in 1907 inwonend bij zijn zoon Arie Voorhaar en schoondochter Grietje Pot op het adres Kom 83
inwonend bij Willem Ham (geb. 1859)
later hernummerd in 156
Tijdstip: 04:00
(1) Hij is getrouwd met Hendrika van den Brink.
Zij zijn getrouwd op 23 april 1870 te 's-Graveland, hij was toen 27 jaar oud.Bron 6
(2) Hij is getrouwd met Johanna van Staveren.
Zij zijn getrouwd op 26 augustus 1871 te Loosdrecht, hij was toen 28 jaar oud.Bron 6
Kind(eren):
(3) Hij is getrouwd met Trijntje Hagen.
Zij zijn getrouwd op 11 december 1879 te Kortenhoef, hij was toen 36 jaar oud.Bron 6
Citaat uit artikel in de Gooi- en Eemlander/Gooi- en Eembode bij het overlijden van zijn dochter Dirkje (Uit bekend poldergeslacht. Dirkje van de Velden-Voorhaar [93] overleden):
Haar overgrootvader Dirk Voorhaar, in het laatst der achttiende eeuw geboren te Hilversum, en diens vrouw Hendirkje van der Schaft, vestigden zich in 't begin der negentiende eeuw in Kortenhoef. Hun zoon Dirk huwde met Dirkje van Leeuwen en naar deze grootmoeder werd zij vernoemd. Uit dit huwelijk werd haar vader Isaac geboren in 1843. Hij huwde een Loosdrechtse en vestigde zich daar. Meermalen verwisselde hij deze woonplaats met Kortenhoef waar hij bekend stond onder de bijnamen Isaac Olivier (misschien om zijn reis- en treklust door een grapjas genoemd naar de bekende Nederlandse wereldreiziger Olivier van Noort) en Filip de Schijndode welke naam hij kreeg toen hij bij een gevecht om een huis (wat een andere gegadigde erin droeg, droeg hij er weer uit) in het ongelijk gesteld werd in de armen van de veldwachter ineenzakte en zich zo schijndood hield dat zelfs geen ademhaling merkbaar was. Hij was analfabeet en handelde later in tweedehandsartikelen welke hij vaak kocht op de Hilversumse markt.
=
Op de site www.koosvoorn.nl wordt het verhaal van Flip de Schijndode beeldend beschreven vanuit het perspectief van Jacob Voorn, een van de kinderen van de andere persoon. Het heeft zich omstreeks 1915 afgespeeld:
Jacob (Jaap) werd geboren aan de Kortenhoefsedijk. Toen hij omstreeks zeven jaar oud was werd het huis verkocht en moesten ze dit verlaten. Wel werd het huis nog aan zijn vader te koop aangeboden voor fl 2000,- maar dit bedrag was te hoog voor de armlastige familie.
Ze kregen ter vervanging een woning aangeboden tegenover hun huis. Dit was een middenwoning uit een rijtje van drie. Dit waren zogenaamde armenhuisjes van de kerk. De huisjes bestonden slecht uit een kamer beneden en een zolder.
Het verhuizen naar hun "nieuwe" huis ging echter niet zonder slag of stoot zoals de volgende anekdote verhaalt.
De dag dat Jaap met zijn ouders en zusters zou verhuizen brak aan. Die morgen kwam er een paard en wagen de dijk op rijden een zogenaamde "brik" en stopte voor hun toekomstige huis. Er stapte een man van de bok, hij bond de wagen vast en begon huisraad uit te laden waarna hij dit vervolgens in het kleine voortuintje zette. Jaap, die dit alles had gadegeslagen, rende naar zijn ouders om hun dit nieuws mede te delen. Intussen had de man ook een canape in de voortuin gezet waar hij wat beddegoed op gooide en vervolgens een zeiltje over spande.
Jaap zijn vader zag dit korte tijd aan en zei:" Ik zal er maar wat heen dragen". Hij ging naar het huis terug haalde een kachel die hij van het erf af over de draai naar de overkant sleepte. Hij pakte zijn sleutel om de voordeur open te doen.
"Wat moet je hier?" zei de vader van Jaap tegen de man. "Nou" antwoordde de man (later hoorde Jaap dat hij Izak Voorhaar heette) "ik ga dit huis in".
"Dat kan niet want dit huis is aan mij toegewezen en ik heb de sleutel" zei Jaap z'n vader.
"Niets mee te maken" zei de man" ik moet ook mijn huis uit en dit huis staat leeg dus ik ga hier in.
Jaap z'n vader zei niets meer maar pakte de kachel op en ging er mee het huis binnen. Demonstratief haalde de man ook een kachel uit de huisraad en ging er achter aan.
Toen werd Jaap z'n vader pas echt kwaad en riep "d'r uit!" en pakte de kachel van de man op en zette deze weer buiten de deur. Op zijn beurt pakte de man de kachel van Jaap z'n vader op en zette deze ook weer buiten. Vervolgens pakte Jaap z'n vader zonder boe of bah de man op en zette hem buiten het erf op straat. Daar viel de man (of liet zich vallen), hij bewoog zich niet meer en reageerde nergens meer op.
De gebeurtenis was in die tussentijd als een lopend vuurtje door het dorp gegaan. Tot zelfs vanuit de kerkebuurt stroomden de mensen toe. Zeker 100 mannen, vrouwen en kinderen hadden zich voor het huis verzameld. Het was een hele rel geworden. Zo arriveerde ook achtereenvolgens de politie, in de persoon van Van Heumen, burgemeester Warmolts, de dominee en dokter Burk die de man onderzocht. Deze constateerde dat de man nog wel leefde maar dat hij nog steeds nergens op reageerde.
Toen kwam Jaap van Heumen (zoon van de politieman) op het idee om de man met een stopnaald in z'n billen te steken. Maar, of de man was een geboren toneelspeler, of echt onder zeil maar reageren deed hij niet.
De man kon natuurlijk niet op straat blijven liggen en daarom stelde boer Jan Blom voor om hem op de canape te leggen en naar de deel van z'n nabij gelegen boerderij te dragen. Daar zou hij in ieder geval kunnen overnachten. Voor alle zekerheid werd er wel 2 man bewaking bij gezet. Halverwege de nacht kwam de man van de canape af om eens om zich heen te kijken waar hij was en kreeg meteen gezelschap van zijn "bewaking".
De volgende dag werd de man met zijn bezittingen op een boot geladen en naar het gemeentehuis gebracht. Daar kreeg hij een tijdelijk onderkomen in een cel totdat er woonruimte beschikbaar kwam. Korte tijd later kreeg hij een woning in de "spinnerij" alwaar hij een 2e hands kledingzaakje begon. Vlak nadat hij daar gevestigd was had iemand met grote letters op het huis gekalkt: "Flip de schijndode woont hier".
Later kocht Jaap z'n vader nog eens een jas van de man. Haatdragend waren ze in ieder geval niet.
(bron: www.koosvoorn.nl - later: www.hk-kortenhoef.nl)
=
De Gooi- en Eemlander besteedt op 11 augustus 1917 ook aandacht aan het verhaal van Flip de Schijndode, dat hoort bij hetgeen hiervoor is beschreven over Izaak Voorhaar die probeert zich een huisje in Kortenhoef toe te eigenen. In dit krantenartikel worden andere accenten gelegd. Het eerste aandachtspunt is dat Izaak vanwege zijn onhebbelijkheden in Kortenhoef al zowat 12 keer uit een huis was gezet en daarna met financiële ondersteuning van de gemeente Kortenhoef een huis in Loosdrecht kreeg. Maar hij verlangde terug naar Kortenhoef en vertrok met zijn huisraad daarheen toen hij hoorde dat er een huis leeg stond... het huis dat aan Jaap Voorn was toegewezen. Het tweede aandachtspunt is een beeldende beschrijving van hoe Izaak Voorhaar zich schijndood hield en hoe er alles aan werd gedaan zijn gezondheidstoestand vast te stellen en hem te vervoeren (zie artikel dat bij de stamboom is gevoegd).
(bron: Gooi- en Eemlander)
=
In 1869, 1889 en 1903 staat Izak Voorhaar als gedaagde vermeld in een klapper op naam van de veroordeelden van de Arrondissementsrechtbank Amsterdam. Van de zaak in 1889 is geen vonnis online beschikbaar. Van beide andere zaken onderstaand een samenvatting.
(bron: www.archieven.nl)
=
Op 13 september 1869 wordt in Kortenhoef een proces-verbaal opgemaakt en op 28 oktober 1869 wordt aan Izaak Voorhaar de dagvaarding betekend. De officier eist een cellulaire gevangenisstraf van zeven dagen. Het betreft de diefstal op 9 september 1869 om 4 uur 's morgens van een schouw (platte boot - jv) ten nadele van Pieter Hagen. Echter, de diefstal wordt niet wettig en overtuigend bewezen. Op 16 november 1869 spreekt de Arrondissementsrechtbank in Amsterdam Izaak Voorhaar vrij.
(bron: www.archieven.nl)
=
Op 2 september 1903 wordt aan Izaak Voorhaar een dagvaarding betekend. Hij wordt door de strafkamer van de arrondissementsrechtbank in Amsterdam op 30 september 1903 schuldig bevonden aan 'eenvoudige beleediging'. Hij wordt veroordeeld tot een boete van tien gulden. Uit de overwegingen blijkt dat Izaak op 7 februari te Kortenhoef opzettelijk beledigend aan Jacob Luijer heeft toegevoegd: 'gij hebt tweeduizend gulden van mij gestolen, gij hebt eene fiets en een paard van het armengeld gekocht, gij hebt je huis van armengeld laten verbouwen, smeerlap' althans woorden van gelijke strekking en betekenis. De getuigen Jacob Luijer en Gerrit Theebe verklaren dat Izaak in een schuit voer op de vaart langs het Moleneind te Kortenhoef. De beledigingen werden luidkeels aan Jacob Luijer toegevoegd, die met paard en wagen ventende over het Moleneind reed. De getuigenverklaringen worden gezien als wettig en overtuigend bewijs. De straf valt zeven gulden hoger uit dan door de officier gevraagd.
(bron: www.archieven.nl)
=
Izaak komt niet alleen als verdachte/dader voor de Arrondissementsrechtbank Amsterdam, maar ook als slachtoffer. Zie hiervoor de pagina in de stamboom van de dader: zijn drie jaar oudere broer Lambertus Voorhaar die hem met een roeispaan heeft geslagen.
(bron: www.archieven.nl)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Izak (ook Izaak ook Isak) Voorhaar | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1870 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Hendrika van den Brink | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1871 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Johanna van Staveren | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
(3) 1879 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||
Trijntje Hagen | |||||||||||||||||||||||||||||||||||