Plaats: door St. Willibrand, aartsbisschop van Utrecht
Hij is getrouwd met Berthe 'de Jongere' van Laon.
Zij zijn getrouwd rond 743.
Kind(eren):
Hofmeier van Neustrië (714), koning der Franken (751-768).
Bij de dood van zijn vader 741 nam hij samen met zijn broer Karloman I het gezag over en verkreeg als te beheren gebieden de westelijke gedeelten van het Frankische Rijk. In 743 werd op hun initiatief weer een Meovingische koning, Childrik III, op de troon geplaatst. Gedurende jaren moest er door beide hofmeiers en nadat Karloman afstand van zijn macht had gedaan 747, door Pippijn, die voortaan over het gehele Rijk regeerde, gestreden worden. Ook de toestanden in de kerk werden in ruime mate gesaneerd, dank zij de hervormingsactie die de H. Bonifatius, in opdracht van de twee hofmeiers, sedert 742 voerde.
Met de morele steun van het pausdom deed Pippin in 751 een staatsgreep; hij liet zich door zijn partijgangers onder de aristocratie tot koning verkiezen en om aan zijn aanmatigend gezag een schijn van legitimiteit te geven, liet hij zich, een ritus uit het Oude Testament weer tot leven roepend, door de H. Bonifatius en andere bisschoppen tot koning der Franken wijden; de laatste Meroving werd in de abdij Sint-Bertijns opgesloten. Kort daarop deed paus Stephanus II, door de Longobarden in het nauw gebracht, een beroep op Pippijn; hij trok naar Francia en sloot met de nieuwe Karolingische koning een bondgenootschap; hij voltrok aan hem nogmaals de koninklijke wijding en verleende hem de titel 'patricius Romanorum'.
Pippijn ondernam twee kruistochten naar Italië tegen de Longobardische koning Aisturf (754 en 756) en dwong hem de gebieden rondom Ravenna die hij op Constantinopel had veroverd, aan de paus uit te leveren. Aldus ontstond, door de vereniging van deze gebieden met Rome en omgeving, waar de paus effectief meester was, de Pauselijke Staat. De laatste jaren van Pippijns regering werden grotendeels in beslag genomen door de herovering van Septimanië op de Arabieren (752-759) en de onderwerping van Aquitanië (760-768); Pippijn ondernam twee kruistochten naar Italië tegen de Longobardische koning Aisturf (754 en 756) en dwong hem de gebieden rondom Ravenna die hij op Constantinopel had veroverd, aan de paus uit te leveren. Aldus ontstond, door de vereniging van deze gebieden met Rome en omgeving, waar de paus effectief meester was, de Pauselijke Staat. De laatste jaren van Pippijns regering werden grotendeels in beslag genomen door de herovering van Septimanië op de Arabieren (752-759) en de onderwerping van Aquitanië (760-768); aldus werden het zuiden van Gallië weer rechtstreeks in de Frankische monarchie geïntegreerd. Bij zijn dood (768) werd zijn rijk verdeeld onder de twee zoons, die zijn gemalin Bertrada hem geschonken had (Karel de Grote en Karloman).
grootouders
ouders
broers/zussen
kinderen
Pippijn III 'de Korte' | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
± 743 | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
Berthe 'de Jongere' van Laon | ||||||||||||||||||||||||||||||||||
De getoonde gegevens hebben geen bronnen.