Oorkondenboek van NoordBrabant nr.948 1217 maart 24 1218 april 14
Lutgarde, vrouwe van Breda (en van Schoten), en haar zoon Godfried III maken bekend dat Jan van Meer op de burcht van Breda ten overstaan van hen en hun leenmannen afstand doet van elke aanspraak ten opzichte van de abdij van Villers.
Oorkondenboek van NoordBrabant : nr. 955, 1223 mei, Lier.
Beoorkond wordt de overeenkomst tussen Hendrik I, hertog van Brabant, en Godfried III (van Breda en) van Schoten, waarbij de burcht en stad Breda allodium van de hertog blijft en Godfried III dit, evenals zijn vader Godfried II, samen met het goed te (Princen)hage van de hertog in leen ontvangt en vrede sluit met al diegenen die schade willen toebrengen op de Schelde en Striene, zolang het geleide van de hertog duurt; tevens beloven beiden de bepalingen, vastgelegd tussen de hertog van Brabant en de heer van Breda in oudere oorkonden (zie nrs. 924-925 en 937-938), in acht te nemen.
Oork.Boek N-Br. nr.959, 1226 januari 31 Antwerpen.
Godfried III, heer van Breda, komt met zijn broer Hendrik, proost van Celles, overeen de kerken, waarvan zij het patronaatsrecht bezitten, gelijkelijk te begeven wanneer deze vacant zijn.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Godfried (III) [Heer] Scoten van Breda | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.