Adam van Landwijck verbleef op het slot te Horst tot 1340 (Cart. Gemp). Tot 1369 bleef de heerlijkheid Horst in het bezit van Jan. Toen verkocht hij zijn leen met toelating van Johanna, hertogin van Luxenburg, Lotharingen en Brabant, en kreeg Amelrijk Boete, muntmeester van Brussel, het volle leen met hoge en lage rechtspraak en alle aanhorigheden, voor de som van 1000 franken “vrancryx, goet van goude ende swair van gewichte’.
Zie Amelrik Boote
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Adam van Landwijck | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.