Verkoopt in 1368 de cijnzen van Kersbeek (5/8 in zijn bezit) en het Hoff van Raetshoven te Kersbeek (zie Geographie et histoire des communes belges canton de Glabbeek, blz. 150). Vermeldt als echtgenoot sinds 1343 van Elisabeth, dochter van ridder Walter Hauweel van STADEN en van Elisabeth van MEYNAERTSHOVEN). Elisabeth was eigenares van een jaarlijkse rente op de wedemolen van Tienen.
Zij was weduwe in 1e huwelijk van ridder Jan van BERCHEM (uit het machtige huis BERTHOUT), vrijheer van Selsaten te Wommelgem en heer van Oost-Malle. Zij hertrouwde een 3e keer met Jean RAULET de JODOIGNE, vrijheer van Roux-Miroir (Waals Brabant), kasteelheer van Molenbisoul (zie Geographie et histoire des communes belges canton de Jodoigne, blz. 116)
Geographie et histoire des communes belges ; Tome.10 - Glabbeek.
pag.49-56 Iwain et Gilles, fs de Iwain Stalpaert.
Rond dezelfde tijd leefde Iwain de Winghe, ridder, die was overleden op de datum van 16 maart 1249-4250, twee zonen achterlatend, Iwain en Gilles, en, naar het schijnt, een derde zoon, Iwain, bijgenaamd STALPAERT. De eerste, die ridder werd (vanaf 1262), verkocht aan de provoost van Sainte-Gertrude, van Leuven, een boerderij, 5 bonniers land en 5 weideblokken gelegen nabij de parochiekerk en de Heilige Eik (in het Latijn Sacra quercus ) en die in het bezit waren van het klooster van Vlierbeek voor 7 denarii, 1 kapoen en 3 halsters haver per jaar. De kanunniken van Sainte-Gertrude, van hun kant, verhuurden dit goed aan Stalpaert, onderworpen aan een jaarlijkse belasting van 50 sous 6 deniers de Louvain (akte van de maandag voor het feest van Saint-Pierre ès Liens, 30 juli 1274).
In 1290 leefde de ridder Arnoul de Winge.
In 1343 noemt men de ridder Iwain de Winghe, die met zijn vrouw Elisabeth, dochter van Sir Walter de Berchem, die voor een rente van 55 florijnen of een kapitaal van 864 Brabantse schapen, hun goederen van Racourt en van Kersbeek verkochten aan de geestelijken van Heylissem (akte van de dag van Saint-Martin d'hiver, 11 november 1366). Elisabeth, weduwe geworden, hertrouwde met Jean, ook wel Jean de Jodoigne genoemd, zoon van Sir Walter Raulet. Zij bezat onder meer een jaarlijks inkomen van 20 pond op de pekmolen (moulinà brai) van Tienen, een inkomen dat Walter de Berchem had geërfd van zijn moeder Elisabeth, dochter van Sire Hauwel de Stade. Iwain Van Winghe vocht bij Bastweiler, onder de vlag van de Heer van Diest, en sneuvelde daar. In 1374 ontving zijn weduwe 160 schapen en hun zoon Walter 723 schapen, als compensatie voor de verliezen die hun familie in die dag had geleden.
Walter, de zoon van de voorgaande, was een van de heren die zich in 1420 uitsprak tegen de raadgevers van hertog Jan IV en zich hield aan het vonnis van ballingschap dat tegen hen was uitgesproken. Zijn broer Jean kreeg van Jean IV op 1 april 1425 de belangrijke post van ontvanger-generaal van Brabant, een post waaraan een jaarsalaris van 600 Franse kronen verbonden was. Nadat hij het had verloren, werd hij daar op 10 november 1427 opnieuw geroepen door hertog Philippe de Saint-Pol, broer en opvolger van Jean IV.
Geographie et histoire des communes belges Brabant, Canton de Jodoigne ; pag.116 - Seigneuries et châteaux.
Walter Raulett joignit à la seigneurie de Roux-Miroir plusieurs aures fiefs, tels que le château de Molenbisoul, près de jodoine-Souveraine, etc. Apr1es la bataille de Scheut, et sur la sommation qui lui fut adressée par le comte de Flandre Louis de Male, il fit hommage à ce prince : il fut l'un des captaines de l'armée brabanconne à basweiler, ou il fut tué , circonstance qui valut à son fils Jean le paiement d'une indemnité de 496 moutons.
Jean , l'ainé des fils que le chevalier Walter Raulet ont d'une dame nommé Alis, abandonna son nom patronique pour celui de Joudogne ou Jodoigne,. Il céda le moulin de Jodoigne- Souveraine à son frère Arnoul, vendit la fortresse de Molenbisoul et laissa Roux-Miroir à ses enfants (1413, 1420), entre autres, à sa fille Elisabeth. cell-ci en opera le relief par l'intermediaire de son oncle et tuteur Arnoul, et épousa Gilles, seigneur de Bouleir ou Boulez. Celui-ci , à la mort de sa femme , revela Roux-Miroir (relief du 11 juillet 14220, qui eut ensuite pour possesseurs : . . .
(1) Zij is getrouwd met Jan [Ridder] van Berthout van Berchem (Berthem).
Zij zijn getrouwd.
(2) Zij is getrouwd met Ywanus [milis / ridder] van Winghe, dict. Stalpart.
Zij zijn getrouwd voor 1343.
Vermeldt als echtgenoot sinds 1343 van Elisabeth, dochter van ridder Walter Hauweel van STADEN en van Elisabeth van MEYNAERTSHOVEN).
Elisabeth was eigenares van een jaarlijkse rente op de wedemolen van Tienen. Zij was weduwe in 1e huwelijk van ridder Jan van BERCHEM (uit het machtige huis BERTHOUT), vrijheer van Selsaten te Wommelgem en heer van Oost-Malle. Zij hertrouwde een 3e keer met Jean RAULET de JODOIGNE, vrijheer van Roux-Miroir (Waals Brabant), kasteelheer van Molenbisoul (zie Geographie et histoire des communes belges canton de Jodoigne, blz. 116)
Kind(eren):
(3) Zij is getrouwd met Jean [Seigneur] Raulet de Jodoigne & Roux-Miroir.
Zij zijn getrouwd rond 1372.
Zij hertrouwde een 3e keer; met Jean RAULET de JODOIGNE, vrijheer van Roux-Miroir (Waals Brabant), kasteelheer van Molenbisoul (zie Geographie et histoire des communes belges canton de Jodoigne, blz. 116)
Kind(eren):
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.