Nieuwe bijdragen tot de geschiedenis van Sint-Pieters-Rode
Deel 1.2De heerlijkheid van Horst
http://www.actagena.org/data/SPR/spr_deelI_Horst.htm
In 1310 dus, onmiddellijk nadat hij (Arnold de Rode) alles had geërfd, vermaakt Jan zijn bezit aan zijn bastaardkinderen. Dit werd als volgt verdeeld (Lib. R.S.P. pag 162 e.v.)
Voor Margharetha, dochter van Elisabeth Schouden uit Leuven:
- 100 halve gouden ponden op 2 bunders land gelegen te Rode, Kempine genaamd, en gekocht door Jan van Rode van Henricus van Thunen.
Voor Catharina:
- 200 halve ponden op 2 bunder in de Caveyshoeve. Huis waarin vader van Jan (Renier) woont. Kist in dat huis, gesloten met ijzeren sloten, waarin allerlei kostbaarheden en kleinoden steken.
Voor Liefsta:
- 100 halve ponden op weiden gelegen tussen het kasteel en de pastorie, toebehorend aan wijlen Arnold van Rode, gelegen langs gene en deze kant van de beek.
Voor Jan Junior:
- Huis te Leuven op de markt naast de deken van Berthem waarin zijn vader, Jan, woont, plus de 4de schoof die hij van Henricus van Thunen kocht. Deze vierde schoof hield de Thunen in leen op de goederen van WALTER VAN WINGE, zoon van STALPAERT.
Uit dit testament van 1310 kunnen we afleiden dat Arnold de Rode toen reeds overleden was en zijn zoon Renier soms te Rode resideerde. Dus is Horst pas na Renier, door deze vererving langs Catharina, rond 1310 in handen gekomen van de familie de Erembodeghem uit Holsbeek. Een archiefstuk van Park vermeldt (Catal. Dominorum Tempar. de Horst) dat de Erembodeghem echtgenoot was van één der dochters van Jan. Haar naam wordt weliswaar niet genoemd, maar we kunnen uit een andere akte afleiden datdit Catharina is geweest die huwde met Godfried de Erembodeghem van Holsbeek, zoon van Godfried. In 1314 (Lib. R.S.P. pag 168) vermeldt een stuk dat Godfried de Erembodeghem afstand doet van zijn deel in de rechten op de Caveyshoeve, deel dat Catharina had geërfd.
Kind(eren):
Na te gaan in hoeverre de persoonseenheid met
de Van Herlaer- Van der Aa verwantschap bestaat./ Stapele
Uit de twee huwelijken van Arnold van Rode, zijn minstens drie kinderen geboren
1.Goswin
2.Hendrik, pastoor te Rode
3.een onbekende zoon die in 1222 niet bij naam genoemd wordt.
Deze onbekende zoon kan moeilijk iemand anders zijn dan de in 1268 en 1270 in het cartularium van Gemp vernoemde Jan van Horst, ridder. In 1268 wordt deze Jan in het cartularium van Gemp vernoemd als getuige samen met zijn zoon, Arnold, eveneens ridder, bij een rechtsgeding over de goederen van Gemp liggende te Lubbeek.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.