Heyman Ruysch. Ook Ruysschensz.
Schepen van Amsterdam in 1451, 1454 en 1465, burgemeester van Amsterdam in 1461.
Burgemeesters
Ieder jaar, op 1 februari, werden vier burgemeesters gekozen, die Amsterdam voor een jaar mochten regeren. Volgens een privilege uit 1400 mochten oud-stadsbestuurders – schepenen en burgemeesters – drie nieuwe personen tot burgemeester kiezen. Deze drie moesten daarna nog hun stem uitbrengen op een van de burgemeesters die zojuist afgetreden waren. Noch de landsheer van Holland noch de vroedschap van Amsterdam had dus invloed op de verkiezing van het hoogste bestuurscollege van de stad. De burgemeesters, meestal rijke kooplieden en afkomstig uit een kleine groep invloedrijke families, waren bijzonder machtig. Ze werden vaak jaren achtereen herkozen. Buitenlandse bezoekers vergeleken de macht van de burgemeesters wel met die van koningen. De burgemeesters hadden zeggenschap over alles wat de stad aanging, behalve de rechtspraak. Dat was de taak van de schepenen. Maar ook op de verkiezing van de schepenen konden de burgemeesters invloed uitoefenen door hun voorkeur duidelijk te maken. Het was de bedoeling dat de burgemeesters de vroedschap raadpleegden bij het nemen van belangrijke beslissingen. In de praktijk ging de vroedschap echter over het algemeen met de machtige burgemeesters mee.
Bron: Marielle Hageman, Het Amsterdam boek 1275-2003 (Bussum, Gemeentearchief Amsterdam en Uitgeverij Thoth, 2003), p. 62.
Kind(eren):
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.