Hij is getrouwd met Aleijd Jansdr..
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
- genoemd als ambtenaar; bron: Nationaal Archief, Benoemingen Grafelijkheidsrekenkamer: Commissieboeken, 1450-1580, archief 3.01.27.01, inventarisnummer 40vso. = https://www.openarch.nl/ghn:590998ae-6618-102d-8958-005056a23d00
- hij was door de Staten van Holland belast met ontvangst en verantwoording van de omslagen voor het beleg van Weesp, 1508
- ook genoemd als rentmeester van Noord-Holland 1498/99
- Pieter Plumeon stichtte in 1505 met zijne vrouw Aleida Jansdr. in de groote kerk een wekelijksche misse eeuwigdurende; zijn stichters van een altaar 'van den soeten naam Jezus' in Den Haag en Delft (DNL 1892)
- zie ook het boekwerk uit 1852 "Beschrijving van 's-Gravenhage; uit echte bronnen geput" door A.W. Kroon.
- hij had een neef genaamd Joost Robbe Pietersz. en nicht Agnes Robbe van Eijnden
- er is ook een Philips Plumeon (g.m. Isabella de Goes), misschien een zoon van Jan..?
Regestenlijst 1432-1597 [0172-01 = Familie Van Bylandt inzake Oostduin, Arendsdorp en Waalsdorp]:
19 Kors Pietersz. van der Beeck en Cornelis van Aicken, schepenen in den Hage oorkonden, dat Jan Plumeon, secretaris van den Hage verklaard heeft met zijn zuster en zusters-kinderen als erfgenamen van hun vader en moeder, PIETER PLUMEON en Juffrouw ALIJT JANSDR. de boedel verdeeld te hebben in vier porties op 24 juli 1548, waarbij aan hem, Jan Plumeon, ten deel gevallen is een woning met land, gepacht door Oetzier Adriaensz. liggende in het ambacht van Wassenaar en Zuudtwijck, en aan de kinderen van zijn zuster, Joncfrouw Geertruyt Plumeon, een woning, genaamd "de cleyne woninghe" in het ambacht van Wassenaar en Zuydtwijck gelegen, eertijts gepacht door Jan Govertsz en nu door Floris Meeusz. en Wouter Adriaensz., welke woning Pieter Plumeon gekocht heeft van de erfgenamen van wijlen Willem Jacopsz. De koopbrieven daarvan zijn gezien door schepenen voornoemd, dragende het uithangend zegel van de Schout van Wassenaar en Zuydtwijck
- uit onderstaande tekst is niet duidelijk of Maria en Geertruijt niet dezelfde persoon moeten zijn: Maria Plumeons lijkt de moeije van Cornelis van Soutelande (stiefmoeder of tante?)...
DNL 1892 jaargang 10; p18-19
Geslacht van Soutelande.
Huwelijksvoorwaarde van Cornelis van Soutelande (1) en Maria Jansdr. Uitenbroek.
Wij Huych Corneliszn de Groot (2) ende Cornelis Doelman Michielszn (3) schepenen in Delft, oerconden dat voir ons quam Cornelis van Zoutelande Gilliszn, joncvrou MARIE PLUMEONS weduwe wijlen mr. Balthasar van Hogelande (4), Pieter ende Willem van Zoutelande deszelfs Cornelis gebroeders, Cornelis Coenraetzn., mr. Christiaen de Waert als naeste vrunden en(de) maghen van den voorgenoemden Cornelis van Zoutelande ter eenre, Jan Dirck Harperszn. (5) burgemeester dezer stede met Marie Jansdr. zijne dochter, Dirk Janszn. zijnen zoen en(de) broeder van die voorn. Mariken, Dirck van Bleyswijck ende Dirck Simonszn. als oemers van dezelve Mariken van 's moeders zijde ter andere ende verclairden dat zij luyden te saemen veraccordeert waeren dat Cornelis van Zoutelande ende Mariken Jansdr. voirs in den name ende ter eeren Gods in der heyliger echte zullen vergaderen onder conditiën ende voirwairden hier nae verclaert te weten dat Cornelis van Zoutelande tot subsidie ende behulpe van desen huwelicke zal brenghen die goeden onder zijn handscrift in handen van Jan Dirkszn. voorn gelevert, die hij verclaert wairdich te wesen vyffduysend karolus guldens daer jeghens Jan Dirkszn. voorgenoemt tot subsidie van dezelven huwelicke gheven zal met zijn
voorgenomde dochter heur moederlicke portie, die hij up rekeninghe van haer vaders erffve augmenteren zal ter zomme toe van zes ende dertich hondert ponden van XL gr(ooten). Met oick expresse voirwairden waert saicke dat Cornelis van Zoutelande ofte Mariken overleden zonder kind ofte kinderen achter te laeten, dat alsdan elck van den erfgenamen nae hem nemen zullen die goeden bij de overleden tot dese huwelicke gebrocht ende staende huwelicke aenbestorven te wesen met clederen en(de) juwelen tot des overledenen lijve behorende, behoudens indien Cornelis quame te overlijden zonder kinderen dat alsdan Mariken voor wt (uit) zal nemen haar marghen gave ende wt de gereedste goeden van Cornelis vijftich gelijcke ponden Srs ('sjaars) haer leven lang geduren(de), mits dat winsel en(de) verlies an beyden zijden gedragen zal werden en(de) indien dat Mariken ofte Cornelis quame toverlijden achterlatende kindt ofte kinderen dat alsdan alle die goederen gemeen sullen wesen ende tusschen den lancxtlevenden ende kindt ofte kinderen op en(de) neder gedeelt zullen worden. Ende bij gevallen eenich van de kinderen deser weerelt overleden dat alsdan die goeden zullen succederen nae scependomsche rechte behalven dat indien Mariken voor overleedt ende alle die
kinderen storven alsdan des leste kindts erffenisse zoude wederco(m)men up Jan Dirkzn voergen. Verclarende die voorn Jan Dirkzn. dat indien zijne dochter quame te overlijden voor hem achter latende kint ofte kinderen zijne wille te wesen, dat die kintskinderen hem sullen succederen in de plaetse van haerluyder overlede moeder. Verclarende oick die voorgenoemde Marie Plumeons haere wille te wesen dat indien Cornelis van Zoutelande overleet voor haer, achterlatende kindt ofte kinderen, dat tselve
kindt in haer goeden mede sal succederen in de plaetse van zijn ofte haer vaeder.
Aldus gedaen ende verleden op ten XXV dach Auguste anno XVCLV mij jegen woordich.
Schepenregister van Delft [25-8-1555]
AANTEEKENINGEN.
noot (1) In Boitet's Beschrijving der Stad Delft vinden we 1573-1575, 1587-1589 als schepen dier stad vermeld Cornelis van Soutelande; ongetwijfeld wordt daarmede deze Cornelis Gilliszn. bedoeld; hij behoorde vermoedelijk tot het oud-adellijk Zeeuwsch geslacht, dat men, doordien het de roode leeuw met een dito lambel op de borst voert, onderstelt (hoewel daarvoor tot heden geen bewijs gevonden is) uit bastaardye te zijn gesproten van een graaf van Holland en Zeeland. Zijn vader Gillis v. S., nog levende in 1540 komt voor in de „Bijvoegselen tot de Cronyk van Zeeland door Smallegange", waarin tevens nog eenige leden van dat geslacht worden opgenoemd. Doordien slechts in weinige exemplaren die Bijvoegselen voorkomen willen wij die hier in 't kort volgen laten. In 1299 komt voor Hendrik v. S , ridder, te Warmond gevangen; Willem in 1323,
zijne dochter huwde met Willem Heer van Koudekerke; Michiel in 1345 als betalende voor zijn ambacht in Bekerke, in 1465 met zijne vrouw Elisabeth van Naaldwijk, Gillis in 1320; Willem Gilliszn en zijne zuster Bella in 1506; Gilles Veldmaarschalk en Gouverneur van Roermond een weinig voor of ten tijde van Smallegange; Gerard overste wachtmeester van een regiment te paard; Willem commandeur van St. Andries had 2 zonen; Heronimus baljuw van Oostzanen. Een Pieter van S. komt in de Riemer's Beschrijving van 's Gravenhage in 1553/54 voor, als schepen misschien de in ons stuk genoemde broeder van Cornelis, terwijl ik van zijn andere broeder Willem nog geen spoor gevonden heb. Dat een geslacht van dien naam lang in 's Gravenhage heeft gebloeid, bewijzen de menigvuldige acten in de doop-, trouw- en begraafboeken, die we weldra hopen mede te deelen; beslissen echter of al die leden tot eenzelfden stam behooren, kunnen we niet, door dien Rietstap nog een geheel ander wapen aan een denzelfden naam dragend geslacht geeft, (in goud een blauwe gekanteelde en tegen gekanteelde balk) 't geen bij de weinige bekendheid der leden, niet nalaten kan een groote verwarring te veroorzaken.
noot (2) Deze de Groot ook nog in andere jaren schepen en burgemeester van Delft, wordt in Boitet genoemde Heer van Noirthoorn.
noot (3) Cornelis Michielszn. Doelman komt het laatst voor als schepen van Delft in 1564.
noot [4] Pieter Plumeon stichtte in 1505 met zijne vrouw Aleida Jansdr. in de groote kerk een wekelijksche misse eeuwigdurende; mr. Jan Plumoen was volgens de Riemer in 1536 Secretaris van's-Gravenhage, deze met joncvrouw Maria Plumeon wed. mr. Balth. van Hogelande waren misschien kinderen van Pieter en Aleyda Jansdr. In welke betrekking Maria hier voorkomt weten we niet, misschien was zij de moeder van Cornelis en gehuwd als wed. van Gillis van Soutelande met mr. Balth van Hogelanden.
Het is daarom dat er wordt gezegd dat, als Cornelis voor haar sterft, 'zijne kinderen- of kints-kinderen van hare goederen erven zullen.
noot 5) In Boitet wordt hij meermalen als schepen en burgemeester van Delft voorkomende, genoemd Jan Dirk
Harperszn. Utten (Uten) broeck; hij stierf als heilige geest- of armmeester 25 Juli 1557, terwijl van zijn, ook hier genoemden zoon Dirk Janszn. U , ook meermalen schepen en burgemeester van Delft, gezegd wordt dat hij stierf 12 Jan. 1596
Pieter Plumeon | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Aleijd Jansdr. | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.