Hij heeft/had een relatie met Rotrudis / Chodtrud.
Kind(eren):
Hertog der Franken (715-741).
Frankisch hofmeier, bastaardzoon van Pippijn II. Na diens dood in 714 kon hij de anarchie die het Frankische Rijk bedreigde, meester worden. Zijn moeder Alpaïde was de tweede vrouw van Pepijn van Herstal en zijn stiefmoeder Plectrude nam direct de teugels in handen bij het overlijden van Pepijn terwille van haar zoon Théobald en sloot Karel op. Neustrië kwam, door Pepijn in 687 onderworpen, direct in opstand en versloeg Plectrude vernietigend waardoor Austrasië ernstig bedreigd werd, dit was het moment (714) dat Karel wist te ontsnappen, een leger vormde en de Neustriers aanviel met desastreus resultaat, overigens de enige maal in zijn leven dat hij een slag verloor.
Aanvankelijk in 716 bij Keulen overwonnen door de Friese koning Radbod, bondgenoot van de Neustriers, wist hij de laatsten in 716 bij Amblève te verslaan en opnieuw in 717 in de omgeving van Kamerijk. Vervolgens dwong hij Pippijns weduwe, Plectrudis, tot erkenning van zijn positie en zette haar in een klooster, waar elk spoor van haar verloren ging. Hij dreef de Saksen terug en herstelde, na de dood van Radbod (719), het Frankische gezag over een deel van Friesland. In hetzelfde jaar versloeg hij de Neustriers opnieuw bij Soissons. Door hertog Odo van Aquitanië liet hij zich de Merovingische koning Chilperik II uitleveren en door deze zijn gezag als hofmeier van het gehele Frankische rijk wettigen. Hij onderwierp in de volgende jaren Beieren en de Alamannen. In 732, te hulp geroepen door Odo van Aquitanië tegen de Arabieren, behaalde hij zijn grote overwinningen op Abd al-Rahman, tussen Tours en Poitiers. Deze zege bevestigde zijn gezag en dat van zijn dynastie voorgoed. In een reeks veldtochten (733-739) bestreed hij in het Rhônedal niet slechts de Saracenen, maar bedwong hij ook de te zelfstandig geworden machthebbers in Bourgondië en de Provence. Terzelfde tijd breidde hij zijn macht naar het noorden uit: Westergo en Oostergo onderwierp hij door een overwinning op de Friezen aan de Bordine (Boorne, de latere Middelzee) in 734. Zijn militaire successen na 732 dankte hij in belangrijke mate aan de oprichting van een ruiterleger van vazallen, die van beneficiën werden voorzien, grotendeels ten koste van bezittingewn en rechten van de Kerk. Na de dood van de Merovingische Theodorik IV in 737 liet hij de Frankische troon onbezet; voortaan oefende hij de koninklijke macht uit zonder zich achter een schijnkoning te verschuilen. Tot hem wendde paus Gregorius III zich in 739 om hulp tegen de Longobarden, die Rome bedreigden. Karel, bondgenoot van de Longobarden, gaf aan dit verzoek echter geen gehoor. Voor zijn dood verdeelde hij, als ware hij koning, het Rijk tussen zijn beide zoons Karloman en Pippijn.
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.