Een 17 de eeuws document vermeldt dat de eerste parkpastoor van Sint-Pieters-Rode Hendrik de Rode was, broer van Goswin. We maakten hierboven vermelding van de tweede vrouw van Arnold, Mechtildis. Dit leiden we af uit een akte van 1222 waarin staat dat de zoon, geboren uit zijn eerste huwelijk, zich niet kan verzetten tegen het in onderpand geven van hongervernoemde tienden en begevingsrecht der kerk te Rode. De naam der eerste echtgenote hebben we echter niet gevonden.
Uit de twee huwelijken van Arnold van Rode, zijn minstens drie kinderen geboren
- Goswin
- Hendrik, pastoor te Rode
- een onbekende zoon die in 1222 niet bij naam genoemd wordt.
Deze onbekende zoon kan moeilijk iemand anders zijn dan de in 1268 en 1270 in het cartularium van Gemp vernoemde Jan van Horst, ridder. In 1268 wordt deze Jan in het cartularium van Gemp vernoemd als getuige samen met zijn zoon, Arnold, eveneens ridder, bij een rechtsgeding over de goederen van Gemp liggende te Lubbeek.
In 1289, op 14 juni, overleed Henricus de Rode, de eerste præmonstratenzer pastoor, en werd datzelfde jaar opgevolgd door Ziger de Vinckenbosch.
Een 17 de eeuws document vermeldt dat de eerste parkpastoor van Sint-Pieters-Rode Hendrik de Rode was, broer van Goswin.
- Henricus de Rode werd dus pastoor in 1265, en bleef dit tot in 1289. Het is gedurende het pastoraat van Henricus dat in 1285 abt Willem van Lubbeck voor de abdij van Park gans de heerlijkheid van Rode koopt, met alle goederen en rechten daaraan verbonden, van Joannes de Molenbeke.
In 1263 wordt een Hendrik van Rode tot schepen van Leuven benoemd. in deze periode werd ook het Augustijnenklooster te Leuven opgericht.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Henricus [Dominus / pastoor] van Rode (St-Pieters-Rode) | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.