Tijdstip: 15:00
in 1907
op de Hembrug
vanaf 1910 als wegarbeider, en vanaf 1919 als seinwachter (bron: Het Utrechts Archief)
bij H. Beukeboom in Muiden
op 16-09-1898
ten huize van Cornelis Duijs
ten huize van Bastiaan Maliepaard
ten huize van Bastiaan Maliepaard
Oorzaak: hartinfarct
Tijdstip: 16:45
Hij is getrouwd met Martha Boterman.
Zij zijn getrouwd op 8 augustus 1912 te Zaandam, hij was toen 25 jaar oud.Bron 16
Kind(eren):
herinneringen aan Jan Voorhaar - door Ada de Lange-Timmerman:
Oom Jan werkte zolang wij hem kenden bij “Het Spoor”. Hij was seinhuiswachter bij de Hembrug in Zaandam, een belangrijke post. Hij was getrouwd met Tante Martha, een schat van een mens. Als zij eens bij ons op bezoek waren was het feest! Zij kregen drie zonen: Rutger, Gerard en Jan. Het was een fijn gezin. Helaas mocht oom Jan maar 56 jaar worden.Tante Martha woonde toen in Zaandam in de Willemstraat. Zij heeft nog jarenlang jongens, kostgangers van “Het Spoor" in huis gehad - om haar niet grote pensioen aan te vullen en ook het ‘alleen zijn’ te verwerken. Zij miste Oom Jan heel erg. Later kwam er een bijzonder aardige oude man, de heer Klumper, in huis, waarmee zij haar levensavond deelde. Mensen die het waard zijn om herinnerd te worden.
=
Herinneringen aan een logeerpartij bij oom Jan Voorhaar en tante Martha Voorhaar-Boterman in het Spoorhuis aan de Hembrug - door Rutger Timmerman (opgetekend door Ada de Lange-Timmerman):
De grote vakantie van 1937, die eind juli was begonnen, was weer voorbij. Een vakantie die in die tijd niet opgevuld werd met een verblijf in een vakantiehuisje in Nederland en al helemaal niet, zoals nu zo vaak, met een reisje naar het buitenland. Voor de kinderen in onze omgeving was dat een uitzondering en wij vermaakten ons met buiten spelen en dat was voor de kinderen van Naarden veelal spelen op de wallen die Naarden omringen. De binnenwallen, omringd door een gracht waren militair en dus, verboden terrein. Aangegeven met een bord met voor mij de lange tijd onbegrijpelijke tekst: ‘Dep.v. Def.’ Wat dat nu toch wel betekende? In ieder geval was duidelijk dat je daar niet mocht spelen want dan joegen de marechaussees je weg. Dat was pas eng! Maar op de buitenwallen mocht je wel spelen en daar trokken we dan vaak in groepjes heen.
Verder maakten we een uitstapje op de fiets naar Muiderberg of Valkeveen aan Zee (IJsselmeer) . ‘s Zondags gingen vaak met het hele gezin naar het bos buiten Naarden. Voorzien van door vader zelf gebakken krentenbrood. Hij maakten dan een schommel tussen twee bomen en ook voor moeder was dat eens een dagje in de buitenlucht in plaats van in haar huis zonder tuin en met alleen maar een klein plaatsje. Vader ging met de drie groten (Jenny, Rut en Ada) ook ‘s zondags wel eens een grotere fietstochten maken. Naar Utrecht of op familiebezoek in Laren.
Maar nu was de grote vakantie weer voorbij. Weer tijd om naar school te gaan. Jenny zou naar de vijfde klas gaan, ik (Rut) naar de derde en Ada naar de tweede klas. Nico was nog op de kleuterschool en ons kleine zusje Annie was twee jaar. De jongste Leida was nog niet geboren. Moeder zei telkens als de school weer begon: "Dan heb ik weer een beetje vakantie, ‘de balken rusten’ als jullie allemaal naar school zijn". Maar we kregen wel allemaal een nieuw schrift, potlood en gum. En van oude, rond of vierkant uitgeknipte lapjes met een mooie knoop erop werden nieuwe inktlappen gemaakt. We schreven natuurlijk nog met een kroontjespen! Alzo toegerust begon het nieuwe schoolseizoen!
Maar helaas, dit jaar ging het anders. De laatste dag van de vakantie werd Ada ziek. Hoge koorts en de dokter kwam en constateerde: ‘roodvonk’. Dat was toen nog een vrij alarmerende kreet want roodvonk was besmettelijk en betekende niet alleen dat de zieke geïsoleerd moest worden – nee ook de andere kinderen mochten vijf of zes weken niet naar school!
Tenzij de zieke in de isolatiebarakken van het ziekenhuis werd opgenomen. Maar dat bleek geen optie te zijn in dit geval! Ada zag dat ook niet zitten natuurlijk. De huiskamerdeur werd met een schot afgesloten van de voorkamer waar zij dan ziek lag. Als troost kreeg zij een tekenboek, een mooie doos kleurtjes (van Bruynzeel !) om zich mee te vermaken en zelfs... een heel klein weefgetouwtje (nu, bijna 73 jaar later, weeft Ada nog…)!
Maar wat moest er met mij en de andere kinderen gebeuren? Er kwam een goede boodschap van onze tante Martha uit Zaandam: “Stuur maar één van de kinderen voor die periode naar mij! Jenny lijkt me wel leuk, want dan heb ik ook naast m'n drie jongens ook eens een meisje in huis”. Nou, dat was het helemaal en vader zou Jenny ‘s zondags op de fiets daar heen brengen, zodat zij dan meteen ook haar eigen fiets daar kon gebruiken. Ik (Rut) vond het niet leuk want ik had ook graag gegaan, maar ja, Jenny was de oudste. Maar moeder zei, toen ze 's morgens wegreden: "wacht maar even af?" Zij kende haar oudste dochtertje!... Ze kreeg gelijk want 's avonds kwamen vader én Jenny weer terug. Op het laatste moment zag zij het helemaal niet zitten zo lang van huis…
Besloten werd dat ik de volgende week door vader naar Zaandam zou worden gebracht. Zo begon dus toch voor mij de zo gewenste logeerpartij in het Spoorhuis bij de Hembrug!
Een voor een jongen toch avontuurlijke omgeving bij de toen beroemde brug over het Noordzeekanaal. Later vertelde ik van de heel grote zeeschepen die erdoor voeren, ook heel grote en luxe passagiersschepen. Die zag je vanaf de dijk zo van dichtbij langs varen. Ik zat ook vaak bij oom Jan in het seinhuis en mocht een enkele keer als de brug opengedraaid werd in het stuurhuis staan bij de man die het draaimechanisme bediende.
Ook met de grote neven Gerard en Jan (zelf was ik pas 9 jaar en ik keek erg tegen hen op) vermaakte ik mij. Ik ging kijken als zij aan het voetballen waren en gingen zwemmen in het kanaal. Ze doken er in vanaf de brug… 's Avonds werden er veel spelletjes gedaan en was het gezellig. De oudste zoon Rutger was verloofd met Guurtje en haar vader had bij de aanlegsteiger van de pont over het kanaal een soort koffiehuis en daar mocht ik van Guurtje, een gezellige Zaanse, wel eens meehelpen. Ook mocht ik heel vaak met de pont meevaren.
De naaste buren, ook woonachtig in een ‘Spoorhuis', waren de familie Drion. Een collega dus van oom Jan... Zij hadden één zoontje, van mijn leeftijd, die volgens mij niet helemaal in orde was. Die jongen liep met een stuk spek om zijn nek waarop hij steeds sabbelde...
Door de weeks ging ik tweemaal op de fiets met Tante Martha naar Zaandam. Ook een belevenis. ‘s Zondags ging ik met oom Jan mee naar de kerk. Ik vond het heel interessant dat mijn oom Jan daar de voorganger was. Er werden liederen van Johannes de Heer gezongen die ik ook wel kende. Want wij hadden thuis een orgel waar moeder op speelde en daar werden ook vaak de liederen van Johannes de Heer gespeeld en meegezongen.
Alles met elkaar heb ik daar een heel fijne vakantie gehad, waaraan ik nog met heel veel warmte en dankbaarheid terugdenk. Dat alles door de roodvonk die Ada op die laatste vakantiedag van 1937 kreeg. In haar oude schoolrapport staat bij het eerste rapport (tot de Kerst) dat zij 63 dagen 'wegens ziekte, geoorloofd verzuim' had. Het leverde mij in ieder geval een fijne vakantie bij oom Jan en tante Martha op in Zaandam op de bijzondere plek bij De Hembrug.
=
Jan Voorhaar was vanaf 1919 en waarschijnlijk tot in de 2e Wereldoorlog (hij overleed in 1943) seinhuiswachter bij de Hembrug. Deze spoorbrug over het Noordzeekanaal verbond Zaandam met Amsterdam. De brug was van groot strategisch belang. Na zijn dood (in september 1944) slaagde het verzet er op spectaculaire wijze in de spingstofladingen, die de Duitsers onder de brug hadden aangebracht, te verwijderen. Daarmee is voorkomen dat de brug door de Duitsers in de nadagen van hun overheersing is opgeblazen.
=
De Hembrug was een draaibrug (de grootste van Europa) met middenop het seinhuis. De seinhuiswachter kon de brug om zijn middelpunt laten draaien en zo het scheepvaartverkeer op het Noordzeekanaal of het treinverkeer doorgang verlenen. NS-halte Hembrug was speciaal bedoeld voor de forensen die werkten bij bedrijven als Bruynzeel, Norit en de Artillerie-inrichtingen. De halte werd in 1907 in gebruik genomen en in 1982 gesloopt. Het wachtgebouwtje werd door een particulier uit Krommenie uit een oogpunt van behoud van cultuurgoed aangekocht en doet bij zijn woning dienst als garage en tuinhuis. De Hembrug zelf werd in 1983 gesloopt.
=
De Halte Hembrug was een halte aan de spoorlijn Nieuwediep - Amsterdam. Hij was gelegen op het talud aan de Zaanse kant van de Hembrug en diende als halte voor het personeel van de Artillerie Inrichtingen, Bruynzeel en Norit.
De halte werd in 1907 geopend door de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij. Consequent werd in de dienstregeling geschreven over een halte, niet van een station. Er waren namelijk geen loketten en er was zelfs geen stationsgebouw, maar uitsluitend een houten wachthokje. Treinen stopten er ook nauwelijks. De laatste jaren van het bestaan stopten alleen in de spitsuren en aan het einde van de avond infrequent stoptreinen. Toen de spoorlijn werd omgelegd naar de Hemtunnel werd de halte per 27 mei 1982 gesloten. De brug werd afgebroken.
(bron: nl.wikipedia.org)
=
In een notitie over Evangelisatiegebouw 'Bethel' aan de Pieter Ghijsenlaan te Zaandam (van de hand van B. IJskes, geschreven in 1989) komt Jan Voorhaar een aantal keren voor. Dit gebouw behoorde toe aan de 'Vereeniging ter Verbreiding der Waarheid' - een vereniging die tot doel had, binnen de toenmalige Nederlandse Hervormde Kerk, een rechtzinnige geloofsverkondiging uit te dragen. Zij huurde en stichtte daartoe in Zaandam meerdere gebouwen voor erediensten, zondagsschool, meisjes- en knapenvereniging, etc. Het gebouw werd in 1926 neergezet vlak bij de Hembrug, waar Jan Voorhaar seinhuiswachter was. Gelet op het beperkte aantal huizen in die buurt geen voor de hand liggende plek, maar IJskes schrijft daarover het volgende:
'In wezen was Hemkade 29 (in de nabijheid van de NS-halte Hembrug) geen gunstige ligging voor het houten gebouwtje, maar grond om het neer te zetten was duur en op die grond van de NS stond het beschermd en dicht bij de dienstwoning van de heer Voorhaar. Met deze zet ik de heer Voorhaar even in het voetlicht. Het adresboek van Zaandam in die jaren vermeldt: J. Voorhaar, Pieter Ghijsenlaan 4, seinhuiswachter. Zonder de andere medewerkers te kort te willen doen kan ik uit overlevering schrijven over zijn niet aflatende ijver tot Evangelieverbreiding. Bij nacht en ontij was hij altijd bereid de Grote IJ Polder of de Amsterdammer Polder in te gaan voor geestelijke bijstand bij ziekte of sterven en daarnaast huisbezoek. Met de fiets aan de hand (als employé van de NS mocht hij dat) over de Hembrug en dan in het aardedonker de polders in. Vele uren slaap en al zijn vrije tijd heeft hij daarvoor ingezet. Te vroeg, in augustus 1942 (moet zijn 1943 - jv), overleed J. Voorhaar op de leeftijd van ruim 50 jaar.'
Uit andere passages in de notitie blijkt dat Jan Voorhaar:
- spreker was bij de opening op woensdag 2 februari 1927,
- leider was van de zondagsschool (met binnen een maand na de opening al 42 leerlingen),
- lid was van en de leiding had over knapenvereniging 't Mosterdzaadje,
- in de laatste Zaanbode van 1927 een Nieuwjaarswens plaatste (zoals meerdere leden van de Vereeniging). Hij vermeldde daarbij Efeze 3: 10-14.
=
Gebouw Bethel uit de vorige notitie werd mede door Jan Voorhaar gerealiseerd. Het gebouwtje aan de Hemkade bij de Hembrug werd in 1926 geopend.
Het houten evangelisatiegebouwtje van rechtzinnig hervormden (gesticht door de Vereeniging ter Verbreiding der Waarheid) werd uit Castricum overgeplaatst naar de Pieter Ghijsenlaan te Zaandam, bij de Norit-fabrieken. Het gebouwtje, niet veel groter dan een schuur, was aan alle kanten voorzien van de naam Bethel, tot op het dak toe, waarschijnlijk om belangstelling bij de treinreizigers te wekken. Dat zo'n merkwaardige excentrische plek was gekozen had een paar oorzaken. De grond was er goedkoop, maar belangrijker was dat men verwachtte dat er in deze uithoek van Zaandam meer woonbebouwing zou komen. Bovendien richtte men zich niet alleen op de bewoners van de Havenbuurt, maar ook op die uit de IJ-polders aan de Amsterdamse kant van het Noordzeekanaal. Waarschijnlijk bleef de toeloop kleiner dan men verwachtte, want in 1932 werd Bethel per dekschuit verplaatst naar de Havenbuurt, hoek Archangelstraat-Rangoonstraat. Daar is het een aantal jaren druk bezocht, maar toen de belangstelling taande is Bethel afgebroken. Dit moet al vóór 1950 zijn gebeurd.In 1932 werd het gebouwtje overgeplaatst naar de Archangelstraat in het Havenkwartier.
(bronnen o.a. De Zaanbode - zaanwiki.nl)
=
Een aantal krantenartikelen verwijst naar de evangelisatie-activiteiten van Jan Voorhaar. Hij gaat voor in diensten en wordt straatprediker genoemd. Ook heeft hij uit hout een tabernakel gesneden die op schaal voldoet aan de in de bijbel aangegeven maten. Deze werd tentoongesteld op meerdere plaatsen in Noord-Holland, zoals in Wormer en in de open lucht in het Oosterpark in Amsterdam.
Maar ook anderszins komt zijn kerkelijke betrokkenheid veelvuldig tot uiting. Als leider en inleider tijdens bijeenkomsten in Bethel en (later) het Evangelisatiegebouw aan de Botenmakerstraat. Ook blijkt hij secretaris te zijn geweest van de Ned. Vereeniging voor Israël, afd. Zaandam.
(bron: archief.zaanstad.nl)
=
J. Voorhaar komt ook voor seculiere zaken voor in krantenartikelen. Hij richt zich bijvoorbeeld meerdere malen tot de gemeente om de situatie op de Pieter Ghijsenlaan te verbeteren. Zoals de verlichting van de straat en de verbetering van de afvoer van de sloot naast de weg. Ook verschijnt op 12 januari 1935 een advertentie van vrouw en kinderen in de Zaanbode om zijn 25 jarig jubileum bij de spoorwegen te herdenken.
(bron: archief.zaanstad.nl)
=
nummer van op 12-11-1941 afgegeven persoonsbewijs: PB 25835 (ing).
=
Uit de inschrijving in het militieregister blijkt o.a. dat Jan:
- 1.721 m groot is
- op 19 februari 1907 is aangewezen voor de dienstplicht
- op 15 maart 1907 is ingelijfd in het 1e regiment veldartillerie
- op 22 oktober 1910 vrijwillig naar het regiment genietroepen is gegaan ('de verbinding is aangegaan bij de Exploitatie-compagnie der Spoorwegafdeling')
- per 31 december 1918 is ontslagen
(bron: www.militieregisters.nl)
=
Het woonhuis van Jan Voorhaar bood van tijd tot tijd onderdak aan familie: schoonmoeder Dina van Rijn (in totaal 4 keer), zus Marretje Voorhaar en de zwagers Pieter en Gerard Boterman woonden bij hem en zijn vrouw Martha Boterman in.
(bron: www.archieven.nl)
=
Het gezin Voorhaar-Boterman woonde vanaf 1939 in de Spoorbuurt. Deze buurt te Zaandam-west tussen de Provincialeweg, de Botenmakersstraat, de Klokbaai en de Parkstraat. De buurt, voorzien van koninklijke straatnamen als Nassaustraat, Emmastraat, Anna Paulownastraat, Willemstraat, Oranjestraat en Mauritsstraat werd aan het einde van de 19e eeuw aangelegd. Verder behoorden de Oranjesteeg, Oranjedwarsstraat en de 2e Oranjestraat tot deze buurt (ook het gezin Huigen-de Boorder woonde in deze buurt. Dit is ongetwijfeld de reden van de relatie tussen mijn ouders, mijn vader woonde op de Willemstraat, mijn moeder op de Oranjestraat - jv).
(bron: zaanwiki.nl)
=
Een inschrijving in het personeelsregister van de Maatschappij tot exploitatie van Staatsspoorwegen geeft inzicht over zijn loopbaan daar in de periode 1910 - 1924. Het eerste dat daarin opvalt is dat zijn geboortejaar niet juist is vermeld (1889 i.p.v. 1887). Andere informatie:
- voordat hij in dienst trad bij de Maatschappij was hij boerenarbeider bij H. Beukeboom in Muiden.
- na een keuring op 12 januari 1910 is hij op 31 maart 1910 in Zaandam beëidigd. Maar al op 17 januari 1910 startte hij zijn werkzaamheden 'in lossen dienst'.
- van 14 februari 1910 tot 1 april 1919 was zijn functie die van 'wegarbeider'. Zijn loon steeg in die jaren van fl. 1,30 naar fl. 1,90 per dag.
- in 2019 werd hij seinwachter op de blokpost Zaandam en verdiende in de twee daaropvolgende jaren tussen fl. 3,15 en fl. 3,35 per dag.
- vanaf 1 januari 1921 wordt het salaris per jaar aangegeven. Op 1 januari 1921 staat vermeld fl. 1.707,26 (9/10 van fl 1.896,96) en op 1 januari 1924 fl. 1.553,61 (9/10 van fl. 1.726,23).
- op de kaart is een kolom "straffen, belooningen, enz. Daar staat een aantekening op 23 december 1919: er wordt een reprimande genoteerd over het op 5 december 1919 niet verlichte voorsignaal van blokpost Zaandam bij het doorrijden van trein 2104.
(bron: Het Utrechts Archief)
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
persoonskaart (via Centraal Bureau voor Genealogie) - geboorteakte (in mijn bezit)
Geboorteakte (in mijn bezit)
overlijdensakte Dirk Voorhaar
Geboorteakte Jan Voorhaar (in mijn bezit)
krantenbericht burgerlijke stand
persoonskaart (verkregen via Centraal Bureau voor Genealogie) - gezinskaart Jan Voorhaar (verkregen via www.archieven.nl)
gezinskaart Jan Voorhaar (verkregen via www.archieven.nl)
overlijdensakte - rouwadvertentie (verkregen via archief.zaanstad.nl)
overlijdensakte
rouwadvertentie (verkregen via archief.zaanstad.nl)
Noord-Hollands Archief (akte in bezit) - persoonskaart (verkregen via Centraal Bureau voor Genealogie)