Eustace vermeld in 1259 ; vermoedelijk omtrent of voor 1236 geboren.
De afstamming van Eustaas als zoon van Jan Hoube staat niet vast maar wordt aangenomen op basis van een 15de eeuws afschrift op een bewaarde oorkonde. Men gaat er van uit dat vader en zoon afkomstig waren uit de streek van Watten. Een tweede verwijsing wordt gevonden in de Cartularium van de proosdij van Watten op een oorkonde van Mathilde, burggravin van Saint-Omer dat: "Eustacius, dictus Houbbe, homo noster, filius et heres bone memori domini Johannis dicti Houbbel, militis. Samen met zijn vrouw Perona verkocht hij met instemming van zijn broer Gillis een hoeve aan de proosdij van Watten. De verkoop werd toegestaan door gravin Margareta van Constantinopel.
Ridder, vazal en leenman van Burggravin Mathilde van Saint-Omer
bron De biekorf jg.70 (1969[p.338-340]
De familie Hauweel in de 13de en 14de eeuw.
Het ziet er naar uit dat men zonder enige aarzeling de Eustaas van 1259 mag vereenzelvigen met die van 1256. Habbel, Houbbe en Houbbel kunnen drie verschillende schrijfwijzen zijn van éénzelfde naam die door de 15de-eeuwse copiist van de proosdij van Watten nogal mishandeld werd. Anderzijds is het treffend dat in beide gevallen de vader van Eustaas de naam Jan droeg en ridder was. Tenslotte is daar nog het feit dat volgens de tekst van 1259, onze Eustaas een broer had die luisterde naar de naam Gillis. Welnu in 1282 wordt er in de streek van Watten een Gillis Hauwel vermeld(6). Van belang is ook het feit dat Eustaas een vazal en leenman was van bur gravin Mathilde van Saint-Omer. Immers, in april 1277 verklaarde Willem VIII, burggraaf van Saint-Omer, dat hij aan zijn oom Walter van Renirnge de leenhulden had afgestaan van de heer van Haverskerque en enkele andere van zijn vazallen. Dit gebeurde voor een aantal van zijn leenmannen, onder wie Wistasse Hauwel(7).
Burggraaf Willem VIII was de kleinzoon van Mathilde, leenvrouwe in 1259 van Eustacius, dictus Houbbe(8). Als men al deze gegevens met elkaar confronteert, ziet het er naar uit dat men te doen heeft met één en dezelfde Eustaas (Habbel, Houbbe (1), Hauwel), leenman van de burggraaf van Saint-Omer, gevestigd in de streek van Sannt-Omer, Watten, Wulverdinge, Steenvoorde, gehuwd met Perona (van Kemmel). Hij had een broer Gillis die in dezelfde streek woonde. Als men dat aanvaardt, is de vraag naar de bakermat der Hauweels meteen opgelost. Aan de oorkonde van april 1277 hangt immers het - licht geschonden - zegel van Wistasse Hauwel, dat juist hetzelfde is arls het zegel van Eustaas Hauweel, bevestigd aan oorkonde nr. 66 van het stadsarchief van Brugge en gedateerd ao 1293(9)!
Ons vermoeden dat Eustaas Hauweel afkomstig was uit de streek van Watten-Saint-Omer wordt dus van verscheidene kanten bevestigd en het ziet er naar uit dat men ridder Jan Habbel alias Houbbel mag aanzien als de oudste bekende stamvader van het huis Hauweel.
---
(6) D. Haigneré en O. Bled, Les chartes de Saint-Bertin, d'après le grand cartulaire de dom Dewitte, Saint-Omer, 1886-1899, 11, nrs. 1236-1237, blz. 155-158.
(7) Archives Départementales du Nord te Rijsel, reeks B., nr. 1261/1965bis.
(8) E. Warlop, De Vlaamse adel voor 1300, Handzame, 1968, 11/2, nr. 183/6 - 10-19, blz. 474-475.
(9) E. Warlap en J. Maes, a.w., blz. 20.
De Westermolen (Lembeke) werd voor 1372 gebouwd. Hij was in het bezit an de heer van Aveschote. Eustaach Hauweel. men had een nieuwe kruisplaat in de molenvoet geplaatst en daartoe doende de molen gestut te worden met schoren. Deze schoren werden in 1372 vervoerd naar de molen van Waarschot. We lezen dat in de rolrekening (nr.2068) van het ARA Brussel. "Iten, ven den scoren van der molen daermede dat soe was ghescoort als men de palte in dede. Dat si costen te voeren van Eustaes Auweels (Ingelrams) molen toten Waerscote mol;ene xij gr. "De molen van Lembeke was in het bezit van de heren van Aveschoot. de familie Auweel. later Houweel geschreven, was eeuwenlang in het bezit van de heerlijkheid van Aveschoot en Bardelaere.
vlgs: Biekorf 70 (1969) p.338) Familie Hauweel in de 13e en 14e eeuw.
In februari 1259 (n.s.) oorkondt Mathilde, burggravin van Saint-Omer, dat Eustacius, dictus Houbbe, homo noster, filius et heres bone memorie domini Johannis dicti Houbbel, militis samen met zijn vrouw Perona verkocht hij (Eustacius dictus Houbbe) met instemming van zijn broer Gillis een hoeve aan de proosdij van Watten. (5).
(5) Saint-Omer, Bibliothèque Municipale, Ms. nr. 852 (cartularium van de proosdij van Watten, 15de eeuw), fo 11 ro, nr. XIX.
Aan de oorkonde van april 1277 hangt immers het - licht geschonden - zegel van Wistasse Hauwel, dat juist hetzelfde is als het zegel van Eustaas Hauweel, bevestigd aan oorkonde nr. 66 van het stadsarchief van Brugge en gedateerd ao 1293(9= E. Warlap en J. Maes, a.w., blz. 20.)
uit Biekorf (1969) jg.70, p.339.
Wapen: Op een veld van keel vijf hoog gerekte ruiten van zilver (wit).
Hij is getrouwd met Perona van Kemmel.
Zij zijn getrouwd.
er waren meerdere kinderen.
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Eusthaas [Ridder] dictus Hauweel (Houbbe) | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Perona van Kemmel | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.