Erft het leen van diens grootvader Wouter van Winge.
Aan een Wauter de Winghe bekent hertogin Johanna op 6 augustus 1391 350 Hollandse guldens schuldig te zijn. RKB 436 f. 122r.
Behoort in augustus 1420 tot de edelen die de partijgangers van Jan IV veroordelen. Dan expliciet ridder genoemd. MD 1483 f. 47v; GDB, p. 507 n229. Raadsheer van Jan IV 1423-25. GDB, p. 746 nr. 269.
Op 9 april 1426 krijgt de minderjarige Antoon van Rotselaar, zoon van Hendrik, 11 manscappen ende manne goet van hem houdende, lant ende beemde bij Leuven gelegen in leen na het overlijden van heer Wouter van Winge, ridder, sijn oudervaderen (grootvader). LH 396 f. 111v, 116v, 123r.
----
Dochter van Winghe, dict. Stalpart | ||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.