Hij is getrouwd met Beatrix van der Dussen.
Zij zijn getrouwd
- heer van Ammerzoden vanaf 1347 tot 1383
uit GTMWB (2009/2010) Leenmannen van de Hofstede Ammerzoden:
Het leen 97 gesplitst in 97A en 97B.
97A. De broektiende.
- 1-11-1418: Arent van Herlaar, ridder, bij overdracht door Heimerik Jansz. en Agnes, diens vrouw, Gelre, 1 fol. 191v.
97B. De Rydackertiende met toebehoren.
- ..-.-14..: Johan van den Waele bij overdracht door Otto van Puiflik zoals roerend van de heerlijkheid Ammerzoden, v. Doorninck, pp. 113-114. HS.: 13.. (!).
- 29-3-1417: Arnt Hendrik tsGravenz. voor Gerrike, dochter van Johan de Wael, zijn vrouw, zoals van Ammerzoden, Gelre, 1 fol. 212v.
- 4-11-1418: Arent van de Pol bij overdracht door Arent de Wael Jansd., Gelre, 1 fol. 191v.
- 11-7-1460: Arent van Herlaar, ridder, met het geheel met lijftocht van Aleid, zijn vrouw, beleend door Ammerzoden, Zuilichem, inv. nr. 15.
- 5-1-1473: Arnt van Herlaar, ridder, vraagt de leenheer, zijn neef, half en half te laten komen op Joost van Herlaar en Johan van Vianen van Jaarsveld, zijn nichten, bevestigd door Walraven van Asperen van Vuren, Thomas van Driel, procurator van de kartuizers buiten den Bosch, heer Hendrik van Heukelum, pastoor van Niewaal, en Gillis van Duffel, Zuilichem, inv. nr. 19.
- 12-1-1473: Arnt van Herlaar, ridder, te komen half op Joost van Herlaar, zijn nicht, en half op Johan van Vianen van Jaarsveld, zijn nicht, Zuilichem, inv. nr. 19.
- 27-1-1473: Otto Pieck van Beesd bij dode van Arnt van Herlaar, ridder, met de helft met lijftocht van Aleid Pieck, diens weduwe, en met lijftocht van Johan van Vianen, gehuwd met Otto Pieck, met de halve Broektiend, Zuilichem, inv. nr. 15.
- 7-9-1549: Otto Pieck van Beesd Hendriksz., neef, van de leenheer, zoals Otto Pieck van Beesd, zijn grootvader, na verzuim, met de helft, waarvan Willem van Doorn de andere helft heeft, Zuilichem, inv. nr. 15.
- 25-4-1579: Hendrik Pieck Ottenz. met de helft, waarvan Klaas Pieck, gehuwd met Wilhelmina Pieck of Doorn, de andere helft heeft, Zuilichem, inv. nr.15.
- 11-7-1591: Steven van Rossum, (heer van Zuilichem), schrijft Pieter de Groot, zijn zwager, te Bommel hulde te doen voor zijn vrouw voor twee tienden, en biedt aan zijn oude brieven te laten afschrijven, Zuilichem, inv. nr. 18.
- 3-12-1591: Dirk Pieck, heer van Zuilichem, met zijn goed, 353.
- etc...
======
- onderstaand algemene info over het geslacht Van Herlaer:
Wapenalbum Bommelerwaard [P.v.d.Zalm: 2007].
Nr. herl/ 1398. HERLAER, ARNOLD (Arent) VAN; Leenheer van de heerlijkheid Zuilichem (1435)
= Wapen: in zilver, een beurtelings gekanteelde dwarsbalk van keel. Het familiewapen van zijn echtgenote (Pieck): in zilver, een kruis van keel. Volgens CA. zegelde Arnt van Herler, schepen van Zuilichem, op 5 juni 1419 met het wapen: gevierendeeld, I. en IV. drie zuilen, twee en één geplaatst; II. en III. een beurtelings gekanteelde dwarsbalk (het OA. heerlijkheid Nederhemert, inv.82, RAG); zo ook op 26 augustus 1438, eveneens als schepen van Zuilichem, samen met Dirck van Braeckell, heer Janssoen (geen nadere bronduiding). Van Alphen merkt voorts op, dat er een vader Aert en een zoon Aert van Herlaer van Zuilichem voorkwamen.
= Bron: Arnold van Herlaer wordt als eerste leenheer van Zuilichem genoemd in 1435. Hij was gehuwd met Aleydis Pieck, een dochter van Ghijsbert Pieck en Aleyd de Swart Alardsdr.; zij stichtte samen met haar echtgenoot Arnold het Karthuizerklooster, te Vught. Arnold overleed in 1478 en Aleydis in 1498; zij huwde 2e Gerard van Strijen. Zie: “Zuilichem, de heerlijkheid, het kasteel en driemaal Constantijn Huygens”, door C. Frankenhuis-Scheijen, pg.9 tot en met 21 in TVL.jrg.XIV (1978). Het leenboek van Gelderland, pg.23 noemt “Aleyt, her Willems dochter van Herwijnen (nb. haar familiewapen: in keel, twee dwarsbalken van goud) en welneer echtehuisvrou van Arntsz. van Herler van Zuilichem beleend met de Rodegrave Thiende van Herwijnen, etc.”; voorts: “Jutte echte dochter Willë Piecks vrou van Johan van Herwijnen (RAG). Zie: de map HE/J, Van Hassel, SAB. In de “Leenhoven van de heren van Vianen, 1292-1666” staat vermeld: “Huis en gerecht van Zuilichem met gift van de kerk en altaren, de tollen, etc.”: 1 november 1435, Arnout van Herlaar, burggraaf van Zuilichem, eventueel te komen op Gillis, zijn dochter, met lijftocht van Elisabeth van Brakel (haar familiewapen: in keel, twee verticaal geplaatste en van elkaar afgewende zalmen van zilver, vergezeld van negen herkruiste kruisjes van goud), zijn vrouw, op de helft (10 fol.19v.); 31 mei 1448, Arnout van Herlaar Arnoutsz. (10 fol.19v.); 29 september 1467, Ghijsbert Pieck van Beesd voor Joost van Herlaar, nicht van de leenheer, zijn vrouw (10 fol.117v.-118); 3 mei 1484, Frederik Pieck van Asperen bij dode van Joost van Herlaer, zijn moeder (12 fol. 26v.-27). “Een hofstede met huizing en timmering op 4 morgen land in Zuilichem, etc.”: 2 juni 1433, heer Arnout van Herlaar, zoals van Ameide (10 fol.14v.); 19 juli 1435, Jan van Brakel Staaskensz. bij overdracht van Arnout van Herlaar, etc. (10 fol.14v.). “Een waard te Hurwenen, strekkend tot de kerk”: 1 november 1435, Arnout van Herlaar, burggraaf van Zuilichem (10 fol.19v.). Zie tot zover: “Ons Voorgeslacht”, nr.353, 40e jrg. september 1985, pg.428, 433 en 434. In het Register op de Leenaktenboeken van Gelre en Zutphen, door Sloet e.a.: “Een hofstat met heur timmeringe, in den gericht van Brakel, etc.: Aleyt van Herwinen, weduwe Arnts van Herler ende van Zulinchem, ontfengt dit, etc. 28 Julii 1481” (nr.283a. pg.628). “2/3 van eenen uterdijck tot Zulichem gelegen, etc.: Arnt van Herler, anno 1420; idem ontfengt eenen uteweert, etc, anno 1424; idem tuchtigt sijn huisfrou Lijsbeth van Brakel, eodem die; idem ontfengt die wateren opten stroom van der Wale ende die weerde, etc. anno 1447; Goossen van Brakel ende Agnese Spaens, sijn huysfrou, transporteren op Arnt van Herler en sijn huysfrou Lijsbeth van Brakel, etc. anno 1448; Joost van Herler, huysfrou Gijsbert Piex van Asperen ontfengt, etc. anno 1468. Ende Aleyt van Herwinen, weduwe Arents van Herler segt daeran getuchtigt te suijn; Eadem, 15 Octobris 1473” (nr.288, pg.652-653). “den derden deel vant veer to Zulichem, etc.: Arnt van Herler van Zulichem, anno 1424; Joost van Herler, huysfrou Gijsbert Piecx van Asperen, anno 1468” (nr.290, pg.655). “die thyende tot Nywal, etc.: Arent van Herler, anno 1403; Arnt van Herler, erve sijnes vaders Arnts, ontfengt, etc. 1408; Arnt van Herler ende sijn vrou Alijt Piex, etc. ontfangen, anno 1578; etc.; Margriet van Herler, huysfrou Johans van Sunte Coricx, ritters, erve haers ooms Arnts voorn, transporteert dit leen op Martin van Herler, heer tot Poderoyen, etc.” (nr.293a. pg.658). “dat goet geheiten die Nesse ende die Meer (Aalst): Arent van Herler, ridder, ende sijn huysfrou Aleyt Piecks, etc. anno 1455; idem anno 1465; Aleyt Piecks van Herler, nu huysfrou Gerrits van Strijn, broder to Sevenbergen, etc. anno 1478” (nr.323, pg.717). “den halve Nes ende die Meer met visscherien (Aalst): Arnt van Herler, ridder, anno 1444; idem, anno 1465; idem, heeft dit beset ende gegeven Martin van Herler, heer to Puderoyen, 15 Octobris 1473” (nr.324. pg. 718).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Aert van Herlaer | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.