Kind(eren):
- ridder, slechts driemaal vernoemd tussen 1242 en 1254...; geen huwelijk te vinden, vermoedelijk is Willem van Hedikhuizen een bastaardzoon van hem... (zie DNL 1967 jrg 84, p366-368 m.b.t. de Heren van Heusden).
- hij wordt niet vermeld op de site van de West-Europese Adel [https://www.genealogieonline.nl/west-europese-adel/I56647.php]...?
info DNL 2008 p32:
.... Kleef: Edelheer Gerard van Batenburg wordt voor het eerst vermeld op (20) juli 1247, wanneer edelheer Floris van Batenburg, samen met edelheer Jan van Wichene, uitspraak doen in het geschil over de gemeenschappelijke bezittingen te Balgooien van Dirk, graaf van Kleef, enerzijds, en Gooswijn, proost, en het kapittel van de kerk van sint Jan te Utrecht, anderzijds. Bij de verlening van voorrechten aan de stad Grieth op 1 maart 1255 door Dirk, graaf van Kleef, en Dirk, diens oudste zoon, zijn veel Kleefse leenmannen getuige. Hieronder bevinden zich de edelheren Hendrik en Rutger van Kuyc, broers, Jan en Willem van Heusden, broers, Bertold en Gerard van Ooij, broers, Hendrik van Gennep en Gerard van Batenburg. Bij de regeling op 22 september 1255 van de medegave van Dirk, oudste zoon van de graaf van Kleef, bij diens huwelijk met Aleid, dochter van edelheer Hendrik, heer van Heinsberg, die op 14 december 1255 van de medegave van Elisabeth, dochter van Dirk van Kleef, bij haar huwelijk met Gerlach, heer van Isenburg, en die op 20 mei 1257 van de medegave van Aleid, dochter van edelheer Hendrik, heer van Heinsberg, bij haar huwelijk met Dirk, oudste zoon van de graaf van Kleef, is edelheer Gerard, heer van Batenburg, een van de getuigen. Wanneer Dirk genaamd Luf, broer van de graaf van Kleef, op 18 maart 1286 erkent dat hij het kasteel Grevenbroich waarop de lijftocht van Elisabeth, zijn echtgenote, is gevestigd, van Siegfried, aartsbisschop van Keulen, in leen heeft ontvangen, komt edelheer (Gerard), heer van Batenburg, opnieuw voor onder de getuigen.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.