Hij is getrouwd met Margaretha van Maurik.
Zij zijn getrouwdBron 2
Kind(eren):
De Heren van Maurik zijn verreweg de belangrijkste grondbezitters in Maurik geweest. Toen de erfdochter van Maurik, Margaretha van Mauderic, trouwde met Johan I van Bosinchem bracht ze een heel groot grondbezit mee en een machtig kasteel. Waarschijnlijk het sterkste huis in de verre omgeving. De glorie van de Heren van Culemborg is dus begonnen in Maurik.
(bron: de Maurikse familie Wtenweerde in de 14e, 15e en 16e eeuw - A.J.G. Hogendoorn, gepubliceerd in Stukken en Brokken III, uitgave van de Nederlandse Genealogische Vereniging, afdeling Betuwe)
Johan beloofde op 19 okt. 1307 (na belening door de graaf van Gelre) de burcht Maurik als open huis te bewaren. Op 23 juni 1310 gaf Jan van Beusichem het patronaatsrecht van de kerk van Culemborg over aan het kapittel van St. Jan te Utrecht. In de betreffende acte wordt vermeld, dat Jan deze kerk (St. Barbara) gebouwd had op eigen grond. Tegelijk met schenking werd de parochie Culemborg afgesplitst van het kerspel Beusichem. Op 'sente nicolausdach' (6 december) 1318 verleende Heer Jan een privilegebrief aan 'de poorters tot Culemborg', die als eerste stadsrecht mag gelden. Op 29 sept. 1319 werd hij door de bisschop van Utrecht met het gericht van Schalkwijk beleend.
Het 2e huwelijk vond plaats met pauselijke dispensatie van 11 juli 1308.
Eens gegeven blijft gegeven!
Een onderzoek naar de Stadsrechten van Culemborg.
door H.P.J.E. Merkelbach
'....sijn vader ende sine auder vader, die die stat van Culemborch ghemaeckt hebben...',
Zo schrijft Hubrecht Schenk van Culemborch in een brief uit 1343 aan de hertog van Gelre. Zijn vader was Johan van Bosinchem die de poorters van Culemborg op sinterklaasdag 1318 vrijheden had verleend; zijn 'auder vader' (grootvader) Hubrecht van Bosinchem, die evenals zijn vader en grootvader het schenkersambt van de bisschop van Utrecht had bekleed. Deze Hubrecht had in 1281 bij een ruil met de proost en het kapittel van Oudmunster te Utrecht de vrije eigendom verworven van de hoeve gelegen in 'Kulenburg' waarop zijn kasteel gebouwd was.
Op 6 December 1993 was het 675 jaar geleden dat aan Culemborg stadsrechten werden verleend. Het oorspronkelijke charter dat in het Stadsarchief wordt bewaard vermeldt als datum: "gegheven int jaer Ons Heren dusent driehondert ende achtiene up Sente Nycolausdach".
In groene was zijn er aan bevestigd het zegel van de verlener van het stadsrecht, Jan van Bosinchem en de zegels van de mede-oorkonders: zijn zoon Hubrecht, Zweder van Vianen, Gijsbrecht van Kaets, Johan van Lienden en Gerrit van Rossum. De zegelstaarten of strookjes perkament waarmee de zegels van de oorkonders aan het charter zijn bevestigd, heeft men, zoals gebruikelijk was, gemaakt van een ouder, vervallen en voor dit doel versneden charter. Het opmerkelijke van deze zegelstaarten is echter dat de tekst die er op voorkomt gelijkluidend is aan gedeelten uit de privilegebrief zelf. Aan de brief is een charter gehecht (een zgn. transfix) van 5 februari 1416, waarbij Hubrecht heer van Culemborg de in de stadsbrief van 1318 voorkomende rechten bevestigt en uitbreidt. Volgens de aanhef van de privilegebrief worden de rechten en vrijheden verleend uit vrije wil en om de trouwe diensten en vriendschap die de Culemborgers aan hun heer hebben bewezen in verleden en toekomst. Dit stadsrecht waarbij bepaalde voorrechten aan de inwoners werden verleend moet gezien worden als een codificatie, het op schrift stellen, van reeds voor de stadsrechtverlening ter plaatse geldende, maar niet op schrift gestelde, rechtregels. Het Culemborgse stadsrecht bevat 38 artikelen betreffende bestuurlijke, economische en juridische aangelegenheden.
(bron: Archief Culemborg)
Johan I van Bosinchem (ook van Culemborg) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Margaretha van Maurik | ||||||||||||||||||||||||||||||||||