(1) Hij is getrouwd met Aleijdis van Bocstelle.
Zij zijn getrouwd
(2) Hij is getrouwd met Agnes van der Leck.
Zij zijn getrouwd in het jaar 1280.
Kind(eren):
- hij streed mee in de slag bij Woeringen in 1288
- Hij is begraven in Abdijkerk Van Het Norbertijnerklooster te Berne bij Heusden.
- andere bron: zoon van Hendrick van Heusden..?
Wapenalbum Bommelerwaard [P.v.d.Zalm: 2007].
Nr. slui/ 2614. SLUIS (SLUSE; DE SLUZA), ARNOLD VAN DER
= Wapen: “ ’t Geslacht Van der Sluyzen voerende voor wapen, een silveren Rat in een geel Velt” (NL. LXXXIV, nr.11, kol.361 ev;
nb. het gebruik van metaal-op metaalkleur is voorbehouden aan de kerkelijke heraldiek..!). Het geslacht van Heusden van der Sluyse: in keel, een rad van zilver (TAX. 1898, pg.46; deze kleurcombinatie is m.i. meer waarschijnlijker). Het enige bekende zegel van Arnold, draagt het randschrift: “S. Arnoldi de Slusa militis”; het naar de vorm gelijk aan vele andere zegels van het geslacht Van Heusden (Hauptstaatsarchiv Düsseldorf). Het zegel dateert van 3 juli 1294, als Arnold voor het laatst levend wordt vermeld,
als getuige van Dirck, heer van Meurs. De, vermoedelijk oudste, dochter van Arnold, JUTTA VAN DER SLUIS, huwde omstreeks 1300, Wolter, heer van Keppel en zoon van Dirck, en Beatrix (Van Meurs ?). Haar zegel, Ao.1330, toont het rad Van Heusden, vergezeld van Keppelse schelpen en met twee leeuwen als schildhouders.
= Bron: ARNOLD VAN DER SLUIS was (vermoedelijk) een zoon van HENDRICK VAN HOESDEN, ridder (genoemd:1242-1270), en N.N. (mogelijk Heinsberg). Hij wordt voor het eerst genoemd in een charter van 12 juni 1274, inzake de Abdij van Berne. Voorts in een charter van 20 juli 1283, als ridder, leenman van zijn neef Jan III van Heusden, voogd voor zijn tante Mechteld en borg voor genoemde Jan III en zijn oom Dirck. Ook daarna komt hij nog meermalen voor. In juni 1288 voltrok zich de slag bij Worringen, waarin de Gelderse en Brabantse edelen tegenover elkaar stonden, met als inzet het bezit van Limburg. Arnold vocht samen met o.a. Jan III van Heusden onder het vaandel van Jan I van Kuyc. De Brabanders wonnen de slag. Jan van Heelu, die ooggetuige was van deze oorlog en waarbij sprake was van het gevangen nemen van Jan III beschreef de rol van Arnold van der Sluis en Dirck van Heusden. Arnold doorstond de strijd goed, want eind maart 1290 stond hij borg voor Jan I van Kuyc en diens oudste zoon Hendrick, beiden ridder. Hij overleed op 28 november 1296. In het Necrologium van de Abdij van Berne wordt hij als weldoener aangeduid: “Gedachtenis van heer Arnoldus van der Sluis, ridder, die ons heeft gegeven..(niet ingevuld)..”. Eerder op 26 augustus wordt van hem een jaarlijkse gift van een pond (240 zilveren penningen) vermeld: “Gedachtenis van Arnoldus van der Sluis, ridder, die ons heeft gegeven een pond jaarlijks tot onthaal”. Zijn graftombe stond oorspronkelijk in het Koor van de Norbertijner Abdijkerk van Berne, maar werd in 1886 overgebracht naar het Rijksmuseum van Amsterdam. De voetplaat van deze tombe toont twee wapenschilden, waartussen een biddende vrouwenfiguur. Het (heraldisch) linker wapen vertoont een gekroonde, dubbelstaartige leeuw, terwijl het andere, vaderlijke rechter wapen, blanco is gebleven, dan wel weggekapt. Het linker wapen betreft hoogstwaarschijnlijk dat van de moeder van Arnold, en werd onder andere gevoerd door het geslacht Heinsberg. Het Latijnse (vertaalde) grafschrift luidt: “Hij die geliefd was bij allen, ligt hier begraven; geboren uit het bekend Heusdens geslacht, genaamd Arnoud van der Sluis, ridder. Hij wist hier lage daden te verachten en hield valse handelingen verre van zich. Hij was sterk, schoon, behoedzaam en overschrokken, rechtvaardig, vredelievend, steeds een vriend van rechtschapenheid. Hij beëindigde zijn leven, gesierd door (de) waardigheid van (zijn) levenswandel, op de vierde dag voor de kalenden van de maand december (28 november) In het jaar des Heren duizend en negen maal negen en tweemaal honderd en drie met twaalf (1296). Moge hij zich in
de hemel verheugen, zoals ieder gelovige dit smeekt. Dit geve de Vader en de Heilige Geest en de Zoon, Amen”. Arnold had een zuster Jutta, die op 7 september 1294 wordt vermeld en gehuwd was met Arnold, heer van Wachtendonck.
Hij huwde tweemaal, 1e. Aleydis van Roistelle (mogelijk beter gespeld als Boicstelle of Bocstelle; Van Boxtel derhalve, in die tijd een zogenaamd rijksonmiddellijk leen, zodat zij van zeer goede afkomst was); 2e. voor 1291, Agnes van der Leck, een dochter van Hendrick van der Leck, ridder, en Jutta van Borssele; zij overleed tussen 1291 en 1310. De huwelijken brachten alleen dochters voort, zodat Arnold de eerste en tevens laatste mannelijke Van der Sluis was. Deze dochters waren:
1. Johanna van der Sluis, genoemd in 1310 en overleden na 1330; zij was non in het Norbertinessenklooster Bedbur.
2. Jutta van der Sluis, gehuwd met Wolter, heer van Keppel.
3. Elisabeth van der Sluis, in de akte van 1310 genoemd als vrouwe van Waardenburg en vermoedelijk gehuwd met Rudolf Cocq, ridder.
4. Agnes van der Sluis, vermeld in 1307 en overleden na 1321; zij huwde Witte van Haemstede, een bastaardzoon van graaf Floris V van Holland.
5. Beatrix van der Sluis, vermeld in 1310 en overleden voor 1322; zij huwde Jan van der Dussen, ridder en rentmeester van Zuid-Holland.
6. Arnoldina van der Sluis, genoemd in 1310.
Zie: de NL. jrg. LXXXIV, nr.11, kol.361-378. Het Necrologium van de St. Maartenskerk, te Zaltbommel (1312-1569) vermeldt: “is overleden Hilla Goeswini van der Sluse, die gelegateerd heeft …” (pg.139, voorzijde, 1e kolom, 21 november).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Arend van Heusden heer van der Sluijs | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Aleijdis van Bocstelle | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) 1280 | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Agnes van der Leck | |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.