Hij is getrouwd met Cornelia Mallon.
Zij zijn getrouwd op 4 oktober 1884 te Hilversum, hij was toen 24 jaar oud.Bron 2
Kind(eren):
In 1879 komt Philippus Poort voor in een klapper op naam van veroordeelden van de Arrondissementsrechtbank in Amsterdam. Op 9 november 1879 is proces-verbaal opgemaakt in Hilversum, op 15 november 1879 is de dagvaarding aan hem, 19 jaar en opperman van beroep, betekend. Hij staat samen terecht met Gregorius Martinus van Huizen (deze persoon komt ook voor in de stamboom Voorhaar, dit vanwege zijn huwelijk met Geertruida Veldmeijer -jv). De tweede verdachte is 21 jaar en sjouwer van beroep. Zij worden verdacht van "feitelijke en gewelddadige wederstand jegens een bedienend ambtenaar...". De officier eist tegen beide beklaagden een gevangenisstraf van acht dagen. Uit de overwegingen blijkt dat het voorval plaats had in de avond van 9 november 1879 op de openbare weg in Hilversum. Een gemeenteveldwachter wilde hen na het veroorzaken van ongeregeldheden in het belang van hun eigen veiligheid in verzekerde bewaring brengen. Philippus Poort gaf daarop de beambte moedwillig met de vuist een slag op het hoofd. Beide beklaagden hebben hem daarna moedwillig aangegrepen, op de grond geworden en met hem geworsteld. Uit het onderzoek ter zitting blijkt dat de feiten niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden. Op 4 december 1879 spreekt de rechtbank Poort en Van Huizen vrij.
(bron: www.archieven.nl)
=
In 1884 komt Philippus Poort opnieuw voor in een klapper op naam van veroordeelden van de Arrondissementsrechtbank in Amsterdam. Op 17 november 1884 is proces-verbaal opgemaakt in Hilversum, op 3 december 1884 is de dagvaarding aan hem, 24 jaar en metselaar van beroep, betekend. Er zijn vier medebeklaagden: Nicolaas Poort, Louis Lensink, Jan de Bok en Hendrik Das. Nicolaas Poort is 28 jaar en arbeider van beroep (hij is de broer van Philippus - jv), Louis Lensink is 24 jaar en metselaar van beroep (hij is de zwager van Philippus, getrouwd met diens zus Mietje Poort), Jan de Bok is 32 jaar en arbeider van beroep (ook hij is een zwager van Philippus, getrouwd met diens zus Gijsberta Poort) en Hendrik Das is 23 jaar en metselaar van beroep. Zij worden verdacht van het toebrengen van slagen en kwetsuren aan een persoon. Voor Hendrik Das geldt als verzwarende omstandigheid dat hij al eerder tot een gevangenisstraf van langer dan zes maanden is veroordeeld. De officier eist tegen Philippus Poort en Hendrik Das een gevangenisstraf van drie maanden en tegen de overige beklaagden een gevangenisstraf van twee maanden. Bovendien wordt tegen alle beklaagden een boete van acht gulden geëist. Uit de overwegingen blijkt dat zij in de namiddag van 16 november in een tapperij in Hilversum de eigenaar moedwillig en gewelddadig slagen op zijn lichaam hebben toegebracht. Het gevolg: een bloedende wond op het hoofd, meerdere ontvellingen in het aangezicht en kneuzingen aan de rest van zijn lichaam. Phiilppus Poort verklaart dat hij eerst door de tapper is aangevallen en heeft teruggeslagen, Nicolaas Poort zegt alleen de bedoeling te hebben gehad de tapper en zijn broer van elkaar te scheiden, Louis Lensink vertelt dat hij niet aan de schermutselingen heeft deelgenomen, Jan de Bok geeft aan niet eens in de tapperij aanwezig te zijn geweest, maar buiten de deur stond en tot slot maakt Hendrik Das dat hij beschonken was en zich niets meer herinnert. Maar de tapper, diens vrouw en diens dochter vertellen eensluidend dat de feiten zijn zoals in de dagvaarding vermeld. Daarbij wordt opgemerkt dat zij als leden van de doopsgezinde gemeente beloofd hebben met ware woorden te spreken. Daarbij lichten zij toe dat de vijf beklaagden samen binnen zijn gekomen, een vertering namen en speelden met een kind van Jan de Bok. Daarover is een woordenwisseling ontstaan tussen de tapper en de beklaagden waarbij de tapper aangaf naar de inspecteur te zullen gaan. Dat deed hij ook daadwerkelijk. Terugkomende daarvan is hij door alle vijf beklaagden aangevallen. Philippus Poort deelde onverwacht de eerste klap uit aan de tapper, daarna volgden alle anderen, waarbij Hendrik Das met een jeneverglas op zijn achterhoofd sloeg, hetgeen tot een bloedende wond leidde. Ook bevestigen zij dat er sprake was van ontvellingen in het aangezicht en kneuzingen in het lichaam. Waar de eerdere veroordeling van Das geldt als een verzwarende omstandigheid geldt voor de overige beklaagden dat het 'niet ongunstig bekend staan' een verzachtende omstandigheid is. De feiten worden wettig en overtuigend bewezen verklaard. Op 24 december 1884 veroordeelt de rechtbank Philippus Poort tot veertien dagen gevangenisstraf en Hendrik Das tot een maand gevangenisstraf en een boete van acht gulden. Nicolaas Poort, Louis Lensink en Jan de Bok worden tot een boete van tien gulden veroordeeld.
(bron: www.archieven.nl)
=
Philippus Poort komt 8 keer voor in het indexregister van bekeurden in Hilversum 1878-1890. Als er geen straf staat in onderstaand overzicht wordt deze niet in het register vermeld. Een vermelding iot 1884 heeft betrekking op het hierboven samengevatte vonnis. De andere zaken betreffen:
- tussen 1879 en 1892 gaat het 5 keer om dronkenschap - 2 keer krijgt hij een boete van fl. 3 of 1 dag cel, 2 keer een boete van fl. 1 of 1 dag cel.
- 9 november 1882 gaat het om dronkenschap en verzet - Philippus wordt vrijgesproken.
- 25 juni 1883 - nachtelijk burengerucht - boete van fl. 5,50 of 1 dag cel.
(bron: indexregister bekeurden via Streekarchief Gooi- en Vechtstreek)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Philippus Poort | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
1884 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Cornelia Mallon | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||