Suriname Onbeheerde Boedels en Wezen;
op heden den twaalfden october des jaars achttienhonderd negen en vijftig; te requeste van den heer Antoine Baruch Fredrik tweede Commies bij het Departement der onbeheerde boedels en wezen dezer kolonie, wonende alhier in de Eerste Buitenwijk, zeggende tot na te melden einde te zijn geautoriseerd door den H:en pro ... Curator van hetzelve Departement. Heb ik Reinhard Johan Gellensted Gesworen Klerk in de Kolonie Suriname in Tegenwoordigheid van de na te noemen getuigen, geinventariseerd en beschrijving, de goederen nagelaten door de heer William Ferrier op gisteren ten half zeven in de avonds zlhier te Paramaribo overleden. (marge: / aan de 1e Steenbakkersgracht.)
Geschiedende deze inventarisatie en beschrijving op de aanwijzing en volgens de opgifte van den heer William Conde, van beroep metselaar, wonende in de Saramaccastraat ten sterfhuize tegenwoordig ziijnde het een en ander bevonden te bestaan in het navolgende
Paramaribo 23 Maart 1863
Aan de heer Curator bij het departement Onbeheerde Boedels
Bij uwen Brief dd: 20 dezer No.30, is mijne tusschenkomst verzocht , om zekeren neger JAMES, die te name van F.W.Acton gekocht, doch het eigendom van den boedel William Ferrier zoude zijn in de slavenregisters te name van W.Ferrier / nu boedel, te doen oversc hrijven.
in antwoord daarop hebik de eer uw EG. bij deze te informeren, dat deze zaak niet behoort tot mijne bevoegheid, alzoo het niet blijkt dat genoemde James, regt tot den Vrijdom heeft.
De Inspecteur der Domeinen Uwe E.Seegarde.
Overleden 11 october 1859, des avonds 7 uur, aan den Steenbakkersgracht.
Ook 1880 als sterfjaar genoemd: William Ferrier-Kerr.
Alexander Ferrier’s four children were all recipients of compensation in 1863.
His only son, William Ferrier (1836–80), who became a partner in the Clyde Shipping Company, took the name Ferrier-Kerr sometime between 1862 and 1866. This was, however, a condition of inheriting money from his mother’s sister and not in any way connected to the stigma of slave-ownership.
Alexander Ferrier's four children were all recipients of compensation in 1863.
His only son, William Ferrier (1836–80), who became a partner in the Clyde Shipping Company, took the name Ferrier-Kerr sometime between 1862 and 1866. This was, however, a condition of inheriting money from his mother's sister and not in any way connected to the stigma of slave-ownership.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
William Ferrier | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.