Gailliards compilatielijst van edelen uit het graafschap Vlaanderen voor de 14de eeuw.
bron: A Bibliothèque nationale de France, Ms. Néerlandais 75, fo 18v – 19v
, door Cornelius Gailliard (° ca. 1520, + 1563), wapenkoning van Karel V.
fol.19v (nr.61) Messire Inghelram Hawel [In HKCG, 2007, nr. 891: Messire Inghelram Hauweel.]
uit: Biekorf jg.70 pag.241.
Er blijft echter een aspect van de geschiedenis der Hauweels in de 14de eeuw dat slechts onvolledig behandeld werd. Wij bestudeerden ze als heren van Beselare, L. Stockman volgde hen in de streek van Lembeke en Kaprijke. Er bestond echter een heerlijkheid die de naam ‘Het Hauweelsche’ droeg en gelegen was op Tielt-buiten, Ruiselede, Wingene, Pittem, Markegem, Dentergem en Zeveren. In 1358 was die heerlijkheid in handen van Ingelram II Hauweel, die er zijn baljuw en schepenen had. ‘Het Hauweelsche’ werd gehouden van de burg van Kortrijk(16). Het blijft een open vraag hoe de Hauweels deze heerlijkheid, waaraan zij hun naam gaven, verworven hebben(17.
---
(16) K. De Flou, Woordenboek der toponymie, V (Brugge, 1925), kol. 529-531.
(17) Misschien door het huwelijk van Ingelram II met de verder onbekende Jacquemina?
uit Biekorf jg.70 p.341.
Heer van : Tielt, Ruiselede, Winghene, Pittem, Markegem, Dentergem, Zeveren.
Er blijft echter een aspect van de geschiedenis der Hauweels in de 14de eeuw dat slechts onvolledig behandeld werd. Wij bestudeerden ze als heren van Beselare, L. Stockman volgde hen in de streek van Lembeke en Kaprijke. Er bestond echter een heerlijkheid die de naam ‘Het Hauweelsche’ droeg en gelegen was op Tielt-buiten, Ruiselede, Wingene, Pittem, Markegem, Dentergem en Zeveren. In 1358 was die heerlijkheid in handen van Ingelram II Hauweel, die er zijn baljuw en schepenen had. ‘Het Hauweelsche’ werd gehouden van de burg van Kortrijk(16).
---
(16) K. De Flou, Woordenboek der toponymie, V (Brugge, 1925), kol. 529-531.
Ridder Ingelram Hauweel bezat te Wingene (bij Tielt) 160 bunders heide, waarvoor de cijns hem werd kwijt gescholden door de graaf wanneer hij die 160 b. in leen kreeg. Hier begon de geschiedenis van Wildenburg. De heerlijkheid Wildenburg hing af van het leenhof van Tielt (Vlaams-Brabant). Ingelram is niet lang heer van Wildenburg geweest en werd opgevolgd door zijn broer.
In 1359 bevestigt graaf Lodewijk van Nevers het recht van de Tieltenaren om wollen laken te weven, ofschoon deze activiteit volgens het octrooi er al jarenlang is ingeburgerd. De jaarproductie-cijfers tonen aan dat de productie eerder voor de lokale markt bestemd is.
In 1381, een recordjaar met een productie van 220 stukken laken, richten de Gentse "Witte Kaproenen" grondige verwoestingen aan in Tielt en de omgeving in hun opstand tegen Lodewijk van Male. De halle wordt grotendeels vernield, alle oorkonden en privilegies gaan verloren en er is een serieuze daling van de weefnijverheid. In de slag bij Westrozebeke in 1382 brengt Lodewijk van Male met de hulp van het Franse leger de opstandige Gentenaren een verpletterende nederlaag toe waarbij o.m. de Sint-Pieterskerk in de as gelegd wordt.
De goederen van enkele Tieltse grondheren en hun leenmannen die de kant van Gent hebben gekozen, worden verbeurd verklaard, o.m. van de graaf van Saint-Pol, de heer van Gruuthuuse, Wouter van Mullem, Wouter van Halewijn, Daneel van Claerhout en Ingelram Hauweel.
Nota; Inghelram Hauweel, ridder staat in 1317 vermeld samen met zijn echtgenote Johanna, vrouwe van Bredelare. Zij was de dochter van Eustaas van Bredelare en van een edele jonkvrouwe Elisabeth. In 1327 wordt Ingelram aangegeven als heer van Beselare. Hij stond waarschijnlijk aan de zijde van de graaf tegen Jacob van Artevelde want in 1337 werd hij te Diksmuide door de Bruggelingen gevangen genomen. Johanna van Bredelare was in 1341 reeds overleden, hijzelf overleed ca 1349.
Zijn dochter Marie van den Berrensenlare (Becelare) staat vermeld in 1347.
Zijn zoon Ïngelram Hauweels" staat vermeld in 1364 aangaande zijn 'heerscap Overdam in de prochie van Somerghem'en de heerlijkheid staat vermeld Averschoot te Lembeke. In 1365 staat hij vermeld als heer van Beselare en eveneens houder van een leen gelegen te Bulskamp, genoemd "Zwye" . Hij behoorde tot de grafelijke raad en was schepene van Ieper in 1367 en 1368, ridder commissaris voor een geschil tussen de abdij Ter Duinen en de graaf van Namen. hij wordt op 21 oktober 1370 vermeld als raadslid voor een grafelijke audientie gehuden te Gent. Hij overleed in 1371 - 1372 of kort ervoor, in dit jaar staat zijn zoon Ingelram aangegeven als erfgenaam van de heerlijkheid Beselare.
1368 7bre 12 en 8bre 26. Den Graef stond toe aen den ridder Engelram Hauweel, bij brieven gegeven tot Cortryk, dat hij zoude mogen stellen, zeven schepenen voor zijn heerlijkhede in Iseghem, in plaets van dry. Den Bisschop Philippus d’Arbois en den Graef Lodewijk stellen vast, bij een arbitrael vonnis, dat den bisschop, den graef en ’t magistraet dezer stad proviseurs zijn van het hospitael van O.L. Vrouwe, dat zij de priorinne aenstellen, en dat het magistraet en de priorinne overhand de religieuzen in het hospitael zullen aenveerden.
{uit: Cronyke van Cortryk 1289-1382}
Repertorium van de Vlaamse Adel. door:Frederik Buylaert (Hauweel) p.328-ev.
-1383 Vermelding van 'mer Inghelram Hauweel' als leenhouder van het leenhof van Ieper (ARA, RK, nr.1111, p.23).
-1384 Vermelding van 'Mer Ingelram Hauweel'en 'mer Ynghelram Hauweel filius mijns Here Ynghelrams' als leenhouders van de Burg van Brugge (ARA.RK. nr 1074, fol 76-v, 82-v.).
-1384-1386 Een lijst van 'namen van den ridders van Vlaenderen', met opsomming van 'ruddren met ghesellen'vermeldt Roeland Hauweel'en 'mer Jan Hauweel'(BUYKLAERT e.a. (eds.). 'De adel ingelijst', tekstuitgave nr 1.).
-1393, november . Vermelding van 'mer Ingelram Hauweel (SAG, Reeks 330, nr.10 (1393-1394), fol.14-r.
-1419,mei . vermelding van Rogier Hauweel, sciltcnape (SAG, Reeks 301, nr.25 (1418-1419), fol 71-v.
-1437
Een Adellijst van het graafschap van Vlaanderen vermeldt onder de 'escuyers'van de Vier Ambachten 'Jehan Hauweel'en onder de escuyers'van Kassel-Ambacht 'Gilles Hauweel'(BUYLAERT e.a. (eds). De adel ingelijst nr.5b.).
-1475, omstreeks.
Vermelding van Joehan Hauweel als noble en als leenhouder in de kasselrij Kortrijk (ADN, B.4008/3, fol.15-r, 20-v).
-1476, juli
de raad van Vlaanderen stuurde brieven naar Vlaamse Edelen 'demourans partout du quartier de Gand'. waaronder 'Jehan Hauweel'(ARA, RK, Rekeningen 7 registers, nr.21845, fol.32-r.).
-1481, februari.
Een lijst van de edelen van Vlaanderen vermeldt inder de edelen te Gendt ende int Ghendse 'Jan Hauweel, heere van Avesote in Lembeke (bij Eekloo) (BUYLAERTT ea. (eds0 De adel ingelijst, nr.7).
-1500
Vermelding van de in 1500 overleden 'edele ende weerde Christiaen hauweel', begraven in de kerk van Eekloo (BETHUNE, Epitaphes et monuments des eglises de Flandre, 12).
Hauweel (heer ingelram): heer engleman hauweyl, in keel een gespitsruite dwarsbalk van vijf stukken van zilver beladen met een everzwuijnskop van sabel, getand van zilver.
zie: Wapenboek de Conink p.10, nr 069
Hij is getrouwd met Livine Symonsdr Bette.
Zij zijn getrouwd
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Ingelram (II) [chevalier,heer] Hauweel van Beselare, Aveschoot, Bardelaere & Beselare | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Livine Symonsdr Bette | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.