(1) Hij is getrouwd met Ermgard van Haps (van der Leck).
Zij zijn getrouwd in het jaar 1374.
(2) Hij is getrouwd met Mechteld Jansdr. van Vianen.
Zij zijn getrouwd rond 1405.
Kind(eren):
- ridder, heer/graaf van Megen, heer van Haps en hoogschout van 's-Hertogenbosch, is geboren rond 1351, is overleden voor maandag 10 mei 1417.
info:
Jan heer van Megen was hoogschout van 's-Hertogenbosch in de jaren 1381-1384 en 1392-1398. In de Hinthamerstraat schuin tegenover de Clarastraat stond "s' Greven huys van Megen", dat een bezitting was van de graven van Megen.
10 juli 1358:
Jan van Megen wordt samen met zijn moeder Heylwig, gravin van Megen genoemd (zie aldaar)
9 december 1358:
Jan van Megen wordt als minderjarige zoon vermeld samen met zijn moeder Heilwigs weduwe van wijlen Wilhelmus van Megen. (zie aldaar)
28 september 1368:
Bevestiging door Albrecht van Beijeren, ruwaard van Henegouwen,. Holland, Zeeland en Vriesland, van de rechten die de hertog van Brabant, Wencelas, heeft in o.a. Megen.151
19 oktober 1368:
Arbitrale uytspaecke van de Ruwaert van Hollandt ghedaen, tusschen den Hertoghe van Brabandt, ter eender zyde, den Hertoghe van Gelre, ende den Grave van Meghen ter andere zijde, van het jare 1368.
19 oktober 1368: (Huesden, des donresdaghes na sinte Lucasdach ewangelisten) Aelbrecht (van Wittelsbach), paltsgraaf aan de Rijn en hertog in Beyeren, ruwaard van Henegouwen, Hollant, Zeelant en Vrieselant, doet uitspraak in de geschillen tussen Wenselaus van Behem, hertog van Luccemborch, Lotheringen, Brabant en Lemborch, markgraaf van het H.R. Rijk en algemeen vicaris van Duitsland, enerzijds , en Edewart, hertog van Ghelre en graaf van Zutphen, en Jan van Mierlaer, ridder, anderzijds, waarbij bepaald dat:
01. Wenselaus en Edewart deze uitspraak, op verbeurdverklaring van een boete van 100.000 gulden, zullen nakomen, etc. etc.
06. Wenselaus een copie van de brief, waaruit blijkt dat het huis Meghen zijn open huis is heeft getoond.
07. Jan van Meghen voor de bevestiging van deze brief door hem voor Wenselaus zal komen.
9 maart 1371;
Wy Henric Vaec van Oy, scoutheyt in den lande van Meghen, doe cond allen luden dat voer ons comen is in de gherycht van Haren ende voer gerychtslude die hyer na bescreven staen Jan van Kuec, herWemmerszoen ende heet opgedragen her Boudwijn van Megen, pryster, tot behoef Jans des heren van Megen, enen camp lands geheyten die Asselsche camp, haudende vyer ende dertych mergen lands, streckende metten enen ende op haerre meer ende heet daerna op vertegen also dat vonnys ghewijst heet datterJan van Kuyc voern(oemd) af onterft is ende her Boudewijn voers-(creven) tot behoef Jans van Megen voern(oemd) aen geerft, ende Jan van Kuyc voers(creven) heet her Boudewijn voern(oemd) dees erfenys voers(creven), tot behoef Jans van Megen voers(creven) gheloeft te weren jaer ende dach ende alle voercomer af te doen op hem ende op syn guete tot erfcoepsrecht, ende her Boudewijn voern(oemd) heet Jan van Kuyc voers)creven) als van Jans wegen van Megen voern)oemd) dees erfenys voers(creven) weder gebent in enen pacht als voer tsestich mottoen des jaers, der tscillinghe ende vyer pennynge voert elken mottoen, alle jaer te betalen op sunte Petersdach ad cathedram uut te pen den als men pachtguet gewoenlyc in den lande is te penden aen der erfenys voers(creven), ende hyer waren over gerychtslude Jan van Mameren ende Hubert Eessenzoen ende meer gueder lude, in orconde des, want wy Heynric Vaec voers(creven) als enen rychter dees vorwerden voers(creven) condych syn, soe heb ic desen brief open bezegelt met mynen zegel, gegeven int jaer ons heren dusent dryhondert ende een ende tseventich, des negenden dages in den meert.
6 december 1371: (des dordendages naest sunte Agathendach)
Heynric Vaec van Oy, schout van het land van Megen, oorkondt dat Jan, heer van Megen, een brief met betrekking tot het goed te Haren, dat van heer Jan, heer van Hoestraten, was en dat door heer Wyllem, heer van Megen, was bezet vanwege een schuld van 4.000 oude schilden, aan Jan van Kuyc, zoon van Wenemar, heeft overgedragen. Getuigen: Jan van Mameren en Huybert, zoon van Eefse, gerichtslieden van Haren.
28 januari 1372:
Mechtelt, hertogin van Gelren, gravin van Cleve en Zutphene, belooft aan Johannen, hertogin van Lutzelenborch, (Lotharingen), Brabant ( en Limburg en markgravin van het H.R. Rijk), haar nicht, dat zij:
o.a. De rechten op het huis en de heerlijkheid van Meghen, zoals wijlen Johan (hertog) van (Lotharingen), Brabant (en Limburg, markgraaf van het H.R. Rijk), diens vader, die heeft bezeten, zodra die weer aan haar zullen terugvallen, met inachtneming van de rechten van Johanne van Meghen en die van haarzelf, aan Johannen, zal teruggeven. etc.
7 maart 1372:
Jan van Kuyc, oudste zoon van heer Weenmaer, oorkondt dat Jan, heer van Meghen, hem, in een schepenbrief van tsHertogenbosche, heeft belooft 140 oude gouden schilden te zullen betalen.
6 april 1372:
Ordonnantie van Joanna Hertoginne van Brabandt ende van Luxembourgh, aen haren Schouteth van den Bossche, van de wateringhe te houden, ende te openenen tusschen Brabant ende de Lande van Megen.
17 september 1372:
Wencelas en Johanna, hertog en hertogin van Luxemburg, Lotharingen, Brabant en Limburg ratificeren het charter van Kortenberg; onder de ridders die meezegelen bevindt zich Jan heer van Megen.
6 januari 1374: (Dertiende avond 1374)
Juffrouw Beatrijs, weduwe van Ghijsbrecht van Tule, draagt op aan Jan, Heer van Megen, den tocht van een tiend onder Gemonde en Thede en van een rente van vier mudden rogge, gaande uit het de Pot in de parochie Gestel, bij Herlaer gelegen, die haar vader Engbrecht Ludinck, zoon van Daniel van den Dijke, van Jans voorvaderen, Graven van Megen, in leen hield, ten behoeve van Gosewijn van Tule, - en hierover waren als leenmannen heer Henic van Mordrecht, Ridder, Gijsbrecht Lijsscap, zoon van Aert IJsbouts en Sijmon van Mijrabel.
6 januari 1374: (Dertiende avond 1374)
Gosewijn van Tule draagt aan Jan, Heer van Megen, het voorgaande op die hij van hem in leen hield, ten behoeve van Marten Monics wonende te 's-Hertogenbosch, die daarop daarmede beleend werd en daarvoor hulde en manschap deed,, -waarover als mannen van leen waren zoals bovenstaand.
28 september 1374:
Huwelijkscontract van heer Jan van Megen en vrouwe Ermgard van Haps (dochter van Gijsbert van der Leck? en Ermgard dochter Thomas, heer van Sevenborn en Ermgard van Cranendonck:
Johannes heer van Megen die gaat trouwen met Ermgardis d.v.w. Ghiselbertus, heer van Hoeps ( Gijsbert van der Leck?) en Ermgardis zuster van Johannes, heer van Zevenborne, Craendonc en Hoeps. Jan van Megen zal ontvangen als bruidsschat: erfcijns van 50 dubbele mottoenen uit drie hoeven in Woensel "Op Acht", indien Johannes heer van Zevenborne etc. kinderloos sterft, dan ontvangt Jan van Megen een erfcijns van 100 oude schilden uit de heerlijkheid Craendonc, wanneer Ermgardis sr. overlijdt, dan ontvangt Jan van Megen een erfcijns van 400 kleine gulden uit de tol van Cuijk en een erfcijns van 100 oude schilden uit de heerlijkheid Craendonc, wanneer Jutta de echtgenote van Jan heer van Zevenborne etc. zonder wettig nageslacht overlijdt, dan krijgt Jan van Zevenborne etc. de heerlijkheid Hoeps in tocht en erft Jan van Megen na zijn dood de heerlijkheid. Jan van Megen erkent echter geen enkel recht te hebben op deze heerlijkheid.
10 juli 1375:
Johanne, hertogin van Lucemb(urg), Lothr(ingen), Brabant en Lemb(urg), markgravin van het H.R. Rijk, geeft de warande van Nistelrode en Hees, onder bepaalde voorwaarden aan Janne, graaf van Meghen.
12 januari 1377: (feria secundum post festum ephiphania Domini 1376)
Johannes van Audehuesden en Johannes genaamd Zerijs van Erpe, verkopen de goederen, die zij eertijds van de zusters van Hermannus van den Hout en Johannes, zoon van Johannes Noudensoen, hadden gekocht, aan Johannes van Megen. Getuigen: Arnoldus van Andel en Symon van Myrabello, schepenen van 's-Hertogenbosch.
20 september 1377:
Johannes, graaf van Meghen, ridder, verkoopt de helft van de tienden van het dorp Haren, nabij Meghen, met alle toebehoren aan Theodericus van Zeelst. Getuigen: Leonius van Langvelt en Symon van Myrabello, schepenen van 's-Hertogenbosch.
1380:
Overeenkomst tussen de graaf van Megen enerzijds en de schout van 's-Hertogenbosch, alsmede de schout en heemraden van Maasland anderzijds, met betrekking tot het onderhoud van de Groenendijk.
1380:
Jonker Jan graaf van Megen zoon van w. heer Willem graaf van Megen, land in Macharen aan Gerijs Vos.
1380:
Jonker Jan graaf van Megen verkoopt een cijns uit de windmolen bij Megen met belofte mede van Henrick Dicbier heer van Mierlo etc.
21 maart 1381:
Rycolt die Coc, ridder, verklaart dat Johan, heer van Megen en schout van den Bosche, hem uit naam van (Wencelaus van Bohemen en Johanna), hertog en hertogin ( van Luxemburg, Lotharingen, Brabant en Limburg, markgraaf en markgravin van het H.R. Rijk), 700 oude schilden heeft betaald.
4 juli 1381.
Willem van Broechusen, ridder, verklaart dat hij de jaarrente van 50 lammen, die hij in leen houdt van de hertog van Brabant, over 1380 van de graaf van Meghen en schout van den Bossche heeft ontvangen.
10 oktober 1381:
Johan van Dongroede verklaart dat hij de jaarrente van 25 dubbele Brabantse lammen, die hij van de hertog en de hertogin (Wencelaus van Bohemen en Johanna) van (Luxemburg, Lotharingen), Brabant ( en Limburg, markgraaf en markgravin van het H.R. Rijk), in leen houdt, over drie jaar van Johan, heer van Meghen en schout van tShertoeghenbussch, heeft ontvangen.
etc...
bron: bron: http://www.nicovandinther.nl/kwartierstaten/De-oudste-generaties-van-de-graven-heren-van-Megen.pdf
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Jan III van Meghen | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) 1374 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) ± 1405 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.