Zweder was gehuwd met Margaretha van Groeneveld en overleed kinderloos. Heer Hugo van Heenvliet werd opgevolgd door zijn zoon Jan van Heenvliet en van der Capellen, Ridder, Heer van Heenvliet en van Capelle van 1409 tot 1436. Hij (Jan van Heenvliet van der Capelle) kocht Blydestein van zijn neef, Zweder van Heenvliet.
--- Rep op de lenen van Heerlijkheid Heenvliet, 1370-1725 :
20-1-1418: Zweder van Heenvliet draagt het leen over aan zijn neef en leenheer Johan {Hugensz}, heer van Heenvliet en van der Capelle, tegen een lijfrente van 50 lb. hollands per jaar en 40 engelse nobelen contant. (N.B. In dit bedrag is tevens begrepen de verkoop van ongeveer 5 gemet land, gemeen met de hofstad Blidesteyn en 4 gemet die hij van Pieter Gherytssoen kocht. Dit zijn eigen goederen).
12-6-1584: Jaecquemijne van Dorp, hulde door Antonis Gijsbrechtsz. van IJsselsteyn, volgens procuratie d.d. 28-4-1584, bij dode van haar vader jonkheer Joost van Dorp.
Archieven.nl 122.Heerlijkheid heenvliet 710. Huis Heenvliet
Zweder van Heenvliet verkoopt aan Jan van Heenvliet van der Capellen het huis Blijdestein met de heerlijke rechten daarbij, 20 januari 1418. 1 charter.
NNBWB-Molh. dl.9 p.346
Hij huwde Margaretha van Groenevelt , vermeld van 1368 tot 1395, dood in 1396, dochter van Jan en van Elisabeth van Putten (Reg. Lib. IV, fol. 300, Rijksarchief).
Daarna is hij in 1396 hertrouwd met Elisabeth van Kattendijke . Ofschoon van Gouthoeven zegt dat hij kinderloos overleed (p. 182) is er 1397 sprake van een kind van Zweder (Reg. Lib. V, fol. 276vo. Rijksarch.). Smallegange (p. 723) vermeldt dan ook een dochter.
Zie: J.W. des Tombe in Navorscher (1904), 632, 633; over Blijdesteyn iets in Craandijk , Wandel. door Nederl. (1888), Zuid-Holland, 203; Mdbl. Ned. Leeuw XLI, 325. -Regt-
uit: Archieven.nl / 122 Heerlijkheid Heenvliet (en Ambacht)
Heer Hugo van Heenvliet werd opgevolgd door zijn zoon Jan van Heenvliet en van der Capellen, Ridder, Heer van Heenvliet en van Capelle van 1409 tot 1436.
Hij kocht van zijn neef, Zweder van Heenvliet, Blydestein. In 1404 werd hij door de Hertog beleend met de goederen van zijn overleden moeder, Elizabeth van Polanen, Vrouwe van Capelle. Evenals de meeste leden van de familie van Heenvliet had hij in de voortdurende burgeroorlog de zijde der Hoeken gekozen en hij wordt ook op 15 Augustus 1416 genoemd onder de edelen, die Hertog Willem VI beloven zijn dochter Jacoba van Beyeren als hun landsvrouwe te erkennen. Waarschijnlijk heeft hij in 1417 deze belofte dan ook gestand gedaan, doch toen de Bourgondiër Vrouwe „Jacop" eindelijk te machtig werd en hijzelf zijn einde voelde naderen sloot hij tenslotte een verdrag met Jacoba's erfvijand. 18 Februari 1436 consenteerde Hertog Filips van Bourgondië aan Jan van Heenvliet wegens ziekte en ouderdom, dat hij met zijn onderzaten vrij zal mogen wonen in het land van Voorne en onbeschadigd zitten, gedurende de „veede" tussen de Hertog en zijn nicht Jacoba. Na aldus Heenvliet te hebben bewaard voor verwoesting stierf hij in datzelfde jaar 1436, zonder de Heerlijkheid aan een zoon te kunnen nalaten. In 1392 was hij gehuwd met Heilwich van Borssele, dochter van Claes en van Janna van Zevenbergen. Volgens Gouthouven had hij een zoon Frank van Heenvliet, die vóór zijn vader overleed, en een dochter, die geestelijke zuster werd. *
Hiermede stierf het geslacht Van Voorne—van Heenvliet in rechte lijn uit. De oudste zoon van zijn zuster Elizabeth van Heenvliet, Jan van Cruyningen, werd in 1436 met de Heerlijkheid Heenvliet beleend. *
De zuster van Jan van Heenvliet van der Capellen, Elizabeth van Heenvliet, Vrouwe van Heenvliet, was n.l. gehuwd met Heer Adriaan van Cruyningen. Haar broeder Adriaan stierf kinderloos, en toen ook haar oudste broeder, de Heer van Heenvliet, geen opvolger scheen te zullen nalaten, moest de Heerlijkheid Heenvliet wel aan haar vervallen. De Heerlijkheid kwam zodoende in het geslacht der van Cruyningens, die snel in de gunst kwamen van het Bourgondische hof. Vóór 1436 was zijzelf als haar man, Adriaan van Cruyningen, reeds overleden, want hun zoon, Jan van Cruyningen volgde zijn oom als Heer van Heenvliet op, zoals hierboven werd vermeld.
bron: Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek. (NNBW-Molh.) dl.9-p.346. HEENVLIET (Zweder van ), heer op Blijdesteyn (onder Heenvliet-stad), geb. omstr. 1362, overl. na 1418, zoon van Jan en van Alyd van Borsselen , broeder van Jan (1).
- 19 April 1387 bepaalde hertog Albrecht, dat wanneer Jan v.H., broeder van Zweder, zonder wettig mannelijk oir kwam te sterven, alsdan Kattendijke aan Zweder komen zou (v. Mieris , III, 472).
- In 1396, als 's Graven baljuw van Texel, neemt Zweder deel aan den eersten tocht naar Friesland; volgens het Wapenboek van Lion voerde hij het eenvoudige wapen zonder brisure. Hij krijgt in dien tijd bevel ‘dat hi alle scepe van Campen ende van den Bosch, die van Sconen quamen, toeven soude van mijns heren wegen’. Evenzoo alle schepen die in het Marsdiep lagen (E.Verwijs , De oorlogen van hertog Albrecht met de Friezen, LXVII en 145).
- Op 22 Aug. 1399 zien wij hem in de rekening van Willem van den Coulster vermeld (a.v. 302). 16 Nov. 1411 maakt hij aanspraak op de voogdij der kinderen van zijn broeder Jan, maar ofschoon hij die goederen reeds eenigen tijd in goede orde had bestuurd, vindt hertog Willem het beter die voogdij aan Laurens van Cats toe te kennen (van Mieris , IV, 191).
- In 1415 en 1416 wordt hij vermeld bij de onlusten die te Brielle plaats vonden; met Philips van Wassenaer, burggraaf van Leiden en raad van hertog Willem, onderzocht hij de bezwaren, die bij enkelen tegen het gewezen vonnis waren geopperd (Navorscher XLV, 615-620).
- In 1418 verkocht hij zijn huis Blijdesteyn aan zijn neef Jan (2) v.H. van Capelle voor een lijftocht, maar verder wordt hij niet meer vermeld.
*** Rep op de lenen van Heerlijkheid Heenvliet, 1370-1725 ; HEENVLIET
nr.39. Huis en hofstad ‘Blijdesteyn’ met de leenmannen, lanen en verder toebehoren, het overhof, nederhof, boomgaarden, singels en grachten, ambacht en heerlijkheid, groot 3 gemet. Van de zuidzijde van de middeldyk noordwaarts tot de Ee, die door de Bornisse stroomt en van de watering achter Jacob Heinrix soens de wever westwaarts tot de heul in, Comanwaert met het ‘weerdekyn’ genaamd ‘Clarenlant’ tot aan de dijksloot.
20-1-1418: ZWEDER VAN HEENVLIET draagt het leen over aan zijn neef en leenheer JOHAN, heer van Heenvliet en van der Capelle, tegen een lijfrente van 50 lb. hollands per jaar en 40 engelse nobelen contant. (N.B. In dit bedrag is tevens begrepen de verkoop van ongeveer 5 gemet land, gemeen met de hofstad Blidesteyn en 4 gemet die hij van Pieter Gherytssoen kocht. Dit zijn eigen goederen).
12-6-1584: Jaecquemijne van Dorp, hulde door Antonis Gijsbrechtsz. van IJsselsteyn, volgens procuratie d.d. 28-4-1584, bij dode van haar vader jonkheer Joost van Dorp.
(1) Hij is getrouwd met Margaretha van Groenevelt.
Zij zijn getrouwd.
Kind(eren):
(2) Hij is een partner van Elisabeth Jansdr van Cattendijke.
Ze werden partners.
Kind(eren):
(3) Hij is getrouwd met Sofia Gerrit Jansdr van Abbenbroeck.
Zij zijn getrouwd.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Sweder [heer] van Heenvliet (van Blijdestein) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(1) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Margaretha van Groenevelt | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(2) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Elisabeth Jansdr van Cattendijke | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
(3) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Sofia Gerrit Jansdr van Abbenbroeck | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.