemeijnte daar.
All andere personen samen krijgen de andere helft van de genoemde beemd, genoemd de Nijendijk, gelegen in Oirschot herdgang Aerle, b.p. aan de oostkant de gemeijnte, het stuk dat ervan is afgedeeld. Genoemde verdelers beloven elkaar deze deling altijd gestand te zullen doen en ieder zal de lasten op het eigen deel afhandelen. Datum 26 februari 1533, getuigen Belart en Esch.
De rente is aflosbaar op Maria Lichtmisdag, mits er 3 maanden vooraf is opgezegd, tegen betaling van 32 gouden Karolusguldens. Actum als boven.
R.A. Oirschot, inv. nr. 133A periode 1 Jan. 1538 t/m 31 december 1538
Gijsbert Goijaert Gijsberts als man van Heijlwich wettige dochter van wijlen Henrick Erven, heeft beloofd aan Heijmerick Jan Scepens ten behoeve van diens vader Jan die voortaaan een jaarlijkse rente van 20 stuivers te gaan betalen, steeds vervallend op Maria Lichtmisdag en voor de eerste keer per a.s. Maria Lichtmisdag, op onderpand van een akker groot ca. 9 lopenzaad, gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. de lopende straat, een gemeenschappelijke straat, Jan Dirck Bollen, Goijaert Keteler. Hij belooft het onderpand in goede staat te houden voor de betaling van de rente. Datum 8 oktober 1538, getuigen Meijen en Hoppenbrouwer.
De rente is altijd aflosbaar op Maria Lichtmisdag, tegen betaling van 16 gouden Karolusguldens. Actum als boven.
Gijsbrecht Goijart Gijsbrechts uit de vorige akte verkoopt hierbij een akker in totaal groot ca. 6 en een halve lopenzaad, af te meten uit een stuk van 8 en een halve lopenzaad, em waarvan Gijsbert dus een stuk van 2 lopenzaad voor zichtzelf behoudt naast het erf van Goijaert Keteler, alles gelegen in Oirschot herdgang Straten, b.p. voor de 6 en een halve lopenzaad zijn de lopende straat, de gemeenschappelijke straat, Jan Dirck Bollen, de genoemde 2 lopenzaad. Hij verkoopt het perceel nu aan Heijmerick Jan Scepens en belooft alle lasten hierin van zijn kant af te handelen, behalve een totaal van 38 stuivers per jaar aan Jan Scepens, nog 3 en een half pond paijment Bosch geld aan de kapelaans te Oirschot, nog 2 pond paijment Bosch geld aan de rector van het St. Antoniusaltaar te Oirschot, nog 3 en een halve brasdenarius als gronchijns als Cauwenbergse chijns, nog 3 gulden en 16 stuivers per jaar aan Henrick Philips van de Schoot, nog een gulden per jaar aan Dirck Jan Stockelmans, nog 7 lopen rogge per jaar aan Henrick Hoppenbrouwers, nog een pacht van een mud en 8 lopen per jaar aan de weduwe en kinderen van Wouter Erven, nog een pond per jaar aan het kapittel te Oirschot, nog een half pond per jaar aan de rector van het St. Katharina-altaar, nog een oude grote aan de fabriek van St. Peters in Oirschot, nog 3 en een halve stuiver per jaar aan rector van de O.L. Vrouwekapel te Oirschot. Actum als boven.
Vervolgens is hier verschenen Heijmerick Jan Scepens en heeft beloofd om alle in de voorgaande akte genoemde lasten op het perceel zodanig te betalen of af te lossen volgens de brieven ervan, dat de verkoper Gijsbrecht en dien bezit daarvoor verder gevrijwaard zal zijn. Actum als boven.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen