20. Geboorteregister der Hoogduitsch - Joodsche gemeente 1773 - 1833. 1 deel.
Surinaamsche Almanak 1825 - pag15 : U.M. Arons - venduschrijver
pag 19 : gezworen pontevoerders - U.M. Arons
Urie Meijer Arons,
geb. Paramaribo 8.1.1781, gest. Paramaribo 25.11.1828, begr. "Betchaim". Ongehuwd. Samen met zijn zwager Gomperts Philip Heilborn erft hij de plantage "Uyt En Thuys". Voorts wordt hij tot zijn dood in de Surinaamsche almanakken als gezworen pontenvoerder genoemd [86]. In het vierde kwartaal van 1824 krijgt hij bovendien de financieel aantrekkelijk (jaarsalaris f. 5.500,- Sur. of f. 2.000,- Ned.) van venduschrijver [87]. Ook dit hij blijft tot het einde van zijn leven.
Urie Meijer Arons maakt in het laatste jaar van zijn leven met twee van deze, door hem aangenomen, dochters een merkwaardige zaak mee. In maart 1828 [104] komt nl voor het Hof van Politie een proces voor tegen Hendrik Abs. van der Zee, zich ook noemende Hendrik Castilho. Deze heeft zich bij afwezigheid van Arons naar diens woning begeven en de aangenomen dochters M.E. en E.G. Arons op 'eene vergaande wijze door schelden en dreigen beledigd'. Zulks waarschijnlijk uit gramstorigheid omdat zekere slaven van Van der Zee t.g.v. gepleegde brutaliteit een correctie van E.G. Arons hadden ondergaan. Het Hof is streng: Van der Zee wordt tot drie dagen op water en brood in het fort Zeelandia veroordeeld. Bovendien wordt hij pas weer losgelaten nadat hij de kosten heeft betaald.
Op 25 nov. 1828 brengt inventaris boedel Urie Meijer Arons in, samen met S.F.Flu, Paramaribo.
Slaven eigenaren: Voornamen: Urie Meyer. Achternaam: Arons.
Plaats: Paramaribo. Land: Suriname. Locatie: plantage Suriname. Borderelnummer PE031.
Opmerkingen Boedel.
Bronverwijzing Nummer toegang: 2.02.09.08, inventarisnummer: 229
Gerelateerde inhoud
Slaven (1)Voornaam(Slavennaam)
Cecam Maria Philida(Philida)
Urie Meijer Arons maakt op 19.12.1805 een testament op [91]. Hij is dan vierentwintig jaar oud. Na tien gulden voor de Hoogduitse Joodse natie te hebben bestemd legateert hij f. 250,- aan de mulattin (half blank) Ariaantje van Soesman en aanieder der twee mestieze (3/4 blank) kinderen van Jeannette de Bije, genaamd Mariana en Chrisje. Niets dus voor Jeannette zelf.
Zijn beide broers, Levi en Jacob, krijgen zijn linnen en kleren, ieder een negerjongen (resp. geheten Concent en Onverwagt) en Jacob bovendien een gouden zakhorloge. Zuster Sara krijgt de negerinne Cocquette en een tante, mejuffrouw de weduwe P.Heijlbron, f. 250,- De laatste zal wel identiek zijn aan Vrouwtje Gomperts, weduwe Heilbron, gest. 3.5.1819 [92].
Een belangrijke bepaling is dat hij opdracht geeft de mulattin Annaatje en haar zoon Pieter, dan toebehorende aan de boedel van wijlen de heer S.H. Moxon, van alle banden der slavernij vrij te kopen. Zoon Pieter (dan hooguit een jaar) krijgt gedurende tien jaar f. 100,- .
De rest gaat naar vader Meijer Levi Arons.
Het spreekt vanzelf, ook later blijkt dat, dat Pieter een zoon van Urie is.
Mariana (Mariana Frederica, geb. 1802) en Chrisje (Christina Henriette, geb.1804) zijn de twee al geboren kinderen van Jeannette. Zij krijgen een legaat, net als hun grootmoeder.
Pas op 16.12.1814 [93] vraagt Urie voor de mulattin Anna, met kinderen Pietje, Cxesie, Bebe en Esther, die hij uit de boedel van Moxon heeft gekocht, brieven van vrijdom aan, die overigens verleend worden. Merkwaardig dat hij daar zo lang mee gewacht heeft.
Maar dan zijn er twee volgende testamenten van Urie Meijer Arons.
Op 7.2.1817 het tweede testament [94].
Zijn broer Levi, de enige die nog leeft, krijgt f. 3.000,-, zo ook zuster Sara. Petekind Meijer Gomperts Philip Heilbron f. 1.000,-.
Pieter van de nu Vrije Annaatje krijgt een ledikant met toebehoren, tafellakens en linnen.
Uit de boedel mogen vier tot vijf slaven niet verkocht worden; zij moeten voor de Vrije Annaatje zorgen.
Maar de hoofdzaak wordt nu nagelaten aan de Vrije Annaatje, haar zoon Pieter en vier met name genoemde dochters. In 1805 behoorden . . .
Er is geen sprake meer van Ariaantje, Jeannette of haar kinderen!
Op 5.4.1828 [95] het derde testament.
Zuster Sara krijgt nu nog maar f. 300,-. De zoon Rudolf van zijn neef Juda Eliazer Lijon f. 100,- . De zoon Pieter Hendrik krijgt nu dat gouden horloge, alle kleren, twee jachtgeweren en een gouden snuifdoos. Ook twee negerslaafjes: de negerjongensHendrik en Frans. Zijn dan levende vijf dochters bij Annaatje krijgen allen een of twee negerinnen, soms een negerin met kinderen.
Weer geen verwijzingen naar de familie van Jeannette.
Wel is er nu een nieuwe mulattin: de Vrije Marie van U.M. Arons, met haar twee kinderen Jan en Marius; alle drie f. 1.300,-, zo ook kinderen die nog geboren zullen worden. De Vrije Marie krijgt ook het meisje Philida.
De rest gaat naar zijn "aangenomen kinderen", te weten de kinderen van Annaatje. Zij zijn de universele erfgenamen. De kinderen van de Vrije Marie hebben het zover kennelijk nog niet gebracht [96].
Weer dus geen legaten voor Jeannette en haar kinderen.
De Vrije Annaatje zelf is al op 18.7.1824 overleden (38 jaar oud), de Vrije Marie (vijftien jaar jonger) heeft kennelijk nadien haar rol overgenomen. Annaatje is begraven op de begraafplaats "Oranjetuin" [97]. U.M. Arons laat een klein jaar later (7.5.1825) haar graf bemetselen en van een zerk voorzien [98]. Zij moet wel heel belangrijk voor hem geweest zijn. dat hij zoveel aandacht aan haar graf heeft gegeven. Maar hoe navrant dat zij niet bij elkaar begraven konden worden.
Op 25.11.1828 sterft Urie Meijer Arons, zevenenveertig jaar oud.
Pieter Hendrik Arons (zoon van de Vrije Annaatje) is samen met David Mozes Sanches executeur testamentair; de inventaris [99] wordt ingebracht door dochter Christina Johanna (een van de dochters van de Vrije Annaatje) en Samuel Ferdinand Flu. De boedel wordt ook verzegeld [100]. Naar bekend is er, behalve het bezit in de Keizerstraat, een halve plantage aan onroerend goed. Het aantal slaven was 53, inclusief de bastiaan l'Argent. Bij de verzegeling worden verschillende ruimten afgesloten, zoals het kantoortje en de berging voor de dranken. Het meubilair (veel mahonie) in de niet-verzegelde ruimten wordt beschreven, waarbij negen stuks diverse schilderijen op de zolder opvallen (S.F.C.Arons is dan overigens pas zestien). De boedel moettwee jaar onverdeeld blijven.
Na de dood van U.M. Arons blijft de plantage geen eigendom van zijn nakomelingen. De volgende almanak geeft al als eigenaren voor de helft J.J. en C.A. de Mesquita, en voor de andere helft de weduwe F. Heilbron. Daarna wisselt de plantage (soms katoen, soms koffie, zoals in 1834, wanneer M. IJvel directeur is en er 17 slaven zijn), enkele keren van eigenaren. In 1860 is de plantage eigendom van S.Soesman Jr, maar er woont en werkt niemand meer (kweek).
nr342 +22-11-1828 Arons; Urie Meijer Arons circa51j. TBB erf/gebouw Keizerstraat C94 en C95 (S 1828 nr. 104)
****
SurCour 1828, 18 dec; Overleden: den 22sten, Urie Meijer Arons, oud circa 51 jaren.
(1) Hij is een partner van Annaatje (de vrije Annaatje) van Arons.
Ze werden partners rond 1802 te Suriname.
1.Christina Johanna Arons, gest. Paramaribo 8.6.1866, wonende in de Gravenstraat 39, oud 59 jaar.
2.Maria Elisabeth Arons, ongehuwd gest. Paramaribo 11.9.1887, Gravenstraat 15, oud 78 jaar en zeven weken.
3.Esther Gerhardina Arons, geb. ca 1802, gest. Paramaribo 25.4.1849 tr. (huw, voorwaarden 15.4.1841) Joseph Binz, koopman aan de Waterzijde.
4.Catharina Henriette Arons, gest. Paramaribo 28.12.1872, tr. (huw. voorwaarden 13.4.1841) Peter Hendriks Lodewijk Kenswil, meester metselaar, wonende in de Korte Elleboogstraat, gest. 27.1.1847, oud 29 jaar.
5.Anna Margaretha Arons, gest. Paramaribo 1.8.1898, Gravenstraat 15, oud 77 jaar tr. Paul Charles Vereul.
Kind(eren):
(2) Hij is getrouwd met Marie van U.M. (De vrije Marie) Arons.
Zij zijn getrouwd na 1824 te Paramaribo, Suriname.
Kind(eren):
Bron: http://arons.ehrhardt.nl/#101
Urie Meijer Arons maakt op 19.12.1805 een testament op [91]. Hij is dan vierentwintig jaar oud. Na tien gulden voor de Hoogduitse Joodse natie te hebben bestemd legateert hij f. 250,- aan de mulattin Ariaantje van Soesman en aan ieder der twee mestieze kinderen van Jeannette de Bije, genaamd Mariana en Chrisje. Niets dus voor Jeannette zelf.
Zijn beide broers, Levi en Jacob, krijgen zijn linnen en kleren, ieder een negerjongen (resp. geheten Concent en Onverwagt) en Jacob bovendien een gouden zakhorloge. Zuster Sara krijgt de negerinne Cocquette en een tante, mejuffrouw de weduwe P. Heijlbron, f. 250,- De laatste zal wel identiek zijn aan Vrouwtje Gomperts, weduwe Heilbron, gest. 3.5.1819 [92].
Een belangrijke bepaling is dat hij opdracht geeft de mulattin Annaatje en haar zoon Pieter, dan toebehorende aan de boedel van wijlen de heer S.H. Moxon, van alle banden der slavernij vrij te kopen. Zoon Pieter (dan hooguit een jaar) krijgt gedurende tien jaar f. 100,- .
De rest gaat naar vader Meijer Levi Arons.
Het spreekt vanzelf, ook later blijkt dat, dat Pieter een zoon van Urie is.
Mariana (Mariana Frederica, geb. 1802) en Chrisje (Christina Henriette, geb.1804) zijn de twee al geboren kinderen van Jeannette. Zij krijgen een legaat, net als hun grootmoeder.
Pas op 16.12.1814 [93] vraagt Urie voor de mulattin Anna, met kinderen Pietje, Cxesie, Bebe en Esther, die hij uit de boedel van Moxon heeft gekocht, brieven van vrijdom aan, die overigens verleend worden. Merkwaardig dat hij daar zo lang mee gewacht heeft.
Maar dan zijn er twee volgende testamenten van Urie Meijer Arons.
Op 7.2.1817 het tweede testament [94].
Zijn broer Levi, de enige die nog leeft, krijgt f. 3.000,-, zo ook zuster Sara. Petekind Meijer Gomperts Philip Heilbron f. 1.000,-.
Pieter van de nu Vrije Annaatje krijgt een ledikant met toebehoren, tafellakens en linnen.
Uit de boedel mogen vier tot vijf slaven niet verkocht worden; zij moeten voor de Vrije Annaatje zorgen.
Maar de hoofdzaak wordt nu nagelaten aan de Vrije Annaatje, haar zoon Pieter en vier met name genoemde dochters. In 1805 behoorden ..
Er is geen sprake meer van Ariaantje, Jeannette of haar kinderen!
Op 5.4.1828 [95] het derde testament.
Zuster Sara krijgt nu nog maar f. 300,-. De zoon Rudolf van zijn neef Juda Eliazer Lijon f. 100,- . De zoon Pieter Hendrik krijgt nu dat gouden horloge, alle kleren, twee jachtgeweren en een gouden snuifdoos. Ook twee negerslaafjes: de negerjongensHendrik en Frans. Zijn dan levende vijf dochters bij Annaatje krijgen allen een of twee negerinnen, soms een negerin met kinderen.
Weer geen verwijzingen naar de familie van Jeannette.
Wel is er nu een nieuwe mulattin: de Vrije Marie van U.M. Arons, met haar twee kinderen Jan en Marius; alle drie f. 1.300,-, zo ook kinderen die nog geboren zullen worden. De Vrije Marie krijgt ook het meisje Philida.
De rest gaat naar zijn "aangenomen kinderen", te weten de kinderen van Annaatje. Zij zijn de universele erfgenamen. De kinderen van de Vrije Marie hebben het zover kennelijk nog niet gebracht [96].
Weer dus geen legaten voor Jeannette en haar kinderen.
De Vrije Annaatje zelf is al op 18.7.1824 overleden (38 jaar oud), de Vrije Marie (vijftien jaar jonger) heeft kennelijk nadien haar rol overgenomen. Annaatje is begraven op de begraafplaats "Oranjetuin" [97]. U.M. Arons laat een klein jaar later (7.5.1825) haar graf bemetselen en van een zerk voorzien [98]. Zij moet wel heel belangrijk voor hem geweest zijn. dat hij zoveel aandacht aan haar graf heeft gegeven. Maar hoe navrant dat zij niet bij elkaar begraven konden worden.
Op 25.11.1828 sterft Urie Meijer Arons, zevenenveertig jaar oud.
Pieter Hendrik Arons (zoon van de Vrije Annaatje) is samen met David Mozes Sanches executeur testamentair; de inventaris [99] wordt ingebracht door dochter Christina Johanna (een van de dochters van de Vrije Annaatje) en Samuel Ferdinand Flu. De boedel wordt ook verzegeld [100]. Naar bekend is er, behalve het bezit in de Keizerstraat, een halve plantage aan onroerend goed. Het aantal slaven was 53, inclusief de bastiaan l'Argent. Bij de verzegeling worden verschillende ruimten afgesloten, zoals het kantoortje en de berging voor de dranken. Het meubilair (veel mahonie) in de niet-verzegelde ruimten wordt beschreven, waarbij negen stuks diverse schilderijen op de zolder opvallen (S.F.C.Arons is dan overigens pas zestien). De boedel moettwee jaar onverdeeld blijven.
Na de dood van U.M. Arons blijft de plantage geen eigendom van zijn nakomelingen. De volgende almanak geeft al als eigenaren voor de helft J.J. en C.A. de Mesquita, en voor de andere helft de weduwe F. Heilbron. Daarna wisselt de plantage (soms katoen, soms koffie, zoals in 1834, wanneer M. IJvel directeur is en er 17 slaven zijn), enkele keren van eigenaren. In 1860 is de plantage eigendom van S.Soesman Jr, maar er woont en werkt niemand meer (kweek).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Urie Meyer Arons | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) ± 1802 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Annaatje (de vrije Annaatje) van Arons | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) > 1824 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Marie van U.M. (De vrije Marie) Arons | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.