Stamboom Van Osch » Rudolf I de Cock heer (Rudolf I de Cock, heer) van Weerdenburg (± 1215-± 1275)

Persoonlijke gegevens Rudolf I de Cock heer (Rudolf I de Cock, heer) van Weerdenburg 


Gezin van Rudolf I de Cock heer (Rudolf I de Cock, heer) van Weerdenburg

(1) Hij is getrouwd met Agnes van Kuijc.

Zij zijn getrouwd.


Kind(eren):

  1. Willem de Cocq  ± 1245-????


(2) Hij is getrouwd met Barbara de Jode.

Zij zijn getrouwd


Kind(eren):

  1. Willem Jodekin  ± 1260-???? 


(3) Hij is getrouwd met Aleida van Ochten.

Zij zijn getrouwd.


Kind(eren):

  1. Hendrik Roelofsz. de Cock  ± 1245-1312 
  2. Geese de Cocq  ± 1255-????
  3. Gijsbert de Cocq  ± 1260-1340 


Notities over Rudolf I de Cock heer (Rudolf I de Cock, heer) van Weerdenburg

- ook genoemd Rudolf of Raoul de Châtillon-Cocq; heer van Beesd en Rhenoy, later 1e Heer van Waardenburg, Neerijnen en Opijnen
- Rudolf bezat veel goederen in het gebied tussen de Lek en de Linge en tussen Beesd en Leerdam, gelegen in de Tielerwaard, waaronder een burcht te Rhenoy. Deze bezittingen had hij uit een erfenis verkregen afkomstig van zijn betovergrootmoeder Jolante van Gelre, regentes van Henegouwen (dr.v. Gerard van Wassenberg graaf van Gelre, bijgenaamd “de Lange” en “de Rossige” en Clementia van Poitou). Jolante was gehuwd met Boudewijn III, graaf van Henegouwen (zn.v.Boudewijn II graaf van Henegouwen en Ida van Leuven, dr.v. Hendrik II van Leuven en Adela van de Betuwe).
- Rudolf stamt uit een zeer rijk en voornaam geslacht, geparenteerd aan vele vorstenhuizen en andere voorname geslachten, zoals Spanje, Oostenrijk, Lorraine, Brabant, Namen, Vlaanderen, Blois, Bourbon, Gelderland, Luxemburg, St. Pol enz. Zijn voorouders telden al zeer vroeg mee onder de edelen in de wijde omgeving van Châtillon sur Marne, vroeger een grote stad. Het ligt in de buurt van Reims.
- Van deze Raoul wordt vermeld, dat hij “in hooge mate den toorn des konings van Frankrijk had opgewekt, dat hij hem “Coquin’ had genoemd en de fiere edelman, dien smaad niet kunnende dulden, zwoer dien naam zo lang te zullen behouden, totdat hij zich schitterend had gewroken. Met enige andere edelen tegen den koning opgestaan, versloeg hij vroeg op een morgen de koninklijke troepen: le Coq à chanté de bon matin (de haan heeft vroeg gekraaid) zei de koning zulks vernemende, doch Raoul, zich dien schimpnaam tot eene eer aanrekenende, bleef sedert dien den naam Cok of Cocq voeren”.
- Rudolf was in Frankrijk niet meer veilig en onder druk van de Franse koning week hij uit naar zijn nicht, Philippina van Dammartin, die met zijn neef graaf Otto II van Gelre was gehuwd. Raoul (Rudolf) de Cocq nam zijn intrek in het door hem geërfde kasteel te Rhenoy, gelegen tussen Beesd en Leerdam. Hij was de eerste van zijn geslacht die de naam “Châtillon” wegliet en zich alleen Rudolf de Cocq liet noemen. De naam Châtillon komt men in die tijd in Gelderland vrijwel nergens tegen, maar dat is wel te verklaren als men bedenkt dat de Franse koning hem nog steeds op de hielen zat.
- Pas later komen wij de naam “Chatillon” weer tegen in de plaats Schoonhoven. Het is Jean (Jan II de Châtillon graaf van Blois, hertog van Gelre door zijn huwelijk met Machteld, hertogin van Gelre (Arnhem, 14-2-1372). Hij overleed op kasteel Schoonhoven 19/5 of 6/8-1381.
- Zoals gezegd vestigde Rudolf zich te Rhenoy en nam zijn intrek in zijn burcht aldaar. Hij bleef echter zijn eigen wapen van Châtillon voeren, nl. op een rood veld 3 palen van vair en in het gouden schildhoofd een lelie van azuur. Dat zelfde wapen troffen wij later aan op de sokkel van een zonnewijzer in de tuin van het kasteel Waardenburg. Dit wapen voerde hij ook toen hij heer van Beesd en Rhenoy was. Rudolf de Cocq en zijn nazaten verkregen vele goederen. Zij voegden de naam van hun bezit, een heerlijkheid, aan hun geslachtsnaam toe. Dit getuigen namen als De Cocq van Waardenburg, De Cocq van Neerijnen, De Cocq van Opijnen, De Cocq van Bruchem, De Cocq van Delwijnen, De Cocq van Kerkwijk, De Cocq van Haeften, De Cocq van Isendoorn. Zij waren één grote familie en zij voerden allen het Châtillonwapen. Zij brachten wel hun eigen onderscheiding aan in het gouden schildhoofd. Zo had de hoofdtak De Cocq van Waardenburg een lelie van azuur. De Cocq van Neerijnen 3 zwarte hamers. De Cocq van Opijnen een klimmende rode leeuw, De Cocq van Bruchem een lopende rode leeuw, De Cocq van Delwijnen een zwarte 5 of 6-puntige ster in het gouden schildhoofd, De Cocq van Kerkwijk eveneens een zwarte ster, De Cocq van Haeften een zwarte barensteel en De Cocq van Isendoorn heeft het gouden schildhoofd niet beladen. Van oorsprong had dit geslacht een rode merel of ook wel een gehele of een opkomende (klimmende) rode leeuw. De Cocq van Hemert tenslotte had een zwarte klimmende leeuw.
bron: http://www.decocqvandelwijnen.nl/

Wapenalbum Bommelerwaard [P. v.d. Zalm: 2007].
Nr. cock/ 552. DE COCQ, INLEIDEND.
De benaming “châtillonwapen” is een verwijzing naar het wapen, dat door de leden van het oud-adellijk geslacht “Van Châtillon” gevoerd werd (al dan niet met breuken, aangebracht in het schildhoofd). Illustratief is het vers, dat betrekking heeft op de heer van Châtillon en diens betrokkenheid bij de “Grimbergsche oorlog”:
“ Hier na gereden quam ~ Mijn here Jacob van Tsastelioen ~ Met sine baniere, die menegen coen ~ Riddere brachte gevaren. ~ Sijn scilt ende baniere was een, ~ Van kelen met dry staken, wit ~ Ende blau gevariert (van vaar) scone, ~ Met enen hofde (hoofd), al sonder hone, ~ Van goude, ene meerle daerin ~ Van sable, meer no min “ (“Grondtrekken der Nederlandsche Wapenkunde”, door mr. L.Ph.C. van den Bergh, uitgave S. en J. Luchtmans te Leiden, Ao.1847, pg.49).
Rietstap’s Armorial Génèral geeft 15 verschillende wapens “Châtillon”. Het in het vers vermelde is dat van “Châtillon, comtes de Porcean (Bretange)” en ook van “Châtillon de la Fere (Champagne)” maar dit laatste geslacht voert soms in het schildhoofd, in plaats van een meerltje van sabel, een leeuw van keel. Algemeen wordt aangenomen, dat het châtillonwapen in hoofdzaak zijn toegang tot de Bommelerwaard heeft gevonden, via het geslacht De Cocq. De vroegst bekende “De Cocq” wordt genoemd in de oorkonde van 27 maart 1250: “Giselberti Coci, militis De Hemerte (samen met), Jacobi, militis de Hedele; Everardi, militis de Amersoi en Johannes de Husden” (oorkondenboek van Holland en Zeeland, III, door mr. L.Ph.C. van der Bergh).
In 1265 gaf Otto, graaf van Gelre, Hiern (de heerlijkheid Waardenburg) in het bezit zijnde van de graven van Gelre, alsmede Opijnen en Neerijnen, ten geschenke aan Rudolf Cock, ridder, en gaf hem tevens verlof op de berg te Hiern een huis te bouwen, dat de naam Waardenburg ontving (de NL.1978, kol.348). Niet veel later op 4 juli 1292 wendden Roelof en Hendrik de Cock, beide ridders, zich met een verzoek inzake de Kerk te Hedel tot de Deken en Kapittel van St. Marie te Utrecht. Daarbij is het vermoeden, dat met name Hendrik, de jongere van deze twee, belangrijke rechten kon doen gelden op Hedel en dat beiden de voorgangers waren van de heren van Cranendonck, die in de eerste helft van de 14e eeuw, de heren van Hedel werden (zie: TAX.1924. pg. 145-146).
Eveneens een “vroege” vermelding betreft: Willem de Cocq van Gameren, Herwijnen en Delwijnen,
zoon van Rudolph de Cocq (overleden in 1315) en Margriet van Batenburg (?). Hij huwde omstreeks 1318 Ida, de erfdochter van Isebrant (?), heer van Hemert, die in 1294 nog leefde (Gelderse Volksalmanak 1879, pg.11). Uit genoemde Willem zouden de Cock’s van Delwijnen stammen (het FB.1900-1905, pg.198). De oudste zegels van De Cocq’s, als heren van Hemert (Neder-) betreffen het wapen “De Cocq”, te weten: het châtillonwapen, met in het schildhoofd een uitkomende, klimmende leeuw naar rechts gewend. Later voerden zij het gevierendeeld wapen, waarvan een wapenschets hierbij is gevoegd en noemden zich overigens inmiddels “Van Hemert” (zie ook onder deze naam in dit album). Zo werd het châtillonwapen met leeuw onder andere gevoerd door Johan die Coc, ridder, die samen met zijn vrouw Aleidis op 7 september 1277 erkent, dat zij het recht op de gruit te Zaltbommel, ontvangen van graaf Reinoud van Gelre, bezaten. Het betreffende zegel hangt aan het charter nr.14 van de Rekenkamer van Gelderland (RAG). Hetzelfde zegel met dezelfde datum is ook afgebeeld op plaat 163 van het Corpus Sigillorum Neerlandicorum. Ook het zegel van Hinric den Coc, hangende aan het charter van het klooster Bedbur, de dato 14 mei 1354, toont genoemd wapen.
Het châtillonwapen groeide uit tot een streekwapen, dat in de Bommelerwaard, maar ook in de Betuwe dominant voorkomt (In Brabant, vooral in de omgeving ’s-Hertogenbosch en Heusden). Daarbij werd dit wapen door haar voerders op tal van wijzen “gebroken”, door het aanbrengen van onderling verschillende wapenfiguren in het schildhoofd. Leden van het geslacht De Cocq gingen zich noemen naar de plaatsen, waar zij hun invloed deden gelden, dan wel de heerschappij voerden. Zo ontstonden de families, zoals reeds gezegd, De Cock van Hemert, maar ook De Cock van Bruchem, De Cock van Kerkwijk, De Cock van Delwijnen, De Cock van Haeften, De Cock van Meteren, De Cock van Neerijnen, De Cock van Opijnen en De Cock van Waardenburg. Wat verder “van huis”: De Cock van Batenburg en De Cock van Rijswijk (zie: de Gelderse Volksalmanak 1874, pg.15 en 1879, pg.30).
Overigens moet daarbij opgemerkt worden, dat ook anderen dan De Cocq’s gebruik maakten van het châtillonwapen, bijvoorbeeld “Van Ammersoijen” (het châtillonwapen, met in het schildhoofd een vos; zie in dit wapenalbum), “Van Cuijck” (onder andere te Heusden: 1e. het châtillonwapen, met in het schildhoofd van goud een barensteel met drie hangers van azuur, elk beladen met twee liggende blokjes van goud; 2e. het châtillonwapen, met in het schildhoofd van goud een rad van keel met als helmteken: het rad tussen een antieke vlucht; de NL. jrg.XXXVII, 1920, kol.187). Ook familie-allianties werden tot uitdrukking gebracht, zoals onder andere “De Cock van Malburg” (zie later in dit wapenalbum) en “De Cock van der Poele” (Van der Poll, een geslacht, waarvan aangenomen wordt, dat het voortkomt uit “De Cock”; Arend de Cock van der Poele, omstreeks 1400 gegoed te “Hellu” (Hellouw) voerde als wapen: het châtillonwapen, met in het schildhoofd van goud, een uitkomende adelaar van keel; zie: Gelre 1898, pg.153 / Anspach). Al met al een genealogische warwinkel, daar waar het gaat om aantoonbare familieverbanden, waarover menig vermaard genealoog zijn hoofd heeft gebroken. Ik beperk mij dan ook maar tot de heraldiek, met name de mij bekende wapenvoerders. De “châtillonwapens” van “De Cock” zijn hierboven op een rijtje gezet; leden van dit geslacht voerden overigens ook andere wapens, zoals hierna nog zal blijken.
Zie voor een meer recente studie: het artikel “Was Henricus de Werva een De Cock”, door J.N.A. Groenendijk in de Mededelingen van de Historische Kring West-Betuwe, 30e jrg. (2002), nr.1, pg.13.

Heeft u aanvullingen, correcties of vragen met betrekking tot Rudolf I de Cock heer (Rudolf I de Cock, heer) van Weerdenburg?
De auteur van deze publicatie hoort het graag van u!


Tijdbalk Rudolf I de Cock heer (Rudolf I de Cock, heer) van Weerdenburg

  Deze functionaliteit is alleen beschikbaar voor browsers met Javascript ondersteuning.
Klik op de namen voor meer informatie. Gebruikte symbolen: grootouders grootouders   ouders ouders   broers-zussen broers/zussen   kinderen kinderen

Voorouders (en nakomelingen) van Rudolf I de Cock heer van Weerdenburg

Isabella de Coucy
± 1170-????

Rudolf I de Cock heer van Weerdenburg
± 1215-± 1275

(1) 
Willem de Cocq
± 1245-????
(2) 

Barbara de Jode
± 1230-????

Willem Jodekin
± 1260-????
(3) 

Aleida van Ochten
± 1215-????

Geese de Cocq
± 1255-????
Gijsbert de Cocq
± 1260-1340

Via Snelzoeken kunt u zoeken op naam, voornaam gevolgd door een achternaam. U typt enkele letters in (minimaal 3) en direct verschijnt er een lijst met persoonsnamen binnen deze publicatie. Hoe meer letters u intypt hoe specifieker de resultaten. Klik op een persoonsnaam om naar de pagina van die persoon te gaan.

  • Of u kleine letters of hoofdletters intypt maak niet uit.
  • Wanneer u niet zeker bent over de voornaam of exacte schrijfwijze dan kunt u een sterretje (*) gebruiken. Voorbeeld: "*ornelis de b*r" vindt zowel "cornelis de boer" als "kornelis de buur".
  • Het is niet mogelijk om tekens anders dan het alfabet in te voeren (dus ook geen diacritische tekens als ö en é).



Visualiseer een andere verwantschap

De getoonde gegevens hebben geen bronnen.

Over de familienaam Van Weerdenburg


De publicatie Stamboom Van Osch is opgesteld door .neem contact op
Wilt u bij het overnemen van gegevens uit deze stamboom alstublieft een verwijzing naar de herkomst opnemen:
Berry van Osch, "Stamboom Van Osch", database, Genealogie Online (https://www.genealogieonline.nl/stamboom-van-osch/I43416.php : benaderd 2 maart 2026), "Rudolf I de Cock heer (Rudolf I de Cock, heer) van Weerdenburg (± 1215-± 1275)".